Financieel beeld

Financieel beeld 2022 - Samenvatting-

Terug naar navigatie - Financieel beeld 2022 - Samenvatting-

In onderstaande tabel is de financiële prognose van het verwacht resultaat over 2022 per programma gepresenteerd. De begroting 2022 start met een voordelig saldo van € 170.000. Het totaal aan verwachte nadelige afwijkingen ten opzichte van dit begrotingssaldo bedraagt € 4.015.000. Het verwacht resultaat komt hiermee op € 3.845.000 nadelig.

We zijn bij het schrijven van deze Bestuursrapportage 2022 halverwege het jaar en constateren enerzijds dat het effect van de loonsom en inhuur in het tweede half jaar een nadelig effect zal hebben op de prognose van het al te verwachten negatieve resultaat. De prognose voor dit onderdeel is, gezien het belang, zoveel mogelijk opgesteld met de kennis per 1 juli op basis van de uitgaven van de salarissen en inhuur en aangegane verplichtingen van de inhuur voor de rest van het jaar. Anderzijds is de ervaring dat we vooral nadelen scherp hebben bij de Bestuursrapportage. Bij de jaarrekening komen er vaak meevallers naar voren. Dit betreft vooral budget dat niet wordt uitgegeven door onder andere planningsoptimisme, lopende aanbestedingsprocedures en gebrek aan capaciteit. Ook inkomsten vanuit de algemene uitkering voor specifieke taken worden vaak niet meteen uitgegeven. Deze voordelen vallen deels vrij en/of worden deels doorgeschoven naar het volgende jaar. Het blijft onzeker hoe de voordelen precies zullen uitpakken, maar door deze te benoemen en er een keuze of inschatting van te maken proberen we op hoofdlijnen ook mogelijke voordelen binnen de exploitatie mee te nemen. Er is daarom voor  € 1.775.000 aan maatregelen en mogelijke voordelige effecten door onderbesteding opgenomen. Dit brengt het te verwachten resultaat op  € 2.070.000 nadelig. 

Financiële prognose afwijkingen per programma 2022
(bedragen * € 1.000)
Begrotingssaldo 2022 170
Verwachte financiële afwijkingen
Bestuur -2.832
Veiligheid 150
Fysiek -168
Sociaal -1.185
Samenleving 20
Totaal verwachte financiele afwijkingen -4.015
Verwacht resultaat 2022 -3.845
Maatregelen en onderbesteding
1. Maatregelen op overschrijding van loonsom/inhuur PM
2. Kritischer op doorschuiven van budgetten/planningsoptimisme 1.000
3. Ondersteding stelposten algemene uitkering 775
Totaal aan maatregelen en onderbesteding 1.775
Verwacht prognose van het resultaat na maatregelen -2.070
Totaal (voordelige afwijking is + ; nadelige afwijking is - )

Toelichting financiële prognose afwijkingen per programma

Terug naar navigatie - Toelichting financiële prognose afwijkingen per programma

Voor programma 1 Bestuur is het voornaamste nadelig effect de  overschrijding van de loonsombudget voor € 2,5 miljoen en de impulsen vanuit het coalitieakkoord € 0,4 miljoen. 

Voor programma 2 Veiligheid hebben wij u geïnformeerd over de geactualiseerde begroting 2022 en de jaarstukken 2021 van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Hierin is opgenomen dat onze VRU-bijdrage in 2022 met € 0,15 miljoen incidenteel wordt verlaagd.

In programma 3 Fysiek is het voordelig effect van de doorgeschoven investeringen 2021 op de afschrijvingslasten verwerkt. Het gaat hierbij om € 0,6 miljoen. Hier staat een nadeel tegenover van in totaal € 0,8 miljoen als gevolg van stormschade, baggerwerkzaamheden, vastgoedprojecten en een impuls vanuit het coalitieakkoord.

In programma 4 Sociaal komt het nadeel uit op € 1,2 miljoen. Dit betreft voor € 0,85 miljoen extra Wmo kosten voor vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen en huishoudelijke hulp. Het overige tekort € 0,35 miljoen heeft betrekking op de bijstandsuitkeringen (BUIG).

Het effect op programma Samenleving is nihil. Het effect wordt voor € 0,15 miljoen vooral veroorzaakt door het niet volledig benutten van de middelen van het uitvoeringsprogramma economie door doorlopende activiteiten uit 2021 en capaciteitsgebrek. Hiertegenover staat de impuls vanuit het coalitieakkoord voor de harmonisatie van de buitensport.


Toelichting maatregelen en onderbesteding

Terug naar navigatie - Toelichting maatregelen en onderbesteding

De mogelijkheden tot bijsturen en van onderbesteding zijn :

ad.1 Maatregelen op overschrijden van loonsom/inhuur

De analyse van het loonsombudget in relatie tot inhuur leidt per 23 juni 2022 tot een overschrijding van € 2,5 miljoen. Dit betekent dat alles wat meer wordt ingehuurd ten laste van de loonsom dan per 23 juni als aangegane verplichting wordt opgenomen leidt tot een verhoging van de overschrijding van € 2,5 miljoen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om nieuwe inhuur of verlengingen in het tweede halfjaar. In opdracht van het college en de directie is een dashboard gemaakt. Per team maken we een analyse van de overschrijding.  Wij zien momenteel de overschrijding zich ontwikkelen binnen een bandbreedte van € 1 en € 3,2 miljoen. We verstrekken in het proces van de technische vragen bij de Bestuursrapportage een nadere toelichting van de overschrijding en de bandbreedte.  Op basis daarvan zetten we maatregelen uit om de overschrijding te verminderen en waar mogelijk binnen teams deze terug te dringen.  

ad. 2 Onderbesteding door planningsoptimisme en kritischer zijn op doorschuiven van budgetten
In de huidige prognoses is nog planningsoptimisme aanwezig, die uitgaat van afgeronde aanbestedingen en voldoende beschikbare capaciteit.  De omvang van het planningsoptimisme is op dit moment nog niet in te schatten. Bij de jaarrekeningen grote bedragen aan budgetten overgeheveld (2020 :  € 1,7 miljoen; 2021 € 2,6 miljoen). Wij verwachten dat door een realistischere projectplanning in 2022 incidenteel de budgetoverheveling kan worden beperkt met € 1 miljoen.  Dit vraagt een aanscherping van de beleidsregels voor budgetoverhevelingen, waarvoor in 2022 nog een voorstel aan de raad zal worden gedaan. 

ad. 3 Onderbesteding stelposten algemene uitkering
In totaal zijn drie stelposten opgenomen in de begroting in programma 1 met betrekking tot de algemene uitkering voor in totaal ca. € 1,55 miljoen .  Dit betreft de stelpost achteruitgang algemene uitkering € 0,95 miljoen en de stelposten voor taakmutaties in het kader van de Wet Open Overheid (€ 0,1 miljoen) en voor het effect van de nieuwe verdeling van de integratie uitkering Voogdij/18+(€ 0,5 miljoen) op basis van het woonplaatsbeginsel.    

Om het budget van de taakmutaties voor het betreffende programma beschikbaar te krijgen moet een bestedingsplan of onderbouwing aan de raad worden aangeboden. De vraag is in hoeverre de stelposten benut gaan worden in 2022.  Ten aanzien van de Wet Open Overheid wordt het bestedingsplan dit jaar nog verwacht.  Het effect van het Woonplaatsbeginsel  Voogdij/18+  in 2022 kan pas aan het eind van 2022 worden beoordeeld. 

Ten aanzien van de stelpost achteruitgang laat de eerste doorrekeningen van de Meicirculaire 2022 zien dat, afhankelijk van uiteindelijke besluitvorming in gemeenteraad, naar verwachting geen inzet nodig is van deze stelpost.  

Bij de jaarrekening 2021 was er een aanzienlijk voordeel op de algemene uitkering mede door het niet benutten van dergelijke stelposten. Het is niet onrealistisch dat ook in 2022 een deel van de stelposten uiteindelijk bij de jaarrekening vrijvalt.  Daarom is halverwege het jaar de helft van de totale stelpost opgenomen als mogelijke onderbesteding.  

Begrotingswijziging 2022

Terug naar navigatie - Begrotingswijziging 2022

Bij elk programma zijn begrotingswijzigingen gemaakt. Dit zijn significante wijzigingen over de programma’s heen en volume verhogende wijzigingen. Aangezien de prognose grotendeels is gebaseerd op de financiële analyse over de eerste vier maanden maken we op voorhand geen begrotingswijziging van de gerapporteerde afwijkingen op het begrotingssaldo. De begrotingswijziging wordt vooral gemaakt voor grotere afwijkingen, waarvan met een redelijke mate van zekerheid is vast te stellen dat ze gaan plaatsvinden. In de samenvatting begrotingswijzigingen zijn alle begrotingsmutaties nog een keer opgesomd, die zullen worden uitgewerkt in een vast te stellen begrotingswijziging bij de Bestuursrapportage. Het merendeel zijn budgetneutrale wijzigingen en dienen om de begroting te actualiseren. Het effect voor het saldo van de niet budget neutrale wijzigingen is in onderstaande tabel gepresenteerd. De eindstand van het begrotingssaldo 2022 na de Bestuursrapportage bedraagt € 288.000 (nadelig). 

Programma Onderwerp Lasten(L) 2022
(bedragen * € 1.000) Baten(B)
Beginstand begrotingssaldo L 170
Veiligheid bijdrage VRU B 150
Fysiek Afschrijvingen L 598
Diverse Coalitie akkoord L -630
Eindstand begrotingssaldo 288

Ontwikkeling Algemene reserve

Terug naar navigatie - Ontwikkeling Algemene reserve

In het raadsvoorstel bij de Bestuursrapportage 2022  is het voorstel om  de algemene reserve aan te vullen met het restant van de risicoreserve corona tot € 13,4 miljoen. De risicoreserve kan worden opgeheven, omdat de crisisperiode voorbij is en we in de crisisperiode de uitgaven hebben kunnen dekken met de inkomsten van het rijk. Een afzonderlijke reserve aanhouden is derhalve niet meer nodig. 

Verloop Algemene reserve (bedragen * € 1.000) Bedrag
Saldo 1 januari 2022 12.152
Stortingen:
Besluit jaarrekening 2021: Rekeningsaldo 2021 1.902
Onttrekkingen:
Besluit jaarrekening 2021: Storting reserve onderhoud kapitaalgoederen -272
Besluit jaarrekening 2021: Budgetoverheveling 2021 naar 2022 -2.573
Saldo 28 juni 2022 11.209
Besluit Berap 2022:
Toevoegen restant risicoreserve corona aan algemene reserve 2.252
Geprognostiseerd saldo 31 december 2022 13.461

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen

De algemene reserve bestaat op grond van de beleidsnotitie 'algemene reserve' uit drie lagen.  Bij de jaarrekening zijn de bedragen bij de weerstandsratio's geactualiseerd. Hieruit volgt dat de stand van  de algemene reserve na besluitvorming van de jaarrekening 2021 € 11, 2 miljoen bedraagt. De minimale hoogte van de algemene reserve is € 10,9 miljoen. De stand van de algemene reserve is net boven het gewenste minimumniveau en is daarmee precair. Het gewenste niveau is tussen € 10,9 en € 15,6 miljoen. De middelen uit schijf 1 kunnen we inzetten om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen we inzetten voor actieve (beleids)keuzes.

 

Drie lagen algemene reserve

In het coalitieakkoord wordt bij de opgave fundament op orde gesproken over het plan om in fases te komen tot een toekomstgerichte begroting. Gezien de huidige stand van de algemene reserve  en het verwachte negatieve rekeningsaldo zal bezien moeten worden hoe de algemene reserve, vanuit de opgave fundament op orde, het beste kan worden aangevuld.  Met de toevoeging van het restant van de risicoreserve corona is een substantiële aanvulling gedaan.