Inleiding

Aanbieding

Terug naar navigatie - Inleiding

Voor u ligt de Kadernota 2024. De gemeente stelt elk voorjaar een kadernota op met de belangrijkste uitgangspunten, ofwel kaders, die nodig zijn om in het najaar  een programmabegroting te maken. De gemeenteraad stelt de kadernota 2024 vast en daardoor wordt duidelijk hoeveel geld er beschikbaar is en hoe er wordt omgegaan met financiële onzekerheden en de diverse beleidsvoornemens. In de programmabegroting staat vervolgens welke plannen de gemeente het komende jaar heeft, wat die plannen kosten en welke inkomsten worden verwacht. Het vrijgeven van de budgetten voor de uitvoering vindt plaats bij de vaststelling van de programmabegroting 2024 in het najaar van 2023.

Complexe context: grote maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden

Terug naar navigatie - Complexe context: grote maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden

De coalitie wil het komende jaar verder bouwen aan een stevig fundament voor de gemeente Stichtse Vecht, zoals verwoord in het coalitieakkoord 2022-2026. Dat is belangrijk in een maatschappelijke context die de afgelopen jaren steeds complexer is geworden en wordt gekenmerkt door financiële onzekerheden. 

Hoewel de coronapandemie inmiddels grotendeels achter ons ligt, vindt er nog altijd een oorlog plaats  in de Oekraïne. Onder meer als gevolg van deze oorlog is de inflatie de afgelopen twee jaar sterk gestegen. Daarnaast is de rente gestegen. Dat merken we ook in de financiële huishouding van onze eigen gemeente.  

Naast de gevolgen van de grote maatschappelijke ontwikkelingen, worden de financiële onzekerheden voor gemeenten steeds groter. In 2022 zagen we al dat landelijke crisissituaties en beleidsimpulsen steeds meer leidden tot incidentele financiering door het Rijk. Bijvoorbeeld voor loon- en prijscompensatie en daarnaast financiert het Rijk de gemeente hoofdzakelijk opgavegericht, via (incidentele) specifieke of decentralisatie uitkeringen.  De financiële bijdrage vanuit het Rijk schiet echter al jaren tekort. Dat maakt het lastiger om structureel beleid voor de lange termijn te maken. Er vinden al geruime tijd discussies met het Rijk plaats over de omvang van het gemeentefonds. De verdeelmodellen zijn herijkt, wat leidt tot grote herverdeeleffecten tussen gemeenten. Voor Stichtse Vecht is dat aanzienlijk nadelig. Tegelijkertijd blijven de kosten toenemen, voornamelijk op het gebied van de jeugdzorg. Dat geldt ook voor Stichtse Vecht, wat te zien is aan de extra kosten voor TIM Stichtse Vecht. Op landelijk niveau wordt al langer gesproken over de financiële tekorten in de jeugdzorg. Ondanks de recente afspraken met de VNG, waarbij is overeengekomen dat bezuinigingen deels worden geschrapt of uitgesteld, is er nog veel onduidelijk over de structurele bekostiging en de toekomst van de jeugdzorg. 

De grootste financiële onzekerheid, die ook in deze kadernota wordt benoemd, zijn de zogenaamde ‘ravijnjaren’ 2026 en 2027. Dit is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met het jaar 2025. Het voornemen is om vanaf 2026  een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten te introduceren, waardoor veel gemeenten worden geconfronteerd met sterk teruglopende inkomsten. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager, wat in veel gemeenten een tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo vanaf 2026. Voor gemeenten wordt het hierdoor steeds lastiger om een sluitende programmabegroting op te stellen en moeten grote tekorten met eigen middelen worden opgevangen. Dit geldt ook voor Stichtse Vecht. In de loop van dit jaar, waarschijnlijk in de meicirculaire, wordt duidelijk of en hoeveel het Rijk aan extra middelen beschikbaar stelt om deze tekorten aan te pakken.

Verder bouwen aan een stevig fundament: realistisch ambitieniveau

Terug naar navigatie - Verder bouwen aan een stevig fundament: realistisch ambitieniveau

We blijven de komende jaren verder bouwen aan een stevig fundament, waarbij we werken aan het terugbrengen van de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie. Vanwege de zojuist geschetste onzekere situatie is in het coalitieakkoord 2022-2026 en in de programmabegroting 2023 al gekozen voor een realistische blik en het maken van keuzes. Het college heeft eerder gekozen voor een knip in haar ambities voor 2022, 2023 en voor 2024 en latere jaren. Bij de behandeling van de kadernota 2024 kunnen nieuwe keuzes gemaakt worden, als de omstandigheden dat zouden toelaten.
Gezien de hierboven genoemde maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden, met name voor de jeugdzorg, kiest het college ook in de kadernota voor een realistisch ambitieniveau gericht op de grootste uitdagingen van Stichtse Vecht. Hiermee wordt nadrukkelijk gekozen voor realisme. Dit betekent dat het college vooral blijft inzetten op de grootste uitdagingen. We zetten vooral in op:

  • versnellen van de woningbouw;
  • duurzaamheid;
  • passende hulp en ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben;
  • het verbeteren van de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties’.

In het ruimtelijk domein  blijven we inzetten op wonen. Dat doen we onder meer door het vrijmaken van middelen voor ambtelijke slagkracht. De gemeenteraad heeft onlangs al diverse plannen op dit thema aangenomen. Ook werken we aan het integraal huisvestingsplan onderwijs.
Een ander belangrijk thema in het ruimtelijk domein is duurzaamheid, waarbij we  werken met een uitvoeringsprogramma.
Verder kiezen we onder andere voor een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Stichtse Vecht, door het opstellen van omgevingsprogramma's of gebiedsvisies met aandacht voor wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid (gezonde omgeving en voorzieningen, zoals onderwijs en sport) en vitaliteit. En we willen werken aan een uitvoeringsprogramma vitaal platteland.

In het sociaal domein blijft passende hulp en ondersteuning  voor het college onverminderd van belang. Daarbij streven we ernaar binnen de financiële kaders te blijven en door te sturen op de kostenontwikkeling jeugd en Wmo en een dalende trend in de kosten voor de jeugdzorg te realiseren. Daarvoor nemen we een aantal maatregelen. Het doel voor 2024 is om de zorg aan inwoners te normaliseren, het budget beter te beheersen en de zorg verder te transformeren. Daarom worden er middelen vrijgemaakt voor een transformatiebudget en een innovatiebudget voor de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. 

Ook blijven we werken aan een stevig fundament. Het verder bouwen aan de organisatie is van belang om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het college hecht veel waarde aan een goed ambtelijk-bestuurlijk samenspel. Alleen als dit samenspel slaagt kunnen onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties optimaal de kennis en kunde uit de ambtelijke organisatie benutten. Er worden middelen vrijgemaakt om de organisatie verder op orde in te brengen.

Tot slot willen we met de Regionale Veiligheidsstrategie 2023-2026, het regionale actieplan ondermijning, het nieuwe Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 en het bijbehorende uitvoeringsplan voor de komende jaren een stevige en gestructureerde aanpak van ondermijning in de gemeente borgen. We maken middelen vrij om structureel georganiseerde ondermijnende criminaliteit aan te kunnen pakken.

Solide financieel beleid

Terug naar navigatie - Solide financieel beleid

We zijn erin geslaagd om een kadernota voor te leggen die voor de jaren 2024 en 2025 financieel sluitend is. We kiezen daarmee voor een solide financieel beleid, met een realistisch ambitieniveau. We hebben al verschillende zaken gerealiseerd en gaan verder met het aanpakken van de grootste uitdagingen zoals al genoemd in het coalitieakkoord 2022-2026. Financiële onzekerheden en tegenvallers worden opgevangen door scherp te kijken naar de begroting en door kritisch keuzes te maken, zonder de belangrijkste opgaven aan te tasten. Voor een sluitende begroting in de jaren 2024 en 2025, is het noodzakelijk om in deze kadernota keuzes te maken. In de kadernota wordt daarom voorgesteld om te draaien aan de volgende knoppen: het verlagen van de uitgaven, het verhogen van inkomsten en een beperkte inzet van de algemene dekkingsmiddelen. Om de inkomsten te verhogen worden de gemeentelijke tarieven en belastingen voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties met de inflatie verhoogd. Duidelijke keuzes waarbij niet fors wordt ingegrepen op het sociale voorzieningenniveau en de subsidieverlening.

Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals die op dit moment bekend is. Er is nog steeds een grote onzekerheid, met name voor de jaren 2026 en 2027. Net als veel andere gemeenten, krijgt Stichtse Vecht te maken met een aanzienlijk lagere algemene uitkering. De jaren 2026 en 2027 zijn daarom zogenaamde ravijnjaren. De begrotingen voor de jaren 2026 en 2027 zullen volgens het huidige beeld niet sluitend zijn. Uit deze kadernota blijkt echter dat we door de keuzes die we nu maken erin slagen om een deel van het te verwachte tekort in 2026 en 2027 zelf op te lossen. Ook hier kiezen we voor een solide financieel beleid. Het blijft belangrijk om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen en daarop te anticiperen. We staan nog voor een flinke uitdaging en die wordt steeds dringender. Maar doordat we nu al verantwoordelijkheid nemen, slagen we er in om een groot deel van de verwachte tekorten te dekken. 

In een tijd van grote maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden kiest het college ook in de kadernota college voor een realistisch ambitieniveau. We blijven werken aan de grootste uitdagingen voor Stichtse Vecht. Er is vanuit onze inwoners – jong en oud – een grote behoefte aan passende en betaalbare woningen, toegankelijke zorg en een gezonde leefomgeving. Om die reden blijft het college verder inzetten op de belangrijkste thema’s.

Financieel beeld

Samenvatting

Terug naar navigatie - Samenvatting

Het financiële uitgangspunt voor de Kadernota 2024 is om de begroting voor 2024 en 2025 structureel te laten sluiten en om invulling te geven aan de belangrijkste opgaven van het coalitieakkoord, namelijk :

  • fundament op orde;
  • versnelling van de woningbouw;
  • passende zorg en ondersteuning.

We houden daarnaast rekening gehouden met de huidige financiële ontwikkelingen, zoals :

  • Stijging van de inflatie en rentekosten, die hoger zijn dan normaal.
  • We hanteren het principe van 'geen knaken, geen taken'. Het Rijk financiert gemeente voor loon en prijscompensatie en verder hoofdzakelijk opgavegericht via (incidentele) specifieke of decentralisatie uitkeringen. 
    Deze manier van financieren komt dicht bij het principe 'geen knaken, geen taken'.

De  (nieuwe) specifieke uitkeringen, die in deze Kadernota zijn opgenomen, hebben betrekking op 'klimaat en energiebeleid' en 'sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis'.

Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager, wat een tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo vanaf 2026. Het jaar 2026 wordt daarom ook wel ‘het ravijnjaar’ genoemd. Het is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met 2025. Dit maakt het bijna onmogelijk om een begroting 2024-2027 op te stellen, die meerjarig structureel sluitend is. We kunnen wel stellen dat het nadelige effect van het ravijnjaar in 2026 en 2027 groter is dan ons tekort. Dus als het Rijk haar verplichting onder de huidige omstandigheden nakomt, dan zal ook in 2026 en 2027 sprake zijn van een structureel sluitende begroting.

Kadernota 2024-2027 (bedragen * € 1.000) 2024 2025 2026 2027
A. Startpositie : Programmabegroting 2023-2026 -73 -1.135 7.637 7.199
Autonome- en beleidsontwikkeling
B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds -1.879 -1.073 -3.653 -976
C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen 5.307 5.037 5.274 5.920
D. Fundament op orde (programma 1) 1.396 1.412 1.020 1.020
E. Beleidswensen 4.185 2.939 2.067 1.741
Totaal autonome- en beleidsontwikkeling 9.009 8.315 4.708 7.705
Dekkingsmogelijkheden
F1. Uitgaven verlagen -1.500 -2.200 -1.450 -1.450
F2. Inkomsten verhogen -4.298 -4.298 -4.298 -4.298
F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen -3.200 -800 -800 -800
Totaal dekkingsmogelijkheden -8.998 -7.298 -6.548 -6.548
Stand kadernota 2024 (negatief bedrag=voordeel; positief bedrag=nadeel) -62 -118 5.797 8.356
waarvan incidenteel -282 -38 -38 -
Structureel saldo kadernota 2024-2027 -344 -156 5.759 8.356

Autonome- beleidsontwikkelingen

De autonome ontwikkeling van het gemeentefonds omvat

  • septembercirculaire (tegemoetkoming ravijnjaar € 2,7 miljoen in 2026);
  • landelijke uitwerking coalitieakkoord jeugd (€ 0,5 miljoen in 2024);
  • vrijval van de decentralisatie uitkeringen ( € 1,4 miljoen in 2024, € 1,1 miljoen in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027).

De uitkomsten van de meicirculaire van 2023 zijn nu nog niet bekend en worden in de begroting 2024 opgenomen.

De autonome en onontkoombare ontwikkelingen ( € 5,3 miljoen) in 2024 komen met name door:

  • hogere rentekosten en inflatie (€ 3,6 miljoen);
  • ontwikkelingen zoals de migratie van het datacenter (€ 1 miljoen);
  • de Wet Open Overheid (€ 0,2 miljoen);
  • de vrijval van de taakstelling van de ODRU (€ 0,2 miljoen in 2024 en 2025);
  • de digitalisering van bouwdossiers ( € 0,1 miljoen);
  • de diverse licentiekosten en implementatiekosten als gevolg van nieuwe aanbestedingen. 

Om de het fundament op orde te brengen moeten we de werkkracht van de organisatie vergroten. Voor inkoopoptimalisatie, contractmanagement, vastgoed, recruitment, strategisch financieel advies en ondersteuning van portefeuillehouders-overleggen is extra formatie nodig (18,4 fte). Binnen de huidige formatie is hiervoor 4,4 fte ruimte beschikbaar. Per saldo voegen we 14 fte toe aan de formatie, waarvan 4 fte tijdelijk. Voor projectmatig werken en een gebouwenbeheersysteem is beperkt aanvullend materieel budget nodig.

Op het gebied van beleidswensen is de budgetneutrale aanpak van de versnelling van de woningbouw uitgewerkt. Daarnaast werken we de eerdere genoemde specifieke uitkeringen uit, waarbij we ervan uitgaan dat we een deel van de inzet van onze eigen middelen kunnen dekken uit deze specifieke uitkeringen. Het budget is vooral nodig om tot de gewenste transformatie in het sociaal domein te komen. De ambitie is om de meerkosten voor het contract TIM SV te beperken tot maximaal € 4 miljoen extra en hiermee een dalende trend in te zetten naar € 1,8 miljoen in 2027. 

Dekkingsmogelijkheden

Om de extra benodigde uitgaven van € 9 miljoen in 2024 en € 8,3 miljoen in 2025 structureel op te vangen gebruiken we de volgende keuzemogelijkheden en dekkingsvoorstellen:

  1. Uitgaven verlagen.  Het voornaamste effect (€ 1,1 miljoen) heeft het toerekenen van uren (VAT kosten) aan projecten. Verder is het verwachte (incidentele) effect van de realistische investeringsplanning meegenomen in 2023 en 2024 en een aanpassing van de afschrijvingsmethode bij onderwijshuisvesting.
  2. Inkomsten verhogen. De tarieven worden met 14 % verhoogd door de overhead volledig aan de tarieven toe te rekenen (€ 2 miljoen). De belastingen worden inflatievolgend verhoogd met 9% (€ 1,3 miljoen), waarvan 7% inhaalinflatie vanwege de hoge inflatie in 2022 en 2023 en de inflatie van 2% voor 2024.  Bij de leges omgevingsvergunning kan de stap worden gemaakt van 75% kostendekking naar 100% kostendekking ( € 0,7 miljoen). De toeristenbelasting wordt verhoogd van € 1,70 per overnachting naar € 3,40 per overnachting ( € 0,3 miljoen).
  3. Inzet algemene dekkingsmiddelen.  We stellen voor om in 2024 incidenteel € 2,4 miljoen aan de algemene reserve te onttrekken en het structureel weerstandsvermogen met € 0,8 miljoen te verlagen. Dit verhoudt zich tot de verwachte structurele toename van de energielasten.

Leeswijzer

De autonome ontwikkelingen en de dekkingsmogelijkheden zijn toegelicht bij het financieel overzicht Kadernota 2024. Bij de ontwikkelingen per programma is een nadere toelichting gegeven op het onderdeel 'fundament op orde' en op de beleidswensen. Hierna volgt een opsomming van de uitgangspunten, die bij de begroting 2024 worden gehanteerd. De Kadernota eindigt met een overzicht van de investeringsopgaven voor 2024-2027.

 
Bij de financiële cijfers worden lasten met een positief getal weergegeven en baten met een negatief getal. Dat betekent dat een positief saldo met een negatief getal wordt weergegeven en een negatief saldo met een positief getal. Onttrekkingen uit de reserves zijn voor de exploitatie een bate en dus een negatief getal. Toevoegingen aan de reserves zijn lasten voor de exploitatie en dus een positief getal

Voor de leesbaarheid is gekozen om bedragen af te ronden op € 1.000. Het kan gebeuren dat hierdoor bij afronding een minimaal verschil optreedt. Daar waar bedragen op € 1 staan, wordt dit toegelicht. 

Uitgangspunten Kadernota 2024

Uitgangspunten Kadernota 2024

Terug naar navigatie - Uitgangspunten Kadernota 2024

We hanteren de volgende uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting 2024.

Loonsom

De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten, op basis van het schaalmaximum en de meest actuele CAO.

Bij het opstellen van de Begroting 2023 was de CAO vanaf 2023 nog niet bekend. Voor 2023 is in de Begroting 2023 een voorlopige indexatie verwerkt van 2%. Recent is de CAO voor 2023 afgesloten met een looptijd tot en met 31 december 2023. De lonen stijgen op grond van deze CAO met 9% gemiddeld. In de Kadernota 2024 is rekening gehouden met een extra stijging van de lonen in 2023 van 7% (= 9% min 2%) en met een voorlopige verdere stijging in 2024 met 2%. De indexatie 2024 wordt op grond van een nog af te sluiten CAO 2024 bijgesteld.

Prijsontwikkeling materiële budgetten

De prijsgevoelige budgetten verhogen we, waar van toepassing,  voorlopig met het algemene indexcijfer van 2,0% voor 2024. De indexatie 2024 wordt in de Begroting 2024 bijgesteld volgens het meest actuele algemene indexcijfer.

In 2022 en 2023 is er sprake van hoge prijsstijgingen. Bij het opstellen van de Begroting 2023 zijn de prijsgevoelige budgetten 2023, waar van toepassing, verhoogd met het algemene indexcijfer van 3,1%. We verwachten een prijsstijging in 2023 (inclusief effect uit 2022) van 9%. In de Kadernota 2023 is rekening gehouden met extra stijging van de prijsgevoelige budgetten in 2023 van 5,9% (= 9% min 3,1%).

De prijs voor energielasten is hoog. Op grond van de aanbesteding van het energiecontract stijgen de energielasten in 2023 met € 1,6 miljoen (meer dan 100% stijging). Voor 2024 en verder verwachten we dat een deel van deze stijging tijdelijk is en voor € 0,8 miljoen structureel is (2026 en verder).

Gemeenschappelijke regelingen en subsidies

Gemeenschappelijke regelingen en maatschappelijke partners zijn ook geconfronteerd met hoge loon- en prijscompensatie. In de Kadernota 2024 rekenen we voorlopig op een stijging van 9% voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en van subsidies (gemiddeld). De verbonden partijen dienen jaarlijks de begroting in bij de gemeenten voor zienswijzen. De door het algemeen bestuur vastgestelde begroting 2024 verwerken we in de gemeentelijke begroting.

Rente

De rente is gebaseerd op de werkelijke leningsovereenkomsten. Daarnaast is door de huidige rente ontwikkelingen het rentepercentage, waarmee in de liquiditeitenplanning wordt gerekend voor nieuw af te sluiten overeenkomsten verhoogd van 2% in de begroting 2023 naar 3% in de begroting 2024. De omslagrente voor de kapitaallasten berekenen we bij het opstellen van de begroting, rekening houdend met de maximaal toegestane bandbreedte volgens de verslaggevingsvoorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording).

Algemene uitkering

Voor de raming van de algemene uitkering gaan wij in de Begroting 2024 uit van de meicirculaire 2023. Bij het ambtelijk afronden van de Kadernota 2024 is uitgegaan van de decembercirculaire 2022. 

De financiële effecten van de meicirculaire 2023, die eind mei of begin juni wordt gepubliceerd, kan niet tijdig meer worden geanalyseerd om te verwerken in deze Kadernota 2024. De effecten van de meicirculaire 2023 presenteren we in een afzonderlijke raadsinformatiebrief zodat deze voor de raad beschikbaar is voor de Algemene beschouwingen.

Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten

De belastingen, heffingen en overige inkomsten verhogen we jaarlijks met het algemene indexcijfer.
In de Kadernota 2024 houden we rekening met extra inflatie door zeer sterk gestegen prijzen in 2022 en 2023, waarmee in de Begroting 2023 nog geen rekening is gehouden. In deze Kadernota 2024 is in de dekkingsvoorstellen het voorstel opgenomen om tarieven extra te verhogen voor deze inhaalinflatie 2023. 

Overhead

In de Kadernota 2024 is bij de dekkingsvoorstellen een voorstel opgenomen om de overhead toe te rekenen aan de tarieven.

Toerekening uren aan investeringen

In de Kadernota 2024 is bij de dekkingsvoorstellen een voorstel opgenomen om loonkosten toe te rekenen aan investeringen (Grond-, weg en waterbouw projecten) en groot onderhoud projecten.

Meerjarenperspectief

De baten en lasten in het meerjarenperspectief presenteren we op basis van constante prijzen met prijspeil 2024.