Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing gaat over de (financiële) risico’s die de gemeente bij de uitvoering van haar taken onderkent en de middelen die nodig zijn om die risico’s op te vangen in verhouding tot de beschikbare middelen die de gemeente heeft om deze risico’s op te vangen. Dit bepaalt het weerstandsvermogen van de gemeente. 

Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de risico’s en in de aanwezige weerstandscapaciteit. Daartoe actualiseren wij periodiek de risico’s om een actueel beeld te krijgen van eventuele fluctuaties in het weerstandsvermogen. Aandacht voor het weerstandsvermogen voorkomt dat substantiële risico’s leiden tot bijstelling in de uitvoering van de programma’s en/of dwingen tot bezuinigingen. Het weerstandsvermogen is daarmee ook een graadmeter voor de robuustheid van de financiële positie van de gemeente.

Bij het bewaken van de financiële positie maken wij daarnaast ook gebruik van financiële kengetallen zoals de solvabiliteit, de schuldquote en de structurele exploitatieruimte. De kengetallen geven de gevoeligheid van de financiële positie van Stichtse Vecht voor financiële ontwikkelingen aan. De financiële kengetallen komen eveneens in deze paragraaf aan de orde. In deze paragraaf komen onder meer aan de orde:
•    De beleidsuitgangspunten voor het risicomanagement en het weerstandsvermogen;
•    Een terugblik op de grootste risico’s zoals die in de begroting 2021 waren aangegeven;
•    Het risicoprofiel en de ratio weerstandsvermogen;
•    De financiële kengetallen.

Beleidsuitgangspunten

De Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht vormt de basis voor deze paragraaf. De nota bevat de te hanteren uitgangspunten voor de periodieke risico-inventarisatie en vormt samen met de nota Reserves en voorzieningen en de Beleidsnotitie Algemene reserve het beleidskader voor het risicomanagement en het beoordelen van het weerstandsvermogen. In de Nota herziening risicomanagementbeleid is een risico gedefinieerd als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’.

De gemeente wil over voldoende middelen beschikken om onvoorziene, onzekere gebeurtenissen op te vangen, zonder genoodzaakt te zijn om direct in te moeten grijpen in de begroting. Daartoe actualiseren we tweemaal per jaar de risico’s. Met behulp van het risicomanagementsysteem kwantificeren en analyseren we de risico's waarna door middel van kansbepaling de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald. Deze benodigde weerstandscapaciteit zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit, wat zich vertaald in de ratio weerstandsvermogen. De actualisatie van de risico’s heeft plaatsgevonden met het laatst vastgestelde risicoprofiel, te weten dat van de Begroting 2022, als uitgangspunt.

Weerstandsvermogen
In de Beleidsnotitie Algemene reserve is bepaald dat het beschikbare weerstandsvermogen wordt gevormd door de Algemene reserve (AR). De AR is verdeeld in drie schijven. Schijf 1 geeft de minimale omvang van het weerstandsvermogen voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. Schijf 2 is het deel van de AR bestemd voor het opvangen bijvoorbeeld calamiteiten of een negatief rekeningsaldo. Als normratio voor het weerstandsvermogen (= de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) heeft de raad een streefnorm tussen de 1,4 en 2 (ruim voldoende) bepaald. 

Voor de risico’s samenhangend met grondexploitaties kennen we een afzonderlijk regime. Daarvoor beschikt de gemeente over de Algemene reserve grondexploitaties als buffer, pas daarna wordt de gemeentebrede Algemene reserve aangesproken. De risico’s uit grondexploitaties worden jaarlijks bij de jaarrekening geactualiseerd waarbij we een externe risicoanalyse laten uitvoeren om de ontwikkeling van de risico’s te volgen. De conclusie van de risicoanalyse is dat voor de grondexploitaties een risicoreservering van € 945.000 nodig is. Het risicodeel van de Algemene reserve grondexploitaties voorziet voor € 200.000 in de benodigde risicoafdekking. Het resterende bedrag van € 745.000 nemen wij als risico mee in de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. De hoofdlijnen voor de risico’s grondexploitaties zijn opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Corona

Ook voor risico’s samenhangend met de coronapandemie kent de gemeente een afzonderlijke buffer. Ten tijde van het opstellen van de begroting konden we niet overzien welke effecten Covid-19 en nieuwe varianten in 2021 zouden hebben, met diverse maatregelen en zelfs weer een lockdown aan het eind van het jaar. Bij het opstellen van de begroting zijn de risico’s die samenhangen met de pandemie afgewogen tegen de risicoreserve Corona waarover de gemeente beschikt. Gelet op de omvang van de risicoreserve op dat moment waren in de begroting 2021 geen corona gerelateerde risico’s meegenomen in de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. Bij de risico-actualisatie voor de jaarrekening hebben wij ook de corona gerelateerde risico’s bezien. Eind 2021 bedroeg de risicoreserve Corona € 3.257.735. Wij achten de risicoreserve voldoende om deze risico’s op te vangen. Gelet hierop hebben wij deze risico’s buiten de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen gehouden.

Terugblik grootste risicogebieden



Naast de actualisatie van de risico’s die van belang is voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen kijken wij bij de jaarrekening ook terug op de in de Begroting 2021 benoemde risico’s uit de grootste risicogebieden en ontwikkelingen daarin in 2021.

Het betrof de volgende risico’s: 
Fysiek domein
Binnen het programma Fysiek is sprake van risico’s die samenhangen met projecten, klimaatverandering en technische risico’s.

Terugblik: 
Bij het opstellen van de Begroting 2021 waren de 3 grootste risico’s binnen dit domein:
Kockengen Waterproof
De gemeenteraad heeft in 2012 ingestemd met het meerjarige project Kockengen Waterproof. Periodiek worden de planning en de financiële ramingen van het project bijgesteld. In 2021 is voor de resterende fasen van Kockengen Waterproof een financiële doorrekening en een geactualiseerde planning opgesteld. Deze zijn in december 2021 in uw raad besproken en vastgesteld. 

Gebiedsontwikkeling Bisonspoor
De gebiedsontwikkeling Bisonspoor is eveneens een meerjarig project. Binnen dit project zien wij een risico met betrekking tot afwijkingen in de investeringen in de openbare ruimte (nadelen in aanbesteding, niet voorziene uitgaven) of in de interpretatie van gemaakte anterieure afspraken. Het gaat dan met name om een financieel risico: aan de uitgavenkant voorzien we een overschrijding als gevolg van hogere investeringen in de openbare ruimte waarbij we opmerken dat financiële gevolgen van risico’s die met investeringskredieten samenhangen veelal leiden tot hogere structurele kapitaallasten. De hogere kapitaallasten dienen in de begroting te worden gedekt door structurele baten. Het dekken van de hogere kapitaallasten via de Algemene reserve kan dus alleen een tijdelijke maatregel zijn. In het 2e kwartaal van 2022 zullen wij de gemeenteraad nader informeren en een voorstel voor een aanvullend investeringskrediet voorleggen om afwijkingen in de voorgenomen investeringen in de openbare ruimte te minimaliseren. 

Het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van kunstwerken (m.n. bruggen)
Het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van kunstwerken beperkt de doorstroming en mogelijk zijn kernen niet of beperkt bereikbaar. Als beheersmaatregel is het beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 opgesteld. Het plan is in maart 2021 vastgesteld door uw raad. Na inspectie van de kunstwerken stellen wij een onderhoudsprogramma op. Op basis hiervan kunnen onderhoudscontracten aanbesteed worden. Het risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan.

Gemeentebrede risico’s/bedrijfsvoeringsrisico’s
Dit betreft financiële, technische en organisatorische risico’s op het gebied van de bedrijfsvoering van de gemeente.

Terugblik op de 3 grootste risico’s uit de begroting op dit domein:
Het onjuist toepassen van inkoop- en aanbestedingsregels met betrekking tot Europees aanbesteden door onvoldoende kennis van deze regels
Voor openbare aanbestedingen (nationaal en Europees) geldt de verplichting deze te laten begeleiden door een inkoopadviseur. Deze maatregel beperkt de kans op incidenten. In 2021 is voor het verbeteren van het inkoopproces generiek een plan van aanpak opgesteld om dit proces te integreren in de organisatie. Een centrale inkoopregiefunctie met voldoende gewicht moet inhoud geven aan de veranderingen. Een inkoopoptimalisatie-team bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeentelijke ambities neemt deel aan het project en creëert draagvlak. Het team gaat, nadat het project is gerealiseerd, verder als tenderboard zodat er blijvend wordt gemonitord op het naleven van gemaakte afspraken.

Het risico op gijzeling van informatie/cybercrime
Het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en in het bijzonder persoonsgegevens is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat om de medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het uitgangspunt voor de informatiebeveiliging.  

De toename van de digitale dreigingen (hacks, ransomware) noodzaakt de gemeente ertoe de benodigde technische en organisatorische maatregelen te treffen. Technische maatregelen betreffen de wijze waarop de ICT (de techniek) is ingericht en ingesteld. Organisatorische maatregelen hebben bijv. te maken met procedures, verantwoordelijkheden en afspraken. Daarbij wordt de kwaliteit van de digitale weerbaarheid steeds belangrijker. Ongewenste, onbewuste acties blijken een groot risico voor de privacy van inwoners en bedrijven en de veiligheid van informatie. Het werken aan bewustwording voor het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens blijft onverminderd een aandachtspunt. Want de informatiebeveiliging kan technisch wel in orde zijn, wanneer medewerkers hier niet naar handelen liggen incidenten, zoals datalekken en phishingmails nog steeds op de loer. Het doel van het bewustwordingsprogramma is om gedrag te veranderen en kennis van beveiligingsmaatregelen en procedures te vergroten.

Beveiliging en uitval ICT in de organisatie
In februari 2021 is de gemeentelijke cloud omgeving in gebruik genomen. Hierdoor is een hybride situatie ontstaan met enerzijds de On premise IT omgeving in ons datacenter in het gemeentekantoor en anderzijds de gemeentelijke cloud omgeving. Beide IT omgevingen hebben een eigen externe beheerpartij. De IT diensten worden in 2022 versneld gemigreerd van On premise naar de cloud omgeving. De aspecten kosten, beheer van de omgevingen en mogelijkheden infrastructuur benadrukken dat het de voorkeur heeft om een versnelling aan te brengen in de overgang naar de Cloud. Dit neemt niet weg dat niet alles (versneld) naar de cloud gaat. Er zal voorlopig een beperkte, beheersbare on-premise omgeving blijven. In deze periode van migratie is er een verhoogd risico op storingen. Als beheersmaatregel zijn met beide partijen afspraken gemaakt en vastgelegd in de vorm van een Dossier Afspraken Procedure document (DAP). Vanuit Servicemanagement en Cloud management wordt actief gestuurd op het nakomen van de afspraken. De eisen en wensen vanuit het informatiebeveiligingsbeleid zijn voor de beide IT omgevingen van toepassing.

Sociaal domein

Binnen het Sociaal domein is sprake van financiële en politiek-bestuurlijke risico’s. Denk daarbij aan imagorisico’s als bijvoorbeeld de zorgvoorziening niet het gewenste effect heeft of als ambities van de gemeente niet haalbaar zijn (bijvoorbeeld door het ontbreken van voldoende sturingsmogelijkheden op gemeentelijk niveau). 

Terugblik: 
Bij de Begroting 2021 betroffen de 3 grootste risico’s binnen dit taakveld:
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG
Bijstand is een open einde-regeling. Dit kan overschrijding van de budgetten tot gevolg hebben. Ten tijde van de  begroting 2021 was de verwachting dat door de coronacrisis de instroom zou toenemen en de uitstroom zou dalen waardoor de bijstandsaantallen zouden toenemen. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan.

Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen
We zien ondanks alle ombuigingsmaatregelen dat de kosten voor jeugdzorg nog steeds toenemen. Het risico heeft zich in 2021 voorgedaan en hing samen met taakgerichte financiering bij de contractering van aanbieders van jeugdhulp. De pilot jeugdbescherming moet gaan leiden tot een betere samenwerking tussen SAVE en het wijkteam Jeugd. Daarnaast heeft de nieuwe contractpartij voor Jeugdhulp & Wmo als opdracht een pro-actieve houding in het samenwerken met huisartsen.

Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen
Ook in dit geval is sprake van “open eind” budgetten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning van mensen thuis. Het doel hiervan is om hen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deelnemen aan de maatschappij. De vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maken dat er een groter beroep op voorzieningen wordt gedaan. In 2021 zagen we wederom een toename in het beroep dat op de gemeentelijke WMO voorzieningen werd gedaan. Daarbij was sprake van een toename in huishoudelijke hulp, een toename in het gebruik van onafhankelijke cliëntondersteuning en meer aanvragen woningaanpassingen. 

Risicoprofiel

Bij het opstellen van de Jaarrekening 2021 zijn de risico’s geactualiseerd. Daarbij geldt het laatst vastgestelde risicoprofiel, te weten dat van de Begroting 2022, als uitgangspunt. De risico’s, zoals die zijn opgenomen in het risicomanagementsysteem van de gemeente zijn beoordeeld en waar nodig bijgesteld. In tabel 1 (zie einde paragraaf) zijn deze risico’s in een totaaloverzicht opgenomen. Het geactualiseerde risicoprofiel bepaalt de omvang van het benodigde weerstandsvermogen. In totaal zijn er bij de jaarrekening 50 risico’s geïnventariseerd, met een ingeschat financieel gevolg van € 24,55 miljoen.

Grootste risicogebieden Financieel gevolg
(inschatting o.b.v. risico-inventarisatie)
1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s (excl. verbonden partijen) € 9.100.000
2. Fysiek domein (excl. verbonden partijen) € 6.100.000
3. Sociaal domein (excl. verbonden partijen) € 4.500.000
Totaal 3 grootste risicogebieden € 19.700.000
Overige risico’s (waarvan verbonden partijen: € 1.350.000 en grex’en € 1.000.000) € 4.850.000
Totaal alle risico’s € 24.550.000

Weerstandsvermogen

Op de geïnventariseerde risico’s is met behulp van het risicomanagementsysteem een risicosimulatie uitgevoerd. De simulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 24,55 miljoen euro ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit deze simulatie volgt dat het voor 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden opgevangen met een bedrag van € 7.795.147. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit van Stichtse Vecht wordt bepaald door de Algemene reserve (AR). De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. De AR kent drie schijven. Deze bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 kunnen we inzetten om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen (Sociaal domein) en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen we inzetten voor actieve (beleids)keuzes. De schijven 1 en 2 samen vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 7.795.147 geeft dit het volgende beeld:

- schijf 1 Minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 7.795.147, minimumnorm) € 10.913.206
- schijf 2 Deel AR voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo € 4.677.088
Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 7.795.147) € 15.590.294

De omvang van de Algemene reserve bedraagt eind 2021 € 12.151.552. Deze omvang ligt daarmee onder de minimumnorm die voor de weerstandscapaciteit is vastgesteld (schijf 1). De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: 

 Ratio weerstandsvermogen =

 

beschikbare weerstandscapaciteit  /

 =

 

€ 12.151.552  /

 = 1,56

benodigde weerstandcapaciteit

€ 7.795.147   

 

Deze ratio voldoet aan de door uw raad bepaalde norm. 
De ratio weerstandsvermogen eind 2021 is ten opzichte van de ratio uit de Begroting 2021 afgenomen. Dit hangt samen met een toename van de totaalomvang aan risico’s die bij het opstellen van de jaarrekening 2021 zijn geïnventariseerd (van € 22,82 mln. naar € 24,55 mln.) en daarmee een hogere benodigde weerstandscapaciteit dan bij de Begroting 2021 (toename € 1,58 mln.: van € 6,21 mln. naar € 7,79 mln.). De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de Begroting 2021 weliswaar ook gestegen met € 1,26 mln., maar de in verhouding sterkere toename van de benodigde weerstandscapaciteit leidt tot een daling van de ratio weerstandsvermogen ten opzichte van de Begroting 2021. In onderstaand overzicht is het verloop van de ratio weerstandsvermogen in de afgelopen 5 jaar weergegeven:

Verloop ratio weerstandsvermogen
Jaar Ratio begroting Ratio Jaarrekening
2017 2,07 1,84
2018 1,79 1,82
2019 1,67 1,81
2020 1,83 1,80
2021 1,75 1,56

Voor het toetsen van de ratio weerstandsvermogen maakt de gemeente Stichtse Vecht gebruik van de risicomatrix van de Universiteit Twente. Volgens de schaalindeling van deze matrix valt de ratio van 1,36 in de categorie “Voldoende”.

Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A >= 2.0 Uitstekend
B 1.4 < 2.0 Ruim voldoende
C 1.0 < 1.4 Voldoende
D 0.8 < 1.0 Matig
E 0.6 < 0.8 Onvoldoende
F < 0.6 Ruim onvoldoende

De rapportage over het weerstandsvermogen is altijd een momentopname. Ontwikkelingen in beleid zowel landelijk als lokaal, nieuwe projecten of besluiten kunnen een effect hebben op het risicoprofiel van de gemeente. Het weerstandsvermogen is daardoor aan fluctuaties onderhevig. Ook kunnen zich ondanks het risicomanagement altijd risico’s blijven voordoen. Met het beschikbare weerstandsvermogen is de gemeente in staat om de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen en de financiële positie op peil te houden.

Overzicht risico's paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Jaarrekening 2021

Tabel 1 Overzicht risico's paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Jaarrekening 2021
In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde gekwantificeerde risico's per programma weergegeven.
De kolom "invloed" geeft de impact van een risico op de benodigde weerstandscapaciteit weer (o.b.v. simulatie)
(VP = verbonden partijen, KWP = Kockengen waterproof)
Risico Kans Ingeschat financieel gevolg (€) Invloed
Programma 1 Bestuur
Gemeentebrede/bedrijfsvoerings risico's
Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening 90% 2.000.000 15,08%
Aansprakelijkstelling door inwoners, instellingen of bedrijven 50% 2.000.000 8,40%
Gijzeling van informatie of systemen 50% 1.000.000 4,20%
Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 70% 500.000 2,95%
Onvoldoende borging van de authenticiteit van de gegevensvoorziening van de gemeente 50% 500.000 2,11%
Beveiliging en uitval ICT in de organisatie 50% 500.000 2,11%
Het inkoopproces/-organisatie is onvoldoende ingericht en/of geborgd 50% 500.000 2,11%
Onvoldoende kennis met betrekking tot aanbestedingsregels 50% 500.000 2,10%
Het niet of onvoldoende kunnen voldoen aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers 90% 250.000 1,97%
Achterstand in dossiervorming- en vernietiging 70% 250.000 1,46%
Fysieke bedreigingen voor mensen, informatie en bezittingen 10% 500.000 0,42%
Doorontwikkeling organisatie 50% 50.000 0,21%
VP: Onvoldoende inzicht in informatiebeheer bij verbonden partijen 50% 50.000 0,21%
Verval archieven door gebruikschade of schimmelvorming 10% 50.000 0,04%
Subtotaal 8.650.000 43,37%
Risico's algemene / financiële dekkingsmiddelen
Fraude financiële transacties 30% 500.000 1,26%
Totaal programma 1 9.150.000 44,63%
excl. Verbonden partijen (VP) 9.100.000 44,42%
Programma 2 Veiligheid
VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU) 30% 1.000.000 2,51%
Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is 50% 500.000 2,10%
Totaal programma 2 1.500.000 4,61%
excl. Verbonden partijen (VP) 500.000 2,10%
Programma 3 Fysiek
Kunstwerken (mn. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken 50% 1.000.000 4,20%
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) 50% 1.000.000 4,17%
Gebiedsontwikkeling Bisonspoor 70% 500.000 2,95%
KWP: Versnelde zetting in het openbaar gebied 30% 1.000.000 2,51%
KWP: Prijsstijgingen in de uitvoering 50% 500.000 2,10%
Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval 50% 500.000 2,08%
KWP Aanspraak op nadeelcompensatieregeling KWP 90% 250.000 1,88%
Versnelde bodemdaling als gevolg van klimaatverandering 70% 250.000 1,47%
VP: Financieel perspectief recreatieschappen 50% 250.000 1,05%
KWP: vervanging kabels en leidingen 50% 250.000 1,05%
Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW) 10% 500.000 0,41%
Wateroverlast vanwege heftige regenval 70% 50.000 0,29%
Verontreiniging van oppervlaktewater 10% 250.000 0,21%
Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering 30% 50.000 0,13%
Totaal programma 3 6.350.000 24,50%
excl. Verbonden partijen (VP) 6.100.000 23,45%
Programma 4 Sociaal
Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen 90% 1.000.000 7,54%
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig 50% 1.000.000 4,16%
Toename beroep op en stijging kosten jeugdhulp 70% 500.000 2,94%
Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen 50% 500.000 2,10%
Inkoop essentiële functies: ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven 50% 250.000 1,04%
Door landelijk politieke interventies is er teveel aandacht voor incidenten 30% 250.000 0,63%
Incidenten op gebied van jeugdhulp 30% 250.000 0,63%
Toename beroep op minimaregelingen etc. 30% 250.000 0,63%
Overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers 30% 250.000 0,63%
De herinrichting van het voorliggend veld slaagt niet door de Taakstelling 10% 250.000 0,21%
VP: Algemene risico's op de begroting van Kansis 30% 50.000 0,13%
Totaal programma 4 4.550.000 20,64%
excl. Verbonden partijen (VP) 4.500.000 20,51%
Programma 5 Samenleving
Onderwijs: budgetten te realiseren gebouwen niet toereikend in relatie tot benodigde kwaliteit 50% 500.000 2,10%
Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken 50% 250.000 1,05%
Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs 30% 250.000 0,63%
Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut 10% 250.000 0,21%
Onveilige schoolgebouwen 10% 250.000 0,21%
Financiële problemen schoolbesturen (bijzonder onderwijs) 10% 250.000 0,21%
Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties 10% 250.000 0,21%
Totaal programma 5 2.000.000 4,62%
Grondexploitaties
Grondexploitaties (totaal) 10% 1.000.000 0,99%
Totaal geïnventariseerde risico's 24.550.000 1,00
NB Het totaal financieel gevolg en invloed voor de benodigde weerstandscapaciteit kunnen niet per programma met elkaar
vergeleken worden. De verwachte kans dat een risico zich voordoet speelt hierbij ook een rol.

Financiële kengetallen

Kengetallen Rekening Begroting Rekening Categorie A Categorie B Categorie C
2020 2021 2021 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuldquote 56% 82% 64% < 90% 90%-130% > 130%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) 55% 81% 63% < 90% 90%-130% > 130%
Solvabiliteitsratio 26% 22% 24% > 50% 20%-50% < 20%
Structurele exploitatieruimte 2,15% 1,34% 1,69% > 0% 0 < 0%
Grondexploitatie 0,11% 2,12% 0,28% < 20% 20%-35% > 35%
Belastingcapaciteit 111,79% 114,36% 114,36% < 95% 95%-105% > 105%

Wat betekenen deze getallen?
Netto schuldquote
Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De verwachte netto schuldquote is gedaald ten opzichte van 2020 omdat de verwachting was dat we langlopende leningen moesten aantrekken. Dit is nog niet nodig gebleken.

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Voor de ontwikkeling van dit kengetal, zie de toelichting onder ‘Netto schuldquote’.

Solvabiliteit
Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan om op lange termijn haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.

Grondexploitatie
De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee.  Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Bij kapitaalgoederen is het niveau van onderhoud direct gekoppeld aan het beschikbaar gestelde budget.

Onderstaand staan de verschillende kapitaalgoederen weergegeven met daarbij de bijbehorende kaderstellende nota’s. Daarnaast zijn er nog diverse beheersplannen en de nota kapitaalgoederen van toepassing op meerdere onderwerpen. Deze staan niet apart genoemd per kapitaalgoed.

Kapitaalgoederen Kaderstellende nota's
Wegen  -
Civiele constructies  -
Openbare verlichting Beleidsplan openbare verlichting 2020
Water en Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
Groen Groenstructuurplan Stichtse Vecht (GSP); Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)
Speelterreinen Beleidskader Spelen
Sportterreinen Beleidsnota Sport
Gebouwen Vastgoednota 2020; Nota Duurzaamheid; IVAB

Wegen

Beleidskader

Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. In de Voorjaarsnota 2016 heeft uw raad de nota Kapitaalgoederen vastgesteld, waarbij onder andere het beheerplan Wegen is betrokken. In 2020 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd.  Deze inspectie vormt de basis voor het op 13 juli 2021 door de raad vastgestelde Beheerplan wegen, inhoudende:
1. Het beheerplan Wegen 2021-2025;
2. De omvorming van de reserve “onderhoud wegen” naar een voorziening “onderhoud wegen”;
3. Begrotingswijziging nr. 8;
4. De stortingen in en de onttrekkingen aan de voorziening “onderhoud wegen”.

Financiën
De exploitatiebudgetten en de betreffende investeringen zijn waar mogelijk ingezet voor het onderhoud en vervanging van wegen.  Zoals beschreven bij de toelichtingen op de financiën bij Programma 3 (Fysiek) is minder uitgegeven aan het onderhoud.

Civiele constructies

Beleidskader
Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. In de Voorjaarsnota 2016 heeft uw raad de nota Kapitaalgoederen vastgesteld. Deze nota bevat het beleidskader voor het onderhoud van de civiele constructies. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is opgesteld. Naast een beleidsmatig plan willen we ook een praktisch plan opstellen, waarin staat hoe het dagelijks beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. In 2022 ronden wij de inspecties van de civiele constructies af. Deze dienen onder andere als basis voor het nieuwe op te stellen meerjarenonderhoudsplan.

Financiën
De exploitatiebudgetten  en de betreffende investeringen zijn waar mogelijk ingezet voor het onderhoud en vervanging van de civiele kunstwerken. Zoals beschreven bij de toelichtingen op de financiën bij Programma 3 (Fysiek) is minder uitgegeven aan het onderhoud.

Openbare verlichting

Beleidskader
Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen.
Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal.
Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen, zullen wij het verlichtingsbeleid in 2022 verder vormgeven. In het beleidsplan houden we rekening met de duurzaamheidsdoelstellingen. Dit door middel van het toepassen van ledverlichting en dimregimes.

Financiën

De exploitatiebudgetten en de betreffende investeringen zijn waar mogelijk ingezet voor het onderhoud en vervanging van de openbare verlichting. Zoals beschreven bij de toelichtingen op de financiën bij Programma 3 (Fysiek) is meer uitgegeven aan het onderhoud.

Water en riolering

Beleidskader

We hebben invulling gegeven aan onze zorgplichten voor de inzameling van stedelijk afvalwater (Wet Milieubeheer) en de zorgplichten voor hemelwater en grondwater (Waterwet). In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 is beschreven hoe we daar invulling aan gegeven hebben.

Het GRP 2017-2021 beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering en in de kosten van al deze facetten voor de periode 2017-2021. In 2021 hebben we een nieuw GRP voor de periode  2022-2026 opgesteld, hierin sturen we onder andere op integrale sturing en risicogestuurd beheer. Dit plan wordt begin 2022 aan de raad aangeboden.

Financiën
De exploitatiebudgetten  en de betreffende investeringen zijn waar mogelijk ingezet voor het onderhoud en vervanging bij rioleringswerkzaamheden.

Groen

Beleidskader
In 2021 hebben wij geld besteed  aan het reconstrueren van plantvakken en het wegwerken van achterstanden  in het bomenbestand middels veiligheidssnoei en veiligheidskap.  Aanvullend aan de veiligheidskap zullen wij de gekapte bomen in 2022 inboeten.

Financiën

De exploitatiebudgetten  en de betreffende investeringen zijn waar mogelijk ingezet voor het onderhoud en aanpassing van het openbaar groen.

Speelterreinen

Beleidskader
De speelplekken worden ingericht volgens de Kadernota Buiten Spelen Natuurlijk! De speeltoestellen moeten veilig te gebruiken zijn. De speelplaatsen worden duurzaam en klimaatadaptief ingericht. Het onderhoud van het groen op en rond de speelplaatsen vindt plaats volgens de Nota beheer kapitaalgoederen. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Jaarlijks loopt de aannemer (IBOR) de speeltoestellen door en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen zijn reparaties uitgevoerd.

Financiën

De exploitatiebudgetten  en de betreffende investeringen zijn waar mogelijk ingezet voor het onderhoud en aanpassing van speelterreinen.

 

 

Sportterreinen

Beleidskader
Kapitaalgoederen die onder het programma Sport vallen, betreffen de buitensportaccommodaties. Zoals vastgesteld in de Kadernota sport, faciliteren wij in 2021 een verantwoord basisniveau van gevarieerd sport- en beweegaanbod door betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. Na privatisering voert een onafhankelijk expert jaarlijks een schouw uit. Zo is het basiskwaliteitsniveau gewaarborgd.

Financiën
In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor bijdragen aan derden voor vervangingen. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport.

Gebouwen

Beleidskader.
Wij verzorgen het planmatig (technische) onderhoud van panden in ons eigendom. In 2020 is de Vastgoednota 2020 aan uw raad aangeboden. Hierin zijn de kaders omschreven voor het vastgoedbeheer en de strategische vastgoedportefeuille. Het planmatig onderhoud is vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) en het beheerplan. Hieruit voortvloeiend maken wij keuzes over de manier waarop wij het beheer van ons vastgoed kwalitatief en duurzaam waarborgen. In 2021 zijn we begonnen met het wegwerken van het achterstallig onderhoud aan gemeentelijke gebouwen volgens het beheerplan. In 2022 stellen we een plan van aanpak op voor het afstoten van gemeentelijk vastgoed overeenkomstig het strategisch portefeuilleplan. In 2021 zijn de eerste gesprekken gevoerd voor het afstoten van enkele panden. Zo willen wij komen tot een compacte en strategische vastgoedportefeuille die bijdraagt aan onze maatschappelijke doelstellingen.

Financiën.
In het meerjareninvesteringsplan zijn de benodigde investeringen voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud van het vastgoed. Voor het groot onderhoud hebben we een voorziening gevormd.

Wegwerken achterstand onderhoud
November 2020 is de Vastgoednota 2020 en het Beheerplan vastgoed vastgesteld door uw raad. Daarmee is budget beschikbaar gesteld voor planmatig onderhoud en het wegwerken van de achterstand in het onderhoud. Begin 2021 is een uitvoeringsplan opgesteld voor de onderhoudswerkzaamheden van 2021- 2022 waarbij het wegwerken van de achterstand in het onderhoud is meegenomen. In 2021 is met de uitvoering van het groot onderhoud  65% van de achterstanden ingelopen. Bepaald vastgoed heeft voorrang gekregen voor het uitvoeren van het onderhoud. Zo is bij begraafplaatsen het onderhoud voor 100% uitgevoerd, hierbij zijn alle achterstanden ingelopen.
Daarnaast hebben we als uitgangspunt aangehouden om bij de gebouwen waarbij het nodig was, het schilderwerk zo snel mogelijk uit te laten voeren, mede omdat objecten dan snel opknappen en om verdere houtrot schades te voorkomen, dit is grotendeels gelukt. Daarnaast hebben we bij veel meer accommodaties dan gepland de achterstand in het onderhoud wegwerkt.
Bij het uitvoeren van het grote onderhoud hebben we direct de kleine verduurzamingsmaatregelen meegenomen. Zo zijn bijvoorbeeld objecten met enkel glas direct voorzien van dubbel glas tijdens de schilderwerkzaamheden.

Beheer drinkwaterinstallatie.

In het eerste half jaar van 2021 hebben wij risicoanalyse van de drinkwaterinstallaties in verschillende gebouwen laten uitvoeren. De geconstateerde tekortkomingen aan de drinkwaterinstallaties zijn hiermee inzichtelijk gemaakt. Na een voorbereidingsperiode van enkele maanden zijn wij in december 2021 gestart met herstellen van de tekortkomingen naar aanleiding van de risicoanalyses. Naar verwachting zullen de herstelwerkzaamheden vóór 1 april 2022 aan ons worden opgeleverd.
Naast het herstellen van de tekortkomingen is het beheer van de drinkwaterinstallaties opgezet. Dit betekend dat wij jaarlijks de keerkleppen in de drinkwaterinstallaties laten inspecteren en watermonsters van het drinkwater laten analyseren. Daarnaast worden de drinkwaterinstallaties wekelijks op een professionele wijze gespoeld en wordt tijdens het spoelen diverse meetgegevens geregistreerd in een digitaal logboek. Hiermee voldoen wij aan de zorgplicht op het gebied van drinkwaterveiligheid.

Financiering

Inleiding

De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en vertaald in het Treasurystatuut Gemeente Stichtse Vecht 2020. De paragraaf Financiering bij de jaarrekening geeft inzicht in de wijze waarop de gemeente met haar financiële middelen is omgegaan.

Financieren en beleggen

Op het gebied van financieren en beleggen stelt de Wet fido de volgende beleidsmatige richtlijnen:

  1. Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan uit hoofde van de publieke taak.
  2. Het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen hebben een prudent karakter en is primair niet gericht op het genereren van extra inkomsten.

Het financieringsbeleid is in 2021 binnen de kaders van de Wet fido uitgevoerd.

Ontwikkeling leningportefeuille

In 2021 is er geen langlopende geldlening aangetrokken. Per 31 december 2021 is de leningportefeuille opgebouwd uit 17 langlopende geldleningen. De totale restschuld bedraagt ruim € 80,5 miljoen.

Oorspronkelijke hoofdsom Restant hoofdsom
Leningportefeuille per 1 januari 2021 150.602.397 92.942.932
Af: aflossing lopende contracten 2021 -12.422.038
Leningportefeuille per 1 januari 2022 150.602.397 80.520.894

Renteschema

Renteschema
Externe rentelasten over korte en lange financiering 853.364
Af: externe rentebaten -69.683
Totaal door te rekenen externe rente 783.681
Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -6.297
Af: rentelasten doorverstrekte leningen aan woningcorporaties (toerekenen aan betreffend taakveld) 20.585
Bij: rentebaten doorverstrekte leningen aan woningcorporaties (toerekenen aan betreffend taakveld) -20.585
Saldo door te rekenen externe rente 777.384
Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag) -1.141.004
Renteresultaat 2021 -363.620

Risicobeheersing

De Wet fido bevat instrumenten die de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen moeten beperken. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de introductie van respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen en beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op kortlopende geldleningen te beheersen. De limiet is gesteld op een percentage van 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet voor 2021 is berekend op € 12,1 miljoen.  In 2021 is de limiet niet overschreden.

Kasgeldlimiet 2021 Q1 - 2021 Q2 - 2021 Q3 - 2021 Q4 - 2021
Omvang begroting (stand primaire begroting) 142.199.416 142.199.416 142.199.416 142.199.416
Grondslagpercentage 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
Toegestane kasgeldlimiet 12.086.950 12.086.950 12.086.950 12.086.950
Rekening-courant 607.614 728.493 192.453 162.334
Kortlopende financiering: kasgeldleningen o/g -10.000.000 -10.000.000 -10.000.000 -11.666.667
Kortlopende uitzettingen: schatkistbankieren (SKB) 13.518.867 9.702.889 9.786.751 3.249.862
Kortlopende uitzettingen: decentrale overheden - - - -
Overschrijding (-) / onderschrijding (+) 16.213.431 12.518.332 12.066.154 3.832.479

Renterisiconorm
De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm vormt een kader voor een adequate spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille, met als doel de portefeuille zodanig op te bouwen dat renterisico’s door renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate zijn beperkt.

De norm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal en voor 2021 berekend op € 28,4 miljoen. In 2021 is voldaan aan de vereisten van de renterisiconorm.

Renterisiconorm 2021 (bedragen x 1.000)
1 Berekening renterisico
1a Renteherzieningen -
1b Betaalde aflossingen 12.422
A Renterisico (A+B) 12.422
2 Berekening renterisiconorm
2a Begrotingstotaal 142.199
2b Percentage 20%
B Renterisiconorm 28.440
Toets (B - A)
B Renterisiconorm 28.440
A Renterisico 12.422
Ruimte (+) 16.018

Bedrijfsvoering

Inleiding

Wij willen een organisatie zijn die voortdurend verbetert en vernieuwt. Een organisatie die nadenkt over wat beter kan en hoe de kwaliteit van onze medewerkers zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Dit vraagt een goed functionerende bedrijfsvoering die blijvend kan voldoen aan de ontwikkelingen in de markt.

Ontwikkeling organisatie

In het kader van de doorontwikkeling van de organisatie hebben we in 2021 opvolging gegeven aan het analyserapport 'Van goed naar beter'. Concreet zijn we per 1 november 2021 gestart met de nieuw ingerichte organisatie. De directie heeft managers geplaatst en is een externe werving gestart voor directeuren en managers voor posities die niet waren gevuld. Met zorg heeft de directie een vervolgproces voor niet geplaatste managers uitgevoerd. Om uitvoering te geven aan het doel van de doorontwikkeling en de drie bewegingen zijn werkgroepen gestart met de onderwerpen klantgerichtheid, opgavegericht werken, bedrijfsvoering, projectmatig en programmatisch werken, samenlevingsgericht werken, cultuur en inkoop, aanbesteding en contractmanagement. Vanaf september 2021 bent u maandelijks door de burgemeester, de wethouder P&O en de gemeentesecretaris bijgepraat over de doorontwikkeling. 

Stichtse Vecht 2020 DOE !

Met de doorontwikkeling van de organisatie is de organisatievisie DOE! is niet langer actueel. 'Van Goed naar Beter' is het nieuwe uitgangspunt. Een toelichting hierop is te lezen onder het kopje 'Organisatieontwikkeling'.

Innovatie

In 2021 hebben we nieuwe vormen van participatie onderzocht en ook ingezet. In verband met de voortdurende coronamaatregelen bleek het in 2021 niet mogelijk om  vorm te geven aan het vergroten van ons innovatievermogen.

Opleidingsprogramma

In maart 2021 hebben we het opleidingsprogramma opnieuw geprioriteerd vanwege COVID-19 en capaciteitsproblematiek. Door de her-prioritering zijn er geen agressiepreventie-trainingen georganiseerd. Door de hele organisatie zijn schrijfcoaches actief om duidelijke taal te bevorderen. Er zijn voorbereidingen getroffen voor het opzetten van de leerlijn Omgevingswet. Enkele medewerkers van het team Omgeving en Vergunningen hebben online workshops gevolgd over het opstellen van bestemmingsplannen en omgevingsplannen. De workshops integriteit en ceremonies voor het afleggen van de ambtseed/belofte hebben doorlopend plaatsgevonden. Er is een pilotgroep gestart voor het schrijven van college- en raadsvoorstellen en er zijn online workshop georganiseerd over politiek bewustzijn. Door het inzetten van online workshops en trainingen zijn de geplande trainingen door gegaan. Waar nodig hebben medewerkers hebben medewerkers Vakgerichte opleidingen gevolgd. 

Human Resources

Arbeidsmarktcommunicatie

In 2021 is de Werken bij Stichtse Vecht website live gegaan om onze vindbaarheid te vergroten en doelgroepen beter te kunnen bereiken.  Ook is ingezet op jobmarketing  om te onderzoeken waar onze doelgroepen zich bevinden en daar gericht te publiceren op basis van maatwerk per vacature. In Binnenlands Bestuur editie Jong en Ambtenaar is campagne gevoerd om Stichtse Vecht als aantrekkelijk werkgever in de spotlights te zetten en zijn er eigentijdse wervingsvideo's opgenomen om kandidaten te enthousiasmeren voor managementfuncties en vacatures binnen het sociaal domein.

De voortdurende krapte op de arbeidsmarkt maakt dat er in 2022 geïnvesteerd moet blijven worden om als werkgever zichtbaar, onderscheidend en aantrekkelijk te zijn.  Actieve arbeidsmarktbenadering en doelgroepenanalyses evenals wervende vacatures en actieve profilering op en benadering via LinkedIn  moeten hieraan bijdragen. Daarnaast komt er extra aandacht voor Binden en Boeien om menselijk kapitaal aan te trekken en voor de organisatie te behouden.

Hybride werken

Sinds maart 2020 werken medewerkers hoofdzakelijk vanuit huis als gevolg van de coronacrisis. Ook in 2021 heeft deze trend zich voortgezet met periodes waarin in zeer beperkte mate en aantallen op kantoor gewerkt kon worden. Deze twee jaar durende thuiswerksituatie heeft na de coronacrisis landelijk geleid tot een fundamentele verandering in de manier van werken:  het hybride werken, waarbij men deels op kantoor en deels thuis werkt.

Het hybride werken is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Werkgevers bereiden zich in snel tempo voor op deze nieuwe vorm van werken, zo ook Stichtse Vecht. Dit vraagt om aanpassingen in de cultuur en het leiderschap van de organisatie (zachte criteria) en in de faciliteiten en regelingen (harde criteria).  Als werkgever hebben wij de verantwoordelijkheid en plicht om samen met de medewerker een gezonde werkplek te creëren, ook thuis. Investeren in thuiswerkfaciliteiten is komend jaar dan ook heel belangrijk. De besparing op de reiskosten woon-werkverkeer en dienstreizen zetten we in voor thuiswerkfaciliteiten in bruikleen. Dit is in 2021 gestart en loopt door in 2022.

Capaciteitsvraagstuk
Vanuit het Addendum op het Collegewerkprogramma is in 2021 eenmalig een budget beschikbaar gesteld om de urgente knelpunten in de ambtelijke organisatie op te lossen en de dienstverlening op onderdelen te versterken. Daarnaast wordt in 2022 verder onderzocht wat nodig is om structureel de ambtelijke capaciteit en het strategisch vermogen te versterken en in balans te brengen. Daarbij is eveneens aandacht voor de kritische functies in de organisatie.

Vitaliteit en verzuim

Stichtse Vecht zag in 2021 het verzuim stijgen als gevolg van corona, hoge werkdruk, ondercapaciteit en een hoog verloop. In 2022 zal daarom enerzijds extra aandacht zijn voor het terugdringen van verzuim (beheersen) en anderzijds het vergroten van de vitaliteit en het werkgeluk van medewerkers (preventief).

Loonsom organisatie

Op 3 november 2021 hebben de LOGA-partijen (Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden) een principeakkoord afgesloten over de uitwerking van de afspraken in het akkoord Cao Gemeenten 1 januari 2021 – 1 januari 2023 die worden opgenomen in de Cao Gemeenten en Cao SGO. Alle partijen hebben ingestemd met dit principeakkoord, waarmee het cao-akkoord op 27 januari 2022 definitief is geworden. De belangrijkste punten  uit het akkoord zijn:

  • Per 1 december 2021 een verhoging van de salarissen met 1,5%. Per 1 april 2022 volgt een verhoging van 2,4%.
  • Een eenmalige uitkering per december 2021 van € 1.200 bruto op basis van een voltijdsdienstverband. De uitkering bestaat uit een eenmalige uitkering van € 900 bruto en een coronaonkostenvergoeding van € 300 bruto. De eenmalige uitkering geldt voor medewerkers die op peildatum 3 november 2021 in dienst zijn.

Deze wijzigingen hebben geen nadelige financiële gevolgen.

In onderstaande tabel geven we een inzicht in de loonsomontwikkeling 2021 inclusief inhuur extern personeel. 


TABEL VOLGT


Zoals in de tabel is te lezen  hebben wij in 2021 de loonsom met  € 2.665.053,02 overschreden.

De druk op de organisatie is onverminderd hoog. Dit heeft te maken met de hoeveelheid vacatures die openstaat, het oplopende ziekteverzuim, maar ook met de relatief lage formatie van de ambtelijke organisatie en de relatief hoge ambities.

Om de werkdruk te verlagen werd aan de ene kant gekeken naar de herprioritering van taken en aan de andere kant werd (tijdelijke) capaciteit geworven. In het raadsvoorstel ‘Prioritering werkzaamheden’ (VB/21/97150 – 11 mei 2021) hadden wij aangegeven dat we tot maximaal 5% extra op het personeelsbudget verwachten in te moeten zetten om onze dienstverlening aan inwoners en ondernemers op pijl te houden. Dit zou neerkomen op een overschrijding van maximaal € 1,5 miljoen als gevolg van inhuur. 

Het is algemeen bekend dat de arbeidsmarkt overspannen is en het daardoor lastig blijkt om mensen te werven. Ook het afgelopen jaar zijn door personeelsverloop extra vacatures ontstaan. Bij de Bestuursrapportage 2021  hadden wij de verwachte overschrijding, gebaseerd op de beschikbare informatie op dat moment, naar € 600.000 bijgesteld. In de tweede helft van het jaar hebben we meer gebruik moeten maken van externe inhuur dan wij ten tijde van de Bestuursrapportage hadden voorzien. Het percentage inhuur ten laste van de loonsom geeft een richtlijn voor hoeveel we inhuren. Voor 2021 bedraagt dit 21,14%. Een ruime stijging ten opzichte van de afgelopen jaren.

Mede op advies van uw raad zijn we volop bezig met het werven van vast personeel. Om dit te realiseren hebben we eind 2021 een extra recruiter aangenomen en is in het najaar van 2021 de werkenbij-website gelanceerd.  

 

 

Inkoop- en aanbesteding

We investeren in 2021 verder in de ontwikkeling van de inkoopfunctie binnen de hele gemeente. Dit doen wij door het toevoegen van contractmanagement en -beheer. Het inkoopadvies blijft centraal belegd. We intensiveren de samenwerking tussen inkoopadviseurs, contractmanagers en inkopers op de domeinen.
Belangrijke speerpunten voor het komende jaar zijn:

  • Stimuleren van lokale economie door, waar mogelijk, bij enkelvoudig onderhandse procedures de opdracht lokaal een-op-een te gunnen.
  • Proberen om bij meervoudig onderhandse procedures één lokale ondernemer deel te laten nemen aan de procedure wanneer drie partijen worden uitgenodigd en twee lokale ondernemers bij vijf partijen.
  • Duurzaamheid en Social Return (SROI) staan hoog in het vaandel. Door een SROI-officer binnen het Sociaal domein aan te trekken, die de naleving van SROI-afspraken bewaakt, kunnen we de ondernomen activiteiten van de opdrachtnemer beter monitoren.
  • Sinds medio september 2020 richt een nieuw team van inkoopadviseurs zich samen met de domeinen op het verder professionaliseren van de inkoopfunctie. Inkopen en aanbestedingen moeten aan de eisen van de rechtmatigheidsverklaring voldoen.

In augustus 2021 is een doorstart gemaakt om het inkoopproces te optimaliseren. Het verbeterproces is weerbarstig  vanwege een te laag kennis niveau waarbij de organisatie onbewust onbekwaam is. De samenwerking binnen inkoop is onvoldoende, en er is geen contractmanagement . De functie van SROI officer is niet ingevuld, er is geen eenduidig beleid en geen aanpak m.b.t. de lokale economie. Een inkoopplanning ontbreekt. Het gevolg is dat er geen of onvoldoende overzicht en inzicht is, met als resultaat onrechtmatige aanbestedingen. De werklast is hoog. Er is een verbeterplan opgesteld. Eind 2021 is er inspanning verricht om de bezetting op niveau te krijgen. Dat zal begin 2022 het geval zijn. 

Informatisering en Automatisering

Wij hebben geconcludeerd dat de koppeling van de taakapplicatie binnen het Sociaal domein met het huidige DMS onvoldoende werkt. We kunnen op deze manier de cliëntendossiers kwalitatief niet goed digitaliseren. Na een evaluatie en een aanpassing van strategie en beleid hebben wij besloten de cliëntendossiers met de taakapplicatie zelf te gaan digitaliseren.  

In het kader van de doorontwikkeling van de organisatie hebben we de Europese aanbesteding telefonie (de vaste en mobiele lijnen) uitgesteld naar 2022.

We hebben het werkplekconcept herontworpen om moderne vormen van digitaal samenwerken, waaronder videovergaderen, mogelijk te maken. We zijn gestart met ontwikkeling en testen en willen in de eerste helft van 2022 in productie. We hebben een aanbesteding gedaan voor de vervanging van de hardware van de ICT-werkplek.

Informatiebeleid en –beheer

Het verbeterplan informatiebeheer is in 2020 geactualiseerd; we noemen hier de meest belangrijke gerealiseerde componenten:

  • het kwaliteitsysteem is opgesteld en afgerond in 2021 en wordt in 2022 vastgesteld en geimlementeerd;
  • de Archiefverordening , het Besluit Informatiebeheer en het Aanwijzingsbesluit Informatiebeheer zijn in 2021 vernieuwd en vastgesteld en vormen een onderliggend kader om het archief in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen. Door deze herijking van bestaand beleid wordt voldaan aan relevante wetgeving, waaronder Archiefwet;
  • een nieuw Handboek vervanging & Vervangingsbesluit , waarmee de huidige hybride vorm van informatiebeheer kan worden stopgezet en werkprocessen volledig digitaal kunnen worden ingericht / verlopen. Papieren documenten mogen volgens de eisen uit het handboek, vervangen worden voor digitale reproducties en deze digitale reproducties worden dan als originelen beschouwd;
  • de Visie op informatiebeheer is uitgewerkt;
  • in 2020 is de vervanging van het huidige DMS/zaaksysteem aanbesteed. Het jaar 2021 stond in het teken van de voorbereidingen van de migratie en de implementatie van dit nieuwe Zaaksysteem.nl. Het systeem wordt in 2022 in productie genomen. Hiermee krijgt het informatiebeheer in 2022 een verdere verbeter-impuls.
  • de digitalisering van de bouwdossiers verloopt gestaag. De 1e overbrenging van de bouwdossiers is voorbereid.
  • de bewerking (in opdracht) van het gemeentearchief van voormalig gemeente Maarssen 1990-1999 is afgerond. Dit archief is einde van het jaar overgebracht naar de archiefbewaarplaats van het Regionaal Historisch Centrum Vecht & Venen (RHCVV).

Gegevensbescherming en informatiebeveiliging

Het beschermen van persoonsgegevens heeft een belangrijke plek in onze bedrijfsvoering. Inwoners, medewerkers en andere betrokkenen moeten erop kunnen vertrouwen dat persoonsgegevens volgens de normen van de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) worden beschermd.

Wij werken aan het vergroten van de bewustwording op het gebied van persoonsgegevens en informatieveiligheid. Medewerkers en college zijn getest op alertheid op phishing mails. Daarnaast is er een campagne gestart om bewustwording op het gebied van persoonsgegevens en informatieveiligheid te vergroten met beveiligingsexpert Sir Askalot. Ook zijn medewerkers over informatieveiligheid en de AVG geïnformeerd via berichten op het intranet onder de naam Ben Bewust, presentaties in teamoverleggen en via onze daarvoor bestemde (fysieke) muur. In samenwerking met team Data is er in februari 2021 een digitale escaperoom beschikbaar gesteld over het veilig omgaan met gegevens.

Er heeft geen (structurele) opvolging plaatsgevonden of maatregelen ook daadwerkelijk zijn toegepast door teams om datalekken te voorkomen. 

Afgelopen jaar laat zien dat informatiebeveiliging en gegevensbescherming steeds belangrijker worden voor gemeenten. Besef, prioritering van risico’s en verhoging van de digitale weerbaarheid zijn hierin belangrijk. Beveiligingsmaatregelen bestaan uit technische en organisatorische maatregelen. Technische maatregelen betreffen de wijze waarop de ICT (de techniek) is ingericht. Organisatorische maatregelen hebben bijv. te maken met procedures en verantwoordelijkheden. Veel is al ingericht, volgens de BIO, maar er blijft altijd ruimte voor verbetering.

Controle op de naleving van het informatieveiligheidsbeleid vindt jaarlijks plaats via de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) zelfevaluatie. De uitkomst van de ENSIA zelfevaluatie is getoetst door een auditor in het voldoen, in opzet en bestaan aan beheersingsmaatregelen van geselecteerde informatiebeveiligingsnormen voor DigiD en Suwinet. Het resultaat van de toetsing is een ‘goedkeurend oordeel’.

In 2021 zijn we gestart met een onderzoek of we kunnen aansluiten op GGI-veilig (Gemeenschappelijke Gemeentelijke Infrastructuur). Het implementeren van GGI-veilig (SIEM/SOC) diensten heeft zowel technische, organisatorische als financiële consequenties. De uitkomst van dit onderzoek is verwerkt in een voorstel. Dit voorstel is erop gericht om de gemeente voldoende onderbouwing te geven waarop een besluit kan worden genomen of het implementeren van SIEM/SOC  (Security Information & Event Management/Security Operations Center) diensten op dit moment voor de gemeente zinvol is of niet.

SIEM/SOC is een actieve monitoring en responsedienst  voor het bewaken van gedrag en acties op het eigen bedrijfsnetwerk.

Onderzoeksprogramma

Voor het doen van onderzoeken kennen wij de Verordening doelmatigheids- en doeltreffendheidonderzoek gemeente Stichtse Vecht. De organisatieontwikkeling en de prioritering van activiteiten zijn van invloed geweest op het al dan niet uitvoeren van onderzoeken. In 2021 is het Verbijzonderde Interne Controleplan en de ENSIA en DigiD-audit uitgevoerd. Het in 2020 uitgevoerde interne onderzoek naar het verloop van de herinrichting Herenweg-Gageldijk is in 2021 aangevuld en met het college en de raad gedeeld. 

Integriteit

Integer handelen is van groot belang voor het vertrouwen van inwoners en bedrijven in het functioneren van bestuur en organisatie. Het werken aan integer handelen kent drie aspecten:

  1. Een transparante stijl van besturen. Nadat het in 2020 de raadsconferentie over integriteit niet kon doorgaan in verband met coronamaatregelen, was het in 2021 wel mogelijk om het de raad stil te staan bij integriteit. Ook konden in 2021 de dilemmatrainingen voor medewerkers in 2021 weer digitaal worden opgestart nadat dit in 2020 stil had gelegen.
  2. Beschermen van mensen tegen mogelijke integriteitsrisico’s in hun werk. Het protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers is in 2021 geëvalueerd. Op basis van de evaluatie wordt aan de nieuwe raad een geactualiseerd Protocol aangeboden.
  3. Handhaven van de regels en onderzoek doen als sprake is van een vermeende schending van onze integriteitsafspraken. In 2021 is er zowel een bestuurlijke rapportage uitgebracht over  integriteit als een rapportage over de organisatie over het verslagjaar 2020. Het verslag over het jaar 2021 volgt in de loop van 2022. 

Overheadkosten 2021

Begroting 2021 incl. wijzigingen Rekening 2021 Saldo 2021 Regulier 2021 Corona 2021
Bedrijfsvoering
Huisvesting organisatie 756.985 834.793 -77.808 -77.808
Facilitaire zaken 453.914 404.555 49.359 49.359 -
Archief 251.002 176.285 74.717 74.717 -
Communicatie 173.893 134.154 39.739 39.739 -
Financien 39.944 45.240 -5.296 -5.296 -
Informatisering & Automatisering 3.880.740 3.601.258 279.482 400.895 -121.413
Juridische Zaken 458.938 450.724 8.214 8.214 -
Organisatie 377.204 370.608 6.596 6.596 -
Human Resource Management 753.871 729.764 24.107 24.107 -
Audit 51.551 38.219 13.332 13.332 -
Centrale dienstverlening 27.912 - 27.912 27.912 -
Bedrijfsvoering Sociaal domein 42.541 67.405 -24.864 -24.864 -
Totaal bedrijfsvoering 7.268.495 6.853.008 415.487 536.900 -121.413
Personeelslasten
Loonsom overhead 11.981.923 13.665.444 -1.683.521 -1.176.335 -507.186
Indirecte personeelslasten 488.121 487.299 822 822 -
Totaal personeelslasten 12.470.044 14.152.743 -1.682.699 -1.175.513 -507.186
Eindtotaal 19.738.539 21.005.751 -1.267.212 -638.613 -628.599

Huisvesting organisatie
Het afgelopen jaar hebben we veel problemen gehad met de verwarming, met diverse dure reparaties aan de installaties als gevolg. Door diverse storingen aan de elektrische deuren hebben we uiteindelijk de aandrijving moeten vervangen. Dit levert een overschrijding op van € 77.808.

Facilitaire zaken
We hebben een voordeel behaald van € 50.286 op facilitaire kosten. Denk hierbij aan kantoorartikelen, porto en drukwerk. Er wordt steeds meer digitaal verwerkt waardoor we hiervoor minder kosten maken.

Digitalisering archief
Diverse geplande acties hebben geen doorgang kunnen vinden vanwege het niet kunnen inzetten van personele inzet met specialistische kennis. Dit levert in 2021 een voordeel op van € 74.717. Wel zijn de voorbewerkte dossiers gedigitaliseerd (gescand). In 2022 willen we de geplande activiteiten inhalen.

Informatisering & Automatisering
In het kader van de doorontwikkeling van de organisatie 'van goed naar beter' zijn dit jaar geen aanvullende diensten of software aangeschaft. Daarnaast zijn wegens corona enkele softwareprojecten on hold gezet of later opgestart dan gepland. Ook de aanbesteding voor telefonie en migratie naar de cloud hebben hierdoor vertraging opgelopen en hiervoor zijn ook minder kosten gemaakt. Per saldo levert dit een voordeel op van € 279.482 in 2021.

Loonsom overhead
Zie hiervoor de analyse onder het kopje “ loonsom organisatie”.

Corona
Om ons personeel te voorzien van thuiswerkfaciliteiten hebben we voor € 121.413 aan corona gerelateerde kosten gemaakt in 2021. Dit betreft met name werkplekvoorzieningen zoals bureaus en stoelen en ICT.
Vanwege corona is ook extra personeel ingehuurd. Dit zorgt voor een nadeel van € 507.186 op de loonsom, met name verklaard door extra inzet binnen het team sociaal domein. 
 

Verbonden partijen

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in de verbonden partijen waarin de gemeente Stichtse Vecht deelneemt. Van een verbonden partij is sprake als de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang bij een  privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie heeft. Deelname aan verbonden partijen is een manier om een  publiek belang te dienen of een bepaalde publieke taak uit te voeren. 
Van een bestuurlijk belang is sprake wanneer de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Van een financieel belang is sprake als de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt raakt in geval van faillissement van de verbonden partij of wanneer de gemeente voor een bedrag aansprakelijk kan worden gesteld indien de verbonden partij zijn verplichtingen niet nakomt. Verbonden partijen zijn deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen, stichtingen of verenigingen.

De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in:
•    Het beleidskader
•    De lijst verbonden partijen, onderverdeeld naar categorieën, waarin de volgende onderdelen zijn vermeld:

o    De wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt.
o    Het belang en aandeel in de begroting dat de gemeente in een verbonden partij heeft.
o    De omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van 2021.
o    De (verwachte) omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij.

Beleid
Het beleidskader voor de verbonden partijen is opgenomen in de nota Verbonden partijen. De nota is een richtinggevend document met afspraken voor het oprichten van, de deelname aan en het beëindigen van verbonden partijen alsmede de sturing en control daarvan in het algemeen. Afwegingen om tot een verbonden partij toe te treden zijn:
•    het verhogen van de kwaliteit van beleid, uitvoering en/of dienstverlening in relatie tot de ambitie;
•    het voorkomen van formatieve kwetsbaarheid zodanig dat kwaliteit, continuïteit en beschikbaarheid van de dienstverlening is gegarandeerd;
•    het beheersen en/of besparen van kosten;
•    door samenwerking worden resultaten bereikt die de gemeente zonder deze samenwerking niet zou bereiken;
•    het vergroten van bestuurlijke en organisatorische slagkracht en 
•    het spreiden van risico’s.

Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
De Wet gemeenschappelijke regelingen regelt dat gemeenten, provincies en waterschappen kunnen samenwerken in publiekrechtelijke verbonden partijen, zoals een GR of een bedrijfsvoeringsorganisatie.  Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De nieuwe Wgr, die de politieke verantwoording en de controlerende rol van gemeenteraden beoogt te versterken,  zal naar verwachting vanaf 1 juli 2022  inwerking treden.  

Overzicht verbonden partijen
Op de programma’s zijn de verbonden partijen aangegeven die bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente. In deze paragraaf komen het algemeen belang en de voorgeschreven (financiële) gegevens op grond van de BBV (Besluit begroting en verantwoording) per verbonden partij aan de orde. Daarbij zijn eerst beknopt het doel en, voor zover van toepassing, relevante ontwikkelingen per partij beschreven, waarna een overzicht met de gegevens volgens de BBV volgt. Indien sprake is van materiële risico’s die niet of onvoldoende door een verbonden partij zelf met maatregelen zijn ondervangen, hebben wij deze meegenomen in paragraaf 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het beleid voor de sturing op financiële risico’s is uitgewerkt in de nota Verbonden partijen. 

Bij de financiële gegevens merken wij op dat voor zover ten tijde van het opstellen van deze paragraaf beschikbaar, in het overzicht de cijfers uit de Jaarrekening 2021 van een verbonden partij zijn overgenomen. In andere gevallen zijn de laatst bekende financiële cijfers opgenomen. In de tabellen is met verwijzingen weergegeven waaruit de cijfers zijn overgenomen (1. Definitieve jaarcijfers 2021, 2. Voorlopige jaarcijfers 2021, 3. Laatst beschikbaar gestelde cijfers over 2021 (bijv. uit Managementrapportage of begrotingswijziging), 4. Definitieve jaarcijfers 2020, 5. Begroting 2021 of Nnb Nog niet bekend).

Naast de informatie in deze paragraaf is de raad gedurende het jaar tevens op reguliere cyclusmomenten via de P&C-documenten van de verbonden partijen geïnformeerd. 

Overzicht verbonden partijen

1.1 Gemeenschappelijke Regelingen

Verbonden Partijen – A-categorie (bedragen x € 1.000,-)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen vermogen (begin ‘21 - eind ‘21) Vreemd vermogen (begin ‘21 - eind ‘21) Financieel resultaat (eind 2021) Bijdrage SV 2021
Veiligheidsregio (VRU) 2) Burgemeester AB: stemrecht steminvloed 6% € 17.732 - € 47.179 - € 3.102 € 3.870
Aandeel in totale begroting: 3,8% € 23.237 € 62.708
Plassenschap Loosdrecht e.o. 2) Collegelid, Raadsleden AB en DB: stemrecht Steminvloed: 20% € 1.448 - € 2.605 - € 410 € 246
Aandeel in totale begroting: 18% € 1.448 € 2.605
Recreatieschap Stichtse Groenlanden 2) Raadslid, Collegelid AB en DB: stemrecht Steminvloed 12% € 4.788. - € 3.562 - € 1.108 € 165
Aandeel in totale begroting: 5,5% € 4.788 € 3.562
Omgevingsdienst Regio Utrecht (OdrU) 2) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% € 1.158 € 7.864 € 770 € 1.721
Aandeel in totale begroting: 9% € 1.708 € 3.334
GGD regio Utrecht (GGDrU) 2) Collegelid AB: stemrecht steminvloed 6% € 5.143 € 35.524 € 565 € 2.546
Aandeel in totale begroting: 5,2% € 4.113 € 49.258

A-categorie

Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2
Binnen de VRU werken de 26 Utrechtse gemeenten samen op het gebied van brandweerzorg, (gemeentelijke) crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening om zo te komen tot een veiligere regio Utrecht. Nadere toelichting over de majeure projecten is te vinden in programma 2 Veiligheid.

Plassenschap Loosdrecht e.o. – Programma 3
De deelnemers van het Plassenschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De regio Utrecht groeit en hiermee wordt de vraag naar recreatieve voorzieningen groter. Het Plassenschap staat voor de uitdaging om eigentijdse recreatieve voorzieningen aan te bieden die voor iedereen toegankelijk zijn. Deze opgave komt onder druk te staan doordat de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland het financieel perspectief heeft moeten bijstellen. Ook ondervindt het Plassenschap inkomstenderving als gevolg van de coronacrisis. Het Plassenschap werkt onder meer hierdoor in 2021 door op basis van de begroting 2020. Daarbij betaalt het Plassenschap jaarlijks een bijdrage voor deelname aan het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. In 2021 is een besluit genomen over de opheffing van Recreatie Midden-Nederland en de omvorming van Het Plassenschap en Recreatieschap De Stichtse Groenlanden. De uitwerking van de plannen zal in 2022 plaatsvinden en per 1 januari 2023 worden doorgevoerd.

Recreatieschap Stichtse Groenlanden – Programma 3
De deelnemers van het recreatieschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De regio Utrecht groeit en hiermee wordt de vraag naar recreatieve voorzieningen groter. Het recreatieschap staat voor de uitdaging om eigentijdse recreatieve voorzieningen aan te bieden die voor iedereen toegankelijk zijn. Evenals bij het Plassenschap Loosdrecht staat ook bij het recreatieschap deze opgave onder druk door bijstelling van het financieel perspectief. Ook het recreatieschap ondervindt inkomstenderving als gevolg van de coronacrisis. Het gevolg voor het recreatieschap is dat de ambities worden bijgesteld. In 2021 werkt het recreatieschap door op basis van de begroting 2020 en wordt een besluit genomen over de toekomst van Recreatie Midden-Nederland. In 2021 is een besluit genomen over de opheffing van Recreatie Midden-Nederland en de omvorming van Het Plassenschap en Recreatieschap De Stichtse Groenlanden. De uitwerking van de plannen zal in 2022 plaatsvinden en per 1 januari 2023 worden doorgevoerd.

Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) – Programma 3
De Omgevingsdienst Regio Utrecht voert voor 15 gemeenten adviserende en uitvoerende taken uit op de gebieden van omgeving, milieu en duurzaamheid. ODRU heeft in 2021 verder gewerkt aan de koers die in het koersdocument is opgenomen. De ODRU heeft zich in 2021 voorbereid op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het uitstel van deze wet zal het programma Omgevingswet ook verder doorschuiven. In 2021 zijn de dienstverleningsovereenkomsten van 2 deelnemende gemeenten aanzienlijk verlaagd in uren vanwege de teruggave van extra taken, wat van invloed is op het resultaat. De ODRU heeft in 2021 een extra inzet gedaan op kostenbesparing, waarvan de eerste resultaten reeds te zien zijn in 2021.

GGD regio Utrecht (GGDrU) – Programma 4
Het doel van de GGDrU is het bevorderen van de volksgezondheid en het beschermen van de volksgezondheid door het verrichten van preventieve interventies. De GGDrU heeft vanuit haar wettelijke taak op het gebied van infectiebestrijding een grote rol in de bestrijding van het coronavirus. Ook in 2021 was hier veel inzet op nodig. 

1.2 Gemeenschappelijke Regelingen

Verbonden Partijen – B-categorie (bedragen x € 1.000)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘21– eind ‘21) Vreemd vermogen (begin ‘21 – eind ‘21) Financieel resultaat (eind 2021) Bijdrage SV 2021
Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen 5) Burgemeester AB: stemrecht Steminvloed 25% € 75 - € 100 - Incl. mutaties reserves €0 € 426
Aandeel in totale begroting: 37,6% € 87 € 100 Excl. mutaties reserves - €10
Afval Verwijdering Utrecht (AVU) 2) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% € 696 - € 16.642 € 0 € 2.595
Aandeel in totale begroting: 5,2 % € 802 € 14.225
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) 1) Burgemeester DB: stemrecht Steminvloed 6% € 488 € 4.078 € 438 € 955
Aandeel in totale begroting: 6% € 1.101 € 5.297

B-categorie

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) – Programma 1

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) is een samenwerkingsverband met de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De BghU heft en int belastingen namens haar deelnemers en stelt de hoogte van de WOZ-waarden vast voor alle onroerende zaken in deze gemeenten. De gemeente Stichtse Vecht is per 1 januari 2020 toegetreden tot de BghU. In 2021 is het laatste deel van de eenmalige kosten voor ‘Schoon door de poort’ (waaronder het optimaliseren van de bestanden die nodig zijn voor de aanslagoplegging) voldaan. 

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) – Programma 3
De AVU is sinds 1984 de regie- en kennisorganisatie voor de duurzame en kosteneffectieve verwerking van door de Utrechtse gemeenten bij huishoudens ingezamelde afvalstromen. Aflopende contracten worden tijdig aanbesteed, waardoor de meerjarige dienstverlening met betrekking tot de inzameling en de afzet contractueel zijn gewaarborgd. In 2021 is de verwerking van papier/karton opnieuw aanbesteed en per 1 januari 2022 gegund aan Smurfit Kappa BV.  De jaarrekening 2021 laat zien dat de baten en lasten niet significant afwijken van de begroting voor dit jaar. Wel zijn als gevolg van de aanbesteding de lasten voor verwerking van brandbaar afval en gft-afval in vergelijking met 2020 sterk gestegen. De opbrengst van papier/karton is gestegen ten opzichte van 2020.

Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHC) – Programma 5
Het RHCVV heeft een tweeledig doel, te weten (1) het uitvoeren van archiefwettelijke taken voor de aangesloten gemeenten en (2) het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties. In 2021 heeft het RHCVV:

  • een eerste digitaal archief (de Corona-collectie) opgenomen in het e-depot, de wettelijk verplichte digitale archiefbewaarplaats;
  • zich onder meer ingezet op het verhogen van de kwaliteit van dienstverlening en van hun zichtbaarheid;
  • de fusie van gemeente Weesp met gemeente Amsterdam begeleid;
  • in 2021 een onderzoek laten doen naar toekomstige scenario’s van het RHCVV na uittreden van gemeente Weesp, uiterlijk in 2024. De resultaten van dit onderzoek zullen in 2022 worden opgeleverd;
  • acquisitie gepleegd voor de collectie omtrent de in 2020 vastgestelde hotspot Corona.

2. Vennootschappen en coöperaties

Verbonden Partijen – Vennootschappen (bedragen in miljoen €)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘21 – eind ‘21) Vreemd vermogen Financieel resultaat (eind 2021) Bijdrage SV 2021
(begin ‘21– eind ‘21)
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) 1) Collegelid Stemrecht als aandeelhouder € 5.097 - € 5.062 € 155.262 - € 143.995 € 236 0
Netto winst
Vitens 1) Collegelid Stemrecht als aandeelhouder € 559,20 € 1.340,10 € 19,40 0
€ 600,30 € 1.397,80

NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) – Programma 1
De NV Bank Nederlandse Gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank verstrekt krediet tegen lage tarieven waarmee de bank duurzaam bijdraagt aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger, c.q. duurzaam bijdraagt aan de publieke taak. De gemeente Stichtse Vecht bezit 29.523 aandelen in BNG.

Vitens – Programma 5
Vitens verzorgt betrouwbaar en betaalbaar drinkwater. Vitens wint water op een zo kostenefficiënt en duurzame manier. Op basis van het werkelijk in het jaar behaalde financieel resultaat ontvangt onze gemeente dividend. Als gevolg van een verhoogd investeringsniveau om tot een robuuster watersysteem te komen, de solvabiliteitsdoelstelling en de overheidsregulering van de drinkwatersector is de verwachting dat de komende jaren geen dividend wordt uitgekeerd. De gemeente Stichtse Vecht bezit 58.079 aandelen (1% van het totaal).

3 Stichtingen en verenigingen

Verbonden partijen - Stichtingen (bedragen x € 1.000)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘21 – eind ‘21) Vreemd vermogen Financieel resultaat (eind 2021) Bijdrage SV 2021
(begin ‘21 – eind ‘21)
Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC)1) Collegelid Voorzitter Steminvloed 40% € 75 - € 2 - € 9 Maakt deel uit van de bijdrage aan OdrU
€ 84 € 2
Stichting Urgentieverlening West Utrecht 2) Collegelid Stemrecht in AB € 20 - - € -3 € 15
€ 17
Stichting Kansis 2) Collegelid en ambtenaar in de raad van commissarissen Op persoonlijke titel toezicht-houden en o.a. vaststellen van de P&C stukken € 485 - € 600 € 0 € 159 -
Aandeel in begroting: 100%
Stichting Kansis Groen 2) Collegelid en ambtenaar in de raad van commissarissen Op persoonlijke titel toezicht-houden en o.a. vaststellen van de P&C stukken € 474 - € 658 € 0 € 222 -
Aandeel in totale begroting:50%

Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) – Programma 3
De doelstelling van Stichting MEC Maarssen is het organiseren van natuur- en milieu-educatieactiviteiten in onze gemeente, met als belangrijkste doelgroep het basisonderwijs. In 2021 zijn, ondanks de impact van Covid 19, 460 verschillende producten afgenomen (onder andere leskisten voor scholen, excursies, ‘Wilde Bras’ avonturen in de Struintuin en een voorleesactie op de dag van de Duurzaamheid). In totaal zijn hiermee 9.615 leerlingen bereikt.  Daarnaast heeft het MEC circa 1.100 bezoekers gehad.
Het MEC heeft samen met de gemeente het uitdelen van afvalgrijpers aan inwoners gecoördineerd. Er zijn meer dan 150 grijpers opgehaald. Daarnaast zijn er meerdere uitleenpunten in de gemeente gestart en werden diverse opruimacties voor zwerfafval ondersteund.  

Stichting Urgentie commissie West Utrecht (SUWU) – Programma 3
De SUWU is een samenwerking van zes gemeenten in de regio Utrecht West met als doel het beslissen op ingediende aanvragen voor een woonurgentie in het kader van de Huisvestingsverordening. 

Stichtingen Kansis en KansisGroen – Programma 4
De stichtingen Kansis en Kansis groen zijn geen verbonden partijen in de zin van de BBV. Gelet op het belang voor de gemeente zijn ze voor deze jaarrekening opgenomen in deze paragraaf. De stichtingen zijn per 2019 opgericht om de wettelijke taken van de gemeenten op het gebied van de Wsw en de Participatiewet uit te voeren. Dat wil zeggen dat Kansis werkplekken aanbiedt aan inwoners met een Wsw indicatie (Wet sociale werkvoorziening) of nieuw Beschut werk.. In 2021 is de samenwerking met Kansis voor de brede doelgroep van de Participatiewet verder geïntensiveerd. Er heeft onderzoek plaatsgevonden op welke wijze de gemeente samen met Kansis kan bouwen aan een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf. Dit wordt in 2022 nader uitgewerkt. De komende jaren willen we in ieder geval meer diensten van Kansis afnemen voor de brede doelgroep van de Participatiewet en de nieuwe Wet inburgering. Ook zijn voorbereidingen getroffen om de bij de Werk, Inkomen en Lekstroom ondergebrachte werkgeverstaken voor de Wsw’ ers vanaf 2023 bij Kansis onder te brengen.

Grondbeleid

Inleiding

In de verplichte paragraaf Grondbeleid komt elk jaar aan bod hoe onze gemeente het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. Het beleid van de gemeente is vastgelegd in de Nota grondbeleid en Nota kostenverhaal. 

Nota grondbeleid

In de Nota grondbeleid staan de beleidsuitgangspunten van het grondbeleid van onze gemeente. De beleidsuitgangspunten zijn bedoeld om per locatie of project te bezien voor welke vorm van grondbeleid we kiezen. Per project maken we een afweging of de wij de grond zelf in ontwikkeling nemen of dat we de afwikkeling gedeeltelijk dan wel geheel overlaten aan een marktpartij. Hiervoor is een afwegingskader beschreven waarbij geoordeeld wordt of het initiatief wenselijk is, of het financieel haalbaar is, of de financiële risico’s ten opzichte van de financiële middelen acceptabel zijn en of voldoende kennis en capaciteit binnen de onze gemeente beschikbaar is.
Wij kiezen ten aanzien van het te voeren grondbeleid voor maatwerk en marktwerking. In de praktijk zal dit betekenen dat de wij overwegend een faciliterend grondbeleid zal voeren.

Nota kostenverhaal

Met de Nota kostenverhaal wordt de wettelijke plicht gewaarborgd dat de gemeente de kosten verhaalt die gemaakt worden bij ruimtelijke ontwikkelingen die vanuit de markt geïnitieerd worden. De gemeente treedt hierbij faciliterend op.

De gemeente zet actief in op het afsluiten van anterieure overeenkomsten ten aanzien van het kostenverhaal. Uitsluitend indien de privaatrechtelijke route niet leidt tot (voldoende) resultaat, zal de gemeente een exploitatieplan vaststellen. Het exploitatieplan vormt zodoende slechts ‘de stok achter de deur’, precies zoals de wetgever bedoeld heeft. Doorgaans biedt het voor zowel de gemeente als de particuliere grondeigenaar voordelen om het kostenverhaal privaatrechtelijk te regelen.

De anterieure overeenkomsten worden in twee stadia afgesloten, we onderscheiden: de anterieure overeenkomst fase 1 en fase 2. Fase 1 dekt de kosten die gemaakt worden tot aan de definitieve besluitvorming en fase 2 dekt de kosten na de besluitvorming (realisatiefase).

In de Nota kostenverhaal zijn vier kostencategorieën omschreven. Bij aanvang van een project worden de kosten geraamd en wordt elk initiatief in een categorie ingedeeld. In welke categorie een initiatief wordt ingedeeld is afhankelijk van de complexiteit. Bij zeer grote of complexe initiatieven kan gekozen worden voor maatwerk. De kosten voor elke categorie zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Die worden mede gebaseerd op een vaste formule c.q. plankostenscan die door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) is ontwikkeld. 

In 2021 zijn anterieure overeenkomsten gesloten voor de volgende projecten: 

  • Bisonspoor 323 fase 1
  • Raadhuisstraat Maarssen fase 1 en 2
  • Rijksstraatweg 68 Nieuwersluis fase 1 en 2
  • uitbreiding COOP Kockengen fase 1

In totaal is een bedrag van € 87.900,- ontvangen aan plankosten.

Algemene reserve grondexploitatie

Een eventueel batig saldo van de grondexploitatie voegen we bij afsluiting toe aan de Algemene reserve grondexploitatie. Bij voorzienbare tekorten treffen we een voorziening. In principe wordt de gehele winst van een grondexploitatie genomen bij afsluiting van de grondexploitatie, tenzij het mogelijk is om op verantwoorde wijze al vooruitlopend op de afsluiting een deel winst te nemen. Voorwaarde is dat daadwerkelijk sprake is van gerealiseerde winsten in de grondexploitatie en dat we die uit oogpunt van verantwoorde bedrijfsvoering (rekening houdend met nog te realiseren kosten en opbrengsten) ook opnemen. Daarbij volgen we de standpunten zoals opgenomen in de Notitie BBV grondexploitatie 2019 over tussentijdse winstneming.

Als college hebben wij de bevoegdheid om een werkbudget uit de Algemene reserve grondexploitatie aan te wenden voor de eerste plan- en onderzoekskosten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Na het operationeel verklaren van het betreffende project met de vaststelling van de grondexploitatie brengen we de kosten ten laste van de grondexploitatie en vloeien de eerder anticiperend uitgegeven gelden vanuit de grondexploitatie terug naar de reserve grondexploitatie. De omvang van de Algemene reserve grondexploitatie is vastgesteld op minimaal
€ 200.000 en maximaal € 600.000. Indien het saldo van de reserve grondexploitatie hoger is, romen we de waarde af naar de Algemene reserve, en als het saldo lager is, vullen we het aan vanuit de Algemene reserve.

Voor de gewenste versnelling van grote projecten in 2019 tot en met 2021 is, met instemming van uw raad bij de Programmajaarrekening 2018, een incidentele verhoging van het ontwikkeldeel (werkbudget) van de Algemene reserve grondexploitaties opgenomen.  Het gaat om de projecten Zuilense Vecht, Planetenbaan, Breukelen Noord en Zogwetering. Voor 2021 was ongeveer € 459.000 beschikbaar. Hiervan is in 2021 per saldo ongeveer € 232.000 ingezet. Het budget dat beschikbaar was van uit de versnelling van grote projecten is voor het project Plantenbaan in 2021 volledig benut. Wij zetten in 2021, zoals beschreven in de Bestuursrapportage 2021 , het ontwikkeldeel van de Algemene reserve in ter dekking van de resterende kosten in 2021 van de Plantenbaan,. Het niet benutte deel dat beschikbaar is voor de versnelling van grote projecten (ongeveer € 227.000) zetten wij in 2022 in voor de projecten Zuilense Vecht en Zogwetering.  Conform het raadsbesluit wordt van het restantbudget  dat beschikbaar was voor Breukelen Noord een kapitaaldekkingsreserve Breukelen Noord  (€ 156.534) gevormd. Een toelichting op hoofdlijnen van de stand van de grondexploitaties, de in voorbereiding zijnde gebiedsontwikkellocaties en ontwikkellocaties staat onder de tabel.


De omvang van de reserve Grondexploitaties bedraagt per 31-12-2021, exclusief het deel voor de versnelling van de grote projecten, € 529.000.

Algemene reserve grondexploitaties
Versnelling grote projecten 1-1-2021 € 458.928
Ruimtelijke ontwikkeling Onttrekking Storting
Versnelling grote projecten 131.388 60.072
Vorming Kapitaaldekkingsreserve Breukelen Noord (Raadsbesluit 8 maart 2022) 156.534
Saldo 31-12-2021 € 231.078
Overige onderdelen algemene reserve grondexploitaties 1-1-2021 € 600.000
Ruimtelijke ontwikkeling Onttrekking Storting
Administratieve grondexploitaties 2.291
Ontwikkellocaties 487.557
Harmonieplein (storting voorziening) 32.925
Veenkluit Tienhoven (storting voorziening) 104.102
Afsluiting Flambouw 555.652
Saldo 31-12-2021 € 528.777
Totaal Algemene reserve grondexploitaties 31-12-2021 € 759.855

Grondexploitaties

Er zijn drie vastgestelde actieve grondexploitaties.

Vastgestelde grondexploitaties:

Harmonieplein Maarssen
Het project Harmonieplein bestaat uit drie deelprojecten, waaronder de realisatie van een kindcentrum. Dit nieuwe kindcentrum dient als vervangende nieuwbouw voor Wereldkidz Bolenstein, de vervangende nieuwbouw voor Het Kompas, een buitenschoolse opvang, kinderopvang, gymzaal, schoolplein en parkeerplaatsen. Dit onderdeel is een afzonderlijk project binnen de gebiedsontwikkeling, waarvoor een separaat voorbereidingskrediet is aangevraagd. 
De inrichting van de openbare ruimte wordt deels gefinancierd uit de meerjarenonderhoudsbudgetten. De budgetonderdelen riolering Bolensteinsestraat, fietsroute Maarssen en riolering Schippersgracht staan op de meerjarenplanning en –begroting en worden gebruikt voor dekking van een deel van de werkzaamheden binnen het project Harmonieplein. 
De grondexploitatie Harmonieplein is in 2019 geactualiseerd. De kosten in de grondexploitatie bestaan uit de inbrengwaarde van de bibliotheek, de voorbereidingskosten en de inrichting van de openbare ruimte binnen het gehele plangebied en de kosten van Wabo-procedures (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). De opbrengsten bestaan uit een bijdrage van de ontwikkelaar van het deel ter plaatse van ’t Zand, een budget voor het voorbereiden van en inrichten van de buitenruimte en procedures vanuit het project Schoolaccommodatie Bolenstein en de residuele grondwaarde van het plan Noordblok. 
In 2019 zijn voor twee deelplannen (Kindcentrum en Zuidblok) de ruimtelijke procedures (bestemmingsplannen) opgestart. Voor het plan van het Kindcentrum is het bestemmingsplan eind 2020 onherroepelijk geworden. Voor het Zuidblok is het proces stopgezet in afwachting van de planontwikkeling. Voor het Noordblok volgt een apart besluitvormingstraject. In 2022 wordt de grondexploitatie opnieuw geactualiseerd. 

Flambouw Nigtevecht
Op de locatie aan de Dorpsstraat 61 in Nigtevecht was tot 2015 de basisschool De Flambouw gevestigd. Met het vertrek van deze school naar de samenwoonschool elders in Nigtevecht is deze locatie vrijgekomen. Begin 2017 is de voormalige school gesloopt en is de locatie vrijgekomen voor herontwikkeling naar woningbouw. Het plangebied omvat circa 2.150 m2. In 2017 is het bestemmingsplan vastgesteld met als insteek dat op deze locatie vier vrijstaande koopwoningen gebouwd worden. 
In 2017 is voor deze herontwikkeling een grondexploitatie vastgesteld. Eind 2018 is een start gemaakt met de verkoopprocedure en in 2019 zijn de gronden als vier vrije kavels in de markt gebracht. Alle vier de kavels zijn geleverd aan de kopers. De eerste twee woningen zijn reeds opgeleverd en worden bewoond. De derde woning is in aanbouw. Voor de laatste woning starten de werkzaamheden begin 2022. Zodra de laatste woning gereed is, wordt de Dorpsstraat ter hoogte van de woningen opnieuw ingericht.  

Veenkluit te Tienhoven 
Dit project betreft het herhuisvesten van dorpshuis De Veenkluit en de gymzaal naar het naastgelegen leegstaande onderwijsgebouw en het herinrichten van het openbaar gebied eromheen. De vrijgekomen locatie van het dorpshuis wordt herontwikkeld tot zeven woningen. Dit geeft inkomsten vanuit grondverkoop aan de grondexploitatie en moet voor de gehele herontwikkeling leiden tot een budgetneutraal resultaat.
Het huidige dorpshuis en de gymzaal zijn in eigendom van de Stichting Dorpshuis Tienhoven/Oud-Maarsseveen e.o. en moeten verworven worden. De stichting investeert dit bedrag weer in de nieuwbouw van voorheen OBS ’t Palet naar een nieuw dorpshuis. De overige kosten bestaan voornamelijk uit bouwkosten en plankosten. De opbrengsten bestaan vooral uit grondverkoop aan een ontwikkelaar en bijdragen vanuit Onderwijs en het dorpshuis zelf. Op 1 juli 2020 heeft uw raad ingestemd met een nieuwbouwvariant van het dorpshuis en de gymzaal. De planologische procedure om te komen tot een nieuw bestemmingsplan is in gang gezet.

In voorbereiding gebiedsontwikkellocaties:
Hieronder volgt een opsomming van de grondexploitaties die administratief zijn geopend. Hiervoor is nog geen bestemmingsplan vastgesteld voor de gewijzigde bestemming.

Kuyperstraat 
Deze ontwikkellocatie ligt aan de Kuyperstraat in Maarssen. In het plangebied heeft de Kardinaal Alfrinkschool gestaan. Dit gebouw is eind 2016 gesloopt. Doordat de functie schoollocatie is komen te vervallen hebben wij plannen om deze locatie te ontwikkelen tot woningbouwlocatie met als uitgangspunt sociale huur.
Wij zijn hiervoor een samenwerking aangegaan met woningcorporatie Portaal. Het plan gaat uit van een appartementencomplex van vier woonlagen met in totaal ca. 25 huurwoningen. In 2017 is het participatieve traject met de buurt gestart. Dit is nog steeds gaande. Vanuit de omgeving is bezwaar tegen onze uitgangspunten. Dit heeft geleid tot een in 2018 ingediend burgerinitiatief Atlantische Buurt waar de locatie Kuyperstraat deel van uitmaakt. In Q2 2019 heeft uw raad ingestemd met dit initiatief en besloten dat de herontwikkeling Kuyperstraat los van de visie voor de Atlantische Buurt voortgezet wordt. Om deze herontwikkeling in planologische zin mogelijk te maken zal een bestemmingsplanprocedure moeten worden doorlopen. 

’t Kockenest Kockengen 
De locatie van de voormalige basisschool ’t Kockenest ligt aan de Koningin Julianaweg en de Prinses Margrietweg in Kockengen. Doordat de schoolfunctie met het vertrek van de basisschool is komen te vervallen, komt deze locatie in aanmerking voor herontwikkeling tot woningbouwlocatie. Eind 2016 is het voormalige schoolgebouw gesloopt. Wij zijn in gesprek met de woningbouwvereniging over de planontwikkeling van een appartementencomplex in de sociale huursector op deze locatie. Bij voldoende capaciteit kan het project worden opgestart. 

Zogwetering te Maarssen
In 2019 is gestart met het project Zogwetering. Een gebiedsontwikkeling op de locatie van het afvalscheidingsstation en de rioolwaterzuivering in Maarssen-dorp. Er is een administratieve grondexploitatie geopend om de kosten in beeld te brengen. In deze administratieve grondexploitatie is budget opgenomen om de plankosten in deze fase te financieren. In 2020 en 2021 zijn onderzoeken uitgevoerd naar de haalbaarheid en is gewerkt aan de participatie met omwonenden. De plankosten die gemaakt worden in 2022 zijn kosten voor het opstellen van een stedenbouwkundig plan en kosten voor juridische ondersteuning in het verwervingstraject. Het gaat hierbij om verwerving van het perceel van de RWZI waar de gemeente het voorkeursrecht op heeft gevestigd.

Overige ontwikkellocaties:
Hieronder volgt een opsomming van de overige ontwikkellocaties. Voor deze locaties is nog geen bestemmingsplan vastgesteld voor de gewijzigde bestemming.

Daalse Hoek Maarssen
De ontwikkeling Daalse Hoek bestaat uit grond en opstallen die inmiddels in eigendom zijn van de gemeente Stichtse Vecht. De gebouwen die op de Daalse Hoek staan zijn technisch en esthetisch verouderd. De ontwikkeling van Daalse Hoek betreft nieuwbouw voor KBS De Pionier, een nieuwe gymzaal, buitenschoolse opvang, kinderdagopvang en woningbouw in alle segmenten (sociaal, middenhuur, vrije sector). In 2019 is de grond van stichting Reinaerde overgedragen aan de gemeente. De sloop van het leegstaande schoolgebouw is in 2020 afgerond. Het college heeft in 2021 besloten over de omvang van de nieuwe school voor Zuilense Vecht en Daalse Hoek. Bij voldoende capaciteit en beschikbare middelen kan het project Daalse Hoek worden opgestart.

Zuilense Vecht
Voor Zuilense Vecht is ter verdere uitwerking van de Gebiedsvisie een gebiedsplan opgesteld. Uw raad heeft op 17 december 2019 ingestemd met de hoofdlijnen en leidende principes van dat gebiedsplan. Met de leidende principes als leidraad is het opstellen van een Stedenbouwkundig plan van eisen en een Inrichtingsplan van eisen ter hand genomen en heeft een doorrekening van de conceptplannen plaatsgevonden. Beide producten zijn in november 2020 voor inspraak vrijgegeven. Daarnaast zijn onderzoeken uitgevoerd voor en is een start gemaakt met het opstellen van een bestemmingsplan om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Op 6 juli 2021 heeft uw raad ingestemd met het Stedenbouwkundig plan van eisen voor de woonbuurt Zuilense Vecht en het Inrichtingsplan van eisen / functioneel ontwerp Zuilense Vecht voor de gezamenlijke ontwikkeling met de Gemeente Utrecht van het Sportief Park (het groene middengebied tussen Zuilen en OpBuuren).

Planetenbaan – Het kwadrant
De Planetenbaan en het Kwadrant zijn een losse verzameling van veelal leegstaande kantoor- en bedrijfspanden. De locatie is sinds 2015 zowel bij de gemeente als de provincie in beeld als transformatielocatie naar woningbouw. Een aantal kantoorpanden is of wordt al getransformeerd tot woningen en voor andere locaties zijn initiatieven voor sloop of nieuwbouw. In totaal is op de locatie ruimte voor ongeveer 1.500 tot 2.300 gestapelde woningen (appartementen). De locatie kent vijf verschillende initiatiefnemers. In 2019 is hiervoor een Stedenbouwkundig kader en randvoorwaardendocument opgesteld. Deze is op 3 juni 2020 bestuurlijk vastgesteld. Op basis daarvan gaan we heldere afspraken maken met de initiatiefnemers en andere partijen over de toekomstige ontwikkeling. Inmiddels is voor de Fujitsu-toren de omgevingsvergunning afgegeven en wordt in januari 2022 gestart met de realisatie van 260 studenteneenheden. Voor de nieuwbouw op ‘Het Kwadrant’ is een omgevingsvergunning in behandeling voor 499 appartementen vooruitlopend op de uitwerking van het bestemmingsplan en de mer-procedure. Het ontwerp bestemmingsplan wordt voor het zomerreces 2022 ter visie gelegd. Dit plus het vervolg heeft impact op het te voeren grondbeleid en het daarvoor door de gemeente benodigde budget voor planontwikkelingskosten. Voor de zomer 2022 wordt een faciliterende grondexploitatie ter bestuurlijke vaststelling aangeboden. Het tot dan toe gebruikt budget vanuit het ontwikkeldeel van de Algemene reserve grondexploitaties wordt dan daaruit gecompenseerd. 

Afvalscheidingsstation te Breukelen

Het college van B&W heeft in 2020 de voorkeurslocatie voor het nieuwe Afvalscheidingsstation vastgelegd. Het programma van eisen voor de nieuwe locatie, waar ook de werfactiviteiten en Kansis Groen een plek krijgen, is in 2021 afgerond. Eveneens is in 2021 een compact Circulair Ambachtscentrum aan het plan toegevoegd en is in overleg met bedrijven op de Corridor een verkeerskundige uitwerking opgesteld. Vervolgens is een inrichtingsschets van de ontwikkellocatie uitgewerkt. Eind 2020 is een voorbereidingskrediet door het college van B&W toegekend voor deze ontwikkellocatie en in 2021 is daar een beperkt voorbereidingskrediet aan toegevoegd omdat het definitief vastleggen van de locatie en besluitvorming over de financiering na de verkiezingen zal plaatsvinden. Deze besluitvorming staat gepland voor behandeling in uw raad van mei/juni 2022.

Haagstede

Op 4 juli 2017 is het bestemmingsplan Haagstede door uw raad vastgesteld. Dat is na uitspraak door de Raad van State op 10 oktober 2018 onherroepelijk geworden. Het plan voorziet in de realisatie van 135 woningen met een afwijkingsmogelijkheid naar 155. In het plangebied worden verschillende infrastructurele aanpassingen gedaan. In de periode na 2018 is verder vormgegeven aan afspraken met de ontwikkelaar over de inrichting van het gebied (openbare ruimte). Bij de planuitwerking bleek dat de huidige toerit Maarssenbroeksslag vanaf de Floraweg in oostelijke richting verplaatst moest worden. Voor de huidige toerit is een voorstel gedaan om deze te onttrekken als verkeersverbinding. Bij de behandeling van het onttrekkingsvoorstel is gebleken dat hiervoor geen eensluidend politiek draagvlak is. In een motie heeft uw raad het college verzocht om een alternatieve oprit in beeld te brengen. In 2021 is gewerkt aan de uitvoering van de motie, de gesprekken met de provincie, de ontwikkelaar en de gemeente lopen nog. De resultaten daarvan verwachten we het eerste kwartaal 2022, waarna we het verdere planproces kunnen bepalen.

Sportpark Broekdijk-Oost 
In 2018 is een plan ontwikkeld voor herinrichting van het sportpark Broekdijk in Breukelen, waarbij het huidige tennispark wordt verplaatst naar het derde veld van F.C. Breukelen. Op de vrijkomende locatie van het tennispark zouden circa dertig woningen worden gerealiseerd.  Het Broeckland College is aan het einde van zijn levensduur en is aan vervanging toe. In 2021 is besloten dat de nieuwbouw van het Broeckland College niet gerealiseerd zal worden in het Sportpark maar op haar huidige locatie in Breukelen.  Deze verenigingen van het sportpark werken ondertussen aan een integraal plan voor de herinrichting van het sportpark, de resultaten hiervan worden verwacht in de eerste helft van 2022.  

Risico analyse grondexploitaties

Overeenkomstig de richtlijnen van de commissie BBV moet de gemeente risicomanagement toepassen. Dit houdt in dat we risico’s moeten definiëren en kwantificeren en vervolgens adequate beheersmaatregelen moeten formuleren. Voor het totaal aan gekwantificeerde risico’s moet voldoende weerstandscapaciteit beschikbaar zijn. 

Om de risico’s behorende bij de grondexploitaties in beeld te brengen is er een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op een tweetal actieve vastgestelde grondexploitaties, te weten: Harmonieplein in Maarssen en Veenkluit in Tienhoven. Daarnaast is voor deze complexen een aantal risicovariabelen gecombineerd in een tweetal scenario’s. 

  • ‘wind mee’: best-case-scenario, waarin rekening is gehouden met de meest voordelige risico’s of gevoeligheden;
  • ‘wind tegen’: worst-case-scenario, waarin rekening is gehouden met de meest nadelige risico’s of gevoeligheden. 

Bovenstaande scenario’s zijn afgezet tegen het basisscenario oftewel de grondexploitatieberekening. Uit de gevoeligheids- en scenarioanalyse is gebleken dat de weerstandscapaciteit voldoende is.

Winst- en verliesneming

Een eventueel batig saldo van de grondexploitatie wordt bij afsluiting aan de Algemene reserve grondexploitatie toegevoegd. Bij voorzienbare tekorten wordt een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondexploitatie. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de verplichtingen zoals genoemd in het BBV. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat het nemen van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij afsluiting van de grondexploitatiecomplex. Het BBV schrijft voor winstneming de methode Percentage of completion voor. De gemeente volgt hierin het BBV. Vanuit de grondexploitatie De Flambouw wordt winst genomen voor het deel waarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betreft met name de winst voor de twee kavels die in 2021 definitief verkocht en geleverd zijn aan de kopers. 

Lokale heffingen

Inleiding

In deze paragraaf schetsen wij onze beleidsvoornemens in 2021 voor de lokale heffingen en de leges. Ook beschrijven wij de lokale belastingdruk en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. 

We onderscheiden de volgende heffingen:

1. Retributies
Met retributies kan de gemeente (een deel van) de kosten van de dienstverlening verhalen op de aanvrager die om de dienstverlening vraagt. Retributies zijn leges, gelden of heffingen. Deze zijn niet wettelijk voorgeschreven. Retributies zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Deze mogen maximaal kostendekkend zijn.
Onze gemeente heft de volgende retributies:
• Afvalstoffenheffing                              • Marktgelden
• Rioolheffing                                              • Lijkbezorgingsrechten
• Kadegelden                                               • Overige leges en rechten

2. Belastingen
Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst bestedingsvrij is. Met de ongebonden heffingen is de gemeente beperkt in het aantal belastingen dat ze mag heffen. Deze zijn limitatief genoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet. De gemeente is, met inachtneming van de macronorm onroerendezaakbelasting (OZB), vrij in de hoogte van het tarief. De ongebonden heffingen zijn een algemeen dekkingsmiddel.

Onze gemeente heft de volgende retributies:
• Onroerendezaakbelasting               • Precariobelasting
• Roerendezaakbelasting                     • Toeristenbelasting
• Hondenbelasting                                   • Forensenbelasting
• Parkeerbelasting

Kwijtschelding
Inwoners kunnen kwijtschelding krijgen voor hun belastingaanslagen indien sprake is van het geheel of gedeeltelijk ontbreken van draagkracht. Hiervoor geldt de 100% kwijtscheldingsnorm (= bijstandsnorm). Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding krijgen, maar alleen voor de belastingaanslagen die zij als privépersoon ontvangen. Bedrijven komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.
Kwijtschelding is mogelijk voor de OZB-woningen in eigendom, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. De basis voor het kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Als van tevoren duidelijk is dat kwijtschelding wordt verleend, wordt overgegaan tot automatische kwijtschelding. Het totaalbedrag aan kwijtschelding in 2021 is € 525.020.

Oninbaar
In de ramingen van de opbrengsten van riool-, afval- en onroerendezaakbelastingen houden we er rekening mee dat een deel van de opgelegde vorderingen oninbaar zijn. Een vordering is oninbaar wanneer een belastingschuldige wel moet betalen, maar invordering op de gebruikelijke wijze in de praktijk niet (meer) mogelijk is. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als de belastingschuldige failliet is gegaan of de belastingschuldige vertrokken is, zonder dat de nieuwe verblijfplaats bij de invorderingsambtenaar bekend is. Het totaal bedrag aan oninbare belastingdebiteuren is € 42.429.

Retributies

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2021 zijn de volgende specifieke beleidsvoornemens geformuleerd:

  • De ontwikkeling van de rioolheffingen volgt de kostenontwikkeling van de gemeentelijke rioleringsactiviteiten. De programmering van deze activiteiten is vastgelegd in het Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) 2017-2021.
  • Leges en heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn.
  • Daar waar mogelijk is het inflatiepercentage van 0,8% toegepast in de berekeningen.

Afvalstoffenheffing
Wij hebben de wettelijke plicht om zorg te dragen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Wij brengen afvalstoffenheffing in rekening aan de gebruiker van een perceel voor de verwijdering en verwerking van huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing is volledig kostendekkend. De programmering van deze activiteiten is vastgelegd in het grondstoffenplan 2016 – 2022 en de kadernota 2021.

Rioolheffing
Alle eigenaren van een perceel dat is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel betalen een vast bedrag aan rioolheffing. De opbrengst van de rioolheffing wordt gebruikt om invulling te geven aan de volgende gemeentelijke zorgplichten en taken op het gebied van:

  • een veilige inzameling en transport van afvalwater naar de zuivering, zonder risico’s voor bewoners of het milieu (zorgplicht afvalwater);
  • het zodanig opvangen en verwerken van hemelwater (regenwater), dat wateroverlast wordt voorkomen (zorgplicht hemelwater);
  • het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte (zorgplicht grondwater);
  • het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Overzicht tarieven en opbrengsten

Heffing Tarief 2021 Begroting incl. wijzigingen 2021 Rekening 2021
Gebonden heffingen (retributies)
Afvalstoffenheffing 7.954.084 8.062.098
Eenpersoonshuishouden € 212,89
Meerpersoonshuishouden € 322,56
Rioolheffing 6.972.908 7.122.332
0 t/m 75m3 water € 183,51
76 t/m 150m3 water € 249,06
151 t/m 300m3 water € 368,18
>300m3 water, extra voor elke 100m3 water € 88,83
Kadegelden 72.126 62.399
Per dag, zonder stroom, per meter € 1,01
Per dag, met stroom, per meter € 1,31
Marktgelden 68.220 44.306
Standplaats op een warenmarkt/kraam € 9,63
Lijkbezorgingsrechten 458.598 469.553
Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Huwelijk en partnerschap 150.000 146.996
Paspoorten 18+ € 74,75 246.018 315.534
Paspoorten 18- € 56,55
Identiteitskaarten 18+ € 64,00
Identiteitskaarten 18- € 32,90
Rijbewijzen € 41,00 350.650 307.816
Overige documenten (uittreksel) 58.694 42.412
Naturalisatie 55.400 118.481
Omgevingsvergunningen 1.908.361 2.957.973
Totaal retributies 18.295.059 19.649.899

Kostendekkendheid

Kostendekkendheid afval en riolering
Bij het opstellen van de begroting wordt bepaald of de tarieven voor de afvalstoffenheffing en het rioolheffing kostendekkend zijn. Hierbij wordt gekeken welke uitgaven en inkomsten drukken op de producten afval en riolering. Bij de jaarstukken wordt achteraf berekend of deze tarieven ook daadwerkelijk kostendekkend zijn geweest. Bij een te lage kostendekkendheid wordt er een beroep gedaan op de daarvoor gevormde egalisatievoorziening. Bij een kostendekkendheid boven de 100% moet het surplus in de egalisatievoorziening gestort worden. Hierdoor kunnen grote investeringen in de toekomst worden opgevangen zonder grote schommelingen in de tarieven.

Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing en Rioolrecht

Kostendekkendheid 2021 Kostendekkendheid 2021
Afvalstoffenheffing Rioolrecht
Product afval: Product riolering:
kosten 7.268.798 kosten 5.325.609
inkomsten (excl. heffingen) -846.231 inkomsten (excl. heffingen) -177.604
Netto kosten 6.422.567 Netto kosten 5.148.005
Toe te rekenen kosten: Toe te rekenen kosten:
overhead 66.838 overhead 30.697
uren 409.155 uren 394.443
straatreiniging, kwijtschelding, btw 1.864.970 straatreiniging, kwijtschelding, btw 1.494.284
Totaal toe te rekenen kosten 2.340.963 Totaal toe te rekenen kosten 1.919.424
Totaal kosten 8.763.530 Totaal kosten 7.067.429
Opbrengst heffingen 8.062.098 Opbrengst heffingen 7.122.332
Totaal kosten - opbrengst -701.432 Totaal kosten - opbrengsten 54.903
Afval Het kostendekkingspercentage voor afval bedraagt op basis van de baten en lasten 92%. Riolering Het kostendekkingspercentage voor riolering bedraagt op basis van de baten en lasten 100% en is gebaseerd op de huidige GRP (2017-2021). Het verschil storten wij in de egalisatievoorziening riolering en is verwerkt binnen het programma “Fysiek’’.

Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten

Binnen onze gemeente zijn 8 gemeentelijke begraafplaatsen die wij onderhouden en exploiteren. De onderstaande tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen voor het jaar 2021. Hierin zijn de inkomsten verkregen uit onder andere grafrechten en begravingen vergeleken met de kosten voor het onderhoud, exploitatie van de begraafplaatsen en de personeelskosten.

Kostendekkendheid 2021 Lijkbezorgingsrechten
Kosten 498.825
Opbrengst heffingen 469.553
Kostendekkendheid 94,1%

Kostendekkendheid Burgerlijke stand en documentverstrekkingen

Bij het opstellen van de begroting 2021 gaan wij voor de tarieven uit van de belastingverordening 2021. Eind 2020 publiceert het Rijk de maximale tarieven voor onder andere reisdocumenten en rijbewijzen. Dit nemen we mee bij de definitieve vaststelling van de belastingverordening 2021.

Kostendekkendheid 2021 Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Kosten 2.146.374
Opbrengst heffingen 938.812
Kostendekkendheid 43,7%

Kostendekkendheid Omgevingsvergunningen

Na de invoering van de Omgevingswet zal de legesopbrengst voor de omgevingsvergunningen aanzienlijk dalen. Op basis van de bekende gegevens op het moment van schrijven van deze programmabegroting is de omvang van deze daling nog niet in te schatten. De voor 2021 geraamde legesopbrengst Omgevingsvergunningen en de daarmee verband houdende kosten zijn geïndexeerd met 0,8% ter compensatie van de inflatie. In 2021 is de kostendekkendheid incidenteel groter dan 100%. Opgemerkt dient te worden dat in onderstaande tabel de kosten niet verhoogd zijn met een vergoeding voor overhead en de compensabele btw. Daarnaast wordt de hoger dan geraamde kostendekkendheid met name veroorzaakt doordat in 2021 incidenteel een aantal grotere projecten vergunning-technisch is afgerond.

Kostendekkendheid 2021 Omgevingsvergunningen
Kosten 2.930.993
Opbrengst heffingen 2.957.973
Kostendekkendheid 100,9%

Belastingen

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2021 is het volgende specifieke beleidsvoornemen geformuleerd:

  • Wij kiezen ervoor de gemeentelijke belastingen niet te verhogen, behoudens het inflatiepercentage van 0,8%.

Overzicht tarieven en opbrengsten*

Heffing Tarief 2021 Begroting incl. wijzigingen 2021 Rekening 2021
Ongebonden heffingen (belastingen)
OZB
Eigenaren woningen 0,09911% 9.981.571 10.123.619
Eigenaren niet-woningen 0,20487% 2.010.172 2.081.960
Gebruikers niet-woningen 0,15366% 1.287.449 1.346.683
RZB
Eigenaren woningen 0,09911% 78.570 84.548
Hondenbelasting 275.524 294.795
Eerste hond € 67,75
Tweede en iedere volgende hond € 90,15
Per kennel € 161,40
Parkeerbelasting 57.033 69.853
Scheendijk-Noord, per 14 minuten € 0,20
Scheendijk-Noord per dag € 3,00
Scheendijk-Noord vergunning € 203,70
Precariobelasting 67.071 53.578
(Water)toeristenbelasting € 1,65 297.667 269.331
Forensenbelasting 0,21072% 142.067 135.390
Totaal belastingen 14.197.124 14.459.757

Lokale belastingdruk

De lokale belastingdruk is in 2021 ten opzichte van 2020 iets toegenomen. Hieronder de analyse.

Lokale belastingdruk 2019 2020 2021
Gemiddelde WOZ – waarde 319.000 341.000 359.000
OZB – eigenarendeel 348,28 353,04 355,80
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) 225,48 266,31 322,56
Rioolheffing (tot 150 m3) 241,17 248,16 249,06
Ontwikkeling lastendruk 814,93 867,51 927,42
% stijging t.o.v. voorgaande jaar 0,87% 6,45% 6,91%

Taakstellingen 2019-2022

Inleiding

binnen het Sociaal domein zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Gelijk aan het algemene beeld waarmee Nederlandse gemeenten worstelen is deze toename vooral te zien binnen de jeugdhulp en Wmo. De verwachting is dat deze hogere kosten de komende jaren aanhouden en zelfs verder toenemen als gevolg van een toenemende vraag naar ondersteuning en voorzieningen. Het aantal ouderen (vergrijzing) dat langer thuis woont, neemt toe. Kwetsbare mensen en mensen met een beperking wonen steeds vaker zelfstandig in wijken en buurten in plaats van in instellingen en tehuizen. Anticiperend op de verwachte stijgende vraag en daarmee bijkomende kosten hebben we deze kosten in de Kadernota 2020 verwerkt. Naast deze hogere kosten zijn ook oplossingen met de Kadernota vastgesteld. Onder deze oplossingen bevindt zich voor 2021 een viertal taakstellingen die gezamenlijk optellen tot een structurele besparing van € 850.000. In deze paragraaf werken we de te nemen maatregelen per taakstelling verder euit.

Ook in 2021 werken wij aan de genoemde maatregelen, die wij voor de overzichtelijkheid kort weergeven. Ten opzichte van 2020 is daar € 100.000 bijgekomen. Met de invoering van de taakgerichte financiering bij het nieuwe contract voor jeugdzorg/Wmo-begeleiding en toegang/wijkteam werken wij beschikkingsarm en verwachten wij minder kosten te hebben aan contractbeheer.

Zoals we in de bestuursrapportage meldden, verwachten wij de taakstellingen in 2020 te realiseren en hebben we een aantal maatregelen al geïmplementeerd. Ook informeerden wij u over de vertraging in het aanbestedingstraject. Wij monitoren ook in 2021 of we de in 2020 gerealiseerde taakstellingen meerjarig kunnen blijven realiseren.

 

Realisatie

In de Kadernota’s van 2020 en 2021 zijn een aantal oplossingen vastgesteld met als doel de stijgende kosten in het Sociaal Domein te beperken. Een aantal maatregelen zijn in 2021 ingevoerd en hebben de gewenste besparing opgeleverd. Voor een aantal maatregelen is echter gebleken dat ze niet de verwachte kostenbesparing opleverde. Dit jaar hebben we vooral ingezet op de maatregelen die aantoonbaar een besparing opleverde. Helaas geldt nog steeds dat deze individuele maatregelen teniet gedaan worden door de groeiende zorgvraag. Ook in 2021 zien we in de realisatie opnieuw forse tekorten in het Sociaal Domein.  

Vanaf 1 januari 2022 is TIM Stichtse Vecht gestart, als nieuwe partij voor de toegang, wijkteams, Jeugdhulp en Wmo-begeleiding. Wij hopen in goed partnerschap met TIM Stichtse Vecht de komende jaren beter grip te krijgen op de kosten en in de toekomst te sturen op het normaliseren van de zorgvraag. 

 

Realisatie taakstelling Sociaal Domein 2021
Terrein taakstelling 2021 31/12/2021 realisatie taakstelling
Jeugd – Taakstelling
€ 300.000
Praktijkondersteuner jeugd Geestelijke gezondheidszorg (POH-jGGZ) € 25.000 € 31.000
Pedagogisch bureau € 7.500
Regionale transformatie € 50.000 € 50.000
Individuele begeleiding op school € 50.000 € 0
Doorverwijzing naar de Wlz € 50.000 € 134.000
Eigen kracht € 10.000 € 5.000
Leerlingenvervoer € 25.000 € 25.000
Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) € 25.000
Het LEA-budget verminderen € 15.000 € 15.000
Verminderen aantal dagen BSO plus € 10.000
Overig nog niet benoemd € 32.500
Totaal Jeugd € 300.000 € 260.000
Terrein taakstelling 2021 31/12/2021 realisatie taakstelling
Participatie / Bijstand – Taakstelling € 250.000
Besparing uitkeringslasten door: € 250.000 € 630.000
-       Aanpassen werkprocessen Toegang
-       In beeld brengen klantenbestand
-       Meer inzet passende voorzieningen
-       Betere werkgevers dienstverlening
Totaal Participatie € 250.000 € 630.000
Het genoemde bedrag van € 630.000 betreft de besparing op de uitkeringslasten voor het gehele jaar. De genoemde besparing is voor een deel toe te schrijven aan het uitvoeren van de genoemde maatregelen. Een exact aandeel is echter niet te kwantificeren. Er is geen sprake van een structureel effect, omdat de uitkeringslasten voor de Bijstand ook afhankelijk zijn van exogene ontwikkelingen waaronder de economische situatie in Nederland en de (lokale) werkgelegenheid.
Terrein taakstelling 2021 31/12/2021 realisatie taakstelling
Wmo – Taakstelling € 200.000
Aanbesteden trapliften tegen een lager tarief per 2020 € 17.000 € 0
Bevorderen uitstroom naar de Wlz € 76.000 € 35.000
Gehandicaptenparkeerplaats kostendekkend maken € 18.000 € 10.000
Hulpmiddelen in de Wlz uit de Wmo PM € 0
HH minder toekennen € 33.000 € 0
Verhogen eigen bijdrage regiotaxi € 18.000 € 3.000
overig nog niet benoemd € 38.000 € 0
Totaal WMO € 200.000 € 48.000
De besparing van € 10.000 bij "gehandicaptenparkeerplaats" wordt hoofdzakelijk gerealiseerd in de uitvoeringskosten in programma 3 en dus niet ten bate van taakveld Maatwerkdienstverlening in programma 4.
Terrein taakstelling 2021 31/12/2021 realisatie taakstelling
Preventie en welzijn – Taakstelling € 100.000
Verlichten administratieve lasten € 100.000 € 0
Totaal Preventie en welzijn € 100.000 € 0
Totaal € 850.000 € 938.000
We gaan het niet halen
De taakstelling is behaald.

Taakstelling Jeugd

De kosten binnen het Sociaal domein zijn in 2021 opnieuw gestegen. Met name voor Jeugdhulp maar ook voor Wmo constateren we een sterke autonome groei van de zorgvraag, waarschijnlijk versterkt door de impact van corona. Dit zorgt voor langere wachtlijsten bij zorgaanbieders en toenemende complexe problematiek, met het effect dat zorgtrajecten intensiever en duurder zijn. De tekorten voor de Jeugdhulp zijn erkend door het Rijk. Dit heeft ertoe geleid dat er in 2021 extra middelen beschikbaar zijn gesteld om te werken aan een corona herstelplan. Zo zijn er specifiek middelen beschikbaar gesteld om iets te doen aan de wachtlijsten voor jeugdhulp en het welzijn van jongeren. In de Lokale Herstelagenda is stevig ingezet op maatregelen rondom jongeren, zowel rondom eenzaamheid en ontmoeting als ook extra ondersteuning op school en in de omgeving. Ook is de inzet van de POH Jeugd GGz geïntensiveerd, om snel en preventief jongeren met depressieve gevoelens te ondersteunen. 

Taakstelling WMO

We zien bij de Wmo dat het aantal inwoners dat een vorm van ondersteuning toeneemt. Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Ook bijvoorbeeld de krappe woningmarkt zorgen er voor dat het aantal woningaanpassingen flink toeneemt en dat er ook vaker grote aanpassingen nodig zijn. Daarnaast zien we dat inwoners vaker complexe problemen hebben, waardoor er meer inzet nodig is. Deze verschillende factoren hebben ervoor gezorgd dat – ondanks de maatregelen vanuit de taakstellingen – dat ook het Wmo budget is overschreden. 

Taakstellingen participatiewet

De taakstelling op de uitkeringslasten van de bijstand is gerealiseerd. Het aantal uitkeringen is in 2021 gedaald van 733 naar 707. Het aantal bijstandsuitkeringen dat we verstrekken is in 2021 gedaald van 733 naar 707. De afname is de stand van het aantal huishoudens met een uitkering per 1 januari en per 31 december. Er zijn huishoudens in- en uitgestroomd. Door deze daling zijn logischerwijs de uitkeringslasten ook fors gedaald. Uiteindelijk hebben we € 630.000 minder uitgegeven dan in de begroting is opgenomen, ruim voldoende om de taakstelling te behalen. We hebben in 2021 ons klantenbestand in beeld gebracht en het instrumentarium aan participatietrajecten uitgebreid. Ook is er geïnvesteerd in onze werkgeversdienstverlening. Een 1-op-1 relatie tussen de genomen maatregelen en de uiteindelijke besparing op de uitkeringslasten is niet aan te tonen. Ook de economische situatie speelt een belangrijke rol. In 2021 gold dit ook voor de beperkingen als gevolg van de coronamaatregelen. De besparing is dus niet volledig toe te schrijven aan de maatregelen, maar aangenomen mag worden dat het een positieve bijdrage heeft geleverd. 

Corona

Inleiding

Naast de voorgaande verplichte paragrafen hebbe wij in de jaarrekening 2021 de coronaparagraaf opgenomen. In deze paragraaf schetsen wij de hoofdlijnen van de financiële consequenties van 2021 die worden veroorzaakt door de coronamaatregelen.

Corona-compensatiepakketten 2021 Rijk

Het Rijk heeft in 2021 via de coronacompensatiepakketten gemeenten gecompenseerd voor extra uitgaven en gederfde inkomsten. Deze compensatie, in totaal € 1.912.271 (inclusief Decembercirculaire 2021) hebben wij toegevoegd aan risicoreserve Corona. 

Hoofdlijn programma's

De verschillen tussen begroting 2021 en de daadwerkelijke uitgaven en ontvangsten zijn per taakveld toegelicht op de programma's. In deze toelichting is onderscheid gemaakt tussen reguliere verschillen en verschillen die worden veroorzaakt door de coronamaatregelen. In de onderstaande tabel is de hoofdlijn vanuit de programma's opgenomen.

 

Programma Taakveld Corona voor- en nadelen 2021
Bestuur Bestuur 165.000
Burgerzaken -183.192
Overhead -628.599
Belastingen -30.000
Totaal Bestuur -676.791
Veiligheid Openbare orde en veiligheid -12.150
Totaal Veiligheid -12.150
Openbaar Groen -41.228
Fysiek Afval -204.097
Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening -39.286
Totaal Fysiek -284.611
Samenkracht en burgerparticipatie -47.758
Inkomensregelingen -285.413
Sociaal Begeleide participatie -34.500
Maatwerkvoorziening (WMO) -552
Maatwerkdienstverlening -228.711
Geëscaleerde zorg -6.258
Volksgezondheid -10.634
Totaal Sociaal -613.826
Economie -90.453
Onderwijs -56.985
Sportbeleid en activering -15.000
Sportaccommodaties -260.443
Cultuurpresentatie, - productie, -participatie -13.858
Totaal Samenleving -436.740
Totaal -2.024.117

Inzet risicoreserve corona

Eind 2020 bedroeg de risicoreserve Corona € 2.702.123. In 2021 zijn de rijksmiddelen uit de coronacompensatiepakketten voor in totaal € 1.912.271 (inclusief Decembercirculaire 2021) en een bijdrage van € 380.894 exploitatietekort Kikkerfort 2020 aan deze bestemmingsreserve toegevoegd. Zoals u uit de bovenstaande tabel kunt aflezen hebben wij als gevolg van de coronamaatregelen in 2021 per saldo een nadeel van € 1.379.034. Hiervan is € 30.000 al onttrokken via het raadsvoorstel Eerste wijzigingsverordening precariobelasting 2021 en voor de coronamaatregelen verkiezingen bij de Bestuursrapportage € 135.377. Wij stellen uw raad voor om het resterende nadeel van € 1.572.176 bij het vaststellen van de Jaarrekening 2021 ten laste te brengen van de risicoreserve Corona. En daarnaast om het restantsaldo na deze onttrekking in 2022 in te zetten om in dat jaar zoveel mogelijk de verdere negatieve financiële consequenties van de coronamaatregelen op te vangen. In de onderstaande tabel is het verloop van deze bestemmingsreserve in 2021 weergegeven.

 

Saldo Saldo
Verloop risicoreserve Corona 31-12-2020 Dotaties Onttrekkingen 31-12-2021
Saldo 31-12-2020 2.702.123
Corona compensatiepakket (Rijk) 1.912.271
Bijdrage exploitatie tekort Kikkerfort 2020 380.894
Jaarrekening 2021 2.024.117
Saldo 31-12-2021 2.702.123 2.293.165 2.024.117 2.971.171

Toelichting programma 1

Onderstaand vindt u de toelichtingen op de aangedragen afwijkingen binnen Programma 1 Bestuur.

Bestuur
Raad
Vanwege Corona heeft de gemeenteraad afgelopen jaar vrijwel volledig digitaal vergaderd. Dit levert een voordeel op van € 35.000 in 2021.

Bestuurlijke en regionale samenwerking
In de Programmabegroting 2021 is een incidenteel budget van € 150.000 opgenomen ter versterking van de positie van Stichtse Vecht in de regio. Door vertraging in het regionale besluitvormingsproces door corona is het resterende budget en voordeel in 2021 van €130.000 niet ingezet. 

Burgerzaken
Verkiezingen
We hebben voor € 120.645 aan extra kosten gemaakt voor de verkiezingen aan corona gerelateerde maatregelen.

Organisatiekosten
Er is voor € 62.547 aan organisatiekosten toe te wijzen aan Corona. Dit betreft kosten voor extra inzet beveiliging in en rondom het gemeentehuis (€ 43.243) en ondersteuning tijdens de verkiezingen (€ 19.304).

Overhead
Inhuur
Vanwege corona is extra personeel ingehuurd. Dit zorgt voor een nadeel van € 507.186, met name verklaard door extra inzet binnen het team sociaal domein. 

Thuiswerkfaciliteiten
Om ons personeel te voorzien van thuiswerkfaciliteiten hebben we voor € 82.385 aan corona gerelateerde kosten gemaakt in 2021. Dit betreft met name werkplekvoorzieningen zoals bureaus en stoelen.

Diverse kosten
Om onder meer thuiswerkmogelijkheden qua ICT te faciliteren is er voor €39.028 aan corona gerelateerde kosten gemaakt in 2021. 

Belastingen
Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de Eerste wijzigingsverordening precariobelasting 2021. Hiermee werd tegemoetgekomen aan de terrashouders die vanwege de op landelijk niveau maatregelen genomen om de verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan hun terrassen op gemeentegrond niet konden gebruiken. Conform uw besluit vangen wij deze wegvallende precariobelasting op door een onttrekking aan het Reserve coronaherstelfonds voor €30.000.

Toelichting programma 2

Onderstaand vindt u de toelichtingen op de aangedragen afwijkingen binnen Programma 2 Veiligheid.

Openbare orde en veiligheid
Door de huidige situatie (Corona) is een bedrag van € 12.150 meer uitgegeven op het budget van Openbare orde en veiligheid dan begroot. Deze kosten bestaan met name uit de inzet van verkeersregelaars en de huur van tekstkarren. Tevens zijn er door de huidige situatie (Corona)  minder inkomsten gerealiseerd (€ 13.250) dan begroot. 

Toelichting programma 3

Onderstaand vindt u de toelichtingen op de aangedragen afwijkingen binnen Programma 3 Fysiek Domein.

Openbaar groen
Recreatieschappen
Het Recreatieschap Stichtse Groenlanden heeft aangegeven dat er inkomstenderving heeft plaatsgevonden door de COVID-19 crisis en de beperkende maatregelen die zijn getroffen door het Rijk. De inkomstenderving heeft te maken met sluiting van horecavoorzieningen en teruglopende erfpachtinkomsten. Een eventueel tekort moet worden doorbelast aan de deelnemers en de gemeente is als deelnemer mede verantwoordelijk voor een dekkende begroting van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden. 

Afval
Door de coronamaatregelen kon dit minder worden gedaan door de vrijwilligers en is door professionele beladers het oud papier ingezameld. 

Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

Overige accommodaties
Door de coronasituatie is een bedrag van € 39.285 meer uitgegeven voor de luchtbehandeling van gemeentelijke accommodaties. 

Toelichting programma 4

Onderstaand vindt u de toelichtingen op de aangedragen afwijkingen binnen Programma 4 Sociaal.

Samenkracht en burgerparticipatie
In verband met de coronasituatie is een bedrag van €47.758 uitgegeven aan diverse maatregelen. Zo is er binnen mantelzorg een pilot gedraaid met vrijwilligers en zijn er op het gebied van jeugd extra praktijkondersteuners ingezet.

Inkomensregelingen
Zowel de uitgaven als de inkomsten van de TOZO bedragen € 3.580.163. Dit is dus budgettair neutraal in de cijfers van de jaarrekening opgenomen. De uitgaven van de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) bedragen € 268.500. In het kader van Corona is voor € 16.500 aan zelftesten verstrekt.

Begeleide participatie
Sociale werkvoorzieningen
Aan Kansis is een bedrag van € 34.500 verstrekt in de 3e tranche van de verstrekkingen Corona.

Maatwerkdienstverlening
Bij huishoudelijke hulp is € 11.351 verstrekt aan zorgleveranciers voor meerkosten en omzetderving. Dit zijn nog oude claims uit 2020. Aan zorgleveranciers is voor Wmo-begeleiding € 62.582 verstrekt als compensatie van coronakosten. Voor de individuele jeugdvoorzieningen is € 154.779 betaald aan zorgleveranciers aan meerkosten/compensatie.

Geëscaleerde zorg
De meerkosten als gevolg van Corona bedragen € 6.258

Volksgezondheid
Er zijn meerkosten geweest van €10.131 die met name voort zijn gekomen uit de vaccinatielocatie. 

Toelichting programma 5

Onderstaand vindt u de toelichtingen op de aangedragen afwijkingen binnen Programma 5 Samenleving.

Economie
De meerkosten van €90.453 zijn met name gemaakt voor de inzet van een marktmeester en inhuur van extra personeel om een eerste aanzet te geven aan het subsidieprogramma Vitale Kernen.

Onderwijs
Op het gebied van onderwijs is €56.985 meer uitgegeven met name doordat er door de scholensluiting minder leerlingenvervoer nodig is geweest, echter hebben wij onze vervoerders deels gecompenseerd voor de terugval in omzet. 

Sportbeleid en activering
Er is een exploitatiebijdrage van €15.000 gedaan in verband met corona.

Sportaccommodaties
't Kikkerfort
Door de coronacrisis is ‘t Kikkerfort een langere periode gesloten geweest, daardoor zijn we veel inkomsten mis gelopen:  € 368.371.

Regeling Specifieke uitkering IJsbanen en Zwembaden
Vanuit het Rijk ontvangen wij een specifieke uitkering ter compensatie van de exploitatieverliezen van ‘t Kikkerfort. In 2021 hebben we hier € 183.806 voor ontvangen.

In verband met de tijdelijke sluiting in verband met corona van diverse sporthallen heeft de gemeente ongeveer €60.000 minder aan huren ontvangen.

Cultuur
De meerkosten van €13.858 worden met name veroorzaakt omdat we een deel van de huur van een cultuurhuis hebben gecompenseerd.