Financieel beeld

Financieel beeld 2023 -Samenvatting-

Terug naar navigatie - Financieel beeld 2023 -Samenvatting-

In onderstaande tabel is de financiële prognose van het verwacht resultaat over 2023 per programma gepresenteerd. De begroting 2023 start met een voordelig saldo van € 277.000. Het totaal aan verwachte nadelige afwijkingen ten opzichte van dit begrotingssaldo bedraagt € 5.696.000. Het verwacht resultaat komt hiermee op € 5.419.000 nadelig.

We zijn bij het schrijven van deze Bestuursrapportage 2023 halverwege het jaar en constateren enerzijds dat het effect van de loonsom en inhuur in het tweede half jaar een neutraal effect zal hebben op de prognose van het al te verwachten negatieve resultaat. De prognose voor dit onderdeel is, gezien het belang, zoveel mogelijk opgesteld met de kennis per 1 juli op basis van de uitgaven van de salarissen en inhuur en aangegane verplichtingen van de inhuur voor de rest van het jaar. Anderzijds is de ervaring dat we vooral nadelen scherp hebben bij de Bestuursrapportage. Bij de jaarrekening komen er vaak meevallers naar voren. Dit betreft vooral budget dat niet wordt uitgegeven door onder andere planningsoptimisme, lopende aanbestedingsprocedures en gebrek aan capaciteit. Ook inkomsten vanuit de algemene uitkering worden gedurende het jaar gereserveerd in de stelpost achteruitgang algemene uitkering niet meteen uitgegeven of bestemd. Deze voordelen vallen deels vrij en/of worden deels doorgeschoven naar het volgende jaar. Het blijft onzeker hoe de voordelen precies zullen uitpakken, maar door deze te benoemen en er een keuze of inschatting van te maken proberen we op hoofdlijnen ook mogelijke voordelen binnen de exploitatie mee te nemen. Er is daarom voor € 4.515.000 aan maatregelen en mogelijke voordelige effecten door onderbesteding opgenomen. Dit brengt het te verwachten resultaat op € 904.000 nadelig.

Financiële prognose afwijkingen per programma 2023
(bedragen * € 1.000)
Begrotingssaldo 2023 -277
Verwachte financiële afwijkingen
Bestuur 378
Veiligheid 223
Fysiek 1.421
Sociaal 3.052
Samenleving 622
Totaal verwachte financiële afwijkingen 5.696
Verwacht resultaat 2023 5.419
Dekkingsmogelijkheden
1. Vrijval bestemmingsreserves (bijlage 4) -1.772
2. Vrijval stelpost taakmutaties (50%) -293
3. Niet toegerekende kosten Regeling opvang Oekraïne -950
4. Onderbesteding door planningsoptimisme en kritischer zijn op doorschuiven van budgetten -1.500
Totaal dekkingsmogelijkheden -4.515
Totaal (voordelige afwijking is - ; nadelige afwijking is + ) 904

Toelichting financiële prognose afwijkingen per programma

Terug naar navigatie - Toelichting financiële prognose afwijkingen per programma

Voor programma 1 Bestuur is het voornaamste nadelig effect de overschrijding van de uitgaven door de migratie van het datacenter voor € 2,1 miljoen, diverse uitgaven voor applicaties en ICT van € 0,6 miljoen en rentekosten van € 0,7 miljoen. Hiertegenover staat een voordelig effect van € 3 miljoen door de 'vrijval' van risicobuffers in het structureel weerstandsvermogen (risicobuffer € 1 miljoen) en de stelpost achteruitgang algemene uitkering (risicobuffer € 1 miljoen). Daarnaast valt € 1 miljoen vrij van de stelpost lonen en prijzen om prijsstijgingen op te vangen op de programma's. De verwachte overschrijding van de loonsom (€ 2,1 miljoen) kan nagenoeg volledig worden opgevangen binnen het extra daarvoor beschikbaar gestelde budget van € 2,0 miljoen. 

Voor programma 2 Veiligheid hebben wij u geïnformeerd op 30 mei 2023 over de geactualiseerde VRU-begroting 2023. Zoals opgenomen in het raadsvoorstel bij de actualisatie van de VRU-begroting 2023 heeft een loonindexatie plaatsgevonden op basis van de vernieuwde cao. Deze autonome ontwikkeling heeft geresulteerd in een structurele stijging van onze bijdrage met € 0,2 miljoen. Deze autonome ontwikkeling is ook opgenomen in onze Kadernota 2024.

De prognose van de overschrijding van de uitgaven in het programma 3 Fysiek is € 1,4 miljoen door hogere energiekosten voor vastgoed en verlichting (€ 1,4 miljoen) en per saldo diverse kleinere overschrijdingen van het onderhoud (openbare verlichting, groen en baggeren) van € 0,3 miljoen. Tegenover de nadelen verwachten wij een voordeel van € 0,3 miljoen doordat we uitgaven, die voorheen vanuit eigen middelen werden gedekt, kunnen dekken uit de Specifieke Uitkering voor uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid. 

De prognose van de overschrijding van de uitgaven in het programma 4 Sociaal voor jeugdzorg en Wmo is € 4 miljoen. Dit kan deels binnen het programma met € 1 miljoen worden opgevangen. Het uitgangspunt dat begin dit jaar is gekozen, in het belang van adequate zorg en kostenbeheersing, is ingezet op verdere transformatie. Om dit te kunnen realiseren wordt geanticipeerd op hogere kosten in 2023 met een bandbreedte van € 18,8 miljoen tot € 21,5 miljoen. Op basis van de te ontvangen tweede kwartaal rapportage kunnen eventueel aanvullende maatregelen worden genomen om de kosten te beheersen. Hiervoor wordt een inventarisatie opgesteld. Zoals eerder is aangegeven blijft het reëel dat kosten op kunnen lopen binnen de aangegeven bandbreedte.

Het nadelig effect op programma Samenleving is € 0,6 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere tijdelijke huisvestigingskosten van het Broeklandcollege (€ 0,2 miljoen), hogere energielasten en schoonmaaklasten van het Kikkerfort (€ 0,3 miljoen) en hogere kosten voor leerlingenvervoer (€ 0,2 miljoen). Er worden hogere inkomsten verwacht van € 0,1 miljoen voor de entreegelden van het Kikkerfort.

Toelichting dekkingsmogelijkheden

Terug naar navigatie - Toelichting dekkingsmogelijkheden

1. Vrijval bestemmingsreserves

Gelet op de vooraf verwachte nadelen in 2023 van de uitvoering van de jeugdzorg en Wmo door TIM SV (€ 4 miljoen) en migratie datacenter (€ 2 miljoen) en de claim van € 2,4 miljoen op de algemene reserve in 2024 (kadernota) is beoordeeld welke bestemmingsreserves mogelijk kunnen vrijvallen. In bijlage 4 is een beoordeling van de mogelijke vrijval van deze bestemmingsreserves opgenomen, waaruit blijkt dat er voor € 1,772 miljoen kan vrijvallen. 

2. Vrijval stelpost taakmutaties algemene uitkering 

Ook de voor stelpost van taakmutaties algemene uitkering geldt dat de meeste zijn ingezet. Wat overblijft zijn de kleinere taakmutaties (of decentralisatie uitkeringen). Het gaat in totaal om € 756.000. De decentralisatie uitkeringen flankerend beleid energiearmoede (€ 95.000) en voor dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden (€ 76.000) vallen niet vrij. Om het budget van deze taakmutaties voor het betreffende programma beschikbaar te krijgen wordt een bestedingsplan of onderbouwing aan de raad aangeboden. De vraag is in hoeverre de overige stelposten benut gaan worden in 2023. Bij de jaarrekening 2022 was er een aanzienlijk voordeel op de algemene uitkering mede door het niet benutten van dergelijke stelposten. Het is realistisch dat ook in 2023 een deel van de stelposten uiteindelijk bij de jaarrekening vrijvalt. Daarom is in de Bestuursrapportage de helft van de resterende stelpost opgenomen als mogelijke onderbesteding. Het gaat hierbij om een bedrag van € 293.000 op een totaal van € 585.000.

3. Regeling Opvang Oekraïne

In de raadsinformatiebrief 1 van 12 januari 2023 is een update gegeven over de oorlog in Oekraïne, die voort duurt. Er is voorlopig geen zicht op terugkeer van de ontheemden naar hun vaderland. In oktober is de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) met een jaar verlengd tot 4 maart 2024. Deze richtlijn geeft vluchtelingen uit Oekraïne recht op opvang en medische zorg. Maar ook op onderwijs voor minderjarige kinderen en de mogelijkheid om te werken. Nu duidelijk is dat de oorlog langer voortduurt, kijkt de Rijksoverheid hoe de opvang duurzamer gemaakt kan worden zodat deze ook geschikt is om langer te verblijven. Wij verwachten in 2023 een toerekeningvoordeel van € 0,95 miljoen, omdat een deel van de kosten al geraamd is in de begroting, danwel sprake is van efficiency in de opvang en uitvoering ten opzichte van de normvergoeding. Bij het opmaken van de Bestuursrapportage hebben wij nog geen zicht op de precieze omvang van de uitkering en de (prognose van de) direct toe te rekenen kosten.

4. Onderbesteding door planningsoptimisme en kritischer zijn op doorschuiven van budgetten

De ervaring is dat in de huidige prognoses planningsoptimisme aanwezig is. In de planningen wordt uitgegaan  van afgeronde aanbestedingen en voldoende beschikbare capaciteit. Bij de jaarrekeningen zijn de afgelopen jaren grote bedragen aan incidentele budgetten overgeheveld (2020 : € 1,7 miljoen; 2021 € 2,6 miljoen; 2022 € 2,1 miljoen). In 2022 zijn de beleidsregels voor budgetoverhevelingen verder aangescherpt, waardoor wij verwachten dat in 2023 minder budgetten kunnen worden overgeheveld. De omvang van het planningsoptimisme en de aangescherpte overhevelingsregels kwantificeren wij op € 1,5 miljoen. 

Begrotingswijziging 2023

Terug naar navigatie - Begrotingswijziging 2023

Bij elk programma zijn begrotingswijzigingen gemaakt. Dit zijn significante wijzigingen over de programma’s heen en volume verhogende wijzigingen. Dit zijn budget neutrale wijzigingen en dienen om de begroting te actualiseren. Aangezien de prognose grotendeels is gebaseerd op de financiële analyse over de eerste vier maanden maken we op voorhand geen begrotingswijziging van de gerapporteerde afwijkingen op het begrotingssaldo. De begrotingswijziging wordt vooral gemaakt voor grotere afwijkingen, waarvan met een redelijke mate van zekerheid is vast te stellen dat ze gaan plaatsvinden en er dekking voor beschikbaar is. 

In het verlengde hiervan is het voorstel opgenomen om een begrotingswijziging te maken om de verwachte hogere uitgaven van € 4 miljoen voor de jeugdzorg en Wmo te ramen. In de begroting zijn al begrotingswijzigingen opgenomen om deze uitgaven met € 2,125 miljoen te verhogen. Er zal nog € 1,875 miljoen moeten worden bijgeraamd. In het raadsvoorstel bij de Bestuursrapportage 2023 is ook het voorstel opgenomen om de vrijval van € 1,772 miljoen als gevolg van de beoordeling van de bestemmingsreserves te gebruiken om de bijraming van € 1,875 miljoen op te vangen. 

Ontwikkeling algemene reserve

Terug naar navigatie - Ontwikkeling algemene reserve

Het verloop van de algemene reserve is in onderstaande tabel gepresenteerd.

Verloop Algemene reserve (x €1.000) Bedrag
Saldo 31 december 2022 14.383
Stortingen:
Begroting 2023 277
Besluit jaarrekening 2022 : Voordelig rekeningsaldo 2022 4.348
Besluit jaarrekening 2022 : Toevoeging van reserve onderhoud kapitaalgoederen (geluidschermen) 158
Besluit jaarrekening 2022 : Verhaalbare kosten gebiedsfonds Planetenbaan/Ruimtekwartier 250
Onttrekkingen:
Besluit investeringsbijdragen buitensport (7 maart 2023) overheveling budget 2022 naar 2023 -322
Besluit decembercirculaire 2022 (7 maart 2023) : Overheveling extra middelen energietoeslag 2023 -1.025
Besluit jaarrekening 2022 : Budgetoverheveling van 2022 naar 2023 -2.073
Saldo 27 juni 2023, na besluitvorming jaarrekening 2022 15.996
AF : Onttrekking verwacht nadelig saldo Bestuursrapportage 2023 -904
Prognose saldo 31 december 2023 15.092
Af: Claim kadernota - onttrekking in 2024 -2.400
Prognose vrij besteedbaar deel algemene reserve 12.692

Weerstandsvermogen

De algemene reserve bestaat op grond van de beleidsnotitie 'algemene reserve' uit drie lagen. De middelen uit schijf 1 kunnen we inzetten om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen we inzetten voor actieve (beleids)keuzes. Bij de jaarrekening zijn de bedragen bij de weerstandsratio's geactualiseerd. Hieruit volgt dat de stand van de algemene reserve na besluitvorming van de jaarrekening 2022 € 16 miljoen bedraagt. De minimale hoogte van de algemene reserve is € 11,7 miljoen. De weerstandsratio na besluitvorming bij de jaarrekening 2022 bedraagt 1,92 en bevindt zich momenteel aan de bovenkant van de tweede schijf (tussen de 1,4 en de 2). 

We hebben het afgelopen jaar de tweede schijf, die er is voor opvang van calamiteiten kunnen aanvullen van € 11,2 miljoen naar € 16 miljoen. Waar de stand van de algemene reserve vorig jaar nog precair was, beschouwen we de stand nu als waakzaam. Op grond van de prognose van de algemene reserve moeten we de algemene reserve zowel in 2023 als in 2024 aanspreken om nadelen in het begrotingssaldo en rekeningsaldo op te vangen. Er blijft van de huidige € 16 miljoen op grond van de prognoses € 12,7 miljoen beschikbaar. De koers blijft om net als het afgelopen jaar overgebleven incidentele middelen toe te voegen aan de algemene reserve om voorbereid te zijn op de ravijnjaren, na 2025.