Algemeen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Programmabegroting 2025
Voor u ligt de Programmabegroting 2025. Daarin staat wat we willen bereiken, wat we daarvoor in 2025 gaan doen en wat dat kost. De raad heeft op 9 juli hiervoor de kaders meegegeven met de vaststelling van de Kadernota 2025. Deze vormt de basis voor de nu voorliggende begroting. 

Uitvoering Coalitieakkoord
Het jaar 2025 is het laatste volledige jaar van deze collegeperiode. We zijn goed op weg om de ambities van het Coalitieakkoord ‘Bouwen aan een stevig fundament’ te realiseren en we hebben mooie resultaten geboekt, zoals de versnelling van de woningbouw, strategisch plan zonnevelden, harmonisatie buitensport en het nieuwe afvalscheidingsstation.

De eerste twee jaar is hard gewerkt aan het op kracht brengen van de ambtelijke organisatie. Bij het maken van keuzes is de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële situatie en de ambtelijke organisatie een randvoorwaarde. Het was noodzakelijk om het fundament op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Intussen hebben we ons gericht op de prioriteiten van het coalitieakkoord: passende en betaalbare woningen, toegankelijke zorg en een gezonde leefomgeving.

Doordat een goede basis is gelegd in de eerste 2 jaar van de coalitieperiode, hebben we meer (in)zicht gekregen in wat nodig is. In de Programmabegroting 2025 voeren we drie verdere verbeteringen door in onze P&C Cyclus:

  1. volledig implementeren van de nieuwe opzet beleidsbegroting, met doelenbomen, top beleidsindicatoren en mijlpalen;
  2. inzicht in de solide financiële positie op grond van door de raad vastgestelde kaders;
  3. een realistischer (meerjarige) investeringsplanning.

Daarmee zijn we er nog niet. Er blijft elk jaar weer ruimte voor verdere verbetering. Echter, er ligt daarmee - in samenspraak met uw raad - een meer beleidsmatige en op sturingsinformatie gebaseerde begroting voor dan aan het begin van de coalitieperiode.

Ambities voor 2025
In 2025 gaan we verder met het versnellen van de woningbouw, het uitvoeren van het programma ‘Op weg naar nieuwe energie’ en het bieden van passende zorg en ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben.

Binnen het sociaal domein vraagt het komende jaar de transformatie van de jeugdzorg onze prioriteit. De Hervormingsagenda dwingt ons de regionale samenwerking binnen Utrecht-West te versterken. Het gaat onder meer om het opstellen van een regiovisie, verplichte regionale inkoop van specialistische jeugdhulp en het vormen van een Gemeenschappelijke Regeling. De toekomst van de samenwerking met TIM Stichtse Vecht zal hierbij worden betrokken.

Voor knooppunt Breukelen wordt een masterplan opgesteld als uitwerking van de Strategische visie over dit gebied, waarbij de kansen voor wonen, werken, mobiliteit en recreatie concreet in beeld worden gebracht. We verwachten dit plan in 2025 op te leveren.

We werken verder aan het Omgevingsprogramma Landelijk gebied, om een antwoord te vinden op de vele opgaven die daar samenkomen. Zoals de energietransitie, toekomstbestendige voedselproductie, woningbouwopgave en het herstel van biodiversiteit. We kijken naar mogelijkheden voor landbouw, mobiliteit, recreatie en toerisme, veiligheid en energie. Intensieve samenwerking met onze gebiedspartners vinden we belangrijk, onder andere door voortzetting van de in 2024 opgerichte Boerentafel.

Met de nieuwe realistischer (meerjarige) investeringsplanning 2025-2028 zijn we in staat om, mét een realistisch financieel perspectief, de komende periode flink te investeren in vervangingen en nieuwe investeringen in de openbare ruimte. Hierbij maken we wel de kanttekening dat in de uitvoeringsplanning nog planningsoptimisme kan zitten en dat de krapte in de arbeidsmarkt een onzekere factor is. Maar we zetten er vol onze schouders onder en we verwachten goede verbeterstappen te zetten. 
In de meerjarige investeringsplanning is ook de eerste fase van het Integraal Huisvestingsplan onderwijsgebouwen opgenomen. In 2025 werken we het uitvoeringsplan uit om zo daadwerkelijk hiermee aan de slag te kunnen.

Verder noemen we voor het jaar 2025:

  • Opwaardering / verbetering Park Maarssenbroek;
  • Lokale stemwijzer voor de verkiezingen in 2026;
  • Uitzenden commissievergaderingen met geluid en beeld;
  • Implementatie wet Bibob ('Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur'. Deze wet geeft overheidsinstanties (zoals een gemeente) de mogelijkheid om de achtergrond van bedrijven en personen met wie zij zakendoen, te screenen. Om dit te doen, voeren overheidsinstanties een Bibob-onderzoek uit);
  • Invoering Wet Versterking participatie op decentraal niveau, waardoor inwoners en betrokkenen meer mogelijkheden krijgen voor participatie;
  • Behoefteonderzoek binnensportruimte bij sportverenigingen;
  • Kockengen Waterproof;
  • Afschaffen hondenbelasting;
  • Verkenning klimaatadaptatie.

Wat we verder doen
Het werk van een gemeente is belangrijk voor onze samenleving. Gemeente Stichtse Vecht zorgt voor onder meer buurtveiligheid, het onderhoud van straten, de inzameling en verwerking van afval, de ontwikkeling van nieuwe woongebieden, het beheer van schoolgebouwen en hulp voor mensen die dat nodig hebben. Deze taken vragen veel tijd en capaciteit, daarom blijven we ook in 2025 investeren in een stevige en toekomstgerichte ambtelijke organisatie.

Realistische Programmabegroting
Hoewel we niet in de toekomst kunnen kijken, zijn we trots dat we in deze onzekere financiële tijd een sluitende Programmabegroting 2025 aanbieden. Bezuinigingen zijn hierdoor op dit moment niet nodig. Het tekort van de jaren 2026-2028 is beheersbaar en wordt betrokken bij de Kadernota 2026. 
De financiële ontwikkelingen met betrekking tot het gemeentefonds zijn de afgelopen jaren in toenemende mate onstabiel geweest, zowel incidenteel als structureel. Gemeenten ontvangen te weinig middelen voor een adequate uitvoering van de taken. Bovendien blijven onzekerheden groot, mede door internationale ontwikkelingen.

Dit alles maakt een realistische meerjarige begroting belangrijk. Met dit perspectief verwachten we na de gemeenteraadsverkiezing van 2026 onze taken goed te kunnen overdragen.

Financiële begroting 2025-2028 - samenvatting

Financieel overzicht

Terug naar navigatie - Financieel overzicht

In dit hoofdstuk geven wij inzicht in de financiële positie van onze gemeente. In de Programmabegroting 2025 – 2028 zijn de Kadernota 2025 en de uitkomsten van de meicirculaire 2024 verwerkt.

De Programmabegroting 2025 sluit in 2025 met een positief structureel saldo en voldoet daarmee aan de vereisten voor het 'repressieve begrotingstoezicht' van de provincie. Dat was ook het uitgangspunt bij de Kadernota 2025.

Zoals bekend zijn de tekorten bij de gemeenten vanaf 2026 groot doordat het Rijk nog geen besluit heeft genomen over eventuele compensatie van deze tekorten. Nu blijkt dat het begrotingstekort voor het Rijk de komende jaren aanzienlijk hoger is dan afgelopen jaar ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat het gemeentefonds de komende jaren verhoogd zal worden.  Vanaf 2026 is het meerjarenperspectief daarom niet sluitend, hoewel de tekorten richting 2028 minder groot worden. 

Begroting 2025 - 2028 (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028
A. Startpositie: Programmabegroting 2024-2027 600 -6.271 -7.391 -6.087
Autonome- en beleidsontwikkeling
B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds 5.207 4.940 7.022 9.338
C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen -5.868 -6.549 -6.569 -6.909
D. Fundament op orde 0 0 0 0
E. Beleidswensen -4.863 -3.628 -3.538 -3.710
Totaal autonome- en beleidsontwikkeling -5.524 -5.237 -3.086 -1.281
Dekkingsmogelijkheden
F1. Uitgaven verlagen 1.273 1.273 1.273 1.273
F2. Inkomsten verhogen 507 507 507 507
F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen 3.413 2.339 2.828 2.651
Totaal dekkingsmogelijkheden 5.193 4.119 4.608 4.431
Stand Kadernota 2025 268 -7.389 -5.869 -2.937
G. Meicirculaire 2024 140 2.958 2.865 2.814
G1. Effect Meicirculaire 2024 140 2.958 2.865 2.814
H. Uitwerking Kadernota 2025 -307 -2.055 -2.975 -3.902
H1. Loon- en prijsstijgingen -7 -7 -4 -1
H2. Meerjareninvesteringsplanning 0 0 PM PM
H3. Integraal huisvestingsplan (IHP) 0 0 PM PM
H4. Rente a.g.v. realistische investeringsplanning -955 -1.999 -2.971 -3.901
H4. Vrijval stelpost kapitaallasten t.b.v. rente 955 0 0 0
H5. Innovatiebudget -50 -50 0 0
H6. Knooppunt Breukelen -250 0 0 0
Stand Begroting 2025 - 2028 102 -6.487 -5.978 -4.025
Let op, in tegenstelling tot voorgaande P&C-documenten zijn negatieve bedragen een nadeel en positieve bedragen een voordeel

Begrotingsevenwicht

Terug naar navigatie - Begrotingsevenwicht

Gemeenten zijn verplicht om tijdig (vóór 15 november) een financieel sluitende begroting voor het volgende jaar in te dienen bij de provincie (artikel 189 Gemeentewet). De provincie houdt via de begroting en jaarrekening toezicht op de gemeentelijke financiële positie. Onderdeel van het toezicht is de controle of onze begroting ‘structureel sluitend’ is. Hierbij wordt beoordeeld of wij structurele lasten ook met structurele baten dekken, of te wel, dat de structurele lasten, bij gelijkblijvende omstandigheden, ook op de langere termijn gedekt kunnen worden met de baten (de robuustheid van de begroting).

De financiële begroting bevat een overzicht met een specificatie van de incidentele baten en lasten. In de onderstaande tabel is het begrotingssaldo (zie bovenstaande tabel) gecorrigeerd met de incidentele baten en lasten. Het resultaat is het structurele begrotingssaldo. Uit de tabel blijkt dat de begroting structureel in evenwicht is voor 2025. Dat is voldoende om onder repressief toezicht van de provincie te vallen.

Structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028
Begrotingssaldo 102 -6.487 -5.978 -4.025
BIJ: Incidentele lasten 1.056 202 0 0
AF: Incidentele baten -100 -99 0 0
Structureel begrotingssaldo 1.058 -6.384 -5.978 -4.025
Let op, in tegenstelling tot voorgaande P&C-documenten zijn negatieve bedragen een nadeel en positieve bedragen een voordeel

Kadernota 2025

Terug naar navigatie - Kadernota 2025

In de kadernota zijn exploitatie- en investeringsbudgetten opgenomen waarmee het bestaand beleid wordt voortgezet. Met het vaststellen van de Programmabegroting worden de budgetten geautoriseerd.

De genoemde ontwikkelingen in de kadernota zijn verwerkt in de begroting:
A. Startpositie: Programmabegroting 2024-2027
B. Autonome ontwikkeling van het gemeentefonds
C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen
D. Fundament op orde (programma 1)
E. Beleidswensen
F. Dekkingsmogelijkheden

Toelichting mutaties na Kadernota 2025

Terug naar navigatie - Toelichting mutaties na Kadernota 2025

G. Meicirculaire 2024
G1. Effect Meicirculaire 2024
Bij de behandeling van de Kadernota 2025 bent u geïnformeerd over de hoofdlijnen van de uitkomsten van de meicirculaire 2024. De meicirculaire laat, ten opzichte van wat al was opgenomen in de Kadernota 2025 voor 2025-2028 een voordelig effect zien. 

H. Uitwerking Kadernota 2025
H1. Loon- en prijsstijgingen
Bij het opstellen van de Kadernota 2025 wordt gewerkt met schattingen. Bij het opstellen van de begroting worden de exacte bedragen geboekt. Dit levert per saldo kleine verschillen op.

H2 en H3. Meerjareninvesteringsplanning en Integraal huisvestingsplan (IHP)
De realistische investeringsplanning en IHP zijn verwerkt in deze begroting. In 2025 en 2026 wordt er van uit gegaan dat de kapitaallasten binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. De boeking van de kapitaallasten naar de juiste programma's moet nog plaatsvinden. Indien dat tot verschuivingen tussen programma's leidt, wordt dit verwerkt in de Bestuursrapportage 2025. Vanaf 2027 is het nog onzeker wat de effecten zijn van de uitvoering van de investeringen op de kapitaallasten, vandaar dat deze nog als PM post zijn opgenomen.
In de Kadernota 2025 was een PM post opgenomen voor verduurzaming vastgoed. Aangezien er nog plannen worden gemaakt en de kosten daardoor nog niet inzichtelijk zijn is in de meerjarenplanning de verduurzaming vastgoed opgenomen als PM post. 

H4. Rente a.g.v. realistische investeringsplanning en dekking uit vrijval stelpost kapitaallasten
De realistische investeringsplanning en het IHP leidt tot een groter investeringsvolume. Daarmee wordt de behoefte aan het aantrekken van leningen ook groter. In de begroting is rekening gehouden dat dit leidt tot hogere rentelasten. In 2025 kunnen deze gedekt worden uit de stelpost kapitaallasten.

H5. Innovatiebudget
Conform de motie bij de Kadernota 2025 is er voor 2025 en 2026 extra budget opgenomen voor het innovatiebudget voor inwoners. Deze incidentele budgetten komen ten laste van het resultaat.

H6. Knooppunt Breukelen
In 2025 werken we het Masterplan Breukelen uit, als gevolg van de Strategische Verkenning. Zo geven we concrete invulling aan de keuzes die eerder zijn gemaakt en gaan we samen met onze partners aan de slag met de invulling van het gebied. 

Solide financiële positie

Terug naar navigatie - Solide financiële positie

De financiële positie van de gemeente Stichtse Vecht is in onderstaande tabel in één oogopslag weergegeven. De financiële positie volgens de Begroting 2025 is in het overzicht vergeleken met de Begroting 2024. Voor de zes kengetallen zijn de scores volgens beide begrotingen weergegeven. Voor het totaal van de financiële positie is voor beide begrotingen weergegeven of we voldoen aan de streefwaarde. 

Door de korting van het Rijk op het gemeentefonds vanaf 2026, de zogenaamde ravijnjaren, hebben we geen structureel sluitende begrotingsjaren in 2026 t/m 2028. In de Kadernota 2025 hebben we in scenario's vooruit gekeken naar 2029. Uitgangspunt bij de scenario's waren:

  • Toewerken naar een structureel sluitende begroting in 2029;
  • ‘Geen knaken, geen taken’ (hiermee wordt bedoeld dat door het Rijk naar gemeenten overgehevelde taken niet uitgevoerd kunnen worden als daar geen toereikende financiële vergoeding tegenover staat);
  • Beleidswensen toetsen aan het coalitieakkoord 2022-2026.

Met een score van 43,5 punten voldoet de Begroting 2025 niet aan de streefwaarde en is herstel op termijn nodig. De Begroting 2024 voldeed met 65 punten net aan de ondergrens van de streefwaarde van 75,5 - 65 punten.

De mogelijke maatregelen voor herstel op termijn zijn:

  • De begroting dichter naar de realisatie brengen. In de analyses op de verschillen tussen begroting en realisatie in de afgelopen jaren blijkt dat we gemiddeld jaarlijks een positief saldo overhouden van € 2,5 miljoen. Een verdiepende analyse op een aantal taakvelden laat een patroon zien van jaarlijks positieve afwijkingen en op een aantal jaarlijks negatieve afwijkingen. De mogelijkheden van deze maatregel zijn beperkt, omdat we in de Kadernota 2024 en 2025 al stappen zetten om de begroting dichter naar de realisatie te brengen op grond van deze inzichten. 
  • Verlagen van de uitgaven. Hiervoor zijn keuzes nodig in de ambities, waarbij het uitgangspunt is dat de bestuurlijke ambities in balans blijven met de financiële positie en de ambtelijke organisatie.
  • Verhogen van de inkomsten.
  • Inzetten van reserves (de spaarpot). De tekorten in 2026 en verder opvangen met een bijdrage uit de Algemene Reserve, die onder voorwaarden dan als ‘structureel’ mag worden aangemerkt. De toezichthouders (Ministerie van BZK / provincie) stellen hieraan de voorwaarde dat de solvabiliteit minimaal 20% bedraagt.

De maatregelen Verlagen van de uitgaven en Verhogen van de inkomsten vragen om bestuurlijke keuzes. Het uitwerken van voorstellen vergt een gedegen voorbereiding, maar ook een goed beeld van het op te lossen tekort in 2029. Uit de memo  Hoofdlijnen Meicirculaire 2024 bij de Kadernota 2025 blijkt dat er voor 2029 zicht was op een positief saldo in 2029 van € 0,8 miljoen. Uit deze Begroting blijkt de realistischer investeringsplanning met een substantieel hoger investeringsvolume de komende jaren leidt tot hogere rentelasten. Voor 2029 geeft dat € 4,3 miljoen aan hogere rentelasten. Hiervan heeft € 2,2 miljoen betrekking op investeringskredieten die in de Begroting 2026 of later door de raad worden vastgesteld. Met de vaststelling van de Begroting 2025 en investeringskredieten die in 2025 nog aan de raad worden voorgelegd wordt voor € 2,1 miljoen aan extra rentelasten voor 2029 voorzien. Uitgangspunt daarbij is dat de projectplanning voor deze investeringen 100% wordt gerealiseerd. De projectplanning is het uitgangspunt voor de realistischer meerjareninvesteringsplanning. De komende jaren doen we ervaring op met de realisatie en zal nog blijken of er in de projectplanning nog sprake is van planningsoptimisme.

Na het publiceren van de Septembercirculaire 2024 krijgen we een scherp zicht op het voorlopig begrotingssaldo 2029 en of en in welke mate we een tekort in 2029 moeten oplossen. We starten een zorgvuldig proces om voorstellen uit te werken. We maken een ruimere verkenning met keuzemogelijkheden, waarbij zo mogelijk effecten in beeld worden gebracht. De beoogde einddatum van de uitwerking van deze scenario’s is februari 2025, waarna deze betrokken worden bij de Kadernota 2026. 

Kengetallen Score Ruimte Streefwaarde Herstel Kritische
Max B2024 B2025 Stichtse Vecht ondergrens
1. Structurele exploitatieruimte
1e jaar 12 6 12 0,56%
2e jaar 8 8 0 < 0
3e jaar 8 0 0 < 0
4e jaar 12 0 0 < 0
2. Weerstandsratio (incidenteel) 15 15 15 1,9
3. Structureel weerstandsvermogen 15 15 0 0,0
4. Solvabiliteit 9 0 0 13%
5. Netto schuldquote 9 9 4,5 104%
6. Taakstellingen
1e jaar 3 3 3
2e jaar 3 3 3
3e jaar 3 3 3
4e jaar 3 3 3
Totaal financiële positie 100 65 43,5 B2024 B2025

Toelichting
De volgende normen, streefwaarden en kritische ondergrenzen zijn door de gemeenteraad vastgesteld in het raadsvoorstel Nota Solide financiële positie gemeente Stichtse Vecht 2024. Een nadere toelichting op de kengetallen is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Kengetal Normering voor toekennen punten
Structurele exploitatieruimte Negatief is 0 punten, positief 12 of 8 punten, kleiner dan 0,5% is 6 of 4 punten (12 en 6 bij 1e en 4e jaar; 8 en 4 bij 2e en 3e jaar)
Weerstandsratio (incidenteel) Weerstandsratio (incidenteel) groter dan 1,4 is 15 punten, tussen 0,8-1,4 is 7,5 punten en kleiner dan 0,8 is 0 punten.
Structureel weerstandsvermogen Weerstandsratio (structureel) groter dan 1,0 is 15 punten, tussen 0,6-1,0 is 7,5 punten en kleiner dan 0,6 is 0 punten
Solvabiliteit Boven de 50% is 9 punten, tussen de 20-50% is 4,5 punten en kleiner dan 20% is 0 punten
Netto schuldquote Kleiner dan 90% is 9 punten, tussen 90%-130% is 4,5 punten en boven 130% is 0 punten
Taakstellingen Taakstelling kleiner dan 0,5% is 3 punten, tussen 0,5%-1% is 1,5 punten en boven 1% is 0 punten
Normen Ruimte Streefwaarde Opgave voor Kritische
Koers houden Stichtse Vecht herstel ondergrens
1. Structurele exploitatieruimte >= 0 < 0 < 0
(1e en 4e jaar)
2. Weerstandsratio (incidenteel) >= 2,0 1,4 < 2,0 1,0 < 1,4 < 1,0
3. Structureel weerstandsvermogen >= 1,0 0,8 < 1,0 0,6 < 0,8 < 0,6
(1e of 4e jaar 0)
4. Solvabiliteit >= 50% 35% < 50% 20% < 35% < 20%
5. Netto schuldquote < 90% 90% < 110% 110% < 130% > 130%
Totaal financiële positie 100 - 76 75,5 - 65 64,5 - 0 1e en 4e jaar niet structureel sluitend

Structureel weerstandsvermogen
Vanaf het jaar 2026 is deze begroting nog niet structureel sluitend. Vooruitkijkend is het voor Stichtse Vecht van belang dat we nu al anticiperen op en wendbaar zijn om volgend jaar een structureel sluitende Programmabegroting 2026 te presenteren, waarbij het jaar 2029 structureel sluitend is. Onze begroting is gevoelig voor ontwikkelingen waar we zelf geen directe invloed op hebben, zoals schommelingen in het gemeentefonds en stijgende rente, met mogelijk nadelige effecten op ons structureel resultaat. Door een buffer aan te houden, voorkomen we dat we ongewenst ineens grote bezuinigingen moeten doorvoeren met grote nadelige maatschappelijke effecten. Het structurele weerstandsvermogen dient om in de begroting wendbaar te zijn voor deze structurele risico's en voorkomt dat maatschappelijke en operationele activiteiten onder druk komen te staan, indien zich een risicovolle ontwikkeling daadwerkelijk voordoet.

Onderstaande tabel geeft de uitkomst van de impact analyse, het huidig beschikbaar structureel weerstandsvermogen en de voorgestelde correctie weer. 

Structureel weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029
1. Teruggang algemene uitkering met 1% 1.176 1.098 1.113 1.136 1.136
2. Stijging van marktrente met 1% 245 431 576 721 866
3. Gemeenschappelijke regelingen met 1% prijsstijging 125 125 125 125 125
4. Loon en prijscompensatie - 1% niet doorrekenen in belastingtarieven 160 160 160 160 160
5. Passende zorg en ondersteuning: bandbreedte maatregelen voorveld 1.276 1.728 1.550 1.727 1.947
Totale impact gevoeligheid begroting structurele risico's 2.982 3.542 3.524 3.869 4.234
Beschikbaar structureel weerstandsvermogen 3.413 4.067 4.378 4.378 4.378
Voorgestelde correctie -3.413 -2.339 -2.828 -2.651 -2.431
Structureel weerstandsvermogen na correctie 0 1.728 1.550 1.727 1.947

Toelichting
1. Teruggang algemene uitkering met 1%
De algemene uitkering kan de komende jaren dalen als gevolg van onderhoud van de huidige normeringssystematiek, het nadelige effect van de uitkering jeugd en het nadelig effect van de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. 

2. Stijging van marktrente met 1%
Wij hebben, gezien de huidige renteontwikkelingen, het rentepercentage verhoogd van 2% bij de begroting 2023 naar 3 % bij de begroting 2024 en begroting 2025. In het structureel weerstandsvermogen houden wij rekening dat wij bij herfinanciering van bestaande leningen tegen een hoger percentage moeten lenen. Het effect van 1% rentestijging, ten opzichte van het in de begroting opgenomen percentage, hebben wij hier opgenomen. 

3. Gemeenschappelijke regeling met 1% prijsstijging
In de begroting van gemeenschappelijke regelingen wordt gerekend met een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op basis van bij het opstellen bekende loon- en prijsstijgingen. Regelmatig leidt dit tot begrotingswijzigingen in het lopende jaar op basis van actuelere loon- en prijsontwikkelingen. Wij hebben ook hier gerekend met 1% om de gevoeligheid uit te drukken.

4. Loon en prijscompensatie - 1% niet doorrekening in belastingtarieven
Ook voor ons geldt dat de loon- en prijsontwikkeling hoger kunnen blijken te zijn dan vooraf ingeschat. Wij berekenen dit normaliter niet door in onze belastingtarieven in het lopende jaar. Wij hebben ook hier gerekend met 1% om de gevoeligheid uit te drukken.

5. Passende zorg en ondersteuning: bandbreedte maatregelen voorveld
In het belang van adequate zorg en kostenbeheersing is gekozen voor een betere positionering van het voorveld. Er is gekozen voor het scenario dat de meeste impact heeft op vermindering van instroom bij TIM SV en de Wmo (gemeente), terwijl er geen aanvullend budget nodig is. De financiële besparing is ingeschat in een realistische bandbreedte. In het structureel weerstandsvermogen is rekening gehouden met het risico dat de opbrengst lager uitvalt. Het verschil tussen de bovenkant en onderkant van de realistisch ingeschatte bandbreedte is meegenomen bij de bepaling van het structureel weerstandsvermogen.

Incidenteel weerstandsvermogen
De algemene reserve bestaat op grond van de beleidsnotitie 'algemene reserve' uit drie lagen. De middelen uit schijf 1 kunnen we inzetten om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen we inzetten voor actieve (beleids)keuzes. Het gaat hierbij om incidentele middelen.

In de paragraaf Weerstandsvermogen zijn de bedragen bij de weerstandsratio's toegelicht. Wij streven naar een ratio tussen 1,4 en 2,0 om onvoorziene incidentele calamiteiten op te kunnen vangen. De verwachting is dat de stand van de algemene reserve eind 2024 € 16,9 miljoen bedraagt (Bestuursrapportage 2024). Dit zijn de vrij beschikbare middelen om de risico's op te vangen. De weerstandsratio komt hiermee op 1,9 en komt daarmee boven de minimale weerstandsratio van 1,4.  

Stelposten 2025-2028
In de tabel hieronder zijn de stelposten, die in de begroting zijn opgenomen, gepresenteerd. Wij lichten deze kort toe.

  1. Algemene uitkering (taakmutaties)
    Dit betreffen decentralisatie uitkeringen of specifieke gelden, die via de algemene uitkering worden ontvangen. Deze gelden komen vrij voor de programma's op basis van een plan of onderbouwing na besluitvorming van de raad.
    Hier staan nog de resterende middelen van het Bestedingsplan 'Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)', zoals behandeld in de raadsvergadering van 22 december 2022.
  2. Structureel weerstandsvermogen
    Deze stelpost is bedoeld voor structurele risico's zoals achteruitgang algemene uitkering, rentestijgingen, inflatie, hogere bijdragen gemeenschappelijke regelingen en specifieke risico's.
  3. Onvoorzien
    Dit betreft een bedrag voor incidenteel onvoorziene situaties.
  4. Lonen en prijzen
    De algemene uitkering is met ingang van 2024 opgenomen op basis van constante prijzen. Er staan om die reden geen indexatie van latere jaren meer op deze stelpost. 
    In de begroting 2024 stond hier nog een bedrag van € 375.000 voor aanvullende compensatie via subsidiecompensatie voor maatschappelijke organisaties. Deze is in de begroting 2025 ingezet.
  5. Loonsom en inhuur
    In de begroting 2024 werd nog rekening gehouden met inhuur ten laste van de loonsom. In de begroting 2025 is deze stelpost niet nodig.
  6. Kapitaallasten
    Vrijval van kapitaallasten wordt niet in het begrotingssaldo verwerkt, maar apart gehouden in een stelpost kapitaallasten. Deze blijft beschikbaar voor onvoorziene investeringen. In de begroting 2025 is deze stelpost geheel ingezet.
Stelposten (bedragen x € 1.000) Programma 2025 2026 2027 2028
1. Algemene uitkering - Taakmutaties - 1. Bestuur 0 165 265 265
2. Structureel weerstandsvermogen 1. Bestuur 0 1.728 1.550 1.727
3. Onvoorzien 1. Bestuur 90 90 90 90
4. Loon- en prijsstijging 1. Bestuur 0 0 0 0
5. Loonsom en inhuur 1. Bestuur 0 0 0 0
6. Kapitaallasten 1. Bestuur 0 0 0 0
Totaal stelposten 90 1.983 1.905 2.082

Grondslagen voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 tot 2028

Grondslagen

Terug naar navigatie - Grondslagen

Inleiding
De startpositie van de Programmabegroting 2025 – 2028 is de meerjarenraming uit de Programmabegroting 2024 – 2027 en de besluitvorming door de raad tot en met juli 2024. Op deze startpositie zijn, naast de uitwerking van de Kadernota 2025, de volgende mutaties verwerkt:

  • De actuele ontwikkelingen uit het gemeentefonds tot en met de meicirculaire 2024
  • Aanpassing van de bijdragen aan verbonden partijen, zodat deze aansluit op de begrotingen van deze partijen
  • Actualisatie van de meerjareninvesteringsplanning
  • Aantal specifieke onderwerpen
  • Overige afrondende administratieve mutaties.

 

Notities financieel beleid
De P&C documenten worden opgesteld met inachtneming van de door de raad vastgestelde financiële beleidsdocumenten. Deze documenten zijn:

  • Financiële verordening (raad 5 maart 2024)
  • Nota reserves en voorzieningen (raad 6 juli 2021)
  • Nota waardering en afschrijving vaste activa (raad 6 juli 2021)
  • Beleidsnotitie algemene reserve (raad 29 september 2020)
  • Nota Monitoren maatschappelijke effecten gemeente Stichtse Vecht 2024 (raad 1 oktober 2024)
  • Nota Solide financiële positie Stichtse Vecht 2024 (raad 1 oktober 2024)

Indexeringen
Loonsom
De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten, op basis van het schaalmaximum en de meest actuele CAO.

De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 - 2028 is de CAO vanaf april 2025 nog niet bekend. In de Kadernota 2025 is rekening gehouden met een loonstijging in 2025 van 6,6% ; deze is ook verwerkt in de Programmabegroting. Zodra de nieuwe CAO bekend is, wordt de indexatie van de loonsom 2025 bijgesteld.

De verdeling van de salarislasten naar de taakvelden heeft overeenkomstig de verdeling bij de begroting van 2023 plaatsgevonden.

Voor de uitvoering van onze taken beschouwen en benutten we de loonsom, zoals vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering, als één geheel. Voor het beoordelen van de begrotingsrechtmatigheid bij de jaarrekening worden afwijkingen ten opzichte van de begroting niet beoordeeld per programma of taakveld, maar op het totale budget voor personeel. Hierbij wordt rekening gehouden met inhuur ten laste van de loonsom (betreft inhuur voor vervanging en ziekte); andere inhuur moet worden opgevangen binnen de betreffende exploitatiebudgetten.

Prijsontwikkeling materiële budgetten 
De prijsontwikkeling wordt op basis van het algemene indexcijfer in 2025 geraamd op 2,8%. Dit is een gemiddeld indexcijfer, waarin geen verschil wordt gemaakt tussen de soorten uitgaven. Het indexcijfer is gebaseerd op de CPB-ramingen die zijn opgenomen in de Meicirculaire 2024 van het Gemeentefonds. 

In de Kadernota 2025 is besloten om geen indexering toe te passen op de materiële prijsgevoelige budgetten, met uitzondering van de gemeenschappelijke regelingen en de subsidies, als dekkingsmogelijkheid om tot een sluitende begroting te komen.

Voor de energielasten is in de Programmabegroting 2024, op grond van de aanbesteding van het energiecontract, al rekening gehouden met een stijging van de energielasten van € 1 miljoen voor 2025 en € 0,8 miljoen vanaf 2026 (ten opzichte van 2022, het laatste jaar van de vorige overeenkomst).

Verbonden partijen
Gemeenschappelijke regelingen en maatschappelijke partners zijn ook geconfronteerd met de hoge loon- en prijscompensatie. De verbonden partijen dienen jaarlijks de begroting in bij de gemeenten voor zienswijzen. De door het algemeen bestuur vastgestelde begroting 2025 wordt verwerkt in de gemeentelijke begroting en toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.

Subsidies
De subsidies zijn, conform de Kadernota 2025, geïndexeerd met 3,1% (dit is een gewogen gemiddelde van de verwachte CAO-stijging en de prijsontwikkeling).

De toe te kennen subsidiebedragen voor 2025 moeten nog worden vastgesteld en worden na vaststelling online gepubliceerd op de gemeentelijke website.

Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten
De belastingen zijn overeenkomstig de besluitvorming bij de kadernota verhoogd met 3,1%. Het betreft hier onroerendzaakbelasting (OZB), roerende zaakbelasting (RZB), forensenbelasting en precariobelasting. In de Kadernota 2025 is besloten de hondenbelasting af te schaffen . Dit is nu verwerkt in de Programmabegroting 2025.

De heffingen voor riolering, afvalstoffen, begraven en omgevingsvergunning worden berekend op basis van 100% kostendekkendheid. De overige inkomsten  zijn verhoogd met 3,1% overeenkomstig de prijsstijging van de materiële budgetten.

Een toelichting op de tarieven en belastingen is terug te vinden in de paragraaf Lokale heffingen.

Overige uitgangspunten
Algemene uitkering
In de Programmabegroting 2025 zijn de effecten van de Meicirculaire 2024 verwerkt. De financiële effecten van de Septembercirculaire, die eind september wordt gepubliceerd, kunnen niet meer op tijd worden geanalyseerd om te verwerken in deze Programmabegroting. De consequenties van de Septembercirculaire voor onze gemeente presenteren we in een afzonderlijke raadsinformatiebrief.

Rente
De rente is gebaseerd op de werkelijke leningsovereenkomsten. Daarnaast is door de huidige rente ontwikkelingen het rentepercentage, waarmee in de liquiditeitenplanning wordt gerekend voor nieuw af te sluiten overeenkomsten, verhoogd van 2% in de begroting 2023 naar 3% in de begroting 2024. Dit percentage van 3% geldt ook voor de begroting 2025.

De omslagrente voor de kapitaallasten is bij het opstellen van de begroting herrekend, rekening houdend met de maximaal toegestane bandbreedte volgens de verslaggevingsvoorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording). De omslagrente is verhoogd van 0,5% in de begroting 2023 naar 1,0% in de begroting 2024. In de begroting 2025 is gerekend met een omslagrente 1,75%.

Investeringskredieten
Het uitgangspunt is dat de kredieten zijn opgenomen voor het prijspeil van 2025. De afschrijving van activa start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Aan activa wordt omslagrente toegerekend. Ook de rentetoerekening start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Rente en afschrijving vormen samen de kapitaallasten.

De huidige inflatieontwikkeling, zoals hogere grondstofprijzen, vervoerskosten en personele schaarste maken dat prijzen hard stijgen en investeringsramingen mogelijk moeten worden bijgesteld. De lijn is om dergelijke bijstellingen bij de P&C-documenten te melden en aan te passen.

Meerjarenperspectief 
De baten en lasten in het meerjarenperspectief presenteren we op basis van constante prijzen met prijspeil 2025.

Leeswijzer

Leeswijzer

Terug naar navigatie - Leeswijzer

Bestuurlijke opgaven in de programmabegroting
In het coalitieakkoord zijn twee programma’s opgenomen om het fundament op orde te brengen: ‘Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie’ en ‘Een begroting gericht op de toekomst’. Deze programma’s zijn in de beleidsbegroting opgenomen in programma 1 Bestuur. 

Daarnaast is in het coalitieakkoord opgenomen welke uitgangspunten en opgaven gehanteerd worden om de ambities te ordenen en te werken aan een sterke en betrouwbare lokale overheid. Binnen de balans van bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie staan de principes die in alle opgaven terugkomen en waar we onze doelen aan toetsen. De opgaven zijn inhoudelijk geordend met het besef dat we altijd oog houden voor samenhang tussen de bestaande opgaven en nieuwe opgaven die op ons afkomen.

 

Programma 1. BestuurLeeswijzer beleidsbegroting

 

In onderstaand schema is weergegeven in welk programma, in de programmabegroting 2025, de opgaven uit het coalitieakkoord zijn te vinden.

Bestuurlijke opgaven Opgenomen in programma
Voldoende betaalbare en passende woningen 3. Fysiek
Een klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening   3. Fysiek
Bereikbare, duurzame en verkeersveilige mobiliteit 3. Fysiek
Veilige en leefbare buurten, dorpen en landelijk gebied 3. Fysiek
Iedereen doet mee en hoort erbij 4. Sociaal
Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans  5. Samenleving

Aan een bestuurlijke opgave zijn verschillende beleidsterreinen gekoppeld die bijdragen aan de realisatie van een opgave. Bij de opgave is vermeld welke beleidsterreinen uit andere programma’s in de beleidsbegroting bijdragen aan deze opgave. 

Programma's
De beleidsbegroting bevat een nadere uitwerking van het coalitieakkoord voor het komende jaar. De beleidsbegroting geeft inzicht in:

  • Wat willen we (samen) bereiken tot en met 2026?
  • Wat gaan we daarvoor (samen) doen in 2025?
  • Wat mag het kosten?

Monitoring maatschappelijke effecten 
In deze raadsperiode brengen we het fundament van de gemeente Stichtse Vecht op orde, met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Onderdeel hiervan is het programma 'Een begroting gericht op de toekomst', waarin we werken aan een nieuwe opzet van een begroting met meer sturingsmogelijkheden. Met deze nieuwe opzet moet de raad beter in staat zijn om kaderstellende en controlerende taken uit te voeren. Zo draagt het vastleggen en (waar mogelijk) meetbaar maken van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken bij aan een transparante en betrouwbare overheid.

In de beleidsprogramma’s voegen we vijf informatie-elementen toe: 1) doelomschrijving én doelenboom, 2) effectindicatoren, 3) prestatie-indicatoren, 4) mijlpalen en 5) duiding bij causaliteit tussen activiteiten of prestaties en de effecten in P&C-documenten (beoogd vooraf en gerealiseerd achteraf). In de beleidsbegroting 2023 en 2024 is een eerste stap gezet door het toevoegen van een doelomschrijving bij de vraag 'Wat willen we bereiken?' en mijlpalen bij de vraag 'Wat gaan we daarvoor doen?'.

In het jaarverslag 2023 presenteerden we, als ‘pilot’ in programma 4 Sociaal, een verantwoording waarin alle vijf informatie elementen zijn toegevoegd. In deze Programmabegroting 2025 zijn bij vier van de vijf programma’s de vijf informatie elementen opgenomen. Daardoor zijn ten opzichte van de voorgaande begrotingen extra toegevoegd: een doelenboom, effectindicatoren, prestatie-indicatoren en de duiding bij de causaliteit tussen activiteiten of prestaties en effecten (achteraf). Hiermee zetten we in deze Programmabegroting 2025 weer een stap in het versterken van het fundament van de organisatie.

Financiële tabellen 
Voor de leesbaarheid is gekozen om bedragen af te ronden op € 1.000. Indien daarvan wordt afgeweken, dan wordt dat bij de tabel aangegeven. Het kan gebeuren dat hierdoor bij de tabellen een minimaal verschil optreedt door deze afrondingen.

Bij de financiële cijfers worden lasten / nadeel met een negatief getal weergegeven en baten / voordeel met een positief getal. Onttrekkingen uit de reserves zijn voor de exploitatie een bate en dus een positief getal. Toevoegingen aan de reserves zijn lasten voor de exploitatie en dus een negatief getal.

Per programma wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste wijzigingen tussen de primitieve begroting 2024 en de primitieve begroting 2025. In de toelichting is aangegeven of het een incidentele of structurele wijziging betreft en het document waarin het besluit is opgenomen. Tevens is een specificatie opgenomen van de reservemutaties in 2025.

De mutaties in de loonsom worden toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering. De mutaties in de kapitaallasten bij het hoofdstuk Uiteenzetting van de financiële positie (MeerjarenInvesteringsPlanning).

In de tabel Impuls coalitieakkoord zijn de exploitatiebudgetten van de beleidswensen of beleidsimpulsen opgenomen, die structureel in de begroting zijn verwerkt gedurende de coalitieperiode. Impulsen vanuit specifieke rijksuitkeringen, investeringen, indexaties, financieel technische wijzigingen en autonome ontwikkelingen zijn hierin niet opgenomen.

Overig
Per programma is beschreven wat de going-concern activiteiten zijn, zijn de (verplichte) indicatoren opgenomen en is vermeld welke verbonden partijen betrokken zijn.