0.1 Bestuur
Om de overdracht van de pensioenen in 2028 aan het ABP te financieren is er in 2025 een inhaalslag gemaakt, daardoor valt de het bedrag dat we in 2026 moeten 'sparen' ongeveer € 100.000 lager uit. De definitieve rekenrente en de werkelijke dekkingsgraad worden pas eind 2026 bekend, waardoor het daadwerkelijke bedrag zal afwijken. Daarnaast worden de uitbetalingen vanuit 2026 vanuit de voorziening gefinancierd, dit levert nog een voordeel op van € 187.000.
Voor de onderzoeken van de rekenkamer en voor de accountantscontrole verwachten we € 30.000 extra kosten. Deze inschatting is gebaseerd op het aantal geplande rekenkamer-onderzoeken en de gebruikelijke indexering van de accountantskosten.
0.2 Burgerzaken
Het organiseren van verkiezingen is inmiddels geen uitzondering meer, maar de norm: in 2025 waren de vervroegde Tweede Kamer verkiezingen, in 2026 de gemeenteraadsverkiezingen en in 2027 wachten de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de waterschappen. De kosten voor het organiseren van verkiezingen nemen al jaren toe (gemiddelde € 7,79 per kiesgerechtigde, op basis van cijfers uit 2025 van de VNG ). Voor het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen verwachten we bij de jaarrekening een overschrijding van € 70.000.
In verband met de paspoortenpiek, geeft de gemeente meer paspoorten uit dan waar in de Begroting 2026 rekening mee is gehouden. Doordat er meer paspoorten worden uitgegeven is de afdracht aan het Rijk € 150.000 hoger. Hier staan ook hogere baten tegenover.
0.4 Overhead
Onder verwijzing naar de op 2 april verstrekte informatie aan de raad (RIB nr. G01), heeft het college besloten de nodige extra middelen (€ 519.000) in 2026 toe te kennen voor het uitvoeren van het IT-beleid.
Daarnaast verwachten we een overschrijding van € 200.000 op de algemene licentiekosten. Elk jaar worden deze kosten geïndexeerd door de leveranciers, maar de laatste jaren is de begroting niet geïndexeerd. In 2026 is het budget wel verhoogd, maar dit is nog niet genoeg om het gehele tekort te dekken.
De afgelopen jaren is gebleken dat het beschikbare budget voor de Ondernemersraad niet volledig wordt gebruikt, ook in 2026 verwachten we € 25.000 over te houden.
Het Rijk heeft de fiscale vrijstelling voor de reiskostenvergoeding voor medewerkers in 2026 (met terugwerkende kracht) met € 0,02 verhoogd naar € 0,25, dit in verband met de hogere brandstofprijzen. In overeenstemming met het personeelshandboek volgt de gemeente deze verhoging. Dit leidt tot ongeveer € 40.000 aan extra lasten.
Op een krappe arbeidsmarkt en met steeds complexer wordende werkzaamheden investeert de gemeente in het huidige personeel door middel van vakinhoudelijke en ontwikkelgerichte opleidingen voor medewerkers. Daarnaast wordt er ingezet op interne opleidingsprogramma’s voor het verbeteren van college- en raadvoorstellen. Dit leidt tot een overschrijding van € 150.000.
In de Begroting 2025 is er voor 2026 een reservering opgenomen voor prijscompensatie. Deze post van € 375.000 blijkt in 2026 niet nodig te zijn, waardoor deze vrij komt te vallen.
Loonsom en inhuur binnen de loonsom
De loonsombegroting heeft als doel om dekking te geven voor alle personeelskosten. Als dit bij ziekte of vacatures niet mogelijk is met personeel in loondienst wordt er personeel ingehuurd. We verwachten in het geheel van de loonsombegroting binnen het budget te blijven. Hier zitten de volgende effecten onder:
- Onderuitputting van de loonsom van € 9,9 miljoen. Dit is voornamelijk het gevolg van vacatures en daarnaast zijn opbrengsten uit o.a. UWV-gelden en maatschappelijk opvang- en Bescherm Wonen-gelden voor geleverde inzet.
- De inzet van inhuur voor € 9,9 miljoen op taken die binnen de loonsom horen. Aangezien het uitgangspunt is dat deze taken door medewerkers in loondienst uitgevoerd worden, wordt de inhuur niet begroot, maar is er binnen de loonsombegroting door de onderuitputting wel dekking voor.
Inhuur buiten de loonsom
Naast de inhuur ten laste van de loonsom (vervanging ziekte en vacatures) huren we ook in op uitvoering van activiteiten en projecten met externe geldstromen (inhuur buiten de loonsom). De inhuur buiten de loonsom wordt niet volledig per project begroot op de kostensoort inhuur. De verantwoording vindt echter wel op de kostensoort inhuur plaats. Voor 2026 verwachten we ongeveer € 5,6 miljoen aan inhuur buiten de loonsom ten opzichte van € 1,3 miljoen aan begrote inhuur. Voor het verschil van € 4,3 miljoen is wel dekking in begroting, maar deze is begroot op een andere kostensoort. Dit heeft als achtergrond dat bij opstellen van de begroting in 2025 nog geen duidelijkheid was op welke wijze deze projecten worden uitgevoerd; met eigen personeel of met extern personeel.
0.5 Treasury
Door het gevoerde treasury-beleid en het werkelijke investeringsvolume, vallen de rentelasten op langlopende leningen lager uit. De rente op kortlopende leningen is in 2026 wel gestegen. Dat komt doordat het rentepercentage op kortlopende leningen momenteel een stuk lager is dan de rentepercentage op langlopende leningen, waardoor het aantrekken van een langlopende lening in 2026 is uitgesteld naar een later moment in het jaar. Dit levert in 2026 een voordeel op van € 850.000.
0.8 Overige baten en lasten (stelposten)
Zoals aangegeven in eerdere de Raadinformatiebrieven zijn de extra middelen vanuit de Septembercirculaire en Decembercirculaire 2025 van € 1.219.302 (RIB nr. 35 van 2025 en RIB nr. 2 van 2026) toegevoegd aan de stelposten voor de indexatie van lonen en prijzen en doeluitkeringen. Dit is ook van toepassing op de per saldo extra middelen (€ 119.804 en € 538.946 voor de onderdelen indexeringen, taakmutaties en doeluitkeringen) uit de Meicirculaire 2026 (RIB nr. 25 van 2026). Vanuit deze stelposten worden diverse begrotingswijzigingen vanuit programma 2, 3, 4 en 5 gedekt, ter hoogte van € 644.000. In deze bestuursrapportage wordt voorgesteld het restant van deze stelpost vrij te laten vallen in het resultaat van 2026.