Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing bespreken we de mate waarin de gemeente in staat is om met de beschikbare weerstandscapaciteit de financiële gevolgen op te vangen van risico’s die zij bij het uitvoeren van taken loopt. De relatie tussen de benodigde middelen (de weerstandscapaciteit) en de risico’s wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen. Een voldoende weerstandscapaciteit voorkomt dat substantiële risico’s direct dwingen tot extra bezuinigingen en/of een onvoorziene bijstelling van de begroting.

Daarnaast bevat deze paragraaf diverse kengetallen voor het beoordelen van de financiële positie van de gemeente zoals de solvabiliteit, de schuldquote en de structurele exploitatieruimte. Deze geven de gevoeligheid van de financiële positie voor financiële ontwikkelingen aan. Omdat alle gemeenten deze kengetallen gebruiken kunnen gemeenten landelijk (bijv. door het ministerie van BZK) onderling vergeleken worden.

Uitgangspunten risicomanagement

Risicomanagement is een instrument om te kunnen acteren op de risico’s die we lopen. Risicomanagement is geen afzonderlijke activiteit, maar maakt deel uit van de (management)processen. De gemeente verkrijgt inzicht in de risico’s door deze te inventariseren en beheersmaatregelen uit te voeren om de gevolgen van de risico’s te verkleinen. Twee keer per jaar worden de risico’s geïnventariseerd en geactualiseerd. Voor het beheer van de risico’s maken wij gebruik van een geautomatiseerd risicomanagementsysteem.

De uitgangspunten voor ons risicomanagement zijn beschreven in de Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht. Een risico is daarin gedefinieerd als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’. Daarnaast is de Beleidsnotitie Algemene reserve van belang. Met de Beleidsnotitie Algemene reserve heeft uw raad de norm en samenstelling voor het weerstandsvermogen bepaald.

Ratio weerstandsvermogen
Voor de ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit, heeft uw raad als streefnorm een ratio tussen de 1,4 en 2 (ruim voldoende) bepaald. Tevens is bepaald dat het weerstandsvermogen wordt gevormd door de schijven 1 en 2 van de Algemene reserve (AR). Schijf 1 geeft de minimale omvang van het weerstandsvermogen voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. Schijf 2 is het deel van de AR bestemd voor het opvangen van calamiteiten, taakstellingen Sociaal domein of een negatief rekeningsaldo.

Bij de actualisatie zijn ook de risico’s uit grondexploitaties meegenomen. Voor risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Daarvoor geldt de Algemene reserve grondexploitaties eerst als buffer, pas daarna wordt de Algemene reserve aangesproken. De risico’s uit grondexploitaties actualiseren we jaarlijks bij de jaarrekening met een afzonderlijke risicoanalyse. De verwerking in het risicomanagementsysteem vindt plaats bij de begroting. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties zijn opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Voor de begroting 2022 is het laatst vastgestelde risicoprofiel, d.w.z. het risicoprofiel uit de Jaarrekening 2020, geactualiseerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling van het aantal risico’s, de kans dat risico’s zich voordoen of de impact ervan.

Risicoprofiel

Bij het uitvoeren van haar taken heeft de gemeente te maken met een dynamische, complexe omgeving. Dit houdt ook in dat zich ontwikkelingen kunnen voordoen waar op voorhand in de begroting geen rekening mee is of kan worden gehouden. Deze ontwikkelingen kunnen financiële gevolgen hebben. Om de gevolgen op te kunnen vangen kent de gemeente een buffer, de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze bestaat uit de schijven 1 en 2 van de Algemene reserve.
De benodigde weerstandscapaciteit hangt af van de risico’s die we lopen. Minimaal tweemaal per jaar wordt met de geïnventariseerde risico’s een risicoprofiel samengesteld. Op basis van de kansberekening uit ons risicomanagementsysteem Naris is het risicoprofiel bij het opstellen van de begroting 2022 bepaald op € 7,26 miljoen. Onderstaand taartdiagram geeft aan hoe de voor de begroting 2022 geïnventariseerde risico’s over de begrotingsprogramma’s zijn verdeeld (op basis van hun aandeel in de benodigde weerstandscapaciteit):

 

                                                                                                                                                       

Grootste risicogebieden

Van de drie gebieden/domeinen die, qua invloed op het weerstandsvermogen, het grootste in omvang zijn, lichten wij de drie grootste risico’s en de bijbehorende beheersmaatregelen toe. Voor het totaal aan risico’s verwijzen wij naar het overzicht aan het eind van deze paragraaf.

1. Fysiek

Binnen het programma Fysiek is sprake van risico’s die samenhangen met projecten, klimaatverandering en technische risico’s. De drie grootste risico’s die binnen dit programma spelen, zijn:

Kockengen Waterproof
De (financiële) risico’s betreffen het gebiedsproces, het verleggen van de hoofdriolering en het herstel aan kabels en leidingen om de veiligheid te kunnen garanderen.

Beheersmaatregelen:
Om de risico’s te beheersen kennen we diverse beheersmaatregelen:
1. Voor het project wordt een berekening gemaakt van de te verwachten meerkosten. Het separate raadsvoorstel daarover leggen wij in het najaar 2021 voor;
2. Daarnaast voeren we permanente metingen uit van reeds aangelegde weghoogtes. Bij een versnelde daling volgt aanpassing van de nog te realiseren deelprojecten;
3. We zijn alert op de wijze van aanbesteding, bijvoorbeeld ten aanzien van materialen;
4. We informeren bewoners actief over nut en noodzaak en voor het verleggen van de huisaansluitingen is een regeling getroffen, waarbij in overleg met bewoners maatwerk wordt geboden.

Gebiedsontwikkeling Bisonspoor
Financiële risico’s zijn met name gekoppeld aan investeringen in de openbare ruimte (aanbesteding, niet voorzien) en aan interpretatie van gemaakte anterieure afspraken. We voorzien tegenvallende inkomsten uit grondverkoop om te kunnen storten in kapitaaldekkingsreserve. Aan de uitgavenkant voorzien we een overschrijding als gevolg van hogere investeringen in de openbare ruimte. Tegelijkertijd onderzoeken we bezuinigingsmogelijkheden en het knippen van de aanpak van de openbare ruimte. In de loop van 2021 leggen we een raadsvoorstel ter besluitvorming voor.

Beheersmaatregel:
Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen:
1. We brengen de financiële risico's in beeld;
2. In voorkomende gevallen vragen wij een second opinion aan de huisadvocaat ten aanzien van juridische risico's;
3. Bestuurlijk nemen wij uw raad mee in de processen binnen dit project;
4. Het onderzoeken van bezuinigingsmogelijkheden en het knippen van de aanpak openbare ruimte.

Kunstwerken (met name bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken
Door het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen wordt de doorstroming beperkt en zijn kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar.

Beheersmaatregel:
We voeren noodreparaties uit en voor de civiele kunstwerken is een beheerbeleidsplan 2021-2025 opgesteld. Het plan is in maart 2021 vastgesteld door uw raad. Momenteel wordt gewerkt aan het uitvoeren van inspecties van de kunstwerken. Na de inspecties stellen wij een onderhoudsprogramma op. Op basis hiervan kunnen onderhoudscontracten aanbesteed worden. Het resultaat van de inspecties kan leiden tot hogere kosten voor het onderhoud van de civiele kunstwerken.

2. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s

Bij de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met financiële, technische en organisatorische risico’s. De drie grootste geïnventariseerde risico’s op dit onderdeel zijn:

Het overtreden van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
De gemeente werkt met veel persoonsgegevens, die o.a. in het Sociaal domein ook door partnerorganisaties worden gebruikt. Bij de verwerking van persoonsgegevens is de gemeente gehouden aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Bij de uitvoering van taken en de verwerking van bijbehorende persoonsgegevens bestaat de kans dat door bijvoorbeeld onjuiste inrichting van gebruikte systemen of door handelen van mensen persoonsgegevens onjuist verwerkt of onbedoeld openbaar worden.

Beheersmaatregelen:
Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen:
1. Om overtreden van de AVG zoveel mogelijk te voorkomen zet de gemeente in op het verbeteren van bewustwording voor informatieveiligheid en het omgaan/werken met persoonsgegevens. De vanuit de AVG verplichte maatregelen zijn ingericht (zoals een register van verwerkingen, het uitvoeren van Data protection impact assessments (DPIA’s) en een procedure voor het afhandelen van datalekken). Tevens zijn er procedures voor het afhandelen van verzoeken van betrokkenen. Op het punt van bewustwording zijn nog stappen te maken. De bewustwordingsacties worden ook in 2022 onverminderd voortgezet.
2. Daarnaast vindt jaarlijks de zelfevaluatie volgens de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) plaats met controle hiervan door een externe, onafhankelijke auditor.
3. Tot slot is er aandacht voor het veilig mailen. Dit gebeurt met SmartLockr, waardoor ook bijlagen beveiligd met een wachtwoord of 2-factor-authenticatie verzonden kunnen worden.

Als gevolg van de maatregelen die zijn ingesteld om verspreiding van het coronavirus te beperken, wordt in 2021 door de medewerkers overwegend thuis gewerkt. Doordat nu niet op een vaste plek met persoonsgegevens wordt gewerkt en bij verzending meerdere schakels moeten worden ingezet, is het risico op een mogelijk datalek groter. Controle op afstand is lastiger dan vanuit een beveiligde kantooromgeving. Op dit moment is nog niet duidelijk in welke mate ook in 2022 sprake zal zijn van thuiswerken.

Het risico op gijzeling van informatie of systemen / cybercrime
Het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en persoonsgegevens is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat om de medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het uitgangspunt voor informatiebeveiliging; vanuit hier werken we ernaartoe om verder te voldoen aan dit normenkader.
In een wereld die in toenemende mate digitaliseert wordt de kwaliteit van de digitale weerbaarheid steeds belangrijker. Ongewenste, onbewuste acties blijken een groot risico voor de privacy van inwoners en bedrijven en de veiligheid van informatie. Het werken aan bewustwording voor het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens blijft onverminderd een aandachtspunt. Want informatiebeveiliging kan technisch wel in orde zijn, wanneer medewerkers hier niet naar handelen liggen incidenten, zoals datalekken en phishingmails, nog steeds op de loer.

Beheersmaatregelen:
1. Technische maatregelen zijn o.a. netwerksegmentering, het beter beveiligen van mailverkeer tussen servers, het nog beter beveiligen van e-mailberichten en betere toegangsbeveiliging.
2. Organisatorische maatregelen hebben te maken met procedures, instructies, verantwoordelijkheden en afspraken.
3. Daarnaast zal er structureel aandacht moeten zijn voor bewustwording. Het doel van een bewustwordingsprogramma is gedrag te veranderen en kennis van beveiligingsmaatregelen en procedures te vergroten.
4. Controle op de naleving van het informatieveiligheidsbeleid vindt plaats via de eerder genoemde ENSIA-zelfevaluatie, diverse onafhankelijke audits zoals bijv. DigiD, SUWI (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) en BRP (Basisregistratie personen), een periodieke IT-audit en een pentest. Daarnaast onderzoeken we of we in 2022 kunnen gaan aansluiten op GGI-veilig (Gemeentelijke gemeenschappelijke infrastructuur). GGI-veilig verhoogt de digitale weerbaarheid en maakt de ICT-infrastructuur van de gemeente Stichtse Vecht veiliger.

Het onjuist toepassen van inkoop- en aanbestedingsregels met betrekking tot Europees aanbesteden door onvoldoende kennis van deze regels.
Stichtse Vecht heeft een centraal gecoördineerde inkoopfunctie voor het inkoopbeleid en de begeleiding van complexe aanbestedingen. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor de inkopen en aanbestedingen decentraal ligt. Elke inkoop begint met een Startformulier inkoop. Dit formulier ondersteunt het decentraal inkopen en maakt het mogelijk inkooptrajecten te monitoren. Dit levert managementinformatie op, waardoor de rechtmatigheid beter kan worden geborgd.

Beheersmaatregelen:
Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen:
1. Bij het invullen van het Startformulier inkoop kan gemotiveerd worden afgeweken van het inkoopbeleid. De gemeentesecretaris kan deze afwijking digitaal accorderen. Dit vergroot het gebruikersgemak en vermindert de foutgevoeligheid. We stimuleren het gebruik van het startformulier o.a. door communicatie met behulp van Samen@work, inkoopcafés en aandacht in teamoverleggen.
2. Daarnaast loopt er een project Inkoop en aanbesteding. Vanuit de doorontwikkeling van de organisatie wordt de positionering van de inkoopfunctie bezien en actualiseren we het proces om de kans op onrechtmatig aanbesteden te verkleinen. Daarbij overwegen we de inzet van een contractmanager.

3. Sociaal

Binnen het programma Sociaal is sprake van financiële en politiek-bestuurlijke risico’s. Hierbij kan worden gedacht aan imagorisico’s, bijvoorbeeld dat een zorgvoorziening niet het gewenste effect heeft of als ambities van de gemeente niet haalbaar blijken te zijn (bijvoorbeeld door het ontbreken van voldoende sturingsmogelijkheden op gemeentelijk niveau). De drie grootste geïnventariseerde risico’s zijn:

Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de thuisondersteuning bij mensen met een lichamelijke beperking en/of problemen op psychisch/psychosociaal vlak. Het doel hiervan is om hen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deelnemen aan de maatschappij. De vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maken dat er een groter beroep op voorzieningen wordt gedaan. Daarnaast blijven ook de hulpmiddelen en woningaanpassingen van thuiswonende cliënten met een Wlz-indicatie de verantwoording van de gemeente. Met name dure woningaanpassingen kunnen een zware druk op het budget leggen. Een ander risico is de afnemende subsidie voor collectief vervoer en de korting met 5% op het budget voor de activiteiten op het gebied van Preventie en welzijn. De genoemde factoren geven een financiële druk op de beschikbare openeinde- budgetten.

Beheersmaatregel:
Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen:
1. We sturen op het versterken en aanspreken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen, tezamen met het stimuleren van de samenredzaamheid in de samenleving.
2. Tevens verwachten wij met de nieuwe inkoop dat aanbieders meer ruimte benutten om te doen wat nodig is.
3. Daarnaast kijken wij met onder andere het ontwikkelen van de woonzorgvisie en aanbestedingen van voorzieningen hoe we het gebruik van de Wmo waar mogelijk kunnen voorkomen of anders kunnen organiseren.

Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG
Bijstand is een openeinderegeling. Dit kan een overschrijding van de budgetten tot gevolg hebben. Een toename van het beroep op bijstand leidt tot hogere uitkeringslasten. Gemeenten ontvangen van het Rijk een budget voor het bekostigen van bijstandsuitkeringen. Ook aanpassing van het landelijk macrobudget voor het bekostigen van deze bijstandsuitkeringen kan leiden tot hogere/lagere uitgaven ten opzichte van de in de begroting geraamde uitkering.
Nu de economie zich herstelt, blijkt er een krapte op de arbeidsmarkt. Bij het uitblijven van coronamutaties en (corona)crises is een toename van bijstandsaantallen niet te verwachten. Op dit moment is er echter nog onzekerheid over het verdere verloop van de coronacrisis in 2022. Bij hernieuwde lockdowns zal naar verwachting ook de economie getroffen worden. Met als gevolg een toename van het aantal werklozen in de gemeente Stichtse Vecht.

Beheersmaatregel:
Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen:
1. Om het risico te verkleinen voeren wij het actieplan Stichtse Vecht Werkt! uit.
2. Tevens zetten wij in op gerichte acties als:
- voorliggende voorzieningen en preventieve activiteiten
- doorverwijzing naar de keten (uitzendbureaus – werk / terug naar school / startkwalificatie)
- inzet van social return
- intensievere samenwerking met het werkgeversservicepunt Midden-Utrecht om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en instroom bijstand te voorkomen
- handhaving en vergroten van uitstroom door re-integratie activiteiten
- monitoren van ontwikkelingen in het budget.

Overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget kan gecompenseerd worden door het Rijk.

Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen
We zien ondanks alle ombuigingsmaatregelen dat de kosten Jeugdzorg nog steeds toenemen. Wij verklaren dit door groeiende vraag, verzwaring van de problematiek en prijs- en kosteneffecten.

Beheersmaatregel:
Met de nieuwe inkoop van de Jeugdzorg en Wmo-begeleiding, die taakgericht is ingekocht, houden we meer grip op de kosten. Het effect van het nieuwe Woonplaatsbeginsel dat op 1 januari 2022 van kracht wordt, is nog onbekend. De overgang van oude naar nieuwe werkwijzen en de verschillende financieringssystematiek voor onderdelen van de jeugdzorg hebben ook effect op de beheersbaarheid.

In totaal zijn voor de begroting 2022 53 risico’s in beeld gebracht. Deze risico’s kennen een ingeschat financieel gevolg van (afgerond) 25,6 miljoen euro.
De risico’s grondexploitaties zijn in verband met een ander regime als één totaal meegenomen.

Grootste risicogebieden Financieel gevolg
(inschatting o.b.v. risico-inventarisatie)
1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s (excl. verbonden partijen) € 7.800.000
2. Fysiek domein (excl. verbonden partijen) € 7.550.000
3. Sociaal domein (excl. verbonden partijen) € 4.500.000
Totaal 3 grootste risicogebieden € 19.850.000
Overige risico’s (waarvan verbonden partijen: € 1.600.000 en grex’en € 1.175.556) € 5.775.556
Totaal alle risico’s € 25.625.556

Ratio weerstandsvermogen

Op de geïnventariseerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. Deze simulatie vindt plaats omdat het reserveren van het maximale bedrag van 25,6 miljoen euro niet wenselijk is. De risico’s treden immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang op. Uit deze simulatie volgt dat voor 90% zeker is dat we de risico’s kunnen opvangen met een bedrag van 7.264.860 euro. Dat is de benodigde weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de Algemene reserve (AR). In de Beleidsnotitie Algemene reserve is aangegeven dat de AR drie schijven kent, die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 zijn bestemd voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen worden ingezet voor actieve (beleids)keuzes. De schijven 1 en 2 samen vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente.

De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van 7.264.860 euro geeft dit het volgende beeld:

Bepalen weerstandscapaciteit
- schijf 1 Minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € € 7.264.860, minimumnorm) € 10.170.804
- schijf 2 Deel AR voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo € 4.358.916
Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 7.264.860) € 14.529.720

De omvang van de Algemene reserve bedraagt eind 2021 naar verwachting € 12.151.522 op basis van de Programmabegroting 2021. Deze omvang is € 1.980.718 boven de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit. Bij de Programmarekening 2021 zal dit bedrag bijgesteld worden met het jaarresultaat 2021. De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt:

ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 12.151.522/ € 7.264.860 = 1,67

Deze ratio voldoet aan de door uw raad bepaalde streefnorm.
Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Programmarekening 2020 is de ratio weerstandsvermogen afgenomen, van 1,80 naar 1,67. Dit komt doordat het benodigde weerstandsvermogen is toegenomen: er zijn meer risico’s in de bepaling van het weerstandsvermogen meegenomen, zoals de risico’s grondexploitatie die bij de jaarrekening 2020 (nog) buiten beschouwing werden gelaten en bij een aantal risico’s is het geschatte financieel gevolg verhoogd. Dit vertaalt zich ook in een hoger totaal financieel gevolg (gestegen van 23,1 miljoen (Programmarekening 2020) naar 25,6 miljoen euro en daarmee een hogere benodigde weerstandscapaciteit. Wij zullen deze toegenomen druk op het weerstandsvermogen uiteraard volgen en eventuele significante wijzigingen daarin met uw raad delen. Voor een aantal risico’s leggen wij daartoe, zoals aangegeven, separate raadsvoorstellen aan u voor.

Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Programmabegroting 2022

In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde gekwantificeerde risico's per programma weergegeven. De kolom ‘invloed’ geeft de impact van een risico op de benodigde weerstandscapaciteit weer (o.b.v. simulatie).

(VP = verbonden partijen, KWP = Kockengen waterproof)
Risicogebeurtenis Kans Ingeschat Financieel Maximum Invloed (%)
Programma 1 Bestuur
Gemeentebrede risico's
Door onvoldoende kennis van inkoop- en aanbestedingsregels mbt Europees aanbesteden worden deze regels verkeerd toegepast 50% 1.000.000 4,40%
Gijzeling van informatie of systemen 50% 1.000.000 4,35%
Het overtreden van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) 50% 1.000.000 4,33%
Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening bij solitaire functies 90% 500.000 3,94%
Onvoldoende borging van de authenticiteit van de gegevensvoorziening van de gemeente 50% 500.000 2,19%
Beveiliging en uitval ICT in de organisatie 50% 500.000 2,18%
Het niet toepassen van de geldende inkoop- en aanbestedingsregels (intern inkoopbeleid) 90% 250.000 1,97%
Aansprakelijkstelling door inwoners, instellingen of bedrijven 10% 2.000.000 1,77%
Achterstand in dossiervorming en -vernietiging 70% 250.000 1,52%
Organisatieopdracht / -doorontwikkeling 50% 250.000 1,09%
Fysieke bedreigingen voor mensen, informatie en bezittingen 10% 500.000 0,44%
VP: Onvoldoende inzicht in informatiebeheer bij verbonden partijen 50% 50.000 0,22%
Verval archieven door gebruikschade of schimmelvorming 10% 50.000 0,04%
Subtotaal 7.850.000 28,44%
Risico's algemene / financiële dekkingsmiddelen
Fraude financiële transacties 30% 500.000 1,31%
Totaal programma 1 8.350.000 29,75%
excl. Verbonden partijen(VP) 8.300.000 29,53%
Programma 2 Veiligheid
VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU) 30% 1.000.000 3,93%
Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is 50% 500.000 2,18%
Totaal programma 2 1.500.000 6,11%
excl. Verbonden partijen(VP) 500.000 2,18%
Programma 3 Fysiek
Gebiedsontwikkeling Bisonspoor 70% 1.000.000 6,14%
Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken 50% 1.000.000 4,38%
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) 50% 1.000.000 4,35%
KWP: Versnelde zetting in het openbaar gebied 30% 1.000.000 2,61%
Niet goed begaanbare wegen en ongevallen als gevolg van extreme weersomstandigheden en sneeuwval 50% 500.000 2,20%
KWP: Prijsstijgingen in de uitvoering 50% 500.000 2,19%
KWP Aanspraak op nadeelcompensatieregeling KWP 90% 250.000 1,96%
VP: Financieel perspectief recreatieschappen 90% 250.000 1,96%
Versnelde bodemdaling als gevolg van klimaatverandering 70% 250.000 1,54%
Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering 70% 250.000 1,53%
KWP: vervanging kabels en leidingen 50% 250.000 1,10%
Onvoldoende dekking kosten vergunningen door teruglopende legesinkomsten 50% 250.000 1,09%
VP: Aanvullende kosten voor het oplossen van de problematiek in het plassengebied 50% 250.000 1,09%
Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang Wsw) 10% 500.000 0,44%
Gevolgen Omgevingswet 10% 500.000 0,43%
Wateroverlast vanwege heftige regenval 70% 50.000 0,30%
Verontreiniging van oppervlaktewater 10% 250.000 0,22%
Totaal programma 3 8.050.000 33,53%
excl. Verbonden partijen(VP) 7.550.000 30,48%
Programma 4 Sociaal
Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen 90% 1.000.000 7,84%
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG 50% 1.000.000 4,35%
Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen 70% 500.000 3,07%
Toename beroep op en stijging kosten Jeugdhulp 70% 500.000 3,05%
Inkoop essentiële functies: ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven 50% 250.000 1,09%
Toename beroep op minimaregelingen etc. 30% 250.000 0,66%
Overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers 30% 250.000 0,65%
Door landelijk politieke interventies is er teveel aandacht voor incidenten 30% 250.000 0,65%
Incidenten op gebied van Jeugdhulp 30% 250.000 0,65%
De herinrichting van het voorliggend veld slaagt niet door de taakstelling 10% 250.000 0,22%
VP: Algemene risico's op de begroting van Kansis 30% 50.000 0,13%
Totaal programma 4 4.550.000 22,36%
excl. Verbonden partijen(VP) 4.500.000 22,23%
Programma 5 Samenleving
Onderwijs: Budgetten te realiseren gebouwen niet toereikend 50% 500.000 2,17%
Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs. 30% 250.000 0,65%
Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken 30% 250.000 0,65%
Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut 10% 250.000 0,22%
Onveilige schoolgebouwen 10% 250.000 0,22%
Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties 10% 250.000 0,22%
Financiële problemen schoolbesturen (bijzonder onderwijs) 10% 250.000 0,22%
Totaal programma 5 Samenleving 2.000.000 4,38%
Grondexploitaties 1.175.556 3,87%
Totaal geïnventariseerde risico's 25.625.556 100%
NB Het totaal financieel gevolg en invloed voor de benodigde weerstandscapaciteit kunnen niet per programma met elkaar
vergeleken worden. De verwachte kans dat een risico zich voordoet speelt hierbij ook een rol.

Financiële kengetallen

Kengetallen 2022 Rekening Begroting Begroting Categorie A Categorie B Categorie C
2020 2021 2022 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuldquote 56% 82% 78% < 90% 90%-130% > 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 55% 81% 77% < 90% 90%-130% > 130%
Solvabiliteitsratio 26% 22% 22% > 50% 20%-50% < 20%
Grondexploitatie 0,11% 2,12% -1,56% < 20% 20%-35% > 35%
Structurele exploitatieruimte 2,15% 1,34% 0,90% > 0% 0 < 0%
Belastingcapaciteit 111,79% 125,33% n.n.b. < 95% 95%-105% > 105%

Wat betekenen deze getallen?

Netto schuldquote
Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De verwachte netto schuldquote is licht gedaald ten opzichte van de begroting 2021.

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Voor de ontwikkeling van dit kengetal, zie de toelichting onder ‘Netto schuldquote’.

Solvabiliteit
Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op lange termijn haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.

Grondexploitatie
De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie.

Structurele exploitatieruimte
Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

Belastingcapaciteit
Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Bij kapitaalgoederen is het niveau van onderhoud direct gekoppeld aan het beschikbaar gesteld budget.

Onderstaand staan de verschillende kapitaalgoederen weergegeven met de bijbehorende kaderstellende nota’s. Daarnaast zijn er nog diverse beheersplannen en de Nota beheer kapitaalgoederen van toepassing op meerdere onderwerpen. Deze staan niet apart genoemd per kapitaalgoed.

Kapitaalgoederen Kaderstellende nota's
Wegen  Beheerplan wegen 2021 - 2024
Civiele constructies  Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken 2021- 2025
Openbare verlichting Beleidsplan Openbare verlichting 2020
Water en Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
Groen Groenstructuurplan Stichtse Vecht (GSP); Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)
Speelterreinen Beleidskader Spelen
Sportterreinen Beleidsnota Sport
Gebouwen Nota Duurzaamheid; IVAB.

Wegen

Beleidskader
Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. In 2020 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd. Deze inspectie vormt de basis voor het door uw raad in juli 2021 vastgestelde Beheerplan wegen 2021-2025. We vertalen het wegenbeheerplan naar concrete uitvoeringsmaatregelen voor 2022.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan zijn investeringen voor vervanging van wegen opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks onderhoud. Voor het planmatig onderhoud is een voorziening Wegen ingericht.

Civiele constructies

Beleidskader
Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door uw raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zullen de inspecties van alle civiele kunstwerken in 2022 worden afgerond. Het meerjarig onderhoudsplan zal begin 2023 beschikbaar zijn.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan hebben we de benodigde investeringen voor de civiele constructies opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud.

Openbare verlichting

Beleidskader
Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld. Dit bestek besteden we het 4e kwartaal 2021 aan. Zodra de aanbesteding is afgerond starten we met de uitvoering hiervan.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan hebben we de benodigde investeringen voor de verduurzaming van de huidige installatie opgenomen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks en planmatig onderhoud.

Water en riolering

Beleidskader
Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP).
Het huidige GRP beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering en in de kosten van al deze facetten voor de periode 2017-2021.
In december 2021 wordt een nieuw GRP aan uw raad voorgelegd, waarin het integraal en risicogestuurd werken een belangrijke rol speelt.

Financiën
Wij hanteren een 100% kostendekkend tarief, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening, waardoor het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven.

Groen

Beleidskader
Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen en parken in de openbare ruimte. Paden in parken zijn inbegrepen, water in de parken en wegbermen niet. Het beheerdoel is instandhouding van de voorgeschreven kwaliteit. Verder spelen belangen als ecologie, landschap, cultuurhistorie en klimaatadaptatie een belangrijke rol. Het Bomenbeleidsplan, het Park- en landschapsplan en de Nota beheer kapitaalgoederen vormen het beleidskader. Nadat eind 2021 de aanbesteding voor het groenbestek Integraal beheer Openbare ruimte heeft plaatsgevonden, leggen wij in 2022 allereerst de nadruk op het op orde brengen van het groen en vervolgens op het monitoren van het onderhoudsniveau.

In 2022 zullen we een beleidsnotitie kwaliteitsniveau buitenruimte opstellen waarin we kaders opnemen oor het onderhoud van de openbare ruimte.

Financiën
Op grond van de Nota beheer kapitaalgoederen zijn in de voorjaarsnota 2016 middelen beschikbaar gesteld voor vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen. Ook zijn in de begroting (exploitatie)budgetten opgenomen voor het reguliere (dagelijks-jaarlijks) onderhoud (IBOR). Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 is een inschatting gemaakt op basis van hoeveelheden en marktprijzen van wat de financiële consequenties zijn voor de nieuwe bestekken. Deze zijn meegenomen bij de toelichting op de budgetten bij programma 3.

Speelterreinen

Beleidskader
De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De speeltoestellen moeten veilig te gebruiken zijn. De speelplaatsen worden duurzaam en klimaatadaptief ingericht. Het onderhoud van het groen op en rond de speelplaatsen vindt plaats volgens de Nota beheer kapitaalgoederen. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan hebben we de investeringen opgenomen voor het renoveren van speelplaatsen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud. Ook is een bedrag beschikbaar voor reconstructie en herinrichting.

Sportterreinen

Beleidskader
Kapitaalgoederen die onder het programma Sport vallen, betreffen de buitensportaccommodaties. Zoals vastgesteld in de Kadernota sport, faciliteren wij in 2022 een verantwoord basisniveau van gevarieerd sport- en beweegaanbod door betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. In geval van privatisering voert een onafhankelijk expert jaarlijks een schouw uit. Zo is het basiskwaliteitsniveau gewaarborgd.
Het onderhoud van de buitenruimten rondom sportaccommodaties is nog onvoldoende in beeld gebracht. We brengen in kaart wat nodig is en komen begin 2022 met een plan hiervoor.

Financiën
In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor bijdragen aan derden voor vervangingen. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport.

Gebouwen

Beleidskader
We streven naar een compacte en strategisch waardevolle vastgoedportefeuille die bijdraagt aan onze maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Om richting te geven aan deze ambitie zijn in november 2020 de Vastgoednota 2020 en het Beheerplan gemeentelijke vastgoedbeheer 2020-2029 vastgesteld. Als onderdeel hiervan maken wij (her)ontwikkelingsplannen voor verschillende gebouwen. Voor het maken van een gedegen kosten- en batenanalyse is het noodzakelijk om de meerjarige onderhoudslasten van deze gebouwen in beeld te hebben. Deze onderhoudslasten zijn in 2020 inzichtelijk gemaakt en meegenomen in de vastgestelde meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s).

In de Kadernota 2022 is al gemeld dat de onderhoudslasten van een aantal gebouwen/objecten in 2020 niet in beeld zijn gebracht. Dat gebeurt alsnog in 2022 bij de Kadernota 2023, dan brengen wij de structurele financiële effecten in. Voor zover nodig zullen werkzaamheden aan die gebouwen/objecten die niet kunnen worden uitgesteld, worden opgevangen op basis van prioritering binnen de bestaande budgetten voor meerjarig onderhoud van het gemeentelijk vastgoed.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan zijn de benodigde investeringen voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud van het vastgoed. Voor het groot onderhoud hebben we een voorziening gevormd.

Financiering

Inleiding

De financierings- of treasuryfunctie richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen en de financiële posities, inclusief de daaraan verbonden risico’s. De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg: Wet fido) en vertaald in het Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020. De beleidsmatige infrastructuur voor de financieringsfunctie van onze gemeente is hiermee vastgelegd.

Voor het inrichten van de financieringsfunctie stelt de Wet fido twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen:
• Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan uit hoofde van de publieke taak;
• Het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen heeft een prudent karakter en is primair niet gericht op het genereren van extra inkomsten.

Financieringspositie

Gemeten over het begrotingsjaar lopen de reguliere baten en lasten synchroon. Dit laat onverlet dat lopende het begrotingsjaar positieve of negatieve posities ontstaan. Om (lopende en toekomstige) posities inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning. Deze planning stellen we periodiek bij.

Financieringsbeleid

Binnen de wettelijke kaders voert onze gemeente een risicomijdend financieringsbeleid. Het streven is erop gericht eventuele liquiditeitstekorten met kortlopende geldleningen te financieren en de kasgeldlimiet zo optimaal mogelijk te benutten.

Leningportefeuille

Per 1 januari 2022 is de leningportefeuille opgebouwd uit 17 langlopende geldleningen met een totale restschuld bij aanvang van het begrotingsjaar van afgerond € 80,5 miljoen. Dit is inclusief een destijds door de voormalige gemeente Breukelen doorgeleende geldlening aan de woningcorporatie Vecht en Omstreken en exclusief eventueel nieuwe in 2021 aan te trekken geldleningen.

Leningportefeuille Restant hoofdsom
Leningportefeuille per 1 januari 2021 92.942.933
Reguliere aflossingen 2021 -12.422.038
Prognose nieuw op te nemen geldlening 2021 0
Leningportefeuille per 31 december 2021 80.520.894
Reguliere aflossingen 2022 -12.428.066
Prognose nieuw op te nemen geldlening 2022 20.000.000
Leningportefeuille per 31 december 2022 88.092.828

Beleggingen

Sinds eind 2013 is de ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht. De hoofdlijnen van het schatkistbankieren zijn verankerd in de Wet fido. De regeling verplicht decentrale overheden hun overtollige financiële middelen in de schatkist van het Rijk te beleggen, waardoor publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is. In het verlengde hiervan is het ook toegestaan overtollige financiële middelen te beleggen bij andere decentrale overheden waarmee geen toezichthoudende relatie wordt onderhouden.
Van het verplicht beleggen van overtollige middelen in ’s Rijks schatkist is een drempelbedrag vrijgesteld. Voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op € 2,9 miljoen.

Rente

In 2017 heeft de commissie BBV de Notitie rente gepubliceerd. Deze notitie beoogt:

  • het bevorderen van een eenduidige berekeningswijze van de rente (harmonisatie);
  • het stimuleren dat de (verwachte) rentelasten in de begroting en jaarstukken wordt opgenomen;
  • het inzichtelijk maken van de manier waarop de gemeente met de rente omgaat (transparantie).

Renteschema 2022

Renteschema
Externe rentelasten over korte en lange financiering 879.861
Af: externe rentebaten -17.563
Totaal door te rekenen externe rente 862.298
Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -10.356
Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties 14.472
Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties -14.472
Rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves) -
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) -
Aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead) 851.942
Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag) -1.430.851
Renteresultaat op taakveld Treasury -578.909

Renteverwachting

De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voor een substantieel deel bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Ook andere macro-economische factoren zijn van belang voor de renteontwikkeling, zoals de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China, de Brexit en de coronacrisis. Deze factoren leiden tot onzekerheid op de financiële markten, waardoor het lastig is een goede renteprognose af te geven. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de rente in 2022 niet substantieel afwijkt van het huidige niveau.

Risicobeheersing

De Wet fido bevat instrumenten die de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen moeten beperken. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de introductie van respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen en beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op kortlopende geldleningen te beheersen. De limiet is gesteld op een percentage van 8,5% van het begrotingstotaal.

Grondslag (begrotingstotaal 2022) Percentage Kasgeldlimiet
146.858.661 8,5% 12.482.986

Renterisiconorm
De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm vormt een kader voor een adequate spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille, met als doel de portefeuille zodanig op te bouwen dat renterisico’s door renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate zijn beperkt.

Renterisiconorm 2022 2022 2023 2024 2025
(bedragen x 1.000)
1 Berekening renterisico
1a Renteherzieningen - - - -
1b Betaalde aflossingen 12.428 13.975 12.981 13.163
A Renterisico (1 + 2) 12.428 13.975 12.981 13.163
2 Berekening renterisiconorm
2a Begrotingstotaal 146.859 146.257 146.088 149.202
2b Percentage 20% 20% 20% 20%
B Renterisiconorm 29.372 29.251 29.218 29.840
Toets (B - A)
B Renterisiconorm 29.372 29.251 29.218 29.840
A Renterisico 12.428 13.975 12.981 13.163
Ruimte renterisiconorm 16.944 15.277 16.237 16.678

Bedrijfsvoering

Inleiding

Wij willen een organisatie zijn die voortdurend verbetert en vernieuwt. Een organisatie die nadenkt over wat beter kan en hoe de kwaliteit van onze medewerkers zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Dit vraagt een goed functionerende bedrijfsvoering, die blijvend kan voldoen aan de ontwikkelingen in de markt.

Ontwikkeling organisatie

Van goed naar beter
De gemeente Stichtse Vecht is een jonge organisatie die zich laat gelden als nieuwsgierig, creatief en ondernemend. De afgelopen 10 jaar hebben we hard gewerkt voor de bijna 70.000 inwoners en ondernemers. Dit heeft veel moois gebracht. Hier zijn we trots op. Maar niet alles wat we wilden neerzetten is gelukt. Je kunt het vergelijken met zaadjes die we eerder hebben geplant en die niet allemaal tot bloei zijn gekomen. Dat is jammer, want daar kunnen we nu niet de vruchten van plukken. Het wordt nu tijd om die zaadjes goed te verzorgen. Op die manier kunnen we alles waar we de afgelopen jaren veel energie in hebben gestopt, tot wasdom laten komen.

Van goed naar beter dus. Het doel is een organisatie waarin we samenlevingsgericht en slagvaardig werken, op een manier die past bij deze tijd en bij de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van onze gemeente. Waar we complexe opgaven samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties oppakken. We weten wat onze rol en meerwaarde is binnen de organisatie, naar partners en in de samenleving. We nemen onze verantwoordelijkheid voor de uitvoering van ons werk. Ons werk is daardoor leuker, interessanter en duidelijker. We weten wat van ons wordt verwacht en wat we van onze collega’s kunnen verwachten. We werken naar de bedoeling. We hebben focus aangebracht in ons werk, waardoor er meer rust en minder waan van de dag ontstaat en er meer ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling. Samenwerken is voor ons vanzelfsprekend en doen we met plezier. Dit doen we in netwerken, zowel intern met collega’s en bestuurders als extern met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en (regionale) partners.

Om van goed naar beter te gaan zetten wij drie bewegingen in gang:
- Van versnippering naar samenwerking en verbinding;
- Van waan van de dag naar rust en professionaliteit;
- Van onduidelijkheid over verantwoordelijkheden naar rolzuiverheid en eigenaarschap.

Van versnippering naar samenwerking en verbinding
Als gemeente hebben we een relatie met veel partijen om ons heen. Vrijwel al ons werk speelt zich af in netwerken. Zowel intern als extern. Dit maakt dat wij een verbindende rol kunnen en wíllen spelen. Daarom zetten we in op samenwerking en verbinding. Zowel intern als ook met partners buiten onze organisatie, zoals inwoners, ondernemers, verenigingen, regiogemeenten, provincie, rijk en het bedrijfsleven. Om lokale en regionale opgaven het hoofd te bieden, handelen wij als één samenwerkende organisatie. Dit betekent dat wij niet vanuit één enkel vakgebied aan vraagstukken werken, maar hier samen mee aan de slag gaan. Over team-, cluster-, en domeingrenzen heen. Hierbij staat de gezamenlijke opgave voorop, en niet ons persoonlijk- of teambelang. Alleen op die manier kunnen we met elkaar de juiste keuzes maken en onze energie aan de juiste dingen besteden.

Van waan van de dag naar rust en professionaliteit
We creëren een solide basis waar we vanuit rust en professionaliteit snel de juiste mensen bij de juiste klus kunnen vinden. Op die manier kunnen we inspelen op de ontwikkelingen om ons heen. Door meer focus aan te brengen ontstaat ruimte voor onze persoonlijke ontwikkeling en professionalisering in ons vak. Daarmee specialiseren we ons in het soort taken dat we doen en tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we, vanuit die specialisatie, inzetbaar zijn voor een breder pakket aan inhoudelijke vraagstukken. Het gaat hierbij om ieders toegevoegde waarde en niet om onze plek in de organisatie. Zo blijven we in beweging en blijven we ons ontwikkelen. Leidinggevenden ondersteunen en stimuleren dit door medewerkers te coachen, hen in hun kracht te zetten en toe te zien op organisatiebrede samenwerking.

Van onduidelijkheid over verantwoordelijkheden naar rolzuiverheid en eigenaarschap
Helderheid over verantwoordelijkheden, taken en rollen hebben we nodig om snel te kunnen schakelen. Eigenaarschap kan daarbij niet ontbreken; je bent ervan en je durft ervan te zijn. Door heldere doelen te stellen, kaders te bepalen en verantwoordelijkheden eenduidig te beleggen, wordt voor iedereen duidelijk waar je van bent, waar je aan bijdraagt en met wie je dit doet. Zo worden we samen meer dan de som der delen.
De drie bewegingen ondersteunen we door een passende organisatiestructuur, de manier waarop we het werk met elkaar organiseren en de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden, onze cultuur. Drie kernwaarden staan daarbij centraal: respectvol, open en lef.

Innovatie

De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in innovatie, met name in het innovatieve denken en handelen van medewerkers. Er zijn verschillende agile (wendbare) werkmethoden geïntroduceerd, waarbij op innovatieve wijze de dienstverlening wordt verbeterd. In 2022 zetten we dit voort. Daarnaast zetten we in op het aangaan van samenwerkingen, zodat we samen met partners en inwoners het innovatievermogen van onze gemeente kunnen vergroten.

Opleidingsprogramma

Ter ondersteuning van de doorontwikkeling is het van belang om te investeren in de medewerkers. Er zal onder andere ingezet worden op individuele opleidingen, incompanytrainingen, teamcoaching en management development. Vakgerichte opleidingen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van functies, blijven gegarandeerd. In 2022 besteden we volop aandacht aan werken volgens de Omgevingswet, digitale vaardigheden en aan een andere manier van samenwerken. Tot slot zal een leerbeleid voor meerdere jaren opgesteld worden, om op deze manier kwaliteiten en ervaring in de organisatie optimaal in te zetten en doorlopend te ontwikkelen.

Human Resources

In 2022 zetten we ons blijvend in om formatieruimte in te vullen met vaste medewerkers. Het onderscheiden in de arbeidsmarktcommunicatie zetten we voort, maar we blijven ons ook inzetten op het binden en boeien van onze medewerkers om de kennis en kunde van het menselijk kapitaal te behouden. De medewerkers van Stichtse Vecht zijn en blijven namelijk ons belangrijkste kapitaal.

Al snel na het ontstaan van de Covid-19-crises is het nodige in gang gezet en rechtspositioneel geregeld om een andere invulling te geven aan de wijze waarop wij thuis en op kantoor werken, het zogenoemde hybride werkconcept. Wanneer alle versoepelingen zijn doorgevoerd en iedereen weer naar kantoor mag, zal structureel thuiswerken onderdeel zijn en blijven van goed werkgeverschap. Het gebruik van het kantoor verandert naar een plek om te ontmoeten. In 2022 onderzoeken we nader hoe het gemeentekantoor toekomstbestendig kan worden ingericht.

Met de start van een nieuwe arbodienstverlening zal blijvend aandacht zijn voor het terugdringen van verzuim en het bevorderen van de vitaliteit van medewerkers. De arbodienst voert een organisatiescan uit en gezamenlijk stellen we een actieplan op. Verder zetten we in op de doorontwikkeling van de organisatie om te komen tot een nog betere dienstverlening. We ontwikkelen ons als organisatie in taakvolwassenheid, waarbij medewerkers de operationele aansturing steeds meer zelf gaan vormgeven. Om dit te faciliteren en de overgang naar het hybride werken te ondersteunen, is een overgang naar een volledig elektronischHRM-systeem (e-HRM) noodzakelijk. De eerste stap die we zetten is het realiseren van een volledig digitaal personeelsdossier (DPD) dat efficiënt en raadpleegbaar is voor leidinggevenden en medewerkers.

Loonsom organisatie

De cao voor gemeentepersoneel liep tot 1 januari 2021. Ten tijde van het schrijven van deze programmabegroting is nog niet bekend of en zo ja, met hoeveel, de salarissen vanaf 1 januari 2021 stijgen. Wij hebben rekening gehouden, volgens de raming van het CPB, met een stijging van 1,5%. Dit geeft het volgende beeld:

Loonsom 2021 2022 (incl. 1,5%)
Totaal 30.415.635 30.169.507

Zoals in het Collegewerkprogramma is vastgesteld, stuurt de organisatie op de totale loonsom. Binnen deze loonsom kan worden ingehuurd, uiteraard onder de voorwaarde dat de totale loonsom niet wordt overschreden.

Verplichte indicatoren Rijk P/E Bron R2020 B2021 B2022 B2023 B2024 B2025
Formatie per 1.000 inwoners P SV 6,4 6,4 6,3 6,2 6,2 6,2
Bezetting per 1.000 inwoners P SV 6,0 6,0 5,6 5,6 5,6 5,5
Apparaatskosten per inwoner P SV 306 306 308 303 304 307
Kosten externe inhuur als % van totale loonsom* + totale kosten inhuur externen** P SV 9,77 <10 <10 <10 <10 <10
2.876.196 1.284.651 1.264.739 1.166.739 1.083.739 1.083.739

‘Kosten inhuur externen’ in de begroting is het totaalbedrag van alle specifieke inhuurbudgetten. De kosten van inhuur externen ten laste van de loonsom zijn hierin niet meegenomen, omdat inhuur afhankelijk is van de ruimte binnen de loonsom. Dit verklaart ook het verschil tussen het bedrag bij de jaarrekening en de begroting.

Inkoop- en aanbesteding

Stichtse Vecht investeert in 2022 verder in de doorontwikkeling van de inkoopfunctie binnen de gehele gemeente. Dit wordt onder andere gedaan door het toevoegen van functies zoals contractmanagement en beheer in de domeinen. Het inkoopadvies blijft centraal belegd binnen de gemeente. We intensiveren de samenwerking tussen inkoopadviseurs, contractmanagers en inkopers in de domeinen. .

Belangrijk speerpunt voor het komend jaar is het stimuleren van lokale economie. Verder staan duurzaamheid en Social Return (SROI) hoog in het vaandel. In het sociale domein trekken we een SROI-officer aan die zorgdraagt voor de naleving van SROI-afspraken en monitort activiteiten zijn ondernomen.

Sinds september 2020 bestaat het team van inkoopadviseurs uit twee nieuwe medewerkers. Het nieuwe team gaat zich samen met een onlangs aangetrokken contractmanager meer richten op het verder professionaliseren van de inkoopfunctie binnen de gemeente. Daarnaast investeren we in het verbeteren van het proces, zodat rechtmatig wordt ingekocht (In Control Statement).

Informatisering en Automatisering

We gaan het gebruik van de nieuwe Windows Virtual Desktop optimaliseren. Hiermee werken we plaatsonafhankelijk en op een eenvoudige, veilige en verantwoorde manier in- en extern samen.
In het derde kwartaal 2022 wordt een nieuwe telefonieomgeving geïmplementeerd.
Datasets worden geleidelijk naar het data- en integratieplatform in de gemeentelijke cloud gemigreerd. Moderne programmatuur en technieken worden ingezet voor het inwinnen, verwerken en analyseren van de data, waaronder een datawarehouse. Hiermee worden presentaties en dashboards aan de organisatie aangeboden om zowel de grip op de actuele werkzaamheden te verbeteren als de beleidsontwikkeling te ondersteunen.

Vanuit Geo-informatie gaan we interactieve grafieken toevoegen in de Kaartviewer en verbeteren we de integratie met het loket van het Digitaal stelsel omgevingswet (DSO). Ook verbeteren we de integratie met de basisregistraties en breiden we de 3D-functionaliteit uit met digital twinning (werken met een virtueel tweelingmodel).

Informatiebeleid en –beheer

Om de digitale transformatie verder invulling te kunnen geven, zijn in 2021 de beleidsdocumenten Archiefverordening, Beheerregeling informatiebeheer, het kwaliteitshandboek en het handboek vervanging opgesteld. Met deze beleidsdocumenten kunnen we de implementatie van het nieuwe zaaksysteem overeenkomstig de geldende wetgeving inrichten en in 2022 in gebruik nemen. Hiermee kunnen we ons verder focussen op het volledig digitaal werken. Dit betekent dat onze hybride manier van werken verder uitgefaseerd wordt in 2022 en verder. De digitalisering van de bouwdossiers en overdracht aan het RHC loopt nog enkele jaren door, naar verwachting tot en met 2028. Anticiperend op de nieuwe Archiefwet, zullen we eerder dossiers overdragen aan RHC dan onder de oude wet- en regelgeving gepland was. In 2022 vergt dat extra inspanning. Het e-depot (digitaal archief) heeft verder vorm gekregen en wordt in 2022 in gebruik genomen.

Gegevensbescherming en informatiebeveiliging

Privacy en informatieveiligheid spelen een steeds grotere rol in onze samenleving. Inwoners, ondernemers en medewerkers zijn zich steeds meer bewust van het belang hiervan. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat hun persoonsgegevens adequaat beschermd zijn. Afgelopen jaren heeft de organisatie stappen gezet om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen en de normen uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

Om een goede omgang met persoonsgegevens te waarborgen overwegen we om in 2022 als monitorinstrument gebruik te maken van het AVG-borgingsproduct 2.0 van de VNG/IBD (Informatiebeveiligingsdienst) . Dit om te meten waar de organisatie staat met de bescherming van persoonsgegevens en om het ambitieniveau te bepalen en vast te stellen. Hieruit volgen dan de maatregelen en acties die nodig zijn om de organisatie op het gewenste niveau te krijgen. Het document vraagt input van de organisatie. De doorontwikkeling van de organisatie is van invloed op de beslissing of het document volgend jaar geïntroduceerd wordt.

Naast de AVG dient de gemeente bij het verwerken van persoonsgegevens die samenhangen met opsporingstaken van de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) te voldoen aan de Wet politiegegevens (Wpg). Eind 2021 voert een externe auditor in opdracht van de gemeente een (verplichte) audit uit op deze verwerkingen. De aanbevelingen uit de audit pakken wij in 2022 op.

De wereld digitaliseert in toenemende mate en daardoor wordt de kwaliteit van de digitale weerbaarheid steeds belangrijker. Ongewenste, onbewuste acties blijken een groot risico voor de privacy van inwoners en bedrijven en de veiligheid van informatie. Het werken aan bewustwording voor het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens blijft daarbij onverminderd een aandachtspunt. De gemeente dient te bouwen aan een sterke informatieveilige omgeving, zowel op het vlak van de techniek als op het vlak van de mens.
We onderzoeken of we in 2022 kunnen aansluiten op GGI-veilig (Gemeenschappelijke Gemeentelijke Infrastructuur). GGI-veilig verhoogt de digitale weerbaarheid en maakt de ICT-infrastructuur van de gemeente Stichtse Vecht veiliger.

De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het uitgangspunt voor informatiebeveiliging. Vanuit hier werken we toe naar het voldoen aan dit normenkader. Het is een continuproces, veel is al ingericht, maar er blijft altijd ruimte voor verbetering. Toetsing op de naleving van het informatiebeveiligingsbeleid vindt jaarlijks plaats via zelfevaluatie, audits en het laten uitvoeren van een pentest. Rapporteren over informatiebeveiliging vond in het verleden plaats via een subparagraaf van de bedrijfsvoering in het jaarverslag. We hebben de intentie om uw raad te informeren via een aparte rapportage met daarin een beschrijving van de stand van zaken rond informatiebeveiliging.

Onderzoeksprogramma

De gemeente Stichtse Vecht kent verschillende onderzoeken met als doel ervan te leren en werkwijzen te verbeteren. Dit zijn onder meer:
          • bijzondere onderzoeken zoals rechtmatigheidsonderzoeken;
          • artikel 213a-onderzoeken naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van beleid en bedrijfsvoering;
          • overige audits, zoals de ENSIA, een periodieke IT-audit op de systemen en de jaarlijkse DigiD-audit.

Voor het doen van onderzoeken kent de gemeente de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Stichtse Vecht. In de verordening is de onderzoeksfrequentie, de manier waarop onderzoeken worden gepland en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd, vastgelegd. De verordening beoogt vooral het doen van zelfonderzoek. Voor 2021 stond het actualiseren van het (interne) onderzoeksbeleid en het opstellen van een onderzoeksprogramma gepland. Vanwege de herprioritering van activiteiten vindt dit plaats in 2022.

Integriteit

Integer handelen is van groot belang voor het vertrouwen van inwoners, bedrijven en organisaties in het functioneren van bestuur en organisatie. Het werken aan integer handelen kent drie aspecten:

1. Een transparante stijl van besturen. Ook in 2022 blijven we met elkaar in gesprek over integriteit. Voor de organisatie gebeurt dit met dilemmatrainingen en het afleggen van de ambtseed. Voor de nieuwe raad wordt het onderwerp integriteit ingebed in het introductieprogramma. Voor wethouders-kandidaten vindt een integriteitstoets en bewustwordingsgesprek plaats.
2. Beschermen van mensen tegen mogelijke integriteitsrisico’s in hun werk. De werking van het Protocol melding vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers wordt met uw raad geëvalueerd. De nieuwe raad kan een geactualiseerde versie van dit protocol vaststellen. Voor de organisatie maken we een protocol voor het onderzoeken van meldingen tegen medewerkers.
3. Handhaven van de regels en onderzoek doen als sprake is van een vermeende schending van onze integriteitsafspraken. We onderzoeken meldingen of signalen tegen bestuurders of medewerkers en rapporteren daar transparant over, ook op de gemeentelijke website.
Het integriteitswerk wordt uitgevoerd binnen de bestaande financiële kaders.

Overheadkosten 2022

Overheadkosten 2022
Bedrijfsvoering
Huisvesting organisatie 734.733
Interne dienstverlening 474.432
Bestuurlijke en juridische zaken 540.785
Financiën en control 91.495
Data en informatiemanagement 4.300.879
Mens en organisatie 1.311.812
Publiekszaken en dienstverlening 27.912
Bedrijfsvoering samenleving 52.541
Totaal bedrijfsvoering 7.534.589
Personeelslasten
Loonsom overhead 11.781.026
Indirecte personeelslasten 745.695
Totaal personeelslasten (loonkosten) 12.526.721
Totaal 20.061.310

Verbonden partijen

Inleiding

Voor de uitvoering van een aantal van haar taken maakt de gemeente Stichtse Vecht gebruik van samenwerkingsverbanden in de vorm van een verbonden partij. In deze paragraaf wordt ingegaan op de beleidsmatige en financiële relatie van de gemeente met deze verbonden partijen.
Het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies (BBV), dat als basis voor deze paragraaf geldt, definieert als verbonden partijen: die partijen, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur van een verbonden partij of uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: de beschikbaar gestelde middelen, die verloren gaan in geval van faillissement van de verbonden partij of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid van de gemeente bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
Verbonden partijen kunnen in twee categorieën verdeeld worden: de publiekrechtelijke en de privaatrechtelijke vorm. De publiekrechtelijke vorm is een samenwerkingsverband dat gebaseerd is op de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze vorm heeft een eigen algemeen bestuur. De deelnemende gemeenten benoemen de leden van dat bestuur. Het algemeen bestuur benoemt het dagelijks bestuur. Verder behandelt de gemeenteraad de kadernota’s, begrotingen en jaarrekeningen van de gemeenschappelijke regelingen.

? De beleidsuitgangspunten voor het samenwerken in verbonden partijen zijn in de nota Verbonden partijen opgenomen. Aan de basis voor het samenwerken met verbonden partijen staat de vraag hoeveel invloed de gemeente (nog) wil uitoefenen. De nota geeft verder een afwegingskader voor de vorm van samenwerking.
Uitgangspunten zijn (op hoofdlijnen):
• het verhogen van de kwaliteit van beleid, uitvoering en/of dienstverlening in relatie tot de ambitie;
• voorkomen van formatieve kwetsbaarheid zodanig dat kwaliteit, continuïteit en beschikbaarheid van onze dienstverlening is gegarandeerd;
• beheersen en/of besparen van kosten;
• door samenwerking worden resultaten bereikt die de gemeente zonder deze samenwerking niet zou bereiken;
• het vergroten van bestuurlijke en organisatorische slagkracht;
• het spreiden van risico’s.

Naast samenwerking binnen verschillende gemeenschappelijke regelingen kent de gemeente Stichtse Vecht ook privaatrechtelijke verbonden partijen zoals vennootschappen en stichtingen. Ook deze partijen komen in deze paragraaf aan de orde.

Ontwikkelingen verbonden partijen

Op de programma’s zijn de verbonden partijen aangegeven die bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente. In deze paragraaf komen het algemeen belang en de voorgeschreven (financiële) gegevens op grond van de BBV per verbonden partij aan de orde. Daarbij zijn eerst beknopt het doel en, voor zover van toepassing, relevante ontwikkelingen per partij beschreven, waarna een overzicht met de gegevens volgens de BBV volgt. Indien sprake is van materiële risico’s die niet of onvoldoende door een verbonden partij zelf met maatregelen zijn ondervangen, hebben wij deze meegenomen in paragraaf 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Overzicht verbonden partijen

1.1 Gemeenschappelijke Regelingen

Verbonden Partijen – A-categorie (bedragen x € 1.000,-)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen vermogen (begin ‘22 - eind ‘22) Vreemd vermogen (begin ‘22 - eind ‘22) Financieel resultaat (eind 2022) Bijdrage SV 2022 Niet ondervangen risico’s
Veiligheidsregio (VRU) Burgemeester AB: stemrecht steminvloed 6% € 15.680 - € 61.827 - € 0 € 3.920 -
Aandeel in totale begroting: 4,3% € 14.835 € 78.703
Plassenschap Loosdrecht e.o. Collegelid, raadsleden AB en DB: stemrecht Steminvloed: 20% € 1.559 - € 3.012 - € -8 € 273 PM-Post transitie RMN
Aandeel in totale begroting: 18% € 1.500 € 3.856
Recreatieschap Stichtse Groenlanden Raadslid, collegelid AB en DB: stemrecht Steminvloed 12% € 4.449 - € 7.214 - € 244 € 176 PM-Post transitie RMN
Aandeel in totale begroting: 5,5% € 4.589 € 6.785
Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% € 708 - € 7.991 - € 5 € 1.541 -
Aandeel in totale begroting: 10% € 708 € 7.960
GGD regio Utrecht (GGDrU) Collegelid AB: stemrecht steminvloed 6% € 3.270 - € 11.739 - € 0 € 2.574 -
Aandeel in totale begroting: 5,3% € 2.671 € 11.682

A-categorie
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2
Binnen de VRU werken de 26 Utrechtse gemeenten samen op het gebied van brandweerzorg, (gemeentelijke) crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening om zo te komen tot een veiligere regio Utrecht. Nadere toelichting over de majeure projecten is te vinden in programma 2 Veiligheid.

Plassenschap Loosdrecht e.o. – Programma 3
De deelnemers van het Plassenschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Deze opgave staat onder druk. De uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland is niet in control. De aanleiding hiervoor is te vinden in de complexe samenwerkingsvorm en onvolledige managementinformatie. Hierom denken we na over de toekomstige inrichting van beheertaken. In 2022 heffen we de bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland op en nemen we een besluit over de toekomstige samenwerking op het gebied van recreatietaken.

Recreatieschap Stichtse Groenlanden – Programma 3
De deelnemers van het recreatieschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Deze opgave staat onder druk. De uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland is niet in control. De aanleiding hiervoor is te vinden in de complexe samenwerkingsvorm en onvolledige managementinformatie. Hierom denken we na over de toekomstige inrichting van beheertaken. In 2022 heffen we de bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland op en nemen we een besluit over de toekomstige samenwerking op het gebied van recreatietaken.

Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) – Programma 3
De Omgevingsdienst Regio Utrecht voert voor 15 gemeenten adviserende en uitvoerende taken uit op het gebied van omgeving, milieu en duurzaamheid. ODRU werkt in 2022 verder aan de koers die zij in het Koersdocument hebben opgenomen. Een van de belangrijkste ontwikkelingen is, na meerdere keren te zijn uitgesteld, de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in 2022. Daarnaast onderzoek de ODRU een intensievere samenwerking met de RUD (Regionale Uitvoeringsdienst) en wordt getracht een verdere kostenbesparing te bewerkstellingen door onder andere een taakstelling op de inhuur van derden.

GGD regio Utrecht (GGDrU) – Programma 4
Het doel van de GGDrU is het bevorderen van de volksgezondheid en het voorkomen van ziekten door preventieve interventies. In 2022 gaat de GGDrU verder met het implementeren van het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg en met het uitvoeren van het ombuigingsplan om de basis op orde te krijgen.

1.2 Gemeenschappelijke Regelingen

Verbonden Partijen – B-categorie (bedragen x € 1.000)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘22 – eind ‘22) Vreemd vermogen (begin ‘22 – eind ‘22) Financieel resultaat (eind 2022) Bijdrage SV 2022 Niet ondervangen risico’s
Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen Burgemeester AB: stemrecht Steminvloed 25% € 35 - € 292 - € 0 € 499 -
Aandeel in totale begroting: 37,5% € 61 € 238
Afval Verwijdering Utrecht (AVU) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% €350 - €350 €15.095 - €15.085 € 0 € 2.340 -
Aandeel in totale begroting: 5,5 %
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Burgemeester DB: stemrecht Steminvloed 6% € 106 € 4.714 € 0 € 1.096 -
Aandeel in totale begroting: 6% € 106 € 4.714

B-categorie
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) – Programma 1
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) is een samenwerkingsverband met de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De BghU heft en int belastingen namens de deelnemers en stelt de hoogte van de WOZ-waarden vast voor alle onroerende zaken in deze gemeenten. De gemeente Stichtse Vecht is per 1 januari 2020 toegetreden tot de BghU.

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) – Programma 3
De AVU is sinds 1984 de regie- en kennisorganisatie voor de duurzame en kosteneffectieve verwerking van door de Utrechtse gemeenten bij huishoudens ingezamelde afvalstromen. Aflopende contracten worden tijdig aanbesteed, waardoor de meerjarige dienstverlening met betrekking tot de inzameling en de afzet contractueel zijn gewaarborgd. In de begroting 2021 van de AVU wijzigen een aantal vaste gegevens. Zo zijn de verwerkingstarieven voor het huishoudelijk restafval, het grof huishoudelijk restafval en gft-afval in januari 2020 bekend geworden als uitkomst van de aanbesteding van de verwerkingscontracten. Daarnaast wordt in 2020 de verpakkingsketen ingrijpend gereorganiseerd, wat van grote invloed is op de kosten-opbrengstenstructuur van gemeenten. Deze wijzigingen zijn in de AVU-begroting verwerkt.

Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHC) – Programma 5
Het RHC heeft een tweeledig doel, te weten (1) archiefwettelijke taken die het RHC uitvoert voor de aangesloten gemeenten en (2) het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties. De Beleidsvisie ‘In Balans’ 2020-2024 RHC VV is vertrekpunt voor de invulling van de werkzaamheden op zowel terrein (1) archiefwet als terrein (2) erfgoedbeheer.
In 2022 wil het RHC het e-depot, de wettelijk verplichte, digitale archiefbewaarplaats, in gebruik nemen en de eerste digitale archieven opnemen. Daarnaast zet het RHC onder andere in op het vergroten van de dienstverlening aan ambtelijke organisaties, het vergroten van de zichtbaarheid van het RHC en het aantrekken van nieuwe doelgroepen.

2. Vennootschappen en coöperaties

Verbonden Partijen – Vennootschappen (bedragen in miljoen €)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘22 – eind ‘22) Vreemd vermogen Financieel resultaat (eind 2022) Bijdrage SV 2022 Niet ondervangen risico’s
(begin ‘22 – eind ‘22)
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) 1) Collegelid Stemrecht als aandeelhouder € 5.097 € 144.802 € 221 0 -
Netto winst
Vitens 2) Collegelid Stemrecht als aandeelhouder € 579,8  - € 1.437,5 - € 12,40 0 -
€ 592,30 € 1.555,50
1) Geen begroting 2022. BNG- cijfers per 31 december 2020
2) Geen begroting 2022. Cijfers komen uit Financieel jaarplan Vitens 2021-2023, 26 oktober 2020

NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) – Programma 1
De NV Bank Nederlandse Gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank verstrekt krediet tegen lage tarieven waarmee de bank duurzaam bijdraagt aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger, c.q. duurzaam bijdraagt aan de publieke taak. De gemeente Stichtse Vecht bezit 29.523 aandelen in BNG.

Vitens – Programma 5
Het winnen, produceren, distribueren en leveren van drinkwater is de primaire taak van Vitens. Klanten kunnen vertrouwen op de leveringszekerheid van drinkwater, een optimale kwaliteit en een zo laag mogelijke prijs (Vitens heeft de laagste drinkwaterprijs van Nederland). Vitens staat de komende jaren voor een grote investeringsopgave. De investeringen zijn hoofzakelijk gericht op leveringszekerheid nu en in de toekomst van voldoende en schoon drinkwater. De gemeente Stichtse Vecht is aandeelhouder en bezit 58.000 aandelen Vitens (1% van het totaal).

3 Stichtingen en verenigingen

Verbonden partijen - Stichtingen (bedragen x € 1.000)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘22 – eind ‘22) Vreemd vermogen Financieel resultaat (eind 2022) Bijdrage SV 2022 Niet ondervangen risico’s
(begin ‘22 – eind ‘22)
Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) 1) Collegelid Voorzitter Steminvloed 40% € 65 - € 1 - € 8 Maakt deel uit van de bijdrage aan ODRU -
€ 73 € 1
Stichting Urgentieverlening West Utrecht 1) Collegelid Stemrecht in AB 20 - - € -16 € 15 -
€ nnb
1) Geen begroting. Cijfers afkomstig uit Jaarrekening 2020

Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) – Programma 3
De doelstelling van Stichting MEC betreft het organiseren van natuur- en milieu-educatieactiviteiten in de gemeente Stichtse Vecht, met als belangrijkste doelgroep het basisonderwijs. Activiteiten en samenwerkingen die vanuit het MEC Maarssen plaatsvinden, staan opgenomen in nieuwsbrieven en op de website van de ODRU. Er worden door de ODRU onder andere leskisten samengesteld waarmee de basisscholen lessen op het gebied van natuur- en milieu-educatie kunnen geven. Daarnaast worden tentoonstellingen gehouden en excursies georganiseerd.

Stichting Urgentie commissie West Utrecht (SUWU) – Programma 3
De SUWU is een gemeenschappelijke regeling van zes gemeenten in de regio Utrecht West met als doel het beslissen op ingediende aanvragen voor een woonurgentie in het kader van de Huisvestingsverordening. In 2020 heeft de stichting 72 urgentieaanvragen voor de deelnemers afgehandeld.

Met betrekking tot de stichtingen en verenigingen merken wij op dat Stichtse Vecht vanaf de begroting 2022 de informatie over de stichtingen Kansis en Kansis Groen opneemt op programma 4 Sociaal. Beide stichtingen zijn geen verbonden partijen in de zin van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), die als basis voor deze paragraaf wordt gehanteerd (zie inleiding van dit hoofdstuk). De financiële middelen die samenhangen met de stichtingen maken deel uit van programma 4.

Grondbeleid

Inleiding

In de verplichte paragraaf Grondbeleid komt elk jaar aan bod hoe onze gemeente het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. Daarnaast wordt in deze paragraaf de grondprijzenbrief voor komend jaar vastgesteld.

Nota grondbeleid

In de Nota grondbeleid staan de beleidsuitgangspunten van het grondbeleid. Het uitgangspunt hierbij is om niet te kiezen voor één bepaalde vorm van grondbeleid, maar dit per locatie of project te bezien. Per project maken we de afweging of de wij de grond zelf in ontwikkeling nemen of dat we de afwikkeling gedeeltelijk dan wel geheel overlaten aan een marktpartij. Hiervoor is een afwegingskader geschreven, waarin we beoordelen of het initiatief wenselijk is, of het financieel haalbaar is, of de financiële risico’s ten opzichte van de financiële middelen acceptabel zijn en of voldoende kennis en capaciteit binnen de onze gemeente beschikbaar is.

Wij kiezen ten aanzien van het te voeren grondbeleid voor maatwerk en marktwerking. In de praktijk betekent dit dat wij overwegend een faciliterend grondbeleid voeren.

Algemene reserve grondexploitatie

Een eventueel batig saldo van de grondexploitatie voegen we bij afsluiting toe aan de Algemene reserve grondexploitatie. Bij voorzienbare tekorten treffen we een voorziening. In principe wordt de gehele winst van een grondexploitatie genomen bij afsluiting van de grondexploitatie, tenzij het mogelijk is om op verantwoorde wijze al vooruitlopend op de afsluiting een deel winst te nemen. Voorwaarde is dat daadwerkelijk sprake is van gerealiseerde winsten in de grondexploitatie en dat we die uit oogpunt van verantwoorde bedrijfsvoering (rekening houdend met nog te realiseren kosten en opbrengsten) ook opnemen. Daarbij volgen we de standpunten zoals opgenomen in de Notitie BBV grondexploitatie 2019 over tussentijdse winstneming.

Als college hebben wij de bevoegdheid om een werkbudget uit de Algemene reserve grondexploitatie aan te wenden voor de eerste plan- en onderzoekskosten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Na het operationeel verklaren van het betreffende project met de vaststelling van de grondexploitatie brengen we de kosten ten laste van de grondexploitatie en vloeien de eerder anticiperend uitgegeven gelden vanuit de grondexploitatie terug naar de reserve grondexploitatie. De omvang van de Algemene reserve grondexploitatie is vastgesteld op minimaal
€ 200.000 en maximaal € 600.000. Indien het saldo van de reserve grondexploitatie hoger is, romen we de waarde af naar de Algemene reserve, en als het saldo lager is, vullen we het aan vanuit de Algemene reserve

Risicobeheersing

Grondexploitatie is een risicodragende activiteit, die vraagt om adequate analyse en beheersing van deze risico’s. Bij het opstellen van een exploitatieberekening stellen we daarom ook een risicoanalyse op. Bij de jaarlijkse actualisering van de exploitatieberekening actualiseren we ook de risicoanalyse.
Een financieel uitgangspunt bij grondexploitaties is het realiseren van een sluitende exploitatie, waarin alle kosten worden verhaald op het project.

Grondexploitaties

Vastgestelde grondexploitaties:

Harmonieplein Maarssen
Voor de gebiedsontwikkeling Harmonieplein is een stedenbouwkundig plan vastgesteld. Dit gaat uit van realisatie van een aantrekkelijk dorpsplein voor Maarssen-dorp met levendige functies. Daaromheen worden drie deelplannen ontwikkeld. Deelplan Zuid betreft woningbouw en is eigendom van een ontwikkelaar. Deelplan Kindcentrum zorgt voor huisvesting van twee scholen, een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal en BSO. Deelplan Noord is eigendom van ons en bestaat uit woningbouw op de verdieping en horeca en maatschappelijke voorzieningen in de plint. In het plan wordt gezocht naar een goede oplossing voor verkeersafwikkeling en voldoende parkeerplaatsen. Binnen de voorliggende grondexploitatie van de gebiedsontwikkeling Harmonieplein zijn de voorbereidingskosten, de inbrengwaarde van de bibliotheek en de inrichting van de openbare ruimte binnen het plangebied gedekt met opbrengsten uit de woningen en appartementen in de ontwikkeling.

Voor de gebiedsontwikkeling worden drie afzonderlijke bestemmingsplannen gemaakt. Twee van de drie plannen zijn in 2020 in procedure gebracht. Deze twee bestemmingsplannen hebben we opgesteld in samenspraak met de klankbordgroep. Het bestemmingsplan Kindcentrum is in 2021 vastgesteld en onherroepelijk geworden. De omgevingsvergunning voor de bouw is verleend en naar verwachting wordt begin 2022 gestart met de bouw. Het bestemmingsplan Zuidblok verwachten we in het najaar voor besluitvorming aan de raad aan te bieden. In 2022 is het de bedoeling om het noordblok aan te besteden. Uit de aanbesteding moet een ontwikkelaar volgen die een plan maakt voor het noordblok. Daarnaast doorlopen we het participatietraject voor een ontwerp van de openbare ruimte.

Flambouw Nigtevecht
De locatie Flambouw ligt aan de Dorpsstraat in Nigtevecht. In het plangebied heeft de school De Flambouw gestaan. In 2015 heeft De Flambouw intrek genomen in een nieuwe school. Eind 2016 is de oude school gesloopt. Met het vervallen van de schoolfunctie is de locatie in aanmerking gekomen voor ontwikkeling tot woningbouw. Het met de omgeving afgestemde plan gaat uit van vier grondgebonden koopwoningen, die als vrije kavels in de markt worden gezet. Het bestemmingsplan is in oktober 2017 vastgesteld en in 2018 is de verkoopprocedure van de vrije kavels van start gegaan. Inmiddels zijn drie van de vier kavels geleverd, de eerste twee woningen zijn reeds opgeleverd. De laatste kavel wordt naar verwachting in Q4 2021 geleverd. In 2022, als alle woningen zijn opgeleverd, wordt de straat woonrijp gemaakt.

Veenkluit te Tienhoven
Dit project betreft het herhuisvesten van dorpshuis De Veenkluit en de gymzaal naar het naastgelegen leegstaande onderwijsgebouw en het herinrichten van het openbaar gebied eromheen. De vrijgekomen locatie van het dorpshuis wordt herontwikkeld tot zeven woningen. Dit geeft inkomsten vanuit grondverkoop aan de grondexploitatie en moet voor de gehele herontwikkeling leiden tot een budgetneutraal resultaat.

Het huidige dorpshuis en de gymzaal zijn in eigendom van de Stichting Dorpshuis Tienhoven/Oud-Maarsseveen e.o. en moeten verworven worden. De stichting investeert dit bedrag weer in de nieuwbouw van voorheen OBS ’t Palet naar een nieuw dorpshuis. De overige kosten bestaan voornamelijk uit bouwkosten en plankosten. De opbrengsten bestaan vooral uit grondverkoop aan een ontwikkelaar en bijdragen vanuit Onderwijs en het dorpshuis zelf. Op 1 juli 2020 heeft uw raad ingestemd met een nieuwbouwvariant van het dorpshuis en de gymzaal. De planologische procedure om te komen tot een nieuw bestemmingsplan is in gang gezet.

Grondexploitaties administratief geopend:

Hieronder volgt een opsomming van de grondexploitaties die administratief zijn geopend. Hiervoor is nog geen bestemmingsplan vastgesteld voor de gewijzigde bestemming.

Kuyperstraat
Deze ontwikkellocatie ligt aan de Kuyperstraat in Maarssen. In het plangebied heeft de Kardinaal Alfrinkschool gestaan. Doordat de functie schoollocatie is komen te vervallen hebben wij plannen om deze locatie te ontwikkelen tot woningbouwlocatie met als uitgangspunt sociale huur. Voor de Kuyperstraat wordt op basis van een eerder door uw raad genomen realisatiebesluit met Portaal verder gewerkt aan de planontwikkeling. Die wordt planologisch verankerd in een bestemmingsplan waarvan de procedure in 2022 wordt doorlopen. Afspraken worden met Portaal vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
Voor het bredere plangebied ‘Atlantische buurt’wordt met inzet van externe expertise en mogelijk met subsidie van de provincie Utrecht gewerkt aan een concretisering van de door uw raad vastgestelde gebiedsvisie.

’t Kockenest Kockengen
De voormalige basisschool ’t Kockenest ligt aan de Koningin Julianaweg en de Prinses Margrietweg in Kockengen. Doordat de schoolfunctie met het vertrek van de basisschool is komen te vervallen, komt deze locatie in aanmerking voor herontwikkeling tot woningbouwlocatie. Eind 2016 is het voormalige schoolgebouw gesloopt. Woningstichting Vecht en Omstreken heeft plannen voor een appartementencomplex in de socialehuursector op deze locatie. De woningstichting is momenteel bezig met participatie met de omgeving en dient naar verwachting eind 2021 een verzoek voor bestemmingsplanwijziging in.

Zogwetering te Maarssen
Eind januari 2019 heeft uw raad een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeente (Wvg) opgelegd op de percelen van de rioolwaterzuivering en een perceel van een particulier aan de Machinekade in Maarssen. In 2019 zijn we een participatietraject met bewoners gestart om te komen tot een nota van uitgangspunten. Wij hebben de Concept-structuurvisie vastgesteld en ter inzage gelegd. In Q4 van 2021 wordt de Concept-structuurvisie ter vaststelling aangeboden aan uw raad. Op basis van de structuurvisie brengen we de verwachte opbrengsten en kosten in beeld en verwerken we die in een grondexploitatie.

Overige ontwikkellocaties:

Hieronder volgt een opsomming van de overige ontwikkellocaties. Voor deze locaties is nog geen bestemmingsplan vastgesteld voor de gewijzigde bestemming.

Daalse Hoek Maarssen
De Daalse Hoek bestaat uit grond en opstallen die in eigendom zijn van onze gemeente. De gebouwen die op de Daalse Hoek staan, zijn technisch en esthetisch verouderd. In 2019 hebben we grond en opstallen van stichting Reinaerde aangekocht, waarna één van de verouderde schoolgebouwen is gesloopt. Ook KBS De Pionier en de gymzaal zijn onderdeel van het plangebied.

In 2018 is een stedenbouwkundig plan in bestuurlijke procedure gebracht. Er bleek onvoldoende draagvlak te zijn voor dit plan, voornamelijk vanwege bezwaren van omwonenden met betrekking tot de geluidsimpact van de nieuw te bouwen school. De mogelijkheid is onderzocht of een extra locatie van De Pionier kan worden geopend in Zuilense Vecht. Besluitvormig hierover volgt in het derde kwartaal van 2021, waarna ook duidelijkheid ontstaat over de omvang van de nieuwe Pionier voor de Daalse Hoek. Daarna kunnen we een nieuw stedenbouwkundig plan opstellen. Dit plan zal enigszins afwijken van het voorgaande, omdat we ook de categorie middenhuur opnemen in het stedenbouwkundige plan.

Zuilense Vecht
In opdracht van de gemeenten Utrecht en Stichtse Vecht is een gebiedsvisie opgesteld voor Sportief Park Zuilense Vecht. Op 6 maart 2018 heeft uw raad deze Gebiedsvisie Zuilense Vecht vastgesteld. Door een open, groene verbinding te maken in samenhang met de omliggende buurten kunnen we een nieuwe groenstructuur creëren, die bijdraagt aan de groeiende behoefte aan sporten, bewegen en recreëren (ook buiten verenigingsverband om) en aan de ontmoetingsfunctie. De min of meer verouderde sportparken die we nu monofunctioneel gebruiken, richten we compacter, toekomstbestendig en multifunctioneel in. We voegen woningen toe, buiten de rode contour, vanwege de behoefte hieraan, om de bestaande wijken te verbinden en om de plannen financieel mogelijk te maken. Woningbouw is geen doel op zich, maar een afgeleide van de wens het sportpark te moderniseren.

De provincie keurt dit bouwen buiten de rode contour alleen goed als aan de voorwaarde wordt voldaan dat er naast een modern sportpark óók de genoemde kwalitatief goede verbinding komt tussen de beide gemeenten. Als dat niet gebeurt, en we bezuinigen op de kwaliteit van lint en sport, werkt men niet mee aan het bouwen buiten de rode contour.
Een extern stedenbouwkundig bureau heeft voor beide gemeenten de Gebiedsvisie uitgewerkt tot een maatvast Gebiedsplan. Hierin wordt inzicht gegeven in het uiteindelijke woningbouwprogramma, de kosten en opbrengsten en de gemeenschappelijke ruimtelijke uitgangspunten voor de hoofdonderdelen Sportief park, het lint en de woningbouwvlekken.

In het Gebiedsplan is het gebied uitgewerkt tot een samenhangend geheel. Het gebied vormt zowel een groene buffer als een aantrekkelijke verbinding tussen beide gemeenten. Het sportieve park wordt open en toegankelijk gemaakt. De nieuwe woongebieden sluiten op een vanzelfsprekende manier aan op de bestaande bebouwing én op het sportieve park en vormen zo een sociale en ruimtelijke schakel. Het Gebiedsplan bevat een nieuwe langzaamverkeerverbinding met voorzieningen voor sport, spel en ontmoeting. In het Gebiedsplan is duurzaamheid een speerpunt: het gaat hier om energie, materiaalgebruik en ecologie.

De hoofdlijnen en leidende principes van het Gebiedsplan worden uitgewerkt in een Stedenbouwkundig plan van eisen (SPvE) en een Inrichtingsplan van eisen (IPvE). Het SPvE en IPvE zijn door uw raad inmiddels vastgesteld.

Om het Gebiedsplan te kunnen realiseren moeten de geldende bestemmingsplannen in zowel Stichtse Vecht als Utrecht herzien worden. Het uitgangspunt is dat Stichtse Vecht en Utrecht gezamenlijk en gelijktijdig de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Elke gemeente stelt voor haar eigen grondgebied een nieuw bestemmingsplan vast. Eén project in twee gemeenten vereist de nodige afstemming; de gemeenten moeten zorgen voor uniforme bestemmingsplannen waarin ze gebruikmaken van dezelfde planregels en plantoelichting. Bij het herzien van de bestemmingsplannen volgen we de gebruikelijke procedure van de Wet ruimtelijke ordening.

Planetenbaan – Het kwadrant
Op 3 juni 2020 heeft uw raad het stedenbouwkundig kader en randvoorwaarden Planetenbaan en Het Kwadrant vastgesteld met twee amendementen. Dit kader en randvoorwaarden bieden de basis voor verdere uitwerking van een nieuw op te stellen bestemmingsplan en PlanMER (milieu-effectrapportage). Hiervoor volgen we de gebruikelijke procedures van de Wet op de ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer.
De gemeente heeft zelf geen grondeigendom in het plangebied met uitzondering van de openbare ruimte tussen de deelgebieden. Met initiatiefnemers zijn gesprekken gaande over de stedenbouwkundige invulling, het programma, de juridische contracten en het bijdragen aan het gebiedsfonds voor de integrale ontwikkeling van Planetenbaan en Het Kwadrant.

Naar verwachting bieden we het bestemmingsplan en PlanMER in Q3 2022 voor vaststelling aan uw raad aan.

Meerjarenplanning

De onderstaande tabel geeft inzicht in de geprognosticeerde totale cashflows van opbrengsten en kosten (rode staven) en in het totale resultaat (blauwe lijn) van de grondexploitaties over meerdere jaren.

Grondprijzenbrief

Met de vaststelling van de grondprijzenbrief leggen wij de manier van grondprijsbepaling vast, vaste prijzen voor sociale woningbouw, niet-commerciële voorzieningen en snippergroen. Daarnaast nemen we de tarieven voor kostenverhaal en kostencategorieën mee. De grondprijzenbrief is onderdeel van de Nota grondbeleid en wordt jaarlijks geactualiseerd in de paragraaf Grondbeleid van de begroting.

Type Methode van grondprijsbepaling Prijs
Projectmatig woningbouw Residuele grondwaarde met als ondergrens minimale grondquote van 25%
Vrije kavels Per locatie bepaald
Kavels ten behoeve van de sociale huur Kavels worden vrij van opstallen en verharding opgeleverd. Kabels, leidingen en groen worden verwijderd. De grond wordt schoon naar functie geleverd. Dit betekent dat uit bodemonderzoek blijkt dat de bodemgesteldheid geschikt is voor de functie. Daarnaast wordt vooraf bij verdachte locaties een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De ambtelijke uren (plankosten) voor de bestemmingsplanprocedure zijn in de kavelprijs verwerkt. Op de grondprijzen voor sociale woningbouw wordt de methodiek van de stapelings- of hoogtefactor toegepast. Het aantal woonlagen bepaalt de hoogtefactor voor het geheel.
Kavels voor sociale huurwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 met een maandhuur tot lage aftoppingsgrens € 17.000,-- per kavel
Kavels voor sociale huurwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 met een maandhuur tot hoge aftoppingsgrens € 18.000,-- per kavel
Sociale huurwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 met een maandhuur tot liberalisatiegrens € 20.000,-- per kavel
Kavels voor betaalbare koopwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 Residuele methode met als ondergrens
€ 20.000,-- per kavel
Snippergroen Zie nota restgroen € 183,60 per m² projectprijs €125,-- per m²
Reststroken bij ontwikkellocaties tot 100 m² € 550,-- per m² met een minimale koopsom van € 5.000,-- per transactie
Nutsvoorzieningen € 250 per m² excl. BTW
Tuin bij woonboten van 0-250 m² € 185,-- per m²
Tuin bij woonboten 250-500 m² € 100,-- per m²
Tuin bij woonboten voor het gedeelte vanaf 250 m² tot 500 m² Middels taxatie te bepalen
Gemeentelijk kostenverhaal bij initiatieven van derden
Initiatieven die meeliften bij bestemmingsplanactualisatie € 8.000,--
Categorie 1 Complexiteit tussen 0 en 10 % € 16.200,--
Categorie 2 Complexiteit tussen 10 en 25 % € 31.000,--
Categorie 3 Complexiteit tussen 25 % en 50 % € 54.000,--
Categorie 4 Complexiteit tussen 50 % en 75 % € 93.000,--
Categorie 5 Complexiteit tussen 75 % en 100 % € 119.000,--

Lokale heffingen

Inleiding

IIn deze paragraaf schetsen wij onze beleidsvoornemens in 2022 voor de lokale heffingen en de leges. Ook beschrijven wij de lokale belastingdruk en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. Meer detailinformatie nemen wij op in de diverse belastingverordeningen die 21 december 2021 door uw raad worden vastgesteld.

We onderscheiden de volgende heffingen:

1. Retributies

Met retributies kan de gemeente (een deel van) de kosten van de dienstverlening verhalen op de aanvrager die om de dienstverlening vraagt. Retributies zijn leges, gelden of heffingen. Deze zijn niet wettelijk voorgeschreven. Retributies zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Deze mogen maximaal kostendekkend zijn.

Onze gemeente heft de volgende retributies:
• Afvalstoffenheffing                              • Marktgelden
• Rioolheffing                                              • Lijkbezorgingsrechten
• Kadegelden                                               • Overige leges en rechten

2. Belastingen
Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst bestedingsvrij is. Met de ongebonden heffingen is de gemeente beperkt in het aantal belastingen dat ze mag heffen. Deze zijn limitatief genoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet. De gemeente is, met inachtneming van de macronorm onroerendezaakbelasting (ozb), vrij in de hoogte van het tarief. De ongebonden heffingen zijn een algemeen dekkingsmiddel.

Onze gemeente heft de volgende belastingen:
• Onroerendezaakbelasting               • Precariobelasting
• Roerendezaakbelasting                     • Toeristenbelasting
• Hondenbelasting                                   • Forensenbelasting
• Parkeerbelasting

Kwijtschelding

Inwoners kunnen kwijtschelding krijgen voor hun belastingaanslagen indien sprake is van het geheel of gedeeltelijk ontbreken van draagkracht. Hiervoor geldt de 100% kwijtscheldingsnorm (= bijstandsnorm). Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding krijgen, maar alleen voor de belastingaanslagen die zij als privépersoon ontvangen. Bedrijven komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.
Kwijtschelding is mogelijk voor de ozb-woningen in eigendom, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. De basis voor het kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Als van tevoren duidelijk is dat kwijtschelding wordt verleend, wordt overgegaan tot automatische kwijtschelding.

Oninbaar

In de ramingen van de opbrengsten van riool-, afval- en onroerendezaakbelastingen houden we er rekening mee dat een deel van de opgelegde vorderingen oninbaar zijn. Een vordering is oninbaar wanneer een belastingschuldige wel moet betalen, maar invordering op de gebruikelijke wijze in de praktijk niet (meer) mogelijk is. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als de belastingschuldige failliet is gegaan of de belastingschuldige vertrokken is, zonder dat de nieuwe verblijfplaats bij de invorderingsambtenaar bekend is.

Retributies

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2022 zijn de volgende specifieke beleidsvoornemens geformuleerd:
• De ontwikkeling van de rioolheffingen volgt de kostenontwikkeling van de gemeentelijke rioleringsactiviteiten. De programmering van deze activiteiten is vooralsnog vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringplan (GRP) 2017-2021. In de tweede helft van 2021 volgt een nieuw Gemeentelijk rioleringplan.
• Leges en heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn.

Afvalstoffenheffing
Wij hebben de wettelijke plicht om zorg te dragen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Wij brengen afvalstoffenheffing in rekening aan de gebruiker van een perceel voor de verwijdering en verwerking van huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing is volledig kostendekkend. De programmering van deze activiteiten is vastgelegd in het grondstoffenplan 2016 - 2022.

Rioolheffing
Alle eigenaren van een perceel dat is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, betalen een vast bedrag aan rioolheffing. De opbrengst van de rioolheffing wordt gebruikt om invulling te geven aan de volgende gemeentelijke zorgplichten en taken op het gebied van:
          • een veilige inzameling en transport van afvalwater naar de zuivering, zonder risico’s voor bewoners of het milieu (zorgplicht afvalwater);
          • het zodanig opvangen en verwerken van hemelwater (regenwater) dat wateroverlast wordt voorkomen (zorgplicht hemelwater);
          • het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte (zorgplicht grondwater);
          • het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Belastingen

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2022 is het volgende specifieke beleidsvoornemen geformuleerd:

  • Wij kiezen ervoor de gemeentelijke belastingen niet te verhogen.

Overzicht tarieven en opbrengsten

Heffing Tarief 2021 2021 2022
Gebonden heffingen (retributies)
Afvalstoffenheffing 7.954.084 7.891.267
Eenpersoonshuishouden € 212,89
Meerpersoonshuishouden € 322,56
Rioolheffing 6.972.908 7.133.285
0 t/m 75m3 water € 183,51
76 t/m 150m3 water € 249,06
151 t/m 300m3 water € 368,18
>300m3 water, extra voor elke 100m3 water € 88,83
Kadegelden 68.062 68.220
Per dag, zonder stroom, per meter € 1,01
Per dag, met stroom, per meter € 1,31
Marktgelden 68.220 68.220
Standplaats op een warenmarkt/kraam € 9,63
Lijkbezorgingsrechten 458.598 451.477
Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Huwelijk en partnerschap 150.000 150.000
Paspoorten 18+ € 74,75 243.767 269.829
Paspoorten 18- € 56,55
Identiteitskaarten 18+ € 64,00
Identiteitskaarten 18- € 32,90
Rijbewijzen € 41,00 350.650 300.256
Overige documenten (uittreksel) 58.694 55.000
Naturalisatie 55.400 60.000
Omgevingsvergunningen 1.908.361 1.908.361
Ongebonden heffingen (belastingen)
Ozb
Eigenaren woningen 0,09911% 9.981.571 9.981.571
Eigenaren niet-woningen 0,20487% 2.010.172 2.010.172
Gebruikers niet-woningen 0,15366% 1.287.449 1.287.449
Rzb
Eigenaren woningen 0,09911% 78.570 78.570
Hondenbelasting 275.524 275.524
Eerste hond € 67,75
Tweede en iedere volgende hond € 90,15
Per kennel € 161,40
Parkeerbelasting 57.033 57.033
Scheendijk-Noord, per 14 minuten € 0,20
Scheendijk-Noord per dag € 3,00
Scheendijk-Noord vergunning € 203,70
Precariobelasting 97.071 97.071
(Water)toeristenbelasting € 1,65 297.667 297.667
Forensenbelasting 0,21072% 142.067 142.067
Totaal 32.515.868 32.583.039

De genoemde tarieven zijn gebaseerd op de belastingverordeningen 2021. De tarieven van 2022 worden u op 21 december 2021 ter vaststelling aangeboden.

Kostendekkendheid

Kostendekkendheid afval en riolering
Bij het opstellen van de begroting nemen we de door uw raad vastgestelde beleidsdocumenten als uitgangspunt. Voor de afvalstoffenheffing is dit met name het Grondstoffenplan 2016 - 2022 en voor de rioolheffing het Gemeentelijk rioleringplan(GRP) 2017-2021. In de begroting bepalen we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend zijn. Hierbij wordt gekeken welke uitgaven en inkomsten drukken op de producten afval en riolering. Bij de jaarstukken berekenen we achteraf of deze tarieven ook daadwerkelijk kostendekkend zijn geweest. Bij een te lage kostendekkendheid doen we een beroep op de daarvoor gevormde egalisatievoorziening. Bij een kostendekkendheid boven de 100% moet het surplus in de egalisatievoorziening gestort worden. Hierdoor kunnen we grote investeringen in de toekomst opvangen zonder grote schommelingen in de tarieven.

Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing en Rioolrecht

Kostendekkendheid 2022 Kostendekkendheid 2022
Afvalstoffenheffing Rioolrecht
Product afval: Product riolering:
kosten 6.367.569 kosten 5.923.295
inkomsten (excl. heffingen) -591.762 inkomsten (excl. heffingen)
Netto kosten 5.775.807 Netto kosten 5.923.295
Toe te rekenen kosten: Toe te rekenen kosten:
overhead 95.969 overhead 34.577
uren 340.822 uren 580.099
straatreiniging, kwijtschelding, btw 1.678.669 straatreiniging, kwijtschelding, btw 1.643.344
Totaal toe te rekenen kosten 2.115.460 Totaal toe te rekenen kosten 2.258.020
Totaal kosten 7.891.267 Totaal kosten 8.181.315
Opbrengst heffingen 7.891.267 Opbrengst heffingen 7.133.285
Totaal kosten - opbrengsten 0 Totaal kosten - opbrengsten -1.048.030
Afval Riolering
Het kostendekkingspercentage voor afval bedraagt op basis van de baten en lasten 100%. Het kostendekkingspercentage voor riolering bedraagt op basis van de baten en lasten 87% en is gebaseerd op de huidige GRP. Het verschil onttrekken wij uit de egalisatievoorziening riolering en is verwerkt binnen het programma Fysiek’.

Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten
Binnen onze gemeente zijn 8 gemeentelijke begraafplaatsen die wij onderhouden en exploiteren. De onderstaande tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen voor het jaar 2022. Hierin zijn de inkomsten verkregen uit onder andere grafrechten en begravingen vergeleken met de kosten voor het onderhoud, exploitatie van de begraafplaatsen en de personeelskosten (exclusief overhead).

Kostendekkendheid 2022 lijkbezorgingsrechten
Kosten 449.363
Opbrengst heffingen 451.477
Kostendekkendheid 100%

Kostendekkendheid Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Bij het opstellen van de Begroting 2022 gaan wij voor de tarieven uit van de belastingverordening 2021. Eind 2021 publiceert het Rijk de maximale tarieven voor onder andere reisdocumenten en rijbewijzen. Dit nemen we mee bij de definitieve vaststelling van de belastingverordening 2022.

Kostendekkendheid 2022 burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Kosten 1.442.097
Opbrengst heffingen 559.869
Kostendekkendheid 38,8%

Kostendekkendheid Omgevingsvergunningen
Na de invoering van de Omgevingswet zal de legesopbrengst voor de omgevingsvergunningen aanzienlijk dalen. Op basis van de bekende gegevens op het moment van schrijven van deze begroting is de omvang van deze daling nog niet in te schatten.

Kostendekkendheid 2022 omgevingsvergunningen
Kosten 2.885.065
Opbrengst heffingen 1.942.356
Kostendekkendheid 67,3%

Lokale belastingdruk

De onderstaande tarieven zijn de voorlopige tarieven 2022. Tot de tariefvaststelling in de raadsvergadering van 21 december 2021 ontstaat het volgende beeld:

Lokale belastingdruk * 2020 2021 2022
Gemiddelde WOZ – waarde 341.000 359.000 PM
Ozb – eigenarendeel 353,04 355,80 PM
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) 266,31 322,56 318,03
Rioolheffing (tot 150 m3) 248,16 249,06 246,87
Ontwikkeling lastendruk 867,51 927,42 PM
% stijging t.o.v. voorgaande jaar 6,45% 6,91% PM

Taakstellingen 2019-2022

Taakstellingen 2019 - 2022

De kosten binnen het Sociaal domein zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Gelijk aan het algemene beeld waarmee Nederlandse gemeenten worstelen is deze toename vooral te zien binnen de jeugdhulp en Wmo. De verwachting is dat deze hogere kosten de komende jaren aanhouden en zelfs verder toenemen als gevolg van een toenemende vraag naar ondersteuning en voorzieningen. Het aantal ouderen (vergrijzing) dat langer thuis woont, neemt toe. Kwetsbare mensen en mensen met een beperking wonen steeds vaker zelfstandig in wijken en buurten in plaats van in instellingen en tehuizen.

Anticiperend op de verwachte stijgende vraag en daarmee bijkomende kosten hebben we deze kosten in de Kadernota 2020 verwerkt. Naast deze hogere kosten zijn ook oplossingen met de Kadernota vastgesteld. Onder deze oplossingen bevindt zich voor 2021 een viertal taakstellingen die gezamenlijk optellen tot een structurele besparing van € 850.000.

De taakstellingen voor de Wmo-begeleiding en de jeugdzorg, samen € 500.000 worden vanaf 2022 niet meer als taakstelling aangemerkt, maar zijn structureel verdisconteerd in de budgetten die beschikbaar zijn voor het consortium dat de taken op dat gebied overnemen.

Ook in 2022 werken wij aan de maatregelen voor de resterende taakstellingen op gebied van de participatie en preventie en welzijn, die wij voor de overzichtelijkheid kort weergeven. Met de invoering van de taakgerichte financiering bij het nieuwe contract voor jeugdzorg/Wmo-begeleiding en toegang/wijkteam werken wij beschikkingsarm en verwachten wij minder kosten te hebben aan contractbeheer.

Terrein Netto besparing
Participatie / Bijstand – Taakstelling € 250.000
Besparing uitkeringslasten € 250.000
Preventie en welzijn – Taakstelling € 100.000
Verlichten administratieve lasten € 100.000
Totaal € 350.000