Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

In deze paragraaf schetsen wij onze beleidsvoornemens in 2023 voor de lokale heffingen en de leges. Ook beschrijven wij de lokale belastingdruk en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. Meer detailinformatie nemen wij op in de diverse belastingverordeningen die 20 december 2022 door uw raad worden vastgesteld.

We onderscheiden de volgende heffingen:

1. Retributies

Met retributies kan de gemeente (een deel van) de kosten van de dienstverlening verhalen op de aanvrager die om de dienstverlening vraagt. Retributies zijn leges, gelden of heffingen. Deze zijn niet wettelijk voorgeschreven. Retributies zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Deze mogen maximaal kostendekkend zijn.

Onze gemeente heft de volgende retributies:
• Afvalstoffenheffing                              • Marktgelden
• Rioolheffing                                              • Lijkbezorgingsrechten
• Kadegelden                                               • Overige leges en rechten

2. Belastingen
Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst bestedingsvrij is. Met de ongebonden heffingen is de gemeente beperkt in het aantal belastingen dat ze mag heffen. Deze zijn limitatief genoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet. De gemeente is, met inachtneming van de landelijke monitoring op de stijging van de onroerendezaakbelasting (ozb) en de inkomstenmaatstaf in het Gemeentefonds, vrij in de vaststelling van de hoogte van het tarief. Het ozb-tarief van de gemeente Stichtse Vecht is hoger dan het landelijk gemiddelde (zie de financiële kengetallen op bladzijde 30). En valt daarmee in de landelijk voorgeschreven categorie 'meest risicovol' voor dit kengetal'. Dit betekent dat Stichtse Vecht minder structurele ruimte heeft om meer ozb-inkomsten te verwerven, dan gemeenten met een tarief dat lager ligt dan het landelijk gemiddelde ozb-tarief.   De ongebonden heffingen zijn een algemeen dekkingsmiddel.

Onze gemeente heft de volgende belastingen:
• Onroerendezaakbelasting               • Precariobelasting
• Roerendezaakbelasting                     • Toeristenbelasting
• Hondenbelasting                                   • Forensenbelasting
• Parkeerbelasting

Kwijtschelding
Inwoners kunnen kwijtschelding krijgen voor hun belastingaanslagen indien sprake is van het geheel of gedeeltelijk ontbreken van draagkracht. Hiervoor geldt de 100% kwijtscheldingsnorm (= bijstandsnorm). Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding krijgen, maar alleen voor de belastingaanslagen die zij als privépersoon ontvangen. Bedrijven komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.
Kwijtschelding is mogelijk voor de ozb-woningen in eigendom, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. De basis voor het kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Als van tevoren duidelijk is dat kwijtschelding wordt verleend, wordt overgegaan tot automatische kwijtschelding.

Oninbaar
In de ramingen van de opbrengsten van riool-, afval- en onroerendezaakbelastingen houden we er rekening mee dat een deel van de opgelegde vorderingen oninbaar zijn. Een vordering is oninbaar wanneer een belastingschuldige wel moet betalen, maar invordering op de gebruikelijke wijze in de praktijk niet (meer) mogelijk is. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als de belastingschuldige failliet is gegaan of de belastingschuldige vertrokken is, zonder dat de nieuwe verblijfplaats bij de invorderingsambtenaar bekend is.

Retributies

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2023 zijn de volgende specifieke beleidsvoornemens geformuleerd:

  • De ontwikkeling van de rioolheffingen volgt de kostenontwikkeling van de gemeentelijke 
    rioleringsactiviteiten. De programmering van deze activiteiten is  vastgelegd in het 
    Gemeentelijk rioleringplan (GRP) 2022-2026
  • Leges en heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn
  • Waar mogelijk is het inflatiepercentage van 3,1% toegepast in de berekeningen.


Afvalstoffenheffing

Wij hebben de wettelijke plicht om zorg te dragen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Wij brengen afvalstoffenheffing in rekening aan de gebruiker van een perceel voor de verwijdering en verwerking van huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing is volledig kostendekkend. De programmering van deze activiteiten is vastgelegd in het grondstoffenplan 2016 - 2022. In de 2e helft van 2022 volgt een nieuw grondstoffenplan.

Rioolheffing
Alle eigenaren van een perceel dat is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, betalen een vast bedrag aan rioolheffing. De opbrengst van de rioolheffing wordt gebruikt om invulling te geven aan de volgende gemeentelijke zorgplichten en taken op het gebied van:

  • een veilige inzameling en transport van afvalwater naar de zuivering, zonder risico’s voor bewoners of het milieu (zorgplicht afvalwater);
  • het zodanig opvangen en verwerken van hemelwater (regenwater) dat wateroverlast wordt voorkomen (zorgplicht hemelwater);
  • het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte (zorgplicht grondwater);
  • het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Belastingen

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2023 is het volgende specifieke beleidsvoornemen geformuleerd:

  • Wij kiezen ervoor de gemeentelijke belastingen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,1%.

Overzicht tarieven en opbrengsten

Heffing (*€ 1.000) Tarief 2022 2022 2023
Gebonden heffingen (retributies)
Afvalstoffenheffing 7.924 8.140
Eenpersoonshuishouden € 210,94
Meerpersoonshuishouden € 319,61
Rioolheffing 7.154 7.498
0 t/m 75m3 water € 181,89
76 t/m 150m3 water € 246,87
151 t/m 300m3 water € 364,94
>300m3 water, extra voor elke 100m3 water € 90,06
Kadegelden 68 70
Per dag, zonder stroom, per meter € 1,01
Per dag, met stroom, per meter € 1,31
Marktgelden 68 68
Standplaats op een warenmarkt/kraam € 9,63
Lijkbezorgingsrechten 451 483
Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Huwelijk en partnerschap 150 150
Paspoorten 18+ € 75,80 270 208
Paspoorten 18- € 57,30
Identiteitskaarten 18+ € 68,50
Identiteitskaarten 18- € 36,95
Rijbewijzen € 41,60 300 269
Overige documenten (uittreksel) 55 58
Naturalisatie 60 55
Omgevingsvergunningen 1.908 1.864
Ongebonden heffingen (belastingen)
Ozb
Eigenaren woningen 0,09254% 9.982 10.291
Eigenaren niet-woningen 0,20416% 2.010 2.072
Gebruikers niet-woningen 0,15313% 1.287 1.327
Rzb 0 0
Eigenaren woningen 0,09254% 79 81
Hondenbelasting 276 284
Eerste hond € 67,75 0 0
Tweede en iedere volgende hond € 90,15 0 0
Per kennel € 161,40 0 0
Parkeerbelasting 57 59
Scheendijk-Noord, per 14 minuten € 0,20 0 0
Scheendijk-Noord per dag € 3,00 0 0
Scheendijk-Noord vergunning € 203,70 0 0
Precariobelasting 97 100
(Water)toeristenbelasting € 1,65 298 298
Forensenbelasting 0,21072% 142 142
Totaal 32.636 33.519

De genoemde tarieven zijn gebaseerd op de belastingverordeningen 2022. De tarieven van 2023 worden u op 20 december 2022 ter vaststelling aangeboden.

Kostendekkendheid

Kostendekkendheid afval en riolering
Bij het opstellen van de begroting nemen we de door uw raad vastgestelde beleidsdocumenten als uitgangspunt. Voor de afvalstoffenheffing is dit met name het Grondstoffenplan 2016 - 2022 en voor de rioolheffing het Gemeentelijk rioleringplan(GRP) 2022-2026. In de begroting bepalen we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend zijn. Hierbij wordt gekeken welke uitgaven en inkomsten drukken op de producten afval en riolering. Bij de jaarstukken berekenen we achteraf of deze tarieven ook daadwerkelijk kostendekkend zijn geweest. Bij een te lage kostendekkendheid doen we een beroep op de daarvoor gevormde egalisatievoorziening. Bij een kostendekkendheid boven de 100% moet het surplus in de egalisatievoorziening gestort worden. Hierdoor kunnen we grote investeringen in de toekomst opvangen zonder grote schommelingen in de tarieven.

Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing en Rioolrecht

Kostendekkendheid 2023 Kostendekkendheid 2023
Afvalstoffenheffing (*€ 1.000) Rioolrecht (*€ 1.000)
Product afval: Product riolering: 1000
kosten 6.847 kosten 5.321
inkomsten (excl. heffingen) -944 inkomsten (excl. heffingen)
Netto kosten 5.903 Netto kosten 5.321
Toe te rekenen kosten: Toe te rekenen kosten:
overhead 97 overhead 30
uren 341 uren 648
straatreiniging, kwijtschelding, btw 1.799 straatreiniging, kwijtschelding, btw 1.498
Totaal toe te rekenen kosten 2.237 Totaal toe te rekenen kosten 2.176
Totaal kosten 8.140 Totaal kosten 7.498
Opbrengst heffingen 8.140 Opbrengst heffingen 7.498
Totaal kosten - opbrengsten 0 Totaal kosten - opbrengsten 0
Afval Riolering
Het kostendekkingspercentage voor afval bedraagt op basis van de baten en lasten 100%. Het kostendekkingspercentage voor riolering bedraagt op basis van de baten en lasten 100% en is gebaseerd op de huidige GRP. Eventuele verschillen storten of doteren wij aan de egalisatievoorziening riolering en zijn verwerkt binnen het programma Fysiek’.

Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten
Binnen onze gemeente zijn 8 gemeentelijke begraafplaatsen die wij onderhouden en exploiteren. De onderstaande tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen voor het jaar 2023. Hierin zijn de inkomsten verkregen uit onder andere grafrechten en begravingen vergeleken met de kosten voor het onderhoud, exploitatie van de begraafplaatsen en de personeelskosten (exclusief overhead). 

Kostendekkendheid 2023 Lijkbezorgingsrechten (*€ 1.000)
Kosten 480
Opbrengst heffingen 480
Kostendekkendheid 100,0%

Kostendekkendheid Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Bij het opstellen van de Begroting 2023 gaan wij voor de tarieven uit van de belastingverordening 2022. Eind 2022 publiceert het Rijk de maximale tarieven voor onder andere reisdocumenten en rijbewijzen. Dit nemen we mee bij de definitieve vaststelling van de belastingverordening 2023.

Kostendekkendheid 2023 Burgerlijke stand en documentverstrekkingen (*€ 1.000)
Kosten 1.852
Opbrengst heffingen 753
Kostendekkendheid 40,7%

Kostendekkendheid Omgevingsvergunningen
De voor 2023 geraamde legesopbrengst Omgevingsvergunningen en de daarmee verband houdende kosten zijn geïndexeerd met 3,1% ter compensatie van de inflatie. Na de invoering van de Omgevingswet zal de legesopbrengst voor de omgevingsvergunningen aanzienlijk dalen. Op basis van de bekende gegevens op het moment van schrijven van deze begroting is de omvang van deze daling nog niet in te schatten.

Kostendekkendheid 2023 Omgevingsvergunningen (*€ 1.000)
Kosten 2.555
Opbrengst heffingen 1.899
Kostendekkendheid 74,3%

Lokale belastingdruk

De onderstaande tarieven zijn de voorlopige tarieven 2023. Op dit moment is de gemiddelde stijging van de WOZ-waarden nog niet bekend. Hierdoor is  ter indicatie voor het ozb -tarief 2023 de gemiddelde WOZ-waarde gelijk verondersteld aan die van het voorgaande jaar. Het ozb-tarief is verhoogd met 3,1%, het inflatiepercentage. Tot de tariefvaststelling in de raadsvergadering van 20 december 2022 ontstaat het volgende beeld:

Lokale belastingdruk (*€ 1) 2021 2022 Indicatief 2023
Gemiddelde WOZ – waarde 359.000 385.000 385.000
Ozb – eigenarendeel 355,80 356,26 367,30
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) 322,56 318,03 328,54
Rioolheffing (tot 150 m3) 249,06 246,87 251,55
Ontwikkeling lastendruk 927,42 921,16 947,39
% stijging t.o.v. voorgaande jaar 6,45% -0,67% 2,85%

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan hoe robuust de begroting is. Een belangrijk aspect daarbij is het vermogen van de gemeente om de gevolgen van risico’s die de gemeente, die bij het uitvoeren van de beleidsvoornemens en taken loopt, op te kunnen vangen. Aandacht voor het weerstandvermogen voorkomt dat substantiële risico’s dwingen tot extra bezuinigingen of leiden tot ongewenste bijstellingen in de uitvoering. De relatie tussen de benodigde middelen om de risico’s te kunnen opvangen (de weerstandscapaciteit) en de daarvoor beschikbare middelen wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen.

Daarnaast is het van belang te kijken hoe solide de financiële positie van de gemeente is. Daartoe wordt gebruik gemaakt van financiële kengetallen als solvabiliteit, netto schuldquote en structurele exploitatieruimte. Deze kengetallen geven de gevoeligheid van de financiële positie van de gemeente voor financiële ontwikkelingen aan. Omdat alle gemeenten deze kengetallen in hun begrotingen opnemen maakt het ook het vergelijken van gemeenten onderling mogelijk.

Uitgangspunten risicomanagement

Risicomanagement is een instrument om te kunnen acteren op de risico’s die we lopen. De gemeente Stichtse Vecht wil risico’s die van invloed zijn op het bereiken van de doelstellingen waar mogelijk beheersbaar houden. Om te zorgen dat de risico’s in een verantwoorde verhouding staan tot de vermogenspositie van de gemeente, is het van belang inzicht in de risico’s te krijgen. Daartoe actualiseren we jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening de risico-inventarisatie. De uitkomst van de risico-inventarisatie gebruikt de gemeente vervolgens voor het vaststellen van de vereiste weerstandscapaciteit en vergelijkt deze met de beschikbare weerstandscapaciteit. 
De uitgangspunten voor het risicomanagement zijn beschreven in de Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht. Daarnaast is de Beleidsnotitie Algemene reserve van belang. Met de Beleidsnotitie Algemene reserve heeft uw raad de norm en samenstelling voor het weerstandsvermogen bepaald.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande beleid. Het gaat dus om de robuustheid van de begroting. Een sluitende begroting zonder weerstandsvermogen betekent dat iedere tegenvaller een probleem oplevert. In dat geval staan de programma’s en het beleid van de gemeente onder druk. Het weerstandsvermogen bestaat uit twee onderdelen, te weten de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bij Stichtse Vecht gevormd door de Algemene Reserve. De beschikbare weerstandscapaciteit zetten we af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van het risicoprofiel van de gemeente. 

Voor de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit, de ratio weerstandsvermogen, heeft uw raad als streefnorm een ratio tussen de 1,4 en 2 (ruim voldoende) bepaald. Tevens is bepaald dat het weerstandsvermogen wordt gevormd door de schijven 1 en 2 van de Algemene reserve (AR). Schijf 1 geeft de minimale omvang van het weerstandsvermogen voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. Schijf 2 is het deel van de AR bestemd voor het opvangen van calamiteiten, taakstellingen Sociaal domein of een negatief rekeningsaldo.

Risico's

Een risico is in de Nota herziening risicomanagementbeleid gedefinieerd als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen, zijn de risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen en die financiële gevolgen kunnen hebben. Als deze risico’s zich voordoen, dan worden ze opgevangen met het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen en de risico’s voor de gemeente hebben dus met elkaar te maken. Daarom wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen ook de samenhang en de risico’s toegelicht. Voor het beheer van de risico’s maken wij gebruik van een geautomatiseerd risicomanagementsysteem.

Voor het opvangen van risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Voor die risico’s geldt de Algemene reserve grondexploitaties eerst als weerstandscapaciteit, pas daarna wordt de Algemene reserve aangesproken. De risico’s uit grondexploitaties actualiseren we jaarlijks bij de jaarrekening met een afzonderlijke risicoanalyse. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties zijn opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Risicoprofiel

De gemeente heeft ten behoeve van de begroting 2023 een actuele risico-inventarisatie gemaakt. De risico-inventarisatie van de jaarrekening 2021 vormde daarvoor de basis. Met de geactualiseerde inventarisatie is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Uit de risico-inventarisatie volgen voor de begroting 2023 in totaal 51 risico’s. Deze risico’s kennen een ingeschat financieel gevolg van 24 miljoen euro. Met behulp van het risicomanagementsysteem Naris is het risicoprofiel bij het opstellen van de begroting 2023 bepaald op € 7,84 miljoen. Onderstaand taartdiagram geeft aan hoe de voor de begroting 2023 geïnventariseerde risico’s over de begrotingsprogramma’s zijn verdeeld (op basis van hun aandeel in de benodigde weerstandscapaciteit):  

Grootste risicogebieden

Van de drie gebieden/domeinen die qua invloed op het weerstandsvermogen het grootst in omvang zijn, lichten wij de drie risico’s met de hoogste invloed alsmede de bijbehorende beheersmaatregelen toe. Voor het totaal aan risico’s verwijzen wij naar het overzicht aan het eind van deze paragraaf.

1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s
In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste geïnventariseerde risico’s op dit onderdeel zijn:

Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening
Er is sprake van kwetsbaarheid in de continuïteit van de dienstverlening door een disbalans in de capaciteit en het ambitieniveau. In de afgelopen jaren hebben we als organisatie te maken met een krap bemeten formatie. Dit zorgt voor kwetsbaarheid in de continuïteit van de taken van de organisatie. Er is momenteel binnen de organisatie sprake van een krappe bezetting, een hoog verloop, een hoog ziekteverzuim en daarnaast is er sprake van langdurig thuiswerken en een krappe arbeidsmarkt.

Beheersmaatregelen: 
In mei 2022 is door het toenmalige college en de directie een aantal (tijdelijke) maatregelen genomen om de werkdruk meer in balans te krijgen, deze maatregelen gelden tot 1 september 2022. 
In het coalitieakkoord is één jaar uitgetrokken om de organisatie weer 'in control' te brengen. Hiervoor zal ook een actieplan opgesteld worden waarvoor een extern bureau is ingeschakeld. Er wordt hard gewerkt aan het invullen van de nog openstaande  managementposities die nu nog interim worden ingevuld. Het management zal geëquipeerd worden middels een leiderschapsprogramma wat eind 2022 gaat starten. Verder wordt door de unit recruitment hard gewerkt om de grote wervingsopgave te realiseren, is pre- en onboarding per juni 2022 gelanceerd en is er een nauwe samenwerking met de arbodienst voor het reduceren van verzuim.

(juridisch) Aansprakelijkstelling door inwoners, instellingen of bedrijven
Beheersmaatregel: voor veel situaties is de gemeente verzekerd. Voor onvoorziene situaties, situaties waarvoor we niet verzekerd zijn en/of extra kosten maken indien een juridische procedure wordt gestart is een bedrag in de risico-inventarisatie opgenomen.

Het risico op gijzeling van informatie of systemen / cybercrime
Het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en in het bijzonder persoonsgegevens is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat om gedrag van medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het uitgangspunt voor de informatiebeveiliging.  

Beheersmaatregelen: 
De toename van digitale dreigingen (hacks, ransomware) noodzaakt de gemeente ertoe de benodigde technische en organisatorische maatregelen te treffen.

  1. Technische maatregelen betreffen de wijze waarop de ICT (de techniek) is ingericht en ingesteld. Bijv. netwerksegmentering, het beter beveiligen van mailverkeer tussen servers, het nog beter beveiligen van e-mailberichten en betere toegangsbeveiliging.
  2. Organisatorische maatregelen hebben bijv. te maken met procedures, verantwoordelijkheden en afspraken. Daarbij wordt de kwaliteit van de digitale weerbaarheid steeds belangrijker.
  3. Ongewenste, onbewuste acties blijken een groot risico voor de privacy van inwoners en bedrijven en de veiligheid van informatie. Het werken aan bewustwording voor het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens blijft onverminderd een aandachtspunt. Het doel van het bewustwordingsprogramma is om gedrag te veranderen en kennis van beveiligingsmaatregelen en procedures te vergroten.
  4. Op alle reeds genomen maatregelen zal meer controle en monitoring uitgevoerd worden.

2. Sociaal
Binnen het programma Sociaal is sprake van financiële en politiek-bestuurlijke risico’s. Hierbij kan worden gedacht aan imagorisico’s, bijvoorbeeld dat een zorgvoorziening niet het gewenste effect heeft of als ambities van de gemeente niet haalbaar blijken te zijn (bijvoorbeeld door het ontbreken van voldoende sturingsmogelijkheden op gemeentelijk niveau). De drie grootste geïnventariseerde risico’s zijn:

Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is om hen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deelnemen aan de maatschappij. De vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maken dat er een groter beroep op voorzieningen wordt gedaan. Daarnaast blijven ook de hulpmiddelen en woningaanpassingen van thuiswonende cliënten met een WLZ indicatie de verantwoording van de gemeente. Met name dure woningaanpassingen kunnen een zware druk op het budget leggen. Een ander risico is de afnemende subsidie voor collectief vervoer en de korting met 5% op Preventie en Welzijn. De genoemde factoren geven een financiële druk op de beschikbare ‘open einde’ budgetten.

Beheersmaatregelen:

Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen:

  1. We sturen op het versterken en aanspreken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen, tezamen met het stimuleren van de samenredzaamheid in de samenleving.
  2. Tevens verwachten wij met de nieuwe inkoop dat aanbieders meer ruimte benutten om te doen wat nodig is.
  3. Daarnaast kijken wij met onder andere het ontwikkelen van de woonzorgvisie en aanbestedingen van voorzieningen hoe we het gebruik van de Wmo waar mogelijk kunnen voorkomen of anders kunnen organiseren.


Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG 

Bijstand is een openeinderegeling. Dit kan een overschrijding van de budgetten tot gevolg hebben. Een toename van het beroep op bijstand leidt tot hogere uitkeringslasten. Gemeenten ontvangen van het Rijk een budget voor het bekostigen van bijstandsuitkeringen. Ook aanpassing van het landelijk macrobudget voor het bekostigen van deze bijstandsuitkeringen kan leiden tot hogere/lagere uitgaven ten opzichte van de in de begroting geraamde uitkering.
Gelet op de krapte op de arbeidsmarkt en bij het uitblijven van coronamutaties en (corona)crises is een toename van bijstandsaantallen niet te verwachten. Op dit moment is er echter nog onzekerheid over het verdere verloop van de coronacrisis in 2023. Bij hernieuwde lockdowns zal naar verwachting ook de economie getroffen worden. Met als gevolg een toename van het aantal werklozen in de gemeente Stichtse Vecht.

Beheersmaatregel: 
Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen:

  1. Om het risico te verkleinen voeren wij het actieplan Stichtse Vecht Werkt! uit.
  2.  Tevens zetten wij in op gerichte acties als
    • voorliggende voorzieningen en preventieve activiteiten
    • doorverwijzing naar de keten (uitzendbureaus – werk / terug naar school / startkwalificatie)
    • inzet van social return
    • intensievere samenwerking met het werkgeversservicepunt Midden-Utrecht om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en instroom bijstand te voorkomen
    • handhaving en vergroten van uitstroom door re-integratie activiteiten
    • monitoren van ontwikkelingen in het budget. Overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget kan gecompenseerd worden door het Rijk.


Toename beroep op en stijging kosten jeugdhulp

Landelijke trend van toename in cliënten jeugdhulp alsmede een autonome stijging in de kostprijs.
Beheersmaatregelen:
De inkoop Jeugdhulp en Wmo-begeleiding is taakgericht ingekocht. Belangrijk voor kostenbeheersing is de samenwerking met huisartsen en andere verwijzers- Meer zicht op verwijzingen - Praktijkondersteuner huisarts Jeugd GGZ.

3. Fysiek
Binnen het programma Fysiek is sprake van risico’s die samenhangen met projecten, klimaatverandering en technische risico’s. De drie grootste risico’s die binnen dit programma spelen, zijn:

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen)
Door gebrek aan capaciteit vanwege het bereiken van de aanbestedingsgrenzen op raamcontracten en anderzijds het ontbreken van beheerplannen voor een aantal taakgebieden in het fysiek domein, is achterstand in onderhoud in de openbare ruimte ontstaan.
Beheersmaatregelen:
In 2020 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd. Deze inspectie vormde de basis voor het Beheerplan wegen 2021-2024. De onderhoudsachterstand zal op basis van de budgetplanning uit dit wegenbeheerplan naar verwachting in 2023 grotendeels zijn weggewerkt. Hierbij is rekening gehouden met de beschikbare personele bezetting voor de voorbereiding en begeleiding buiten van de werkzaamheden. Na inspectie van de oeverbescherming wordt een beheerplan opgesteld. Mogelijk is er na afronding daarvan sprake van risicovolle situaties bij wegen langs het water.

Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken
Door het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen wordt de doorstroming beperkt en zijn kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar.
Beheersmaatregelen: 
We voeren noodreparaties uit en voor de civiele kunstwerken is een beheerbeleidsplan 2021-2025 opgesteld. Het plan is in maart 2021 vastgesteld door uw raad. Momenteel wordt gewerkt aan het uitvoeren van inspecties van de kunstwerken. Na de inspecties stellen wij een onderhoudsprogramma op. Op basis hiervan kunnen onderhoudscontracten aanbesteed worden. Het resultaat van de inspecties kan leiden tot hogere kosten voor het onderhoud van de civiele kunstwerken.

Gebiedsontwikkeling Bisonspoor 
De kosten aanleg Safariweg, toegang tot de garage, komen ten laste van het uitvoeringsbudget waardoor het mogelijk is dat er een tekort ontstaat voor de aanleg van de openbare ruimte Bisonspoor. 
Beheersmaatregel:
Eventuele grondopbrengsten kunnen per raadsbesluit ingezet worden om het tekort terug te brengen. Indien er daarna nog steeds sprake is van een tekort kan de scope aangepast worden en/of leggen wij een aanvullende kredietaanvraag aan de raad voor. 

Grootste risicogebieden Financieel gevolg
(inschatting o.b.v. risico-inventarisatie)
1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s (excl. verbonden partijen) € 9.550
2. Sociaal domein (excl. verbonden partijen) € 5.000
3. Fysiek domein (excl. verbonden partijen) € 4.600
Totaal 3 grootste risicogebieden € 19.150
Overige risico’s (waarvan verbonden partijen: € 1.350.000 en grex’en € 1.000.000) € 4.850
Totaal alle risico’s € 24.000

Ratio weerstandsvermogen

Op de geïnventariseerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. Deze simulatie vindt plaats omdat het reserveren van het maximale bedrag van 24 miljoen euro niet wenselijk is. De risico’s treden immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang op. Uit deze simulatie volgt dat voor 90% zeker is dat we de risico’s kunnen opvangen met een bedrag van 7,84 miljoen euro. Dat is de benodigde weerstandscapaciteit.


De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de Algemene reserve (AR). In de Beleidsnotitie Algemene reserve is aangegeven dat de AR drie schijven kent, die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 zijn bestemd voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen worden ingezet voor actieve (beleids)keuzes. De schijven 1 en 2 samen vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente. De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van 7,84 miljoen euro geeft dit het volgende beeld:

Weerstandscapaciteit
- schijf 1 Minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 7,84 mln, minimumnorm) € 10.976
- schijf 2 Deel AR voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo € 4.704
Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 7.84 mln) € 15.680

De omvang van de Algemene reserve bedraagt eind 2022 naar verwachting 13,46 miljoen euro op basis van de Bestuursrapportage 2022. Deze omvang is ca. 2,5 miljoen euro hoger dan de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit. Bij de Programmarekening 2022 zal dit bedrag bijgesteld worden met het jaarresultaat 2022. De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde bedraagt:

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 13,46 mln/ € 7,84 mln = 1,72  

Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Programmarekening 2021 is de ratio weerstandsvermogen toegenomen (van 1,56 naar 1,72). Deze toename hangt met name samen met een hogere beschikbare weerstandscapaciteit (13,46 miljoen euro ten opzichte van 12,15 miljoen euro bij de rekening 2021). De benodigde weerstandscapaciteit, het aantal risico’s en de ingeschatte financiële omvang van de risico’s zijn nagenoeg gelijk gebleven. 

De ratio weerstandsvermogen voldoet aan de door uw raad bepaalde streefnorm. Het weerstandsvermogen is echter aan fluctuaties onderhevig en ondanks risicomanagement kan het zich voordoen van risico’s niet worden uitgesloten. Met de beschikbare weerstandscapaciteit kent de gemeente, zoals het er nu uitziet, een voldoende weerstandscapaciteit om de risico’s als deze zich voordoen op te kunnen vangen. Gelet op ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande onzekerheden blijven wij het weerstandsvermogen wel nadrukkelijk volgen.  

Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Programmabegroting 2023

In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde gekwantificeerde risico's per programma weergegeven. De kolom ‘invloed’ geeft de impact van een risico op de benodigde weerstandscapaciteit weer (o.b.v. simulatie). In onderstaande tabel staat VP voor verbonden partijen en KWP  voor Kockengen waterproof.

Risicogebeurtenis Kans Ingeschat Financieel Maximum Invloed (%)
Programma 1 Bestuur
Gemeentebrede risico's
Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening 90% 2.000 14,96%
Aansprakelijkstelling door inwoners, instellingen of bedrijven 50% 2.000 8,33%
Gijzeling van informatie of systemen 50% 1.000 4,15%
Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 70% 500 2,89%
Onvoldoende beschikking over kennis (bij bestaande medewerkers of door vertrek cruciale medewerkers) met betrekking tot aanbestedingsregels, waardoor mogelijk niet aan deze regels wordt voldaan. 90% 500 2,08%
Het inkoopproces en/of -organisatie is onvoldoende ingericht en/of geborgd 90% 500 2,08%
Beveiliging en uitval ICT in de organisatie 50% 500 2,08%
Onvoldoende borging van de authenticiteit van de gegevensvoorziening van de gemeente. 50% 500 2,07%
Het niet of onvoldoende kunnen voldoen aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers 90% 250 1,86%
Achterstand in dossiervorming- en vernietiging 70% 250 1,46%
Onvoldoende capaciteit voor noodzakelijke doorontwikkeling 50% 250 1,04%
Verval archieven door gebruikschade of schimmelvorming 30% 250 0,63%
Fysieke bedreigingen voor mensen, informatie en bezittingen 10% 500 0,41%
Ontwikkeling organisatie 50% 50 0,21%
VP: Onvoldoende inzicht in informatiebeheer bij verbonden partijen 50% 50 0,21%
Subtotaal 9.100 44,46%
Risico's algemene / financiële dekkingsmiddelen
Fraude financiele transacties 30% 500 1,25%
Totaal programma 1 9.600 45,71%
excl. Verbonden partijen(VP) 9.550 45,50%
Programma 2 Veiligheid
VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU) 30% 1.000 3,69%
Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is 50% 500 2,10%
Totaal programma 2 1.500 5,79%
excl. Verbonden partijen(VP) 500 2,10%
Programma 3 Fysiek
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) 50% 1.000 4,13%
Kunstwerken (mn. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken 50% 1.000 4,11%
Gebiedsontwikkeling Bisonspoor 50% 500 2,08%
Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval 50% 500 2,06%
KWP Aanspraak op nadeelcompensatieregeling KWP 90% 250 1,88%
Versnelde bodemdaling als gevolg van klimaatverandering 70% 250 1,46%
KWP: Prijsstijgingen in de uitvoering 50% 250 1,04%
VP: Financieel perspectief recreatieschappen 50% 250 1,04%
Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW). 10% 500 0,42%
Wateroverlast vanwege heftige regenval 70% 50 0,29%
Verontreiniging van oppervlaktewater 10% 250 0,21%
Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering 30% 50 0,13%
Totaal programma 3 4.850 18,85%
excl. Verbonden partijen(VP) 4.600 17,81%
Programma 4 Sociaal
Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen 90% 1.000 7,45%
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig 50% 1.000 4,15%
Toename beroep op en stijging kosten jeugdhulp 70% 500 2,90%
Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen 50% 500 2,09%
Energiecrisis en hogere kosten levensonderhoud 90% 250 1,86%
Extra uitvoeringskosten breed offensief 70% 250 1,45%
Overgang naar nieuw inburgeringsstelsel 50% 250 1,04%
Inkoop essentiële functies: ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven 50% 250 1,03%
Overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers. 30% 250 0,63%
Incidenten op gebied van jeugdhulp 30% 250 0,62%
Door landelijk politieke interventies is er teveel aandacht voor incidenten. 30% 250 0,61%
De herinrichting van het voorliggend veld slaagt niet door de Taakstelling. 10% 250 0,21%
VP: Algemene risico's op de begroting van Kansis 10% 50 0,04%
Totaal programma 4 5.050 24,08%
excl. Verbonden partijen(VP) 5.000 24,04%
Programma 5 Samenleving
(Onderhouds)budgetten te realiseren schoolgebouwen niet toereikend om aan kwaliteitsaspecten te kunnen voldoen 50% 500 2,07%
Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken 50% 250 1,03%
Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs. 30% 250 0,62%
Onveilige schoolgebouwen 10% 250 0,21%
Financiële problemen schoolbesturen (bijzonder onderwijs). 10% 250 0,21%
Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties 10% 250 0,21%
Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut. 10% 250 0,21%
Totaal programma 5 Samenleving 2.000 4,56%
Grondexploitaties 10% 1.000 0,95%
Totaal geïnventariseerde risico's 24.000 99,94%

Financiële kengetallen

Kengetallen Rekening Begroting Begroting Categorie A Categorie B Categorie C
2021 2022 2023 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuldquote 64% 78% 78% < 90% 90%-130% > 130%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) 63% 77% 77% < 90% 90%-130% > 130%
Solvabiliteitsratio 24% 22% 22% > 50% 20%-50% < 20%
Structurele exploitatieruimte 1,69% -1,56% #REF! > 0% 0 < 0%
Grondexploitatie 0,28% 0,90% -0,36% < 20% 20%-35% > 35%
Belastingcapaciteit 114,36% 101,90% n.n.b. < 95% 95%-105% > 105%

Wat betekenen deze getallen?

Netto schuldquote
Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De verwachte netto schuldquote is licht gedaald ten opzichte van de begroting 2021.

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Voor de ontwikkeling van dit kengetal, zie de toelichting onder ‘Netto schuldquote’.

Solvabiliteit
Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op lange termijn haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.

Grondexploitatie
De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie.

Structurele exploitatieruimte
Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

Belastingcapaciteit
Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Bij kapitaalgoederen is het niveau van onderhoud direct gekoppeld aan het beschikbaar gesteld budget.

Na de zomer van 2022 beginnen we met het invoeren van assetmanagement binnen de Gemeente Stichtse Vecht. Steeds vaker wordt er gesproken over assetmanagement en niet meer over beheer of integraal beheer van de openbare ruimte (IBOR). Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, ofwel de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een meer systematische en gecoördineerde  wijze van beheren. Het gaat hierbij vooral om de optimalisatie van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente. Het verschil met het huidige manier van beheren is dat assetmanagement uitgaat van beheer over de gehele levensduur en niet alleen het gepland of dagelijks onderhoud. Met assetmanagement willen we verder kijken dan wat goed is voor de objecten zelf, en gaan we kijken naar wat goed is voor de organisatie en nog belangrijker, wat goed is voor inwoner/ de gebruiker. Dat kan alleen als de dagelijkse activiteiten binnen de organisatie (beheer openbare ruimte) opgelijnd zijn met de organisatiedoelstellingen, zodat we de juiste dingen doen met de juiste prioriteit. De eerste stappen bij het invoeren zullen dan ook gericht zijn op kennismaking met assetmanagement en het formuleren van de doelstellingen voor de afdeling beheer openbare ruimte. 

Onderstaand staan de verschillende kapitaalgoederen weergegeven met de bijbehorende kaderstellende nota’s. Daarnaast zijn er nog diverse beheersplannen en de Nota beheer kapitaalgoederen van toepassing op meerdere onderwerpen. Deze staan niet apart genoemd per kapitaalgoed.

Kapitaalgoederen Kaderstellende nota's
Wegen  Beheerplan wegen 2021 - 2024
Civiele constructies  Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken 2021- 2025
Openbare verlichting Beleidsplan Openbare verlichting 2020
Water en Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022 - 2026
Groen Groenstructuurplan Stichtse Vecht (GSP); Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)
Speelterreinen Beleidskader Spelen
Sportterreinen Beleidsnota Sport
Gebouwen Nota Duurzaamheid; IVAB.

Wegen

Beleidskader
Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. In 2020 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd. Deze inspectie vormt de basis voor het door uw raad in juli 2021 vastgestelde Beheerplan wegen 2021-2025. We vertalen het wegenbeheerplan naar concrete uitvoeringsmaatregelen voor 2023.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan zijn investeringen voor vervanging van wegen opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks onderhoud. Voor het planmatig onderhoud is een voorziening Wegen ingericht.

Civiele constructies

Beleidskader
Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door uw raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zijn in 2022 de volgende assets geïnspecteerd

  • verkeersbruggen
  • beweegbare bruggen
  • fietsbruggen
  • voetgangersbruggen
  • tunnels
  • viaducten
  • geluidschermen

Door gebrek aan capaciteit worden de beschoeiingen en kademuren in het eerste kwartaal van 2023 geïnspecteerd. 
Het meerjarig onderhoudsplan zal in het  tweede kwartaal van 2023 beschikbaar komen.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan hebben we de benodigde investeringen voor de civiele constructies opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud.

Openbare verlichting

Beleidskader
Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld. Dit bestek is inmiddels gegund. de eerste deelopdracht zal in het derde kwartaal 2022 verstrekt worden.

Financiën
In het meerjareninvesteringsplan hebben we de benodigde investeringen voor de verduurzaming van de huidige installatie opgenomen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks en planmatig onderhoud.

Water en riolering

Beleidskader
Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP).
Het huidige GRP beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering en in de kosten van al deze facetten voor de periode 2022-2026 en waarin het integraal en risicogestuurd werken een belangrijke rol speelt.

Financiën
Wij hanteren een 100% kostendekkend tarief, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening, waardoor het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven.

Groen

Beleidskader
Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen, gazons en andere velden in de openbare ruimte alsmede de paden in parken. Onderhoudsdoel is handhaving van de voorgeschreven kwaliteit. Beheerbelangen zijn leefbaarheid, ecologie, klimaatadaptie, landschap en cultuurhistorie. Deze belangen spelen ook een belangrijke rol bij wegbermen, groene oevers en watergangen, maar deze vallen qua begrotingssystematiek niet onder groen. Het beleidskader wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Boombeleidsplan, de parkbeheerplannen, de landschapsontwikkelingsplannen en de regionale visie klimaatadaptie.

De komende twee jaren wordt dit beleidskader herzien en verwerkt in een nieuw groenstructuurplan. Op basis hiervan wordt een nieuw beheerplan ontwikkeld. (Reële acties en reëel tijdspad nog te bepalen).

In 2023 leggen wij de nadruk op het reconstrueren van plantvakken. Daarnaast werken wij er in 2023 aan dat het bomenbestand aan de vastgestelde kwaliteitseisen voldoet.

Financiën
Op grond van de Nota beheer kapitaalgoederen zijn in de voorjaarsnota 2016 middelen beschikbaar gesteld voor vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen. Ook zijn in de begroting (exploitatie)budgetten opgenomen voor het reguliere (dagelijks-jaarlijks) onderhoud (IBOR). Omdat er in 2022 een nieuwe aanbesteding voor groen is uitgevoerd zijn in de begroting 2022 voor de periode 2022-2026 de exploitatiebudgetten herzien. Uit de ophanden zijnde herziening van de beleids- en beheerplannen volgt de komende jaren de herziening van de financiën.

Speelterreinen

Beleidskader
De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! Het actueel maken van dit plan staat in 2023 op de planning. In deze verbeterde versie zal aandacht besteed worden aan de spreiding van herinrichting van speelplekken en de vergroening van speelplekken.  De speeltoestellen moeten veilig te gebruiken zijn.  De speelplaatsen worden duurzaam en klimaatadaptief ingericht. Het onderhoud van het groen op en rond de speelplaatsen vindt plaats volgens de Nota beheer kapitaalgoederen. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd.

Financiën
In het geactualiseerde meerjareninvesteringsplan hebben we de investeringen opgenomen voor het renoveren van speelplaatsen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud. Ook is een bedrag beschikbaar voor reconstructie en herinrichting.

Sportterreinen

Beleidskader
Kapitaalgoederen die onder het programma Sport vallen, betreffen de buitensportaccommodaties. Zoals vastgesteld in de sport- en beweegnota, faciliteren wij een verantwoord basisniveau van gevarieerd sport- en beweegaanbod door betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. We stimuleren dat de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud verder wordt overgedragen aan de gebruikers.

Financiën
In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor bijdragen aan derden voor vervangingen. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport. 

Gebouwen

Beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed
Beheerplannen vastgoed 
Het niveau waarop het vastgoed in stand wordt gehouden is vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Een instrument dat is gebaseerd op de Conditiemetingsmethodiek volgens NEN 2767. Het niveau waarop het onderhoud gemiddeld wordt  gehouden is vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve, publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, hanteert de gemeente Stichtse Vecht een gemiddeld conditieniveau 2: Goed/representatief.  

De meerjaren onderhoudsplannen voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille zijn in 2020 herijkt. Voor 2023 wordt een jaarplan gemaakt om uitvoering te geven aan het planmatig onderhoud.
Om maximaal uitvoering te geven aan het efficiënt en planmatig uitvoeren van het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed, wordt bij aanbestedingen gekozen voor wat grotere, meerjarige clustercontracten waarbij de markt wordt uitgenodigd om mee te denken met de gemeente.

Achterstand onderhoud
Met het vaststellen van het beheerplan gemeentelijk vastgoed eind 2020 was het algemene beeld bij de vastgoedobjecten, dat behoorlijk wat achterstand in het onderhoud aanwezig was. De afgelopen twee jaar is de achterstand in het onderhoud grotendeels weggewerkt en zijn grote investeringen gedaan om de vastgoedobjecten naar de vastgestelde conditie te upgraden. In 2023 worden de laatste werkzaamheden hiervoor uitgevoerd.
 
Legionellabeheersing
Waterinstallaties inspecteren en herstellen we volgens NEN 1006. Het Drinkwaterbesluit en de Regeling Legionellapreventie in drinkwater en warm tapwater hebben 2 soorten installaties: prioritaire en niet-prioritaire installaties. De gemeente voert beheersmaatregelen legionellapreventie uit, in het kader van wettelijk onderhoud. Dit is een contract waarin 127 (prioritaire en niet-prioritaire) gebouwen zijn opgenomen. Concreet gaat het om het uitvoeren van de jaarlijkse legionella-beheersmaatregelen (de eigenaar van het object is dit verplicht), het controleren van terugstroombeveiligingen, controleren en registreren van koud watertemperaturen, controleren en registreren van boilertemperaturen.

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed
In december 2021 is de eerste fase van het verduurzamingsplan goedgekeurd door uw gemeenteraad, het verduurzamingsplan bestaan uit drie fases van elk drie jaar tot 2029. Met als doel om voor 2030 een CO2-reductie te krijgen van 49%. Hiermee voldoet de gemeente Stichtse Vecht aan het klimaatbeleid van de rijksoverheid.
In de daarop volgende maanden van 2022 is ervoor gekozen om de uitvoering van het verduurzamingsplan tijdelijk uit te stellen vanwege maatregelen om de werkdruk in balans te brengen in de organisatie. Desalniettemin is niet stil gezeten, tijdens het planmatige onderhoud zijn diverse koppelkansen benut, zoals bij het dorpshuis cultureel centrum ’t Web. Bij deze locatie moest de dakafwerking worden vervangen, dit is gecombineerd met duurzame isolatie. Hetzelfde wordt toegepast bij de bibliotheek in Kockengen en bij diverse gymzalen is bestaande verlichting vervangen voor led verlichting. 

Vanaf 4e kwartaal  2022 wordt er gestart met de volledige uitvoering van de eerste fase van het verduurzamingplan.

 Afstoten gemeentelijk vastgoed
We streven naar een compacte en strategisch waardevolle vastgoedportefeuille die bijdraagt aan onze maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Om richting te geven aan deze ambitie is in november 2020 de Vastgoednota 2020 vastgesteld. Als onderdeel hiervan is ook een portefeuilleplan opgesteld waarbij het vastgoedperspectief per object is vastgesteld. Hieronder een stand van zaken voor de objecten die de status afstoten hebben.

Adres Plaats Soort object Status
Sportaccommodaties
Gaslaan 12 Maarssen gymzaal start 2023
Straatweg 185 B Breukelen IJsclub gesprekken met skeelervereniging
Sportweg 3 Kockengen Zwembad overeenstemming, overdracht na advies belastingdienst
Welzijn- en culturele accomodaties Status
Gaslaan 12 Maarssen muziekschool start 2023
Harmonieplein 2 Maarssen bibliotheek afhankelijk van project Harmonieplein noordblok
Sportweg 1 Kockengen jeugdhonk alleen afstoten indien gebruik stopt
Bloemstede 3 Maarssen voedselbank afhankelijk van onderwijshuisvestingsplan
Straatweg 185 Breukelen dierenverblijf 2024/2025
Boerenlaantje Vreeland spookhuisje 2024/2025
Commercieel vastgoed Status
Fazantenkamp 159 A Maarssen kinderdagverblijf afhankelijk van onderwijshuisvestingsplan
Duivenkamp 545 Maarssen kinderdagverblijf afhankelijk van onderwijshuisvestingsplan
Thorbeckelaan 80 Maarssen kinderdagverblijf onderdeel van gebiedsplan Daalsehoek
Bloemstede 4 Maarssen kinderdagverblijf afhanklijk van onderwijshuisvestingsplan
Diependaalsedijk t.o. 120 Maarssen loods afhankelijk van gebiedsontwikkeling zogwetering
Brugstraat 25 Maarssen woning verkoop na beeindiging huur
Herenstraat 16 Breukelen woning verkoop na beeindiging huur
Maarsseveensevaart 28 Maarssen woning verkoop na beeindiging huur
Silversteyn 86 Breukelen woning verkoop 2023, nu opvang vluchtelingen
Zandpad 2 Maarssen woning voorlopig verhuur tot integraal plan gehele essemble Goudestein
De Brouwerij 11 Breukelen politiebureau verhuurd voor 1 jaar aan TIM. Onderzoek naar mogelijkheden
Binnenweg 24,25,27,31,33 Loenersloot woningen anti kraak en inzet vluchtelingenopvang
Rijksstraatweg nabij 178 Loenen Schuurtje 2024/2025
Heicop 1, Kanaaldijk Oost 4, Zwanenkamp 540 Kockengen, Nigtevecht, Maarssen sanitaire voorzieningen verwijderen na beeindiging gebruik. Heicop 1 in 2022 verwijderd.
Gemeentelijke dienstverlening D Afstoten
Dorpsstraat 29 Nigtevecht brandweerkazerne na oplevering nwe brandweerkazerne
Laan van Nifterlake 89 Tienhoven brandweerkazerne na oplevering nwe brandweerkazerne
Kanaaldijk Oost 3 Breukelen afvalbrengstation na oplevering nwe afvalscheidingsstation
Wilhelminastraat 43 A Breukelen werkplaats na oplevering nwe afvalscheidingsstation
Diependaalsedijk 120 A Maarssen kringloopwinkel na oplevering nwe afvalscheidingsstation
Diependaalsedijk 120 Maarssen afvalbrengstation na oplevering nwe afvalscheidingsstation
Rijksstraatweg 184 Loenen afvalbrengstation na oplevering nwe afvalscheidingsstation
Breedstraat 2 Maarssen Brugwachterswoning 2023 onderzoek naar mogelijkheden
Pauwenkamp 152 Maarssen schoollocatie 2023
Spechtenkamp 232 Maarssen schoollocatie 2022 overgedragen
Buitenweg 312 Maarssen schoollocatie 2022 overgedragen
Troelstrastraat 58 Maarssen wissellocatie voorlopig behouden

Verzelfstandiging sportaccommodaties
Zoals in de Vastgoednota 2020 aangegeven onderzoeken wij de mogelijkheden voor het verzelfstandigen van de vastgoedcategorie binnen- en buitensport. In 2022 is gestart met het scenario onderzoek. In 2023 zullen wij de resultaten van het onderzoek aan uw raad presenteren.

Dorpshuizenbeleid
In 2020 is de strategische koers dorpshuizenbeleid vastgesteld. Onderdeel van het dorpshuizenbeleid is dat de dorpshuizen en wijkcentra om niet in gebruik worden gegeven en de exploitatiesubsidies stoppen. Ieder dorpshuis of wijkcentrum ontvangt een basissubsidie. Voor dorpshuizen zal dit jaarlijks € 15.000 zijn en voor wijkcentra zal dit jaarlijks € 10.000 zijn. Daar staat tegenover dat de subsidies voor inventaris, klein onderhoud, energielasten, personeelslasten, schoonmaakkosten en verzekeringen worden afgebouwd naar nul. De gemeente zal haar eigen onderhoudsbudgetten voor groot onderhoud overdragen en de dorpshuizen en wijkcentra zo veel als mogelijk verduurzamen. Vanaf 2021 wordt er geen huur meer geïnd. De nieuwe contractvorming heeft echter om diverse redenen zoals corona en personeelstekort op zich laten wachten. In 2022 wordt de contractvorming afgerond. Inmiddels is ook de achterstand in het onderhoud weggewerkt en zullen met ingang van 2023 de budgetten voor planmatig onderhoud worden overgedragen, zodat de dorpshuizen en wijkcentra deze zelf kunnen uitvoeren. Per 1-1-2022 is ook het dorpshuis in Nigtevecht in ons eigendom.

Financiering

Inleiding

De financierings- of treasuryfunctie richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen en de financiële posities, inclusief de daaraan verbonden risico’s. De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg: Wet fido) en vertaald in het Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020. De beleidsmatige infrastructuur voor de financieringsfunctie van onze gemeente is hiermee vastgelegd.

Voor het inrichten van de financieringsfunctie stelt de Wet fido twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen:

  • Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan uit hoofde van de publieke taak;
  • Het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen heeft een prudent karakter en is primair niet gericht op het genereren van extra inkomsten.

Financieringspositie

Gemeten over het begrotingsjaar lopen de reguliere baten en lasten synchroon. Dit laat onverlet dat lopende het begrotingsjaar positieve of negatieve posities ontstaan. Om (lopende en toekomstige) posities inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning. Deze planning stellen we periodiek bij.

Financieringsbeleid

Binnen de wettelijke kaders voert onze gemeente een risicomijdend financieringsbeleid. Het streven is erop gericht eventuele liquiditeitstekorten met kortlopende geldleningen te financieren en de kasgeldlimiet zo optimaal mogelijk te benutten.

Leningportefeuille

Per 1 januari 2023 is de leningportefeuille opgebouwd uit 18 langlopende geldleningen met een totale restschuld bij aanvang van het begrotingsjaar van afgerond € 86 miljoen. Dit is inclusief een destijds door de voormalige gemeente Breukelen doorgeleende geldlening aan de woningcorporatie Vecht en Omstreken.

Leningportefeuille Restant hoofdsom (x 1.000)
Leningportefeuille per 1 januari 2022 80.521
Reguliere aflossingen 2022 -12.428
Nieuw opgenomen geldlening 2022 20.000
Leningportefeuille per 31 december 2022 88.093
Reguliere aflossingen 2023 -12.475
Prognose nieuw op te nemen geldlening 2023 10.000
Leningportefeuille per 31 december 2023 85.618

Beleggingen

Sinds eind 2013 is de ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht. De hoofdlijnen van het schatkistbankieren zijn verankerd in de Wet fido. De regeling verplicht decentrale overheden hun overtollige financiële middelen in de schatkist van het Rijk te beleggen, waardoor publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is. In het verlengde hiervan is het ook toegestaan overtollige financiële middelen te beleggen bij andere decentrale overheden waarmee geen toezichthoudende relatie wordt onderhouden.
Van het verplicht beleggen van overtollige middelen in ’s Rijks schatkist is een drempelbedrag vrijgesteld. Voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op € 3,2 miljoen.

Renteschema 2023

Renteschema 2023 (bedragen x 1.000)
Externe rentelasten over korte en lange financiering 1.121
Af: externe rentebaten -11
Totaal door te rekenen externe rente 1.110
Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -4
Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties 8
Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties -8
Rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves) -
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) -
Aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead) 1.106
Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag) -1.470
Renteresultaat op taakveld Treasury -364

Renteontwikkeling

Ten tijde van opstellen van de begroting is gebleken dat de inflatie in 2022 en 2023 nog hoger uit valt dan eerder was voorzien. In verband met deze ontwikkelingen is de verwachting dat de rentetarieven in alle looptijden zullen oplopen. Gelet hierop is voor nieuw aan te trekken leningen rekening gehouden met  hogere financieringslasten en is vooralsnog een rentepercentage van 2% gehanteerd.

Risicobeheersing

De Wet fido bevat instrumenten die de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen moeten beperken. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de introductie van respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen en beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op kortlopende geldleningen te beheersen. De limiet is gesteld op een percentage van 8,5% van het begrotingstotaal.

Begrotingstotaal 2023 (x 1.000) Percentage Kasgeldlimiet (x 1.000)
156.609 8,5% 13.312

Renterisiconorm
De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm vormt een kader voor een adequate spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille, met als doel de portefeuille zodanig op te bouwen dat renterisico’s door renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate zijn beperkt.

Renterisiconorm 2023 2023 2024 2025 2026
(bedragen x 1.000)
1 Berekening renterisico
1a Renteherzieningen - - - -
1b Betaalde aflossingen 12.475 12.481 11.413 11.413
A Renterisico (1 + 2) 12.475 12.481 11.413 11.413
2 Berekening renterisiconorm
2a Begrotingstotaal 156.609 158.302 163.116 162.764
2b Percentage 20% 20% 20% 20%
B Renterisiconorm 31.322 31.660 32.623 32.553
Toets (B - A)
B Renterisiconorm 31.322 31.660 32.623 32.553
A Renterisico 12.475 12.481 11.413 11.413
Ruimte renterisiconorm 18.847 19.180 21.211 21.140

Bedrijfsvoering

Inleiding

Wij willen een organisatie zijn die voortdurend verbetert en vernieuwt. Een organisatie die nadenkt over wat beter kan en hoe de kwaliteit van onze medewerkers zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Dit vraagt een goed functionerende bedrijfsvoering, die blijvend kan voldoen aan de ontwikkelingen in de markt.

Opleidingsprogramma

Medewerkers zijn altijd al het belangrijkste kapitaal van onze organisatie, maar zeker ten tijden van een krappe arbeidsmarkt is het belangrijk om hen te koesteren. Dit wordt onder andere gedaan door te blijven investeren in de (persoonlijk) ontwikkeling van medewerkers. Er zal in 2023 inzet blijven op de individuele opleidingen, het leerpad voor de onboarding (eerste drie maanden van een nieuwe medewerker) en het leiderschapsprogramma. Verder wordt in 2023 volop aandacht besteed aan de leerlijn Omgevingswet en functiegerichte opleidingen zoals basistraining AWB, financiën voor niet financiële medewerkers en college- en raadsvoorstellen schrijven.  Tot slot zal een leerbeleid voor meerdere jaren opgesteld worden, om op deze manier kwaliteiten en ervaring in de organisatie optimaal in te zetten en doorlopend te ontwikkelen.

Human Resources

In lijn met het coalitieakkoord 'Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht' blijven we in 2023 inzetten op de vier genoemde pijlers om de organisatie weer 'in control' te brengen. Er wordt volop ingezet om de vacatures in te vullen met vaste medewerkers. Dit doen wij door de inzet van (eigen) recruiters, een attractieve werkenbijwebsite en een linkedIn recruiter seat om actief de arbeidsmarkt te benaderen. Voor moeilijk vervulbare vacatures wordt ook samengewerkt met externe bureaus. Daarnaast wordt ingezet op het terugdringen, maar ook het voorkomen van verzuim. Dit doen wij in partnership met de arbodienstverlening. We zetten welzijnsonderzoek in en gaan op basis daarvan in gesprek met medewerkers. Het koesteren van medewerkers, en daarmee ook het behouden van medewerkers, is één van de speerpunten van het management. Dit wordt verder ondersteund door (persoonlijke) ontwikkelmogelijkheden, informele activiteiten en het verbeteren van processen en de samenwerking tussen teams.  

Een van de uitgangspunten van Stichtse Vecht is een volledig digitale werkwijze. E-HRM sluit aan bij dit uitgangspunt; met e-HRM worden HRM processen geautomatiseerd, gedigitaliseerd, geoptimaliseerd en
vereenvoudigd. Managers, medewerkers en HRM hoeven zich minder te focussen op tijdrovende operationele zaken en kunnen daardoor meer tijd besteden aan hun kerntaken. Met een e-HRM oplossing stijgt het gebruikersgemak aanzienlijk, wordt de professionaliteit verhoogd en krijgen stakeholders meer autonomie. Dus draagt het bij aan het op orde brengen van de basis en modern werkgeverschap. In 2022 wordt het plan van aanpak opgesteld. In 2023 wordt gewerkt naar een overgang per 1 januari 2024. 

Loonsom organisatie

In de vergelijking met de primitieve begroting 2022 is de loonsom van de organisatie met € 1,4 miljoen gestegen door de CAO bijstelling (COA 2021-2023). Aangezien de CAO vanaf 2023 nog niet bekend is, is  verder voor 2023 de loonsom verhoogd met een voorlopige indexatie 2 % per jaar. 

Toerekende personeelskosten 2022 2023
Programma 1 16.207 17.136
Programma 2 1.072 1.198
Programma 3 9.358 9.466
Programma 4 9.048 9.414
Programma 5 2.048 2.285
Totaal toegerekende personeelskosten 37.733 39.499
Verdeling naar kostensoort
Loonsom organisatie 30.170 32.179
Loonsom overig 5.577 5.577
Indirecte personeelskosten 721 720
Inhuurbudget 1.265 1.023
Totaal personeelskosten per kostensoort 37.733 39.499
Verplichte indicatoren Rijk P/E Bron R2021 B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
Formatie per 1.000 inwoners P SV 6,4 6,3 6,2 6,2 6,1 6,1
Bezetting per 1.000 inwoners P SV 5,7 5,6 5,6 5,6 5,6 5,5
Apparaatskosten per inwoner P SV 306,0 308,0 324,5 320,1 323,3 323,7
Kosten externe inhuur als % van totale loonsom P SV 21,14% <10% <10% <10% <10% <10%
Totale kosten inhuur externen (*€ 1,000) P SV 1.047 1.265 1.024 938 838 838

‘Kosten inhuur externen’ in de begroting is het totaalbedrag van alle specifieke inhuurbudgetten. De kosten van inhuur externen ten laste van de loonsom zijn hierin niet meegenomen, omdat inhuur afhankelijk is van de ruimte binnen de loonsom. Dit verklaart ook het verschil tussen het bedrag bij de jaarrekening en de begroting.

Inkoop- en aanbesteding

Stichtse Vecht zet verder in op de doorontwikkeling van de inkoopfunctie binnen de gehele gemeente om in het belang van de inwoners doel- en rechtmatig in te kopen en contracten optimaal uit te nutten. Het doel voor 2023 is het inkoopproces verbeteren om de rechtmatigheid te verbeteren. Het duurzaam verbeteren van de inkoopfunctie en het inkoopproces volledig rechtmatig krijgen is een traject van meerdere jaren (in control statement). Hierbij worden de gemeentelijke speerpunten meegenomen; het stimuleren van lokale economie, Social Return (SROI), duurzaamheid en circulariteit. 

Dit betekent dat we een bezetting creëren die toereikend is om de gemeentelijke ambities te realiseren en de achterstanden in te lopen. We zetten activiteiten in op het vergroten van de bewustwording binnen de gehele organisatie van het belang van kwalitatief hoogwaardige inkoop conform wet- en regelgeving. Qua organisatie richten we een decentrale contractbeheer en -managent functie en decentrale inkoopplanning in met een regiefunctie voor het centrale inkoopteam. De samenwerking tussen verschillende rollen wordt geïntensiveerd.

Belangrijke speerpunten: de samenstelling van de inkoopbezetting met medewerkers in dienst van de gemeente, het implementeren van de nieuwe inkoopwerkwijze en het opzetten van de inkooporganisatie. 

Informatisering en Automatisering

Op grond van de in 2022 herijkte cloudstrategie continueren we het migreren van de resterende applicaties naar onze gemeentelijke cloud omgeving, uitgaande van ‘SAAS tenzij’.  Hiermee minimaliseren we de noodzaak tot hardware aanbestedingen en bijbehorende complexe migraties en kunnen we op termijn uiteindelijk het eigen datacentrum uitfaseren (doorlooptijd enkele jaren).  Gebruik van een gemeentelijke cloud omgeving minimaliseert het beheer van IT en maximaliseert de innovatiekracht van gemeente Stichtse Vecht.

We gaan de governance van de cloud verbeteren in samenwerking met de teams en applicatie-beheerders.  We gaan beleid opstellen voor het op een eenvoudige, veilige en verantwoorde manier in- en extern samenwerken. De basisregistraties en enkele kernregistraties zijn in het data- en integratieplatform ontsloten. 

Vanuit Geo-informatie richten we de integratie verder in met het loket van het Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO).  Ook breiden we de 3D-functionaliteit uit met digital twinning (virtueel tweelingmodel; een digitale replica om besluiten voor het echte proces op te baseren).

De implementatie van de nieuwe telefonieomgeving vindt plaats in december 2022-begin 2023.
We zetten moderne programmatuur en technieken in voor het inwinnen, verwerken en analyseren van data, in aanvulling op het datawarehouse.  Zo richten we een ‘data fabriek’ in waarmee ‘API verbindingen conform Common Ground (informatiekundige visie waarmee gemeenten collectief de informatievoorziening eenvoudiger, flexibeler en slimmer gaan inrichten) ’ gerealiseerd worden. We bieden steeds meer presentaties en dashboards aan de organisatie aan om zowel de grip op de actuele werkzaamheden te verbeteren als de beleidsontwikkeling te ondersteunen.

Informatiebeleid en –beheer

In 2021 en 2022 zijn een aantal belangrijke informatie beleidsdocumenten herijkt.  Implementatie hiervan vindt plaats door aansluiting op bestaande projecten voor het herijken van werkprocessen en/of systemen binnen de organisatie. Concreet betekent dit dat bij elke wijziging het proces volledig digitaal wordt ingericht, getoetst wordt aan actuele wetgeving en kwaliteitsnormen en keuzes en afspraken m.b.t. archivering vastgelegd worden. Ook wordt de bewaarstrategie aangevuld. In de bewaarstrategie worden de verschillende informatiebestanden van de organisatie benoemd met hun bewaarplek. 

De digitalisering van de bouwdossiers en overdracht aan het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) loopt nog enkele jaren door, naar verwachting tot en met 2028. Anticiperend op de nieuwe Archiefwet, zullen we eerder dossiers overdragen aan RHCVV dan onder de oude wet- en regelgeving gepland was. In 2023 vergt dat extra inspanning. Het e-depot (digitaal archief RHCVV) is in gebruik genomen en in 2022 en 2023 worden de eerste digitale archieven overgebracht.

Gegevensbescherming en informatiebeveiliging

De wereld om ons heen laat zien dat informatiebeveiliging en gegevensbescherming steeds belangrijker worden. Het beschermen van gegevens en in het bijzonder persoonsgegevens is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. We beschikken over een grote hoeveelheid data en persoonsgegevens. Inwoners vertrouwen er op dat wij hier zorgvuldig en betrouwbaar mee omgaan. Afgelopen jaren heeft de organisatie stappen gezet om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen en de normen uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

De BIO is het uitgangspunt voor informatiebeveiliging. Deze baseline bevat een set van verplichte organisatorische- en technische maatregelen om de weerbaarheid te versterken. Doordat we de organisatie actief gaan betrekken bij informatiebeveiliging en de BIO zal ook het informatiebeveiligingsbewustzijn worden verhoogd. Informatiebeveiliging is een doorlopend proces wat structureel onder de aandacht moet blijven.

Ondanks de stappen van afgelopen jaren zijn er ook voor 2023 aandachtspunten waaraan we werken. Het bevorderen van de bewustwording op het gebied van gegevensbescherming en informatieveiligheid. Het is verder noodzakelijk om meer zicht op gegevensverwerkingen met een hoog risico voor betrokkenen te krijgen, zodat de nodige maatregelen getroffen kunnen worden. Borging van privacy in de gemeentelijke processen en het actueel houden van het register van verwerkingen blijven belangrijke aandachtsgebieden. 

Door de toenemende kans op incidenten, inbreuken en uitval is het belangrijk om hierop voorbereid te zijn. De gemeente gaat het crisisplan herijken naar een gemeentebreed continuïteitsplan, onderzoeken of huidige maatregelen nog voldoen en nieuwe maatregelen invoeren. Minimaal jaarlijks wordt er controle en monitoring uitgevoerd op bestaande maatregelen en jaarlijks testen uitgevoerd op de ICT-infrastructuur en op het gebied van bewustzijn voor informatiebeveiliging en privacy.

Naast de AVG heeft de gemeente ook te maken met de Wet politiegegevens (Wpg). De Wpg is van toepassing op het verwerken van persoonsgegevens bij opsporingstaken van de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). De Wpg kent onder meer als verplichting om naast jaarlijkse interne audits op deelgebieden elke vier jaar een integrale audit door een externe auditor uit te laten voeren. In het laatste kwartaal van 2022 vindt voor het eerst de verplichte externe audit plaats. De aanbevelingen van de externe auditor gaan wij in 2023 en verder op basis van een verbeterplan effectueren.

Onderzoeksprogramma

De gemeente Stichtse Vecht kent verschillende onderzoeken met als doel daarvan te leren en werkwijzen te verbeteren. Dit betreft onder meer:

  • bijzondere onderzoeken zoals rechtmatigheidsonderzoeken;
  • artikel 213a-onderzoeken naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van beleid en bedrijfsvoering;
  •  overige audits, zoals de ENSIA, een periodieke IT-audit op de systemen en de jaarlijkse DigiD-audit.


Voor het doen van onderzoeken kent de gemeente de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Stichtse Vecht. In de verordening is de onderzoeksfrequentie, de manier waarop onderzoeken worden gepland en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd, vastgelegd. De verordening beoogt vooral het doen van zelfonderzoek. Gelet op het in het coalitie-akkoord aangegeven speerpunt om vanaf 2023 het fundament op orde en de organisatie weer 'in control' te brengen zijn er, behoudens de reguliere jaarlijkse onderzoeken en audits zoals de ENSIA, DigiD- audit en rechtmatigheidsonderzoeken/VIC's, voor 2023 geen aanvullende onderzoeken gepland.

Overheadkosten 2023

Overheadkosten 2023
Bedrijfsvoering
Huisvesting organisatie 709.203
Interne dienstverlening 590.635
Bestuurlijke en juridische zaken 571.683
Financiën en control 162.767
Data en informatiemanagement 4.275.763
Mens en organisatie 1.531.897
Bedrijfsvoering samenleving 52.541
Totaal bedrijfsvoering 7.894.489
Personeelslasten
Loonsom overhead 12.615.486
Indirecte personeelslasten 746.639
Totaal personeelslasten (loonkosten) 13.362.125
Totaal 21.256.614

Verbonden partijen

Inleiding

Gemeenten voeren steeds meer taken in samenwerkingsverbanden met andere partijen uit. Deze paragraaf gaat in op de samenwerking in de vorm van verbonden partijen. 

Kader verbonden partijen 
Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Met een verbonden partij zet de gemeente Stichtse Vecht één of meerdere taken op afstand. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van een verbonden partij of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Voorbeelden hiervan zijn het aandelenbelang van de gemeente in een vennootschap of een financiële bijdrage aan een gemeenschappelijke regeling.

Het kader rondom verbonden partijen is vastgelegd in de nota Verbonden partijen. In de nota zijn beleidsuitgangspunten voor het samenwerken in verbonden partijen rondom verbonden partijen opgenomen. Aan de basis voor het samenwerken met verbonden partijen staat de vraag hoeveel invloed de gemeente (nog) wil uitoefenen. De uitgangspunten horen bij drie verschillende fasen die een verbonden partij kent:

  1. Oprichtings- of intentionele fase: in deze fase komen vragen aan de orde als 'wanneer wordt een verbonden partij opgericht? En in welke vorm?’
  2. Uitvoerende fase: In de uitvoerende fase toetst de gemeente periodiek of de beleidsuitgangspunten nog van toepassing zijn. 
  3. Evaluatiefase: in deze fase wordt ingegaan op de vraag of de verbonden partij nog wel het doel dient waarvoor zij is ingesteld en/of dat er een aanpassing in de samenwerking moet worden aangebracht. Er zijn gemeenten die elke collegeperiode alle verbonden partijen evalueren, voor Stichtse Vecht lijkt er gelet op de verbonden partijen waarin wordt deelgenomen (deels wettelijk verplichte of provinciebrede partijen) minder noodzaak voor een vierjaarlijkse afweging.  Indien uit de ervaringen of een risicoscan zou blijken dat deelname aan een verbonden partij opnieuw moet worden overwogen, dan geniet onmiddellijke actie de voorkeur.

     

Verbonden partijen kunnen in twee categorieën verdeeld worden: de publiekrechtelijke en de privaatrechtelijke vorm. De publiekrechtelijke vorm is een samenwerkingsverband dat gebaseerd is op de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze vorm heeft een eigen algemeen bestuur. De deelnemende gemeenten benoemen de leden van dat bestuur. Het algemeen bestuur benoemt het dagelijks bestuur. Verder behandelt de gemeenteraad de kadernota’s, begrotingen en jaarrekeningen van de gemeenschappelijke regelingen.

Naast samenwerking binnen verschillende gemeenschappelijke regelingen kent de gemeente Stichtse Vecht ook privaatrechtelijke verbonden partijen zoals vennootschappen en stichtingen. Ook deze partijen komen in deze paragraaf aan de orde.  

Ontwikkelingen verbonden partijen
Op de programma’s zijn de verbonden partijen opgenomen die bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente. In deze paragraaf komen het algemeen belang en de voorgeschreven (financiële) gegevens op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) per verbonden partij aan de orde. Daarbij zijn eerst beknopt het doel en, voor zover van toepassing, relevante ontwikkelingen per partij beschreven, waarna een overzicht met de gegevens volgens de BBV volgt. Indien sprake is van materiële risico’s die niet of onvoldoende door een verbonden partij zelf met maatregelen zijn ondervangen, hebben wij deze meegenomen in paragraaf 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. 

Overzicht verbonden partijen

1.1 Gemeenschappelijke Regelingen

A-categorie
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2
Binnen de VRU werken de 26 Utrechtse gemeenten samen op het gebied van brandweerzorg, (gemeentelijke) crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening om zo te komen tot een veiligere regio Utrecht. Nadere toelichting over de majeure projecten is te vinden in programma 2 Veiligheid. 

Plassenschap Loosdrecht e.o. – Programma 3
De deelnemers van het Plassenschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners- en bezoekers van de regio. Deze opgave staat onder druk. De uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland is niet in control. De aanleiding hiervoor is te vinden in de complexe samenwerkingsvorm en onvolledige managementinformatie. Hierom is medio 2022 besloten de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland op te heffen en met gebiedsgemeente Wijdemeren een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan als nieuwe uitvoeringsorganisatie. De uitwerking van deze samenwerking heeft in de 2e helft van 2022 plaats en moet per 1 januari 2023 zijn voltooid en in werking zijn.

Recreatieschap Stichtse Groenlanden – Programma 3
De deelnemers van het recreatieschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners- en bezoekers van de regio. Deze opgave staat onder druk. De uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland is niet in control. De aanleiding hiervoor is te vinden in de complexe samenwerkingsvorm en onvolledige managementinformatie. Hierom is medio 2022 besloten de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland op te heffen en met Staatsbosbeheer een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan als nieuwe uitvoeringsorganisatie. De uitwerking van deze samenwerking heeft in de 2e helft van 2022 plaats en moet per 1 januari 2023 zijn voltooid en in werking zijn.   

Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) – Programma 3
De Omgevingsdienst Regio Utrecht voert voor 15 gemeenten adviserende en uitvoerende taken uit op de gebieden van omgeving, milieu en duurzaamheid. Een van de belangrijkste ontwikkelingen is de geplande inwerkingtreding in 2023 van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouwen. Daarnaast gaat ODRU verder met het traject om een verdere kostenbesparing te bewerkstellingen door onder andere de vaste bezetting te verhogen en inhuur te verminderen.

GGD regio Utrecht (GGDrU) – Programma 4
Het doel van de GGDrU is het bevorderen van de Volksgezondheid en het voorkomen van ziekten door het verrichten van preventieve interventies. In 2023 gaat de GGDrU verder met het implementeren van het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg en met het uitvoeren van het ombuigingsplan om de basis op orde te krijgen.

Verbonden Partijen – A-categorie (bedragen x € 1.000,-)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen vermogen (begin ‘23 - eind ‘23) Vreemd vermogen (begin ‘23 - eind ‘23) Financieel resultaat (eind 2023) Bijdrage SV 2023
Veiligheidsregio (VRU) Burgemeester AB: stemrecht steminvloed 6% € 10.542 € 81.881 € 0 € 3.951
Aandeel in totale begroting: 4,5% € 8.044 € 76.908
Plassenschap Loosdrecht e.o. 1) Collegelid, Raadsleden AB en DB: stemrecht Steminvloed: 20% € 1.448 - € 2.606 - € 410 € 246
Aandeel in totale begroting: 18% € 1.448 € 2.606
Recreatieschap Stichtse Groenlanden 1) Raadslid, Collegelid AB en DB: stemrecht Steminvloed 12% € 4.789 - € 3.563 - € 1.108 € 165
Aandeel in totale begroting: 5,5% € 4.789 € 3.563
Omgevingsdienst Regio Utrecht (OdrU) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% € 766 - € 2.707 - € 0 € 1.568
Aandeel in totale begroting: 10,3% € 766 € 2.660
GGD regio Utrecht (GGDrU) Collegelid AB: stemrecht steminvloed 6% € 2.844 € 14.972 € 0 € 2.646
Aandeel in totale begroting: 5,2% € 2.647 € 14.627
1) betreft gegevens begroting 2022. De recreatieschappen hebben bij het Ministerie uitstel aangevraagd voor de begroting 2023 in verband met de liquidatie van RMN.

1.2 Gemeenschappelijke Regelingen

B-categorie

Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) – Programma 5
Het RHCVV heeft een tweeledig doel, te weten (1) archiefwettelijke taken die ze uitvoert voor de aangesloten gemeenten en (2) het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties. Het RHCVV continueert in 2023 de inhoudelijke beleidskeuzes uit de businesscase 2018 en de beleidsvisie 2020-2024. Het RHCVV heeft daarbij de volgende focus: 
•    archiefwettelijke taken die ze uitvoert voor de aangesloten gemeenten
•    het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties.
•    de kanteling naar het archiveren en beheren van digitale informatie
•    nieuwe (archief)wetgeving implementeren
•    verkorting van de overbrengingstermijn realiseren.
Door fusie met Amsterdam, treedt de gemeente Weesp per 2023 uit de gemeenschappelijke regeling. Dit was aanleiding om te onderzoeken hoe voortzetting van een robuust RHCVV als GR met drie deelnemende gemeenten er voor de lange termijn uit ziet. Hiervoor is een onderzoeksopdracht uitgezet. De uitkomsten hiervan zullen ter besluitvorming worden voorgelegd aan de bestuurlijke organisaties van de gemeenten, naar verwachting in Q1 2023.

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) – Programma 3
De AVU is sinds 1984 de regie- en kennisorganisatie voor de duurzame en kosteneffectieve verwerking van door de Utrechtse gemeenten bij huishoudens ingezamelde afvalstromen. 
•    Daar waar inzameling en transport van afvalstoffen door de AVU aan derden is uitbesteed, zullen contracten tijdig worden aanbesteed. Indien deze activiteiten middels dienstverlenings-overeenkomsten worden verzorgd, zal de AVU ook deze overeenkomsten tijdig en in overleg met de partners verlengen. 
•    De AVU draagt zorg voor de tijdige aanbesteding van de verwerkingscontracten van de aan de AVU in beheer overgedragen afvalstromen. 
•    Er worden voor 2023 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent de afvaldeelstromen die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de begroting.

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) – Programma 1
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De BghU heft en int belastingen namens haar deelnemers en stelt de hoogte van de WOZ-waarden vast voor alle onroerende zaken in deze gemeenten.

Verbonden Partijen – B-categorie (bedragen x € 1.000)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘23 - eind ‘23) Vreemd vermogen (begin ‘23 - eind ‘23) Financieel resultaat (eind 2023) Bijdrage SV 2023 Niet ondervangen risico’s
Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen 1) Burgemeester AB: stemrecht Steminvloed 33,3% € 527 - € 250 - € 0 € 554 De gemeente Weesp treedt per 31-12-2022 uit de gemeen-schappelijke regeling. De financiële gevolgen zijn bij het opmaken van de begroting 2023 nog niet bekend. Een  onderzoek naar mogelijke scenario’s loopt.
Aandeel in totale begroting: 42,3% € 383 € 250
Afval Verwijdering Utrecht (AVU) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% € 350 - € 14.905 - € 0 € 2.624 -
Aandeel in totale begroting: 5,5 % € 350 € 14.905
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Collegelid DB: stemrecht Steminvloed 6% € 381 - € 5.919 - € 0 € 1.005 -
Aandeel in totale begroting: 6% € 381 € 5.919
1) Het eigen vermogen van het RHC is ten opzichte van 2022 sterk toegenomen door de verwerking van de uittredingsvergoeding van de gemeente Weesp per 2023.

2. Vennootschappen en coöperaties

NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) – Programma 1
De NV Bank Nederlandse Gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank verstrekt krediet tegen lage tarieven waarmee de bank duurzaam bijdraagt aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger, c.q. duurzaam bijdraagt aan de publieke taak. De gemeente Stichtse Vecht bezit 29.523 aandelen in BNG.

Vitens – Programma 5
Het winnen, produceren, distribueren en leveren van drinkwater is de primaire taak van Vitens. Klanten kunnen vertrouwen op de leveringszekerheid van drinkwater, een optimale kwaliteit en een zo laag mogelijke prijs (Vitens heeft de laagste drinkwaterprijs van Nederland). Vitens staat de komende jaren voor een grote investeringsopgave. De investeringen zijn hoofzakelijk gericht op leveringszekerheid nu en in de toekomst van voldoende en schoon drinkwater. De gemeente Stichtse  Vecht is aandeelhouder en bezit 58.097 aandelen Vitens (1% van het totaal). 

Verbonden Partijen – Vennootschappen (bedragen in miljoen €)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘23 – eind ‘23) Vreemd vermogen Financieel resultaat (eind 2023) Bijdrage SV 2023
(begin ‘23– eind ‘23)
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) 1) Collegelid Stemrecht als aandeelhouder € 5.097 - € 5.062 € 155.262 - € 143.995 € 236 0
Netto winst
Vitens 2) Collegelid Stemrecht als aandeelhouder € 625,20 - € 1.462,10 - € 36,10 0
(Stichtse Vecht heeft 58.097 aandelen dit 1% van het totaal) € 666,30 € 1.550,10
1) Geen begroting 2023. Cijfers komen uit Jaarverslag 2021
2) Geen begroting 2023. Cijfers komen uit Financiële projectie Vitens 2022-2024 (najaar 2021).

3 Stichtingen en verenigingen

Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) – Programma 3
De doelstelling van Stichting MEC betreft het organiseren van Natuur en Milieu Educatieactiviteiten in de gemeente Stichtse Vecht, met als belangrijkste doelgroep het basisonderwijs. Activiteiten en samenwerkingen die vanuit het MEC Maarssen plaatsvinden, staan opgenomen in nieuwsbrieven en op de website van de OdrU. Er worden door de OdrU onder andere leskisten samengesteld waarmee de basisscholen lessen op het gebied van Natuur- en Milieu-educatie kunnen geven. Daarnaast worden tentoonstellingen gehouden en excursies georganiseerd.

Stichting Urgentie commissie West Utrecht (SUWU) – Programma 3
De SUWU is een gemeenschappelijke regeling van zes gemeenten in de regio Utrecht West met als doel het beslissen op ingediende aanvragen voor een woonurgentie in het kader van de Huisvestingsverordening. In 2022 heeft de stichting 117 urgentie aanvragen voor de deelnemers afgehandeld. Dat is een forse stijging ten opzichte van 2021, toen waren er nog 72 urgentie aanvragen. De stijging werd vooral veroorzaakt door meer aanvragen in het kader van relatie beëindiging en medische urgenties. De verwachting op dit moment is dat de toename in aanvragen een incidentele toename betrof. 

Verbonden partijen - Stichtingen (bedragen x € 1.000)
Naam Vertegenwoordiging Bevoegdheid Eigen vermogen (begin ‘23 – eind ‘23) Vreemd vermogen Financieel resultaat (eind 2023) Bijdrage SV 2023
(begin ‘23 – eind ‘23)
Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) Collegelid Voorzitter Steminvloed 40% € 93 - € 2 - € 10 Maakt deel uit van de bijdrage aan OdrU
€ 103 € 2
Stichting Urgentieverlening West Utrecht 1) Collegelid Stemrecht in AB € 17 € -4 € 20
€ 13
1) Geen begroting. Het betreft gegevens over 2022.

Grondbeleid

Inleiding

In de verplichte paragraaf Grondbeleid komt elk jaar aan bod hoe onze gemeente het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. Daarnaast wordt in deze paragraaf de grondprijzenbrief voor komend jaar vastgesteld.

Nota grondbeleid

In de Nota grondbeleid staan de beleidsuitgangspunten van het grondbeleid. Het uitgangspunt hierbij is om niet te kiezen voor één bepaalde vorm van grondbeleid, maar dit per locatie of project te bezien. Per project maken we de afweging of de wij de grond zelf in ontwikkeling nemen of dat we de afwikkeling gedeeltelijk dan wel geheel overlaten aan een marktpartij. Hiervoor is een afwegingskader geschreven, waarin we beoordelen of het initiatief wenselijk is, of het financieel haalbaar is, of de financiële risico’s ten opzichte van de financiële middelen acceptabel zijn en of voldoende kennis en capaciteit binnen de onze gemeente beschikbaar is.

Wij kiezen ten aanzien van het te voeren grondbeleid voor maatwerk en marktwerking. In de praktijk betekent dit dat wij overwegend een faciliterend grondbeleid voeren.

Algemene reserve grondexploitatie

Een eventueel batig saldo van de grondexploitatie voegen we bij afsluiting toe aan de Algemene reserve grondexploitatie. Bij voorzienbare tekorten treffen we een voorziening. In principe wordt de gehele winst van een grondexploitatie genomen bij afsluiting van de grondexploitatie, tenzij het mogelijk is om op verantwoorde wijze al vooruitlopend op de afsluiting een deel winst te nemen. Voorwaarde is dat daadwerkelijk sprake is van gerealiseerde winsten in de grondexploitatie en dat we die uit oogpunt van verantwoorde bedrijfsvoering (rekening houdend met nog te realiseren kosten en opbrengsten) ook opnemen. Daarbij volgen we de standpunten zoals opgenomen in de Notitie BBV grondexploitatie 2019 over tussentijdse winstneming.

Als college hebben wij de bevoegdheid om een werkbudget uit de Algemene reserve grondexploitatie aan te wenden voor de eerste plan- en onderzoekskosten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Na het operationeel verklaren van het betreffende project met de vaststelling van de grondexploitatie brengen we de kosten ten laste van de grondexploitatie en vloeien de eerder anticiperend uitgegeven gelden vanuit de grondexploitatie terug naar de reserve grondexploitatie. De omvang van de Algemene reserve grondexploitatie is vastgesteld op minimaal € 200.000 en maximaal € 600.000. Indien het saldo van de reserve grondexploitatie hoger is, romen we de waarde af naar de Algemene reserve, en als het saldo lager is, vullen we het aan vanuit de Algemene reserve

Risicobeheersing

Grondexploitatie is een risicodragende activiteit, die vraagt om adequate analyse en beheersing van deze risico’s. Bij het opstellen van een exploitatieberekening stellen we daarom ook een risicoanalyse op. Bij de jaarlijkse actualisering van de exploitatieberekening actualiseren we ook de risicoanalyse.
Een financieel uitgangspunt bij grondexploitaties is het realiseren van een sluitende exploitatie, waarin alle kosten worden verhaald op het project.

Grondexploitaties

Vastgestelde grondexploitaties:

Haarrijnweg 5 te Maarssen
We onderzoeken of het mogelijk is om woningen te bouwen aan de Haarrijnweg 5 in Maarssenbroek. Op deze locatie zat tot begin 2016 een dierenpension. In overleg met omwonenden willen we op deze locatie een woningbouwproject ontwikkelen. Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad het stedenbouwkundig plan en de ontwikkelstrategie vastgesteld. Ook is een grondexploitatie geopend voor de uitvoering van dit plan. Bij het ontwikkelen van woningen aan de Haarrijnweg 5 gaan we uit van:

  • grondgebonden woningen (toegankelijk vanaf het straatniveau)
  • 17 woningen op deze locatie
  • 6 woningen in de sociale huur voor de doelgroep maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW)
  • 7 (huur)woningen voor middeninkomen
  • 4 woningen voor de verkoop in het vrije segment

Samen met de betrokken partijen en omwonenden is een beeldkwaliteitsplan voor de woningen uitgewerkt. We bereiden ook een wijzigingsplan voor deze ontwikkeling voor. Het wijzigingsplan wordt aan het college van B&W ter goedkeuring voorgelegd, zodat daarna de aanbesteding voor het bouwrijp maken van het gehele terrein in gang kan worden gezet.

Fetha 3, 14 en 16 te Vreeland
Het gezondheidscentrum van de STAG, het dorpshuis in Vreeland en de gymzaal aan de Fetha 3, 14 en 16 zijn sterk verouderd en niet duurzaam. De gemeente wil deze gebouwen graag onderbrengen in een nieuw multifunctioneel centrum. Ook is er ruimte om 5 woningen aan de woningvoorraad toe te voegen op de plek waar het huidige STAG gebouw staat. De gemeente onderzoekt, samen met omwonenden, de mogelijkheden voor nieuwbouw op deze locatie. De gemeenteraad heeft in juni 2022 het conceptontwerp vastgesteld en een extra voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld om het conceptontwerp verder uit te werken tot een definitief ontwerp. In juli 2022 is de grondexploitatie voor deze planontwikkeling door de gemeenteraad akkoord bevonden. 

Zodra het definitieve ontwerp en de grondexploitatie gereed zijn worden deze opnieuw aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling, waarna gestart kan worden met de planologische procedure. 

Harmonieplein Maarssen
Voor de gebiedsontwikkeling Harmonieplein is een stedenbouwkundig plan vastgesteld. Dit gaat uit van realisatie van een aantrekkelijk dorpsplein voor Maarssen-dorp met levendige functies. Daaromheen worden drie deelplannen ontwikkeld. Deelplan Zuid betreft woningbouw en is eigendom van een ontwikkelaar. Deelplan Kindcentrum zorgt voor huisvesting van twee scholen, een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal en BSO. Deelplan Noord is eigendom van ons en bestaat uit woningbouw op de verdieping en horeca en maatschappelijke voorzieningen in de plint. In het plan wordt gezocht naar een goede oplossing voor verkeersafwikkeling en voldoende parkeerplaatsen. Binnen de voorliggende grondexploitatie van de gebiedsontwikkeling Harmonieplein zijn de voorbereidingskosten, de inbrengwaarde van de bibliotheek en de inrichting van de openbare ruimte binnen het plangebied gedekt met opbrengsten uit de woningen en appartementen in de ontwikkeling.

Voor de gebiedsontwikkeling worden drie afzonderlijke bestemmingsplannen gemaakt. Twee van de drie plannen zijn in 2020 in procedure gebracht. Deze twee bestemmingsplannen hebben we opgesteld in samenspraak met de klankbordgroep. Het bestemmingsplan Kindcentrum is in 2021 vastgesteld en onherroepelijk geworden. De omgevingsvergunning voor de bouw is verleend en naar verwachting is begin 2022 gestart met de bouw. Het bestemmingsplan Zuidblok verwachten we in het najaar voor besluitvorming aan de raad aan te bieden. Vervolgens  is het de bedoeling om het noordblok aan te besteden. Uit de aanbesteding moet een ontwikkelaar volgen die een plan maakt voor het noordblok. Daarnaast doorlopen we het participatietraject voor een ontwerp van de openbare ruimte.

Veenkluit te Tienhoven
Dit project betreft het herhuisvesten van dorpshuis De Veenkluit en de gymzaal naar het naastgelegen leegstaande onderwijsgebouw en het herinrichten van het openbaar gebied eromheen. De vrijgekomen locatie van het dorpshuis wordt herontwikkeld tot zeven woningen. Dit geeft inkomsten vanuit grondverkoop aan de grondexploitatie en moet voor de gehele herontwikkeling leiden tot een budgetneutraal resultaat.

Het huidige dorpshuis en de gymzaal zijn in eigendom van de Stichting Dorpshuis Tienhoven/Oud-Maarsseveen e.o. en moeten verworven worden. De stichting investeert dit bedrag weer in de nieuwbouw van voorheen OBS ’t Palet naar een nieuw dorpshuis. De overige kosten bestaan voornamelijk uit bouwkosten en plankosten. De opbrengsten bestaan vooral uit grondverkoop aan een ontwikkelaar en bijdragen vanuit Onderwijs en het dorpshuis zelf. Op 1 juli 2020 heeft uw raad ingestemd met een nieuwbouwvariant van het dorpshuis en de gymzaal. De planologische procedure om te komen tot een nieuw bestemmingsplan is  afgerond en de aanbesteding voor de bouw zal worden opgestart.

Afvalscheidingsstation te Breukelen 
In het tweede kwartaal van 2022 heeft de gemeenteraad de nieuwe locatie voor het Afvalscheidingsstation vastgesteld en krediet vrijgemaakt. Het betekent dat een grondexploitatie is geopend waarmee het eerder verstrekte voorbereidingskrediet is verrekend. In 2022 is de wijziging van de bestemmingsplanprocedure in gang gezet. De grond waar het Afvalscheidingsstation met nevenfuncties wordt gerealiseerd zal worden voorbelast, zo ook het perceel waar de nieuwe infrastructuur komt te liggen. De huidige Corridor wordt op een aantal punten aangepast in het kader van een betere sociale- en verkeerskundige veiligheid.
De milieustraat, gemeentewerf, Kansis Groen, Circulair Ambachtscentrum worden allen uitgewerkt in een ontwerp + bestek. Zowel het ontwerpproces als de bestemmingsplanprocedure zal ongeveer een jaar in beslag nemen. Tegelijkertijd start de voorbelasting van de percelen. Eind 2023 kan naar verwachting gestart worden met de bouw waarna oplevering in het laatste kwartaal van 2024 staat gepland. 

Grondexploitaties administratief geopend:

Hieronder volgt een opsomming van de grondexploitaties die administratief zijn geopend. Hiervoor is nog geen bestemmingsplan vastgesteld voor de gewijzigde bestemming.

Kuyperstraat te Maarssen
Deze ontwikkellocatie ligt aan de Kuyperstraat in Maarssen. In het plangebied heeft de Kardinaal Alfrinkschool gestaan. Doordat de functie schoollocatie is komen te vervallen hebben wij plannen om deze locatie te ontwikkelen tot woningbouwlocatie met als uitgangspunt sociale huur. Voor de Kuyperstraat wordt op basis van een eerder door uw raad genomen realisatiebesluit met Portaal verder gewerkt aan de planontwikkeling. Die wordt planologisch verankerd in een bestemmingsplan waarvan de procedure wordt doorlopen. Start van de bestemmingsplanprocedure is uitgesteld door zgn Didamarrest. Het college zal in het laatste kwartaal 2022 een besluit inzake arrest nemen waarna de bestemmingsplanprocedure kan starten. Afspraken worden met Portaal vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
Voor het bredere plangebied ‘Atlantische buurt’ wordt met inzet van externe expertise en met subsidie van de provincie Utrecht gewerkt aan een concretisering van de door uw raad vastgestelde gebiedsvisie. In december dit jaar willen wij de stedenbouwkundige kaders voor Atlantische Buurt aan uw raad voorleggen.

Zogwetering te Maarssen
Eind januari 2019 heeft uw raad een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeente (Wvg) opgelegd op de percelen van de rioolwaterzuivering en een perceel van een particulier aan de Machinekade in Maarssen. In 2019 zijn we een participatietraject met bewoners gestart om te komen tot een nota van uitgangspunten. Wij hebben de Concept-structuurvisie vastgesteld en ter inzage gelegd. In Q4 van 2021 is de Concept-structuurvisie ter vaststelling aangeboden aan uw raad en unaniem vastgesteld. Op basis van de structuurvisie brengen we de verwachte opbrengsten en kosten in beeld en verwerken we die in een grondexploitatie.

Overige ontwikkellocaties:

Hieronder volgt een opsomming van de overige ontwikkellocaties. Voor deze locaties is nog geen bestemmingsplan vastgesteld voor de gewijzigde bestemming.

’t Kockenest Kockengen 
De voormalige basisschool ’t Kockenest ligt aan de Koningin Julianaweg en de Prinses Margrietweg in Kockengen. Doordat de schoolfunctie met het vertrek van de basisschool is komen te vervallen, komt deze locatie in aanmerking voor herontwikkeling tot woningbouwlocatie. Eind 2016 is het voormalige schoolgebouw gesloopt. Woningstichting Vecht en Omstreken heeft plannen voor een appartementencomplex in de sociale huursector op deze locatie. De woningstichting is momenteel bezig met participatie met de omgeving. Vervolgens zal in overleg met de gemeente gekeken worden wanneer de RO procedure gestart kan worden. 

Daalse Hoek Maarssen
De Daalse Hoek bestaat uit grond en opstallen die in eigendom zijn van onze gemeente. De gebouwen die op de Daalse Hoek staan, zijn technisch en esthetisch verouderd. In 2019 hebben we grond en opstallen van stichting Reinaerde aangekocht, waarna één van de verouderde schoolgebouwen is gesloopt. Ook KBS De Pionier en de gymzaal zijn onderdeel van het plangebied.
In 2018 is een stedenbouwkundig plan in bestuurlijke procedure gebracht. Er bleek onvoldoende draagvlak te zijn voor dit plan, voornamelijk vanwege bezwaren van omwonenden met betrekking tot de geluidsimpact van de nieuw te bouwen school. Begin 2022 is besloten een tweede locatie voor De Pionier op te nemen in het stedenbouwkundige plan van Zuilense Vecht. Het betekent dat de nieuw te bouwen school op Daalse Hoek kleiner wordt. Als er voldoende capaciteit is, wordt een nieuw stedenbouwkundig plan voor Daalse Hoek opgezet waarin ook middenhuur een plaats krijgt. Het project ligt momenteel stil vanwege het ontbreken van personeel.

Zuilense Vecht te Maarssen
In opdracht van de gemeenten Utrecht en Stichtse Vecht is een gebiedsvisie opgesteld voor Sportief Park Zuilense Vecht. Op 6 maart 2018 heeft uw raad deze Gebiedsvisie Zuilense Vecht vastgesteld. Door een open, groene verbinding te maken in samenhang met de omliggende buurten kunnen we een nieuwe groenstructuur creëren, die bijdraagt aan de groeiende behoefte aan sporten, bewegen en recreëren (ook buiten verenigingsverband om) en aan de ontmoetingsfunctie. De min of meer verouderde sportparken die we nu monofunctioneel gebruiken, richten we compacter, toekomstbestendig en multifunctioneel in. We voegen woningen toe, buiten de rode contour, vanwege de behoefte hieraan, om de bestaande wijken te verbinden en om de plannen financieel mogelijk te maken. Woningbouw is geen doel op zich, maar een afgeleide van de wens het sportpark te moderniseren.

De provincie keurt dit bouwen buiten de rode contour alleen goed als aan de voorwaarde wordt voldaan dat er naast een modern sportpark óók de genoemde kwalitatief goede verbinding komt tussen de beide gemeenten. Als dat niet gebeurt, en we bezuinigen op de kwaliteit van lint en sport, werkt men niet mee aan het bouwen buiten de rode contour.

Een extern stedenbouwkundig bureau heeft voor beide gemeenten de Gebiedsvisie uitgewerkt tot een maatvast Gebiedsplan. Hierin wordt inzicht gegeven in het uiteindelijke woningbouwprogramma, de kosten en opbrengsten en de gemeenschappelijke ruimtelijke uitgangspunten voor de hoofdonderdelen Sportief park, het lint en de woningbouwvlekken.

In het Gebiedsplan is het gebied uitgewerkt tot een samenhangend geheel. Het gebied vormt zowel een groene buffer als een aantrekkelijke verbinding tussen beide gemeenten. Het sportieve park wordt open en toegankelijk gemaakt. De nieuwe woongebieden sluiten op een vanzelfsprekende manier aan op de bestaande bebouwing én op het sportieve park en vormen zo een sociale en ruimtelijke schakel. Het Gebiedsplan bevat een nieuwe langzaamverkeerverbinding met voorzieningen voor sport, spel en ontmoeting. In het Gebiedsplan is duurzaamheid een speerpunt: het gaat hier om energie, materiaalgebruik en ecologie.

De hoofdlijnen en leidende principes van het Gebiedsplan zijn uitgewerkt in een Stedenbouwkundig plan van eisen (SPvE) en een Inrichtingsplan van eisen (IPvE). Het SPvE en IPvE zijn door uw raad inmiddels vastgesteld.
Om het Gebiedsplan te kunnen realiseren moeten de geldende bestemmingsplannen in zowel Stichtse Vecht als Utrecht herzien worden. Het uitgangspunt is dat Stichtse Vecht en Utrecht gezamenlijk en gelijktijdig de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Elke gemeente stelt voor haar eigen grondgebied een nieuw bestemmingsplan vast.

Eén project in twee gemeenten vereist de nodige afstemming; de gemeenten moeten zorgen voor uniforme bestemmingsplannen waarin ze gebruikmaken van dezelfde planregels en plantoelichting. Bij het herzien van de bestemmingsplannen volgen we de gebruikelijke procedure van de Wet ruimtelijke ordening. In 2023 zal het bestemmingsplan aan uw raad voor vaststelling worden aangebonden. 

In 2023 zal onder andere ook de aanbesteding voor de realisatie van het sportieve park worden voorbereid, de aanbesteding voor concessiehouder voor het warmtesysteem worden afgerond en de tender voor de woningbouwlocatie worden voorbereid. 

Planetenbaan – Het kwadrant
Op 3 juni 2020 heeft uw raad het stedenbouwkundig kader en randvoorwaarden Planetenbaan en Het Kwadrant vastgesteld. Dit kader en randvoorwaarden bieden de basis voor verdere uitwerking van een nieuw op te stellen bestemmingsplan en PlanMER (milieu-effectrapportage). Hiervoor volgen we de gebruikelijke procedures van de Wet op de ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer.
De gemeente heeft zelf geen grondeigendom in het plangebied met uitzondering van de openbare ruimte tussen de deelgebieden. Met initiatiefnemers zijn gesprekken gaande over de stedenbouwkundige invulling, het programma, de juridische contracten en het bijdragen aan het gebiedsfonds voor de integrale ontwikkeling van Planetenbaan en Het Kwadrant.

Naar verwachting wordt het ontwerp bestemmingsplan voor 1 januari 2023 ter inzage gelegd. En bieden we het bestemmingsplan en PlanMER in Q2 2023 voor vaststelling aan uw raad aan.

Haagstede
In maart 2022 is een Allonge gesloten tussen Gemeente Stichtse Vecht en de projectontwikkelaar van Haagstede. Hiermee zijn de projectkaders opnieuw met de ontwikkelaar overeengekomen. Het projectgebied is verdeeld in fase A (139 woningen) en B (16 woningen). In het vervolg van 2022 is de voorbereiding uitgewerkt en in 2023 wordt gestart met de realisatie van fase A van dit woningbouw project. De eerste woningen en bijbehorend openbaargebied, worden naar verwachting in 2024 opgeleverd. Zodra de Maarssenbroekseslag  aan de openbaarheid wordt onttrokken, worden de overige 16 woningen uit fase B gerealiseerd. Hiermee realiseert de gemeente haar grondopbrengsten van voor dit gebied. Echter is de realisatie van deze fase van veel factoren afhankelijk en kan nog niet met zekerheid gezegd worden of en wanneer deze gerealiseerd zal worden. 

Nieuwbouw Broeckland College
Eind 2021 is door het college van B&W besloten om het nieuwe Broeckland College op haar huidige locatie opnieuw op te bouwen. De sloop van het huidige gebouw wordt verwacht in Q1 2023. De verwachting is dat er vanaf Q2 2023 gestart zal worden met de bouw van de nieuwe school, deze periode zal doorlopen tot Q3 2024. Om de leerlingen tijdens de bouwperiode te kunnen huisvesten, zal er vanaf Q1 2023 gebruik worden gemaakt van tijdelijke huisvestinglocaties; op handbalveld 2 van HV Nijenrodes in Breukelen en deels op het huidige schoolplein. 

Meerjarenplanning
De onderstaande tabel geeft inzicht in de geprognosticeerde totale cashflows van opbrengsten en kosten (rode staven) en in het totale resultaat (blauwe lijn) van de grondexploitaties over meerdere jaren.



Grondprijzenbrief

Met de vaststelling van de grondprijzenbrief leggen wij de manier van grondprijsbepaling vast, vaste prijzen voor sociale woningbouw, niet-commerciële voorzieningen en snippergroen. Daarnaast nemen we de tarieven voor kostenverhaal en kostencategorieën mee. De grondprijzenbrief is onderdeel van de Nota grondbeleid en wordt jaarlijks geactualiseerd in de paragraaf Grondbeleid van de begroting.  

Type Methode van grondprijsbepaling Prijs
Projectmatig woningbouw Residuele grondwaarde met als ondergrens minimale grondquote van 25%
Vrije kavels Per locatie bepaald
Kavels ten behoeve van de sociale huur Kavels worden vrij van opstallen en verharding opgeleverd. Kabels, leidingen en groen worden verwijderd. De grond wordt schoon naar functie geleverd. Dit betekent dat uit bodemonderzoek blijkt dat de bodemgesteldheid geschikt is voor de functie. Daarnaast wordt vooraf bij verdachte locaties een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De ambtelijke uren (plankosten) voor de bestemmingsplanprocedure zijn in de kavelprijs verwerkt. Op de grondprijzen voor sociale woningbouw wordt de methodiek van de stapelings- of hoogtefactor toegepast. Het aantal woonlagen bepaalt de hoogtefactor voor het geheel.
Kavels voor sociale huurwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 met een maandhuur tot lage aftoppingsgrens € 17.500,-- per kavel
Kavels voor sociale huurwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 met een maandhuur tot hoge aftoppingsgrens € 18.500,-- per kavel
Sociale huurwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 met een maandhuur tot liberalisatiegrens € 20.600,-- per kavel
Kavels voor betaalbare koopwoningen als bedoeld in de Actualisatie Woonvisie 2017-2022 Residuele methode met als ondergrens
€ 20.000,-- per kavel
Snippergroen Zie nota restgroen € 189 per m² projectprijs €129,-- per m²
Reststroken bij ontwikkellocaties tot 100 m² € 550,-- per m² met een minimale koopsom van € 5.150,-- per transactie
Nutsvoorzieningen € 258 per m² excl. BTW
Tuin bij woonboten van 0-250 m² € 189,-- per m²
Tuin bij woonboten 250-500 m² € 103,-- per m²
Tuin bij woonboten voor het gedeelte vanaf 250 m² tot 500 m² Middels taxatie te bepalen
Gemeentelijk kostenverhaal bij initiatieven van derden
Initiatieven die meeliften bij bestemmingsplanactualisatie € 8.250,--
Categorie 1 Complexiteit tussen 0 en 10 % € 16.700,--
Categorie 2 Complexiteit tussen 10 en 25 % € 32.000,--
Categorie 3 Complexiteit tussen 25 % en 50 % € 55.675,--
Categorie 4 Complexiteit tussen 50 % en 75 % € 95.900,--
Categorie 5 Complexiteit tussen 75 % en 100 % € 122.700,--