Aanbieding

Eerste stap naar een begroting gericht op de toekomst

Inleiding

Voorliggende programmabegroting 2023 is de eerste programmabegroting van de bestuurscyclus van de coalitie van Lokaal Liberaal, VVD Stichtse Vecht, D66 Stichtse Vecht en Streekbelangen Stichtse Vecht. We staan voor een onzekere periode voor de gehele samenleving na 2 jaar COVID 19. Denk hierbij aan de opvang van vluchtelingen, tekort aan woningen, toenemende inflatie, energiecrisis en daaraan gerelateerde energiearmoede en meerjarige financiële onzekerheden voor gemeenten. 

In het coalitieakkoord ‘Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht’ zijn de afspraken waarbinnen dit college, samen met de gemeenteraad, ambtelijke organisatie en de samenleving, de komende vier jaar wil werken op hoofdlijnen vastgelegd. Het college werkt de komende jaren aan het terugbrengen van de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie. Dit vraagt om het maken van keuzes. Vanwege de huidige onzekere situatie kiest dit college nadrukkelijk voor een duidelijke knip in onze ambities voor 2022 en 2023 en voor 2024 en latere jaren. Om die reden kiest dit college in 2023 voor een realistisch ambitieniveau gericht op de grootste uitdagingen voor Stichtse Vecht. In het voorjaar van 2023 – bij de behandeling van de Kadernota 2024 – is het mogelijk om nieuwe keuzes te maken. Een aantal opgaven kan niet worden vertraagd en vraagt om een sterk lokaal bestuur dat in deze onzekere tijden duidelijke keuzes maakt. Er is vanuit onze inwoners – jong en oud – een grote behoefte aan passende en betaalbare woningen, toegankelijke zorg en een gezonde leefomgeving. Om die reden zet deze coalitie onder andere extra in op het bouwen van woningen, passende zorg en ondersteuning, duurzaamheid en mobiliteit.

Het is noodzakelijk om het fundament van Stichtse Vecht beter op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dit doen we door te starten met twee programma’s om de werkkracht van de ambtelijke organisatie te vergroten en te werken aan een toekomstgerichte begroting in overleg met het management van de ambtelijke organisatie. 

In deze begroting presenteren we een nieuwe opzet van de beleidsbegroting. Met de nieuwe opzet van de begroting moet de raad beter in staat worden gesteld om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te voeren. Het vastleggen van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en deze effecten (waar mogelijk) meetbaar maken draagt bij aan een transparante en betrouwbare overheid. In de beleidsbegroting 2023 zetten we eerste stap. Voor het bestaand beleid zijn de doelen en ambities in de doelomschrijving per opgave weergegeven en zijn voor de activiteiten die we daarvoor doen specifieke mijlpalen voor 2022 en 2023 benoemd. In een volgende stap werken we aan het meetbaar maken van de maatschappelijke effecten.

Fundament op orde en werken aan opgaven

Het college hecht veel waarde aan een goed ambtelijk-bestuurlijk samenspel. Alleen als dit samenspel slaagt kunnen onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties optimaal de kennis en kunde uit de ambtelijke organisatie benutten. Een toekomstgerichte begroting heeft als doel om te komen tot een strategisch financieel meerjarenbeleid. Het vastleggen van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en deze effecten (waar mogelijk) meetbaar maken draagt bij aan een transparante en betrouwbare overheid. We werken stap voor stap aan een nieuwe opzet van de begroting. In het najaar van 2022 ontvangt de raad een tweetal plannen van aanpak voor de programma’s ‘Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie’ en ‘Een begroting gericht op de toekomst’. Met deze programma’s werken we aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht.
De opgaven in onze gemeente gaan veelal over de gemeentegrenzen heen. Daarom is samenwerking in de regio, met andere gemeenten, de provincie en andere partijen belangrijk. In deze samenwerking staan de belangen van Stichtse Vecht voorop, maar we realiseren ons dat we soms water bij de wijn moeten doen om onze doelstellingen te behalen. We werken aan een zestal grote maatschappelijke opgaven:

  • Voldoende en betaalbare passende woningen.
  • Iedereen doet mee en hoort erbij.
  • Een klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening.
  • Bereikbare, duurzame en verkeersveilige mobiliteit.
  • Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans.
  •  Veilige en leefbare buurten, dorpen en landelijk gebied.


We hanteren de volgende principes die in alle opgaven terugkomen en waar we onze doelen aan toetsen:

  • Veiligheid.
  • Inclusie.
  • Duurzaamheid.
  • Communicatie.
  • Participatie.
  • Slim combineren.

Eerste stap naar een begroting gericht op de toekomst

In de beleidsbegroting 2023 zetten we een eerste stap, het smart(er) formuleren van de prestaties. Voor de opgaven waaraan we werken is een doelomschrijving op het niveau van de opgaven opgenomen. De activiteiten die we daarvoor doen bestaan uit programma’s, projecten en overige activiteiten. Per activiteit hebben we mijlpalen voor 2022 en 2023 benoemd. In de bestuursrapportage en jaarrekening legt het college verantwoording af over de voortgang op deze mijlpalen. In een volgende stap werken we aan het meetbaar maken van de maatschappelijke effecten. Het college bereidt met de ambtelijke organisatie het komende jaar per thema gesprekken met de raad voor om samen ‘effectindicatoren’ voor de raadsperiode 2022-2026 vast te stellen. In de jaarrekeningen 2023-2026 legt het college verantwoording af over de metingen van deze indicatoren, inclusief een duiding van de uitkomsten in relatie tot de uitgevoerde activiteiten. In de Begroting 2023 zijn daarom nog geen effectindicatoren opgenomen. In een bijlage zijn daarom alleen de verplichte BBV indicatoren opgenomen.
In de beleidsbegroting 2023 zijn geen nieuwe beleidsvoornemens opgenomen. Voor het bestaand beleid zijn de doelen en ambities in de doelomschrijving per opgave weergegeven en zijn voor de activiteiten die we daarvoor doen specifieke mijlpalen voor 2022 en 2023 benoemd. In de leeswijzer in de beleidsbegroting is een toelichting opgenomen over de verdere indeling van de beleidsbegroting. Hierin is opgenomen welke opgave u waar aantreft in de beleidsbegroting.

Financiële begroting 2023-2026 - samenvatting -

Financieel overzicht

In dit hoofdstuk geven wij inzicht in de financiële positie van onze gemeente. Het saldo 'stand kaderbrief, input coalitieonderhandelingen' in de Kaderbrief 2023 is hiervoor het vertrekpunt. In deze begroting 2023 zijn na de vaststelling van de kaderbrief 2023 de in de kaderbrief aangekondigde mutaties voor het coalitieakkoord en de meicirculaire 2022 verwerkt. Verder is het financieel overzicht ook administratief bijgewerkt met ten tijde van het opstellen van de kaderbrief nog te verwerken begrotingswijzigingen in 2022. Tot slot zijn de uitgangspunten voor de begroting geactualiseerd  en is het structureel weerstandsvermogen aangevuld om structureel weerstand te kunnen bieden aan de onzekere (financiële) tijden.

De Programmabegroting 2023 sluit in 2023, 2024 en 2025 met een positief structureel saldo en voldoet aan de vereisten voor het 'repressieve begrotingstoezicht'. Vanaf 2026 is het meerjarenperspectief echter niet sluitend. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager wat het tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo van 2026. Het jaar 2026 wordt daarom ook wel 'het ravijnjaar' genoemd. Dit is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen en bijbehorende financiering reiken tot en met 2025. Dit maakt het bijna onmogelijk om een begroting 2023-2026 op te stellen, die meerjarig structureel sluitend is.

Deze begroting is het vertrekpunt voor het programma toekomstgericht begroten. Een programma dat noodzakelijk is om het fundament van Stichtse Vecht op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

De bedragen in deze begroting zijn weergegeven in duizendtallen, tenzij anders is aangegeven. Inkomsten zijn met een minteken, negatief) gepresenteerd. Uitgaven zijn positief gepresenteerd. Een gepresenteerd saldo of eindstand met een minteken is dus een voordelig saldo of eindstand. Een eindstand of saldo met een positief bedrag is een nadelig saldo of eindstand.

Besluitvorming Begroting 2023-2026 (bedragen * € 1.000) 2023 2024 2025 2026
Stand kaderbrief 2023, input coalitieonderhandelingen -130 -1.976 -502 3.447
E. Coalitie akkoord 'Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht' 1.030 730 730 730
F. Meicirculaire -3.777 -2.116 -3.624 1.202
F1. Bruto effect meicirculaire 2022 tov. kaderbrief 2023 -5.965 -6.597 -8.730 -4.436
F2. Toevoeging stelpost loon en prijsstijging en taakmutaties 2.188 4.481 5.106 5.638
G. Afsluitende administratieve mutaties 134 296 -40 -43
G1. Raadsbesluiten (tm. mei 2022) 141 305 -31 -31
G2. Overige en afronding -7 -9 -9 -12
H. Bijstellen uitgangspunten begroting en versterken structureel weerstandsvermogen 2.466 2.993 2.301 2.301
H1. Uitgangspunten begroting - Loonsom en inhuur 2.000 1.750
H2. Uitgangspunten begroting - Vrijval kapitaallasten -1.835 -1.058
H3. Uitgangspunten begroting - Taakstellingen sociaal domein vorige collegeperiode vervallen 350 350 350 350
H4. Structureel weerstandsvermogen - Risicobuffer voor oa. Algemene uitkering, inflatie, rente etc. 1.951 1.951 1.951 1.951
Eindstand Begroting 2023-2026 (negatief bedrag=voordeel; positief bedrag=nadeel) -277 -73 -1.135 7.637

Begrotingsevenwicht

Gemeenten zijn verplicht om tijdig (vóór 15 november) een financieel sluitende begroting voor het volgende jaar in te dienen bij de provincie (artikel 189 Gemeentewet). De provincie houdt via de begroting en jaarrekening toezicht op de gemeentelijke financiële positie. Onderdeel van het toezicht is de controle of onze begroting ‘structureel sluitend’ is. Hierbij wordt beoordeeld of wij structurele lasten ook met structurele baten dekken. Dit geeft aan dat de structurele lasten, bij gelijkblijvende omstandigheden, ook op de langere termijn gedekt kunnen worden (de robuustheid van de begroting). De financiële begroting bevat een overzicht van incidentele baten en lasten, met een specificatie van de incidentele baten en lasten. het saldo effect van de incidentele baten en lasten op de gehele begroting is beperkt.

In de onderstaande tabel kunt u lezen dat de begroting structureel in evenwicht is voor 2023, 2024 en 2025. Dat is voldoende om onder repressief toezicht van de provincie te vallen.

Verloop structureel begrotingssaldo 2023 2024 2025 2026
Begrotingssaldo -277 -73 -1.135 7.637
Waarvan incidenteel -2.118 -1.734 -38 -38
Structureel begrotingssaldo -2.395 -1.807 -1.173 7.599

D. Effect voortgang bestaand beleid (kaderbrief)

In de kaderbrief zijn exploitatie en investeringsbudgetten opgenomen als gevolg van voortgang van bestaand beleid. Het bestaand beleid wordt voortgezet en met het vaststellen van de begroting worden de budgetten geautoriseerd.  De benodigde investeringskredieten waren hoofdzakelijk  aangevraagd voor het jaar 2022.  De aangevraagde kredieten waren met het vaststellen van de Kaderbrief 2023 derhalve enkel gereserveerd, maar nog niet beschikbaar. Om het krediet beschikbaar te krijgen is een afzonderlijk raadsbesluit nodig. In het overzicht Meerjaren Investerings Planning (MIP) in het hoofdstuk 'Uiteenzetting van de financiële positie' van de financiële begroting is met een T (Toegekend) en R (Reservering) inzichtelijk gemaakt welke kredieten in 2022 en 2023 over de periode 2022-2026 wel en niet zijn geautoriseerd met het vaststellen van deze begroting. In onderstaand overzicht is zichtbaar dat het merendeel van de aangevraagde kredieten in de kaderbrief nog niet zijn toegekend. De investeringen uit 2022 en 2023, die aan één de volgende criteria voldoen worden met het vaststellen van de begroting 2023 toegekend :

  • Investering met een reguliere (going-concern) vervanging.
  • Investeringen, waarvan de kapitaallasten worden gedekt door het tarief.
  • Voorbereidingskrediet Wijkpark Maarssenbroek.
  • Kapitaallast <  € 25.000.


Dit heeft tot gevolg dat de exploitatiebudgetten zijn toegekend en de investeringsbudgetten <= € 300.000. In onderstaand overzicht zijn de toegekende en gereserveerde budgetten en kredieten weergegeven.

Investeringsbedrag jaar kredietaanvraag
Programma omschrijving investrering T/R 2022 2023 2024 2025
1. Bestuur Informatiedragers Raad (aanvulling krediet) T 6
Vervanging telefoons T 75
Totaal 1. Bestuur 81
2. Veiligheid Nieuwbouw Brandweer Loenen a/d vecht - gebouw R 500
Nieuwbouw Brandweer Loenen a/d vecht - installaties R 1.500
Repressieve Huisvesting (aanvullend krediet tov. kaderbrief) R 2.440
Totaal 2. Veiligheid 2.440 2.000
3. Fysiek Extra ondergrondse containers ( € 0,5 mln hoger tov. kaderbrief) R 2.400
Groen begraafplaatsen T 250
Voorbereidingskrediet Herinrichting Wijkpark Maarssenbroek T 300
Noodzakelijke verkeersmaatregelen R 371 1.000
Uitbreiding openbare verlichting Armaturen T 78
Uitbreiding openbare verlichting Masten T 118
Verv. riolering en reconstructie wegen Nieuwer ter Aa fase 2b T 200
Aanpassingen in de buitenruimte in relatie tot Woningbouwprojecten R 3.000
Totaal 3. Fysiek 6.417 1.300
4. Sociaal MFC Vreeland (gymzaal en dorpshuis) (extra investering) R 3.500
Totaal 4. Sociaal 3.500
5. Samenleving Broecklandcollege R 22.200
Daalse Hoek R 7.000
Uitbreiding depot RHCVV (aanvullend krediet tov. kaderbrief) R 130 585 585
Kerktoren Nigtevecht T 130
Spechtenkamp T 195
Tienhoven T 100
Zuilense Vecht T 165
Totaal 5. Samenleving T (toegekend en R(reservering) 29.660 260 585 585
Totaal 39.658 4.000 585 2.585
Toegekend T 1.187 430 0 0
Reserverering R 38.471 3.570 585 2.585

Toelichting mutaties begroting 2023-2026 tussen kaderbrief en begroting

E. Coalitieakkoord ' Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht' 

De impulsen in het financieel overzicht van het coalitieakkoord zijn gespecificeerd bij het betreffende programma van de begroting 2023-2026. 

F. Meicirculaire 2022

F1. Bruto effect algemene uitkering in meicirculaire 2022 ten opzichte van kaderbrief 2023

De meicirculaire 2022 laat ten opzichte van wat al was opgenomen in de kaderbrief 2023 (op basis van de maartbrief 2022 van het rijk) voor 2023-2026 een voordelig verloop zien tot en met 2025. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk  lager wat het tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo van 2026. Het jaar 2026 wordt daarom ook wel ‘het ravijnjaar’ genoemd. Het is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met 2025. Dit maakt het  bijna onmogelijk om een begroting 2023-2026 op te stellen, die meerjarig structureel sluitend is.

Er is landelijk eind april een onafhankelijk procesbegeleider aangesteld, die de opties op een rij gaat zetten voor een stabiele financiering van decentrale overheden vanaf 2026. De minister van Binnenlandse zaken koerst erop om de gemeenten in september 2022 duidelijkheid te geven waar zij aan toe zijn vanaf 2025. 

In het raadsbesluit over de meicirculaire 2022 die in september 2022 in de raad wordt behandeld is een nadere toelichting gegeven op het verloop van de algemene uitkering in de periode 2023-2026. 

F2. Toevoeging stelpost loon- en prijsstijging en taakmutaties

Wij nemen de algemene uitkering in de begroting op basis van lopende prijzen op, dat wil zeggen dat uitkering in het meerjaren perspectief wordt verhoogd met het effect van loon- en prijsstijging, zoals deze in de berekening van de algemene uitkering wordt verwacht. Het berekende bedrag dat we ontvangen zetten we in de begroting apart in een stelpost (loon en prijsstijging) in programma 1.  Uit de toename van de uitkering als opgenomen onder F1 in de tabel wordt dus het effect voor taakmutaties, loon- en prijsstijging bij F2 toegevoegd aan de stelpost.   

In de begroting 2023 zijn de prijsgevoelige uitgaven budgetten verhoogd met 3,1% ( € 1,7 miljoen) op basis van het algemene indexcijfer, dat is gebaseerd op de CPB-ramingen die zijn opgenomen in de Meicirculaire 2022 van het Gemeentefonds. De inkomsten (huren, leges en belastingen) zijn ook met 3,1% ( € 0,85 miljoen) verhoogd.  Het restant ( € 0,85 miljoen) is vanuit de stelpost loon en prijszen aangevuld. De CAO-ontwikkeling voor 2023 is nog niet bekend. De loonsom vanaf 2023 is met 2% verhoogd ten laste van de stelpost lonen en prijzen. Voor een verdere uitleg van gehanteerde grondslagen verwijzen wij naar de grondslagen, die zijn opgenomen in de financiële begroting.  

G. Afsluitende administratieve mutaties

Het financieel overzicht ook administratief bijgewerkt met ten tijde van het opstellen van de kaderbrief nog te verwerken begrotingswijzigingen in 2022.

H. Bijstellen uitgangspunten begroting en versterken structureel weerstandsvermogen

In de periode tussen de Kaderbrief en de begroting zijn wijzigingen (H) aangebracht door : 

A.    De begrotingsuitgangspunten bij te stellen ten aanzien van :

  1. Inhuur ten laste van de loonsom als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt. 
    Voor 2023 wordt rekening gehouden met inhuur van ca. 25 fte ten laste van de loonsom. Voor 2024 verwachten we een lichte daling. Vanaf 2025 moet duidelijk zijn wat structureel nodig is aan fte om de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie te brengen.
  2. Het doorschuiven van investering van 2022 naar 2023 en verder leidt tot een incidentele vrijval aan kapitaallasten in de begroting van 2023 en 2024.
  3. De taakstelling uit de vorige collegeperiode van € 0,35 miljoen voor verlichting administratieve lasten in het sociaal domein en besparing van uitkeringslasten te laten vervallen.

B.    Het structureel weerstandsvermogen te verhogen voor :

  1. De stelpost achteruitgang algemene uitkering in de begroting op te nemen voor  € 951.000 (€ 15 per inwoner). Deze behoedzaamheidsreserve is in 2022 in de begroting structureel vervallen, maar is nodig om het risico van achteruitgang van de algemene uitkering als gevolg van de nieuwe normeringssystematiek, het nadelige effect van de uitkering jeugd en het nadelig effect van het ravijnjaar 2026 zoveel mogelijk op te vangen.
  2. Een structurele risicobuffer van € 1 miljoen voor ontwikkelingen zoals inflatie, rentestijgingen en het structurele effect van crisissituaties (opvang van vluchtelingen, energiecrisis).
    Momenteel loopt de inflatie in 2022 aanzienlijk op tot percentages richting de 12%. We weten niet tot wanneer dit aanhoudt. Het opgenomen indexcijfer in deze begroting van 3,1% is een algemeen indexcijfer en gebaseerd op het verleden. Vooral nieuwe aanbestedingen zoals voor het energiecontract zullen hoger uitkomen dan de 3,1%. Dergelijke autonome ontwikkelingen zijn nu nog niet bekend, maar zullen wel moeten worden opgevangen in de begroting 2023-2026. Ditzelfde geldt voor de rente. Deze structurele risicobuffer van € 1 miljoen is noodzakelijk om de komende periode dergelijke autonome ontwikkelingen te kunnen opvangen.

Indicatie begrotingssaldo 2023-2026

Risico jeugdzorg in gemeentefonds in meerjarenperspectief

De uitkomst van de arbitragezaak in 2022 over de jeugdzorg tussen rijk en VNG is dat de gemeenten worden vergoed voor € 1,9 mld. door het rijk. Dit bedrag bestaat deels uit een uitkering in geld en moet deels worden terugverdiend uit maatregelen. Het bedrag dat voor 2022 is uitgekeerd en zal de komende jaren lager worden door afspraken tussen gemeenten en het Rijk over specifieke maatregelen. Deze maatregelen zijn bedoeld om de uitgaven terug te dringen en/of de inkomsten verhogen, waardoor het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt. Deze afspraken staan beschreven in de 'Hervormingsagenda Jeugd'.  Het geld is daarom vooralsnog tijdelijk. De Hervormingsagenda Jeugd komt voort uit de bestuurlijke afspraken die de VNG en het rijk op 2 juni 2021 over de jeugdhulp hebben gemaakt. Hierbij is de uitspraak van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt. 
Het Rijk, VNG en IPO (Inter Provinciaal Overleg) hebben afgesproken dat in de jaarschijven 2024 tot en met 2026 van de meerjarenraming, de bedragen buiten de Hervormingsagenda Jeugd als stelpost in de begroting mogen worden opgenomen. Vanuit behoedzaamheid en in het licht van de afspraken rond de Hervormingsagenda dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, geldt hiervoor een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen.

Wij verwerken alleen de compensatie jeugdzorg in het begrotingsjaar (2023). Voor de jaren 2024-2026 in het meerjarenperspectief zijn zowel de extra uitkering evenals de besparende maatregelen niet opgenomen. Aangezien de uitkering nog hoger is dan de maatregelen de eerste jaren is er voor 2024 geen risico.  Vanaf 2025 ontstaat een tekort dat opgevangen zal moeten door extra maatregelen en indien dit niet haalbaar is met de stelpost achteruitgang algemene uitkering of  de algemene middelen worden gefinancierd. 

Verloop extra uitkering jeugdzorg in gemeentefonds 2024 2025 2026
Compensatie jeugdgelden extra uitkering -756 -697 -481
Invulling door extra maatregelen 259 1.362 1.361
Verwacht toekomstig effect in gemeentefonds -497 665 880

In de tabel hieronder is het indicatief begrotingssaldo voor nieuw beleid opgenomen, waarin het risico jeugdzorg (volledig) is verwerkt ten laste van de algemene middelen. Er is (afgerond) indicatief beschikbaar voor nieuw beleid uit het coalitieakkoord in 2023 € 0,3 miljoen in 2024 € 0,6 miljoen en 2025 € 0,5 miljoen.

Verloop indicatie begrotingssaldo 2023 2024 2025 2026
Eindstand begroting 2023-2026 -277 -73 -1.135 7.637
Structureel weerstandsvermogen - Risico Jeugdzorg -497 665 880
Beschikbaar voor nieuw beleid -277 -570 -470 8.517
Coalitieakkoord - Fundament op orde PM PM
Coalitieakkoord - Impuls wonen PM PM PM PM
Coalitieakkoord - Wijkpark Maarssenbroek PM
Eindstand indicatief begrotingssaldo 2023-2026 -277 -570 -470 8.517

Weerstandsvermogen

De algemene reserve bestaat op grond van de beleidsnotitie 'algemene reserve' uit drie lagen.  De middelen uit schijf 1 kunnen we inzetten om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen we inzetten voor actieve (beleids)keuzes. Het gaat hierbij om incidentele middelen.  
In de paragraaf weerstandsvermogen zijn de bedragen bij de weerstandsratio's toegelicht. De minimale hoogte van de algemene reserve is € 11 miljoen. De stand van de algemene reserve was bij de jaarrekening  2021 net boven het gewenste minimumniveau en is daarmee precair. Het gewenste niveau is tussen € 11 en € 15,7 miljoen.  

In het coalitieakkoord wordt bij de opgave fundament op orde gesproken over het plan om in fases te komen tot een toekomstgerichte begroting. Gezien de huidige stand van de algemene reserve  en het verwachte negatieve rekeningsaldo voor 2022 zal bezien moeten worden hoe de algemene reserve, vanuit de opgave fundament op orde, het beste kan worden aangevuld.  Met het voorstel bij de Bestuursrapportage 2022 om het restant (€ 2, 2 miljoen) van de risicoreserve corona toe te voegen is in 2022 een substantiële aanvulling gedaan om het weerstandsratio te verhogen tot 1,72 en de algemene reserve tot € 13,5 miljoen.



Leeswijzer beleidsbegroting

Leeswijzer

Het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Bouwen aan een stevig fundament’ is geschreven in een periode die zich kenmerkt door een ambtelijke organisatie die op orde moet worden gebracht en meerdere (financiële) onzekerheden. Om die reden is gekozen voor een coalitieakkoord op hoofdlijnen. Deze hoofdlijnen zijn de afspraken waarbinnen dit college, samen met de gemeenteraad, ambtelijke organisatie en de samenleving, de komende vier jaar wil werken aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht.

De beleidsbegroting bevat een nadere uitwerking van het coalitieakkoord voor het komende jaar. De beleidsbegroting geeft inzicht in:

  • Wat willen we (samen) bereiken tot en met 2026?
  • Wat gaan we daarvoor (samen) doen in 2023?
  • Wat mag het kosten?

Fundament op orde

In het coalitieakkoord zijn twee programma’s opgenomen om het fundament op orde te brengen: ‘Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie’ en ‘Een begroting gericht op de toekomst’. Deze programma’s zijn in de beleidsbegroting opgenomen in het Beleid programma 1 Bestuur.

Onderdeel van het programma ‘Een begroting gericht op de toekomst’ is het project ‘Nieuwe opzet beleidsbegroting’. In deze beleidsbegroting 2023 is een eerste stap gezet met het inzichtelijk maken van de doelenboom (wat willen we bereiken? en wat gaan we daarvoor doen?). Het bepalen van effect- en prestatie-indicatoren voor deze raadsperiode 2022-2026 voor de maatschappelijke effecten die we willen bereiken wordt in een latere fase in samenspraak met de raad opgepakt. Deze effectindicatoren zijn in deze begroting nog niet opgenomen, maar worden afzonderlijk nog door de raad vastgesteld. Na vaststelling door de raad worden deze in de daaropvolgende P&C documenten opgenomen.

We werken samen aan de opgaven van Stichtse Vecht

In het Coalitieakkoord is opgenomen welke uitgangspunten en opgaven gehanteerd worden om de ambities te ordenen en te werken aan een sterke en betrouwbare lokale overheid. Binnen de balans de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie staan de principes die in alle opgaven terugkomen en waar we onze doelen aan toetsen. De opgaven zijn inhoudelijk geordend met het besef dat we altijd oog houden voor samenhang tussen de verschillende opgaven en nieuwe opgaven die op ons afkomen.

In de eerste beleidsbegroting in deze raadsperiode hebben wij de programma indeling van de begroting niet aangepast en de opgaven een plek gegeven binnen de bestaande programma’s 1 Bestuur, 2 Veiligheid, 3 Fysiek, 4 Sociaal en 5. Samenleving. Dit is een eerste stap naar opgavegericht begroten.

In onderstaande tabel is weergegeven in welke programma’s de opgaven uit het coalitieakkoord zijn te vinden.

Opgave Te vinden in programma
Voldoende betaalbare en passende woningen 3. Fysiek
Iedereen doet mee en hoort erbij 4. Sociaal
Een klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening 3. Fysiek
Bereikbare, duurzame en verkeersveilige mobiliteit 3. Fysiek
Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans 5. Samenleving
Veilige en leefbare buurten, dorpen en landelijk gebied 3. Fysiek

 

 

Aan een opgave zijn verschillende beleidsterreinen gekoppeld die bijdragen tot de realisatie van een opgave. Het kan dat beleidsterreinen uit een ander programma uit de beleidsbegroting ook bijdragen de realisatie van een opgave. Bij de opgaven is steeds vermeld welke beleidsterreinen uit andere programma’s in de beleidsbegroting bijdragen aan deze opgave. We gaan de komende jaren ervaring opdoen met werken aan opgaven en opgavegericht begroten. Het kan dat in de toekomst dit om aanpassing vraagt van de programma indeling van de begroting.

Grondslagen voor de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 tot 2026

Grondslagen

Uitgangspunten

De startpositie van de programmabegroting 2023-2026 is de programmabegroting 2022-2025 en de besluitvorming door de raad tot en met juli 2022. Op deze startpositie zijn in uitwerking van de kaderbrief 2023-2036 de volgende mutaties verwerkt:

  • De actuele ontwikkelingen uit het gemeentefonds tot en met de meicirculaire 2022.
  • Autonome en onontkoombare ontwikkelingen zijn meegenomen.
  • Onontkoombare effecten van bestaand beleid, die nog niet in de begroting 2022-2025 waren verwerkt.
  • De financiële paragraaf uit het coalitieakkoord 2022-2026 ' Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht'.
  • Mutaties tussen de kaderbrief 2023 en de begroting 2023 voor versterken structureel weerstandsvermogen en bijstellen van diverse uitgangspunten van de begroting .  


Analyse begroting 2023
Bij de programma's is de analyse opgenomen van de significante besluitvorming tussen de primitieve begroting 2022 en de primitieve begroting 2023. Tevens is een specificatie gegeven van de  reservemutaties in 2023.

Indexeringen vanaf 2023
Prijsindex uitgaven budgetten en subsidies
De prijsgevoelige budgetten 2023 en volgende jaren zijn, waar van toepassing, verhoogd met het algemene indexcijfer van 3,1%. Dit is een gemiddeld indexcijfer, waarin geen verschil wordt gemaakt tussen de soorten uitgaven. Het indexcijfer is gebaseerd op de CPB-ramingen die zijn opgenomen in de Meicirculaire 2022 van het Gemeentefonds. De subsidies zijn geïndexeerd (€ 135.000) op basis van het besluit bij de Kaderbrief 2023. Voor een aantal gemeentelijke taken is een contract de basis van de in de begroting opgenomen bedragen. Deze kunnen afwijken van de algemene indexering. De omvang van de indexering is afgestemd op de hiervoor beschikbare budgetten. Het is mogelijk dat het beschikbare budget voor indexeringen bij de Septembercirculaire 2022 nog wordt bijgesteld. 

Mocht de werkelijke indexatie hoger of lager liggen dan wordt dit bij de volgende begroting weer gecorrigeerd moeten worden om een reële raming te behouden. De algemene uitkering is opgenomen op basis van lopende prijzen.  Door rekening te houden met toekomstige indexaties. De uitgaven budgetten worden meerjarig echter niet afzonderlijk verhoogd met een indexatie. Het meerjaren beschikbare budget voor indexatie is afzonderlijk beschikbaar in een stelpost op programma 1, taakveld overige baten en lasten.

Investeringskredieten
Het uitgangspunt is dat de kredieten zijn opgenomen voor het prijspeil van 2023. De afschrijving van activa start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Aan activa wordt de omslagrente toegerekend. Ook de rentetoerekening start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Rente en afschrijving vormen samen de kapitaallasten. De huidige inflatieontwikkeling, zoals hogere grondstofprijzen, vervoerskosten en personele schaarste maken dat prijzen hard stijgen en kredietramingen mogelijk moeten worden bijgesteld. De lijn is om dergelijke bijstellingen bij de P&C cyclus te melden en eventueel aan te passen. 

Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten
De belastingen, heffingen en overige inkomsten worden verhoogd het algemene indexcijfer van 3,1%. 

Loonsom
De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten op basis van het schaalmaximum op basis van de meest actuele CAO.

De CAO vanaf 2023 is nog niet bekend. Voor de jaren 2023-2026 is een voorlopige indexatie verwerkt van 2% per jaar. Hogere of lagere effecten in die jaren worden net als bij de indexering van de uitgaven budgetten weer gecorrigeerd om tot een reële raming te komen.

De verdeling van de salarislasten naar de taakvelden heeft zoveel mogelijk overeenkomstig de verdeling bij de begroting van 2022 plaatsgevonden.

Voor de uitvoering van onze taak beschouwen en benutten we de loonsom en inhuurbudget als vermeld in de bedrijfsvoeringsparagraaf als 1 geheel. Voor het beoordelen van de begrotingsrechtmatigheid worden afwijkingen ten opzichte van de begroting niet beoordeeld per programma of taakveld maar op het totale budget voor personeel en inhuur van de gemeentebegroting in de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening toegelicht.

Notities financieel beleid
De P&C documenten worden opgesteld met inachtneming van de door de raad vastgestelde financiële beleidsdocumenten. Deze documenten zijn:

  • Financiële verordening (raad 6 juli 2021).
  • Nota reserves en voorzieningen (raad 6 juli 2021).
  • Nota waardering en afschrijving vaste activa (raad 6 juli 2021).
  • Beleidsnotitie algemene reserve (raad 29 september 2020).


Verbonden partijen en subsidies

Verbonden partijen
De verbonden partijen dienen jaarlijks de begroting in bij de gemeenten ter goedkeuring. De goedgekeurde begroting wordt verwerkt in de gemeentelijke begroting en beschreven in een aparte (verplichte) paragraaf.

Subsidies 
De toegekende subsidiebedragen voor 2023 zijn online terug te vinden in het subsidieprogramma 2021-2024 op de website, via de link https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2020-30733/1/bijlage/exb-2020-30733.pdf

Stelposten 2023-2026

In de tabel hieronder zijn de stelposten, die in de begroting zijn  opgenomen gepresenteerd. Wij lichten deze kort toe.

  1. Stelpost lonen en prijzen. De algemene uitkering  is opgenomen op basis van lopende prijzen. Hiertegenover staat deze stelpost, van waaruit jaarlijks budgetten worden geïndexeerd.
  2. Stelpost achteruitgang - taakmutaties-. Dit betreft decentralisatie uitkeringen of specifieke gelden, die  via de algemene uitkeringen worden ontvangen.  Deze gelden komen vrij voor de programma's op basis  van een plan of onderbouwing na besluitvorming van de raad. Bijvoorbeeld Wet Open Overheid, Erfgoeddeal en het effect van de nieuwe verdeling van de integratie uitkering Voogdij/18+.
  3. Stelpost achteruitgang algemene uitkering - structureel weerstandsvermogen-.  Deze behoedzaamheidsreserve van  € 15 per inwoner is in 2022 in de begroting structureel vervallen, maar is nodig om het risico van achteruitgang van de algemene uitkering als gevolg van de nieuwe normeringssystematiek, het nadelige effect van de uitkering jeugd en het nadelig effect van het ravijnjaar 2026 zoveel mogelijk op te vangen.
  4. Structureel weerstandsvermogen - risicobuffer-. Voor ontwikkelingen zoals inflatie, rentestijgingen en het structurele effect van crisissituaties .
  5. Loonsom en inhuur. Voor 2023 en 2024 wordt rekening gehouden met inhuur van ca. 25 fte ten laste van de loonsom.
  6. Onvoorzien.  Een bedrag voor incidenteel onvoorziene situaties van  € 1,50 per inwoner.
  7. Kapitaallasten. De kredieten zijn vooral in het lopende en komende jaar (2022 en 2023) worden gepland en minder in de latere jaren op basis van een vervangingsschema.  In afwachting van het project toekomstgericht begroten is de vrijval van de kapitaallasten  voor de jaren 2025 en 2026 niet in het begrotingssaldo verwerkt, maar apart gehouden in een stelpost kapitaallasten.   
Stelposten (in € mln.) Programma 2023 2024 2025 2026
1. Loon- en prijsstijging 1. Bestuur 0,90 3,40 5,70 8,00
2. Achteruitgang algemene uitkering - Taakmutaties- 1. Bestuur 1,40 1,40 1,20 1,30
3. Achteruitgang algemene uitkering - Risicobuffer voor daling 1. Bestuur 0,95 0,95 0,95 0,95
4. Structureel weerstandsvermogen - Risicobuffer 1. Bestuur 1,00 1,00 1,00 1,00
5. Loonsom en inhuur 1. Bestuur 2,00 1,75
6. Onvoorzien 1. Bestuur 0,09 0,09 0,09 0,09
7. Kapitaallasten 1. Bestuur 0,00 0,00 1,10 0,20
Totaal stelposten 6,3 8,6 10,0 11,5