Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

In deze paragraaf schetsen wij onze beleidsvoornemens voor 2027 voor de lokale heffingen en de leges. Ook beschrijven wij de lokale belastingdruk en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. Meer details staan in de diverse belastingverordeningen die aan de gemeenteraad op 15 december 2026 ter vaststelling worden aangeboden.

We onderscheiden de volgende heffingen:

1. Retributies
Met retributies kan de gemeente (een deel van) de kosten van de dienstverlening verhalen op degene die om de dienstverlening vraagt. Retributies zijn leges, gelden of heffingen. Deze zijn niet wettelijk voorgeschreven. Retributies zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie en mogen maximaal kostendekkend zijn.

Onze gemeente heft de volgende retributies:

  • afvalstoffenheffing
  • rioolheffing
  • lijkbezorgingsrechten
  • marktgelden
  • kadegelden
  • overige leges en rechten


2. Belastingen

Belastingen zijn heffingen waarvan we de opbrengst vrij kunnen besteden. De gemeente mag maar een beperkt aantal van dit soort belastingen heffen waarvoor de gemeente geen tegenprestatie levert. Deze zijn benoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet. De gemeente bepaalt zelf de hoogte van het tarief. We houden daarbij rekening met de landelijke cijfers over de stijging van de onroerendezaakbelasting (OZB) en met de inkomstenmaatstaf van het Gemeentefonds. Deze belastingen zijn inkomsten voor de gemeente die we voor verschillende kosten kunnen inzetten.

Onze gemeente heft de volgende belastingen:

  • onroerendezaakbelasting
  • roerende zaakbelasting
  • precariobelasting
  • toeristenbelasting
  • forensenbelasting
  • parkeerbelasting

 

Kwijtschelding

Inwoners kunnen kwijtschelding krijgen voor hun belastingaanslagen als zij het niet of maar gedeeltelijk kunnen betalen. Hiervoor geldt de 100% kwijtscheldingsnorm (= bijstandsnorm). Als we van tevoren weten dat we gaan kwijtschelden, dan wordt dat een automatische kwijtschelding. Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding krijgen, maar alleen voor de belastingaanslagen die zij als privépersoon ontvangen. Bedrijven komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.

Kwijtschelding is mogelijk voor de ozb-woningen in eigendom, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De basis voor het kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

 

Oninbaar

In onze schattingen van de opbrengsten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerendezaakbelastingen houden we er rekening mee dat we een deel van de opgelegde vorderingen niet kunnen innen. Dit betekent dat een belastingschuldige wel moeten betalen, maar dit in de praktijk niet meer lukt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als de belastingschuldige failliet is gegaan of de belastingschuldige vertrokken is zonder dat de nieuwe verblijfplaats bij de invorderingsambtenaar bekend is.

Retributies

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Retributies

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2027 zijn de volgende specifieke beleidsvoornemens geformuleerd:

  • de ontwikkeling van de rioolheffingen volgt de kostenontwikkeling van de gemeentelijke rioleringsactiviteiten. De programmering van deze activiteiten is vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022/-2026;
  • leges en heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn;
  • waar mogelijk is het inflatiepercentage van 3,3% toegepast in de berekeningen.
  • voor overhead wordt een opslag van 14,0% op de directe lasten aan de tarieven toegerekend.

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is momenteel niet kostendekkend. Dit komt door stijgende verwerkingskosten voor (rest)afval, onder meer als gevolg van de landelijke afvalstoffenbelasting (WBM) en de CO2-heffing, en door investeringen in onder andere De Splitsing en ondergrondse containers.

De hoogte van de afvalstoffenheffing is gebaseerd op het geldende beleid en het huidige dienstverleningsniveau. In 2026 wordt het afvalstoffenbeleid extern geëvalueerd. Mede op basis daarvan stelt de gemeenteraad in 2027 een nieuw grondstoffenplan vast. De inhoudelijke keuzes die de gemeenteraad daarbij maakt, kunnen zowel positieve als negatieve gevolgen hebben voor de hoogte van de afvalstoffenheffing. 

Rioolheffing
Alle eigenaren van een perceel dat is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, betalen een vast bedrag aan rioolheffing. De opbrengst van de rioolheffing gebruikten we voor de volgende gemeentelijke zorgplichten en taken:

  • een veilige inzameling en transport van afvalwater naar de zuivering, zonder risico’s voor bewoners of het milieu (zorgplicht afvalwater);
  • het opvangen en verwerken van hemelwater (regenwater), waarmee we wateroverlast hebben voorkomen (zorgplicht hemelwater);
  • het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte (zorgplicht grondwater);
  • het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs inwoners prettig wonen, werken en recreëren.

Belastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Belastingen

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2027 zijn de volgende specifieke beleidsvoornemens geformuleerd:

  • we kiezen ervoor de gemeentelijke belastingen te verhogen met het algemene inflatiepercentage van 3,3%;
  • om de stijgende inflatie op te vangen, investeringen in de openbare ruimte mogelijk te maken en voorzieningen op peil te houden, verhogen we de OZB met 2%;
  • de toeristenbelasting laten we aansluiten bij tarieven uit omliggende gemeenten. Hiermee stijgt de toeristenbelasting deze bestuursperiode met 50%;
  • we voeren, in lijn met de verhoging van de toeristenbelasting, een verhoging door voor de forensenbelasting (inwoners met een hoofdverblijf elders). Dit zijn bezoekers die hier regelmatig verblijven. Op deze manier leveren zij een rechtvaardige bijdrage aan het gebruik van onze gemeentelijke infrastructuur en voorzieningen.

Overzicht tarieven en opbrengsten 2026 - 2027

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Overzicht tarieven en opbrengsten 2026 - 2027
Tabel LH.1.
Heffing (x € 1.000) Tarief 2026 2026 2027
Gebonden heffingen (retributies)
Afvalstoffenheffing 11.835 13.421
Eenpersoonshuishouden € 314,58
Meerpersoonshuishouden € 476,60
Rioolheffing 8.631 8.797
0 t/m 75m3 water € 213,68
76 t/m 150m3 water € 290,02
151 t/m 300m3 water € 352,38
>300m3 water, extra voor elke 100m3 water € 105,80
Kadegelden 82 82
Per dag, zonder stroom, per meter € 1,20
Per dag, met stroom, per meter € 1,56
Marktgelden 75 86
Standplaats op een warenmarkt/kraam € 11,47
Lijkbezorgingsrechten 599 599
Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Huwelijk en partnerschap 165 165
Paspoorten 18+ € 88,65 825 1.140
Paspoorten 18- € 67,05
Identiteitskaarten 18+ € 80,10
Identiteitskaarten 18- € 43,20
Rijbewijzen € 53,65 308 308
Overige documenten (uittreksel) 64 64
Naturalisatie 151 151
Omgevingsvergunningen 3.770 4.085
Ongebonden heffingen (belastingen)
Onroerendzaakbelasting
Eigenaren woningen 0,07999% 11.964 13.531
Eigenaren niet-woningen 0,22017% 2.325 2.777
Gebruikers niet-woningen 0,16514% 1.533 1.833
Roerende zaakbelasting
Eigenaren woningen 0,07999% 86 89
Parkeerbelasting 68 70
Scheendijk-Noord, per 14 minuten € 0,24
Scheendijk-Noord per dag € 3,47
Scheendijk-Noord vergunning € 242,38
Precariobelasting 116 119
(Water)toeristenbelasting € 2,12 632 1.252
Forensenbelasting 0,20500% 160 315
Totaal 43.386 48.884

De genoemde tarieven zijn gebaseerd op de belastingverordeningen 2026. De tarieven van 2027 worden op 15 december 2026 ter vaststelling aangeboden aan de raad.

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kostendekkendheid

Kostendekkendheid afval en riolering
In de begroting bepalen we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend zijn. Hierbij wordt gekeken welke uitgaven en inkomsten drukken op de producten afval en riolering. Bij het opstellen van de begroting nemen we de door de raad vastgestelde beleidsdocumenten als uitgangspunt. Voor de rioolheffing is dit het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022-2026, deze wordt voortgezet in 2027. Bij de afvalstoffenheffing zijn er in 2027 stijgende verwerkingskosten voor (rest)afval, onder meer als gevolg van de landelijke afvalstoffenbelasting (WBM) en de CO2-heffing, en door investeringen in onder andere De Splitsing en ondergrondse containers. De stijgende kosten in 2027 worden gedeeltelijk opgevangen door de inzet van een deel van de voorziening.

Bij de jaarstukken berekenen we achteraf of deze tarieven ook daadwerkelijk kostendekkend zijn geweest. Bij een te lage kostendekkendheid doen we een beroep op de daarvoor gevormde egalisatievoorziening. Bij een kostendekkendheid boven de 100% moet het surplus in de egalisatievoorziening gestort worden. Hierdoor kunnen we grote investeringen in de toekomst opvangen zonder grote schommelingen in de tarieven.

Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing
In 2027 is de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 99,8%. De totale toe te rekenen lasten voor het inzamelen en verwerken van afval bedragen € 13.447.967. De baten, bestaande uit de afvalstoffenheffing en overige opbrengsten, bedragen € 13.421.740. Door uit de voorziening € 400.000 te onttrekken wordt de stijging van de tarieven in 2027 gedempt. 

Tabel LH.2.
Kostendekkendheid 2027
Afvalstoffenheffing (x € 1.000)
Product afval:
Kosten -10.620
Inkomsten (excl. heffingen) 1.048
Netto kosten -9.572
Toe te rekenen kosten:
Overhead -1.554
Straatreiniging, kwijtschelding, btw -2.471
Totaal toe te rekenen kosten -4.025
Totaal kosten -13.597
Opbrengst heffingen 13.421
Totaal kosten - opbrengsten -176
Afval
Het kostendekkingspercentage voor afval bedraagt op basis van de baten en lasten 99,8%.

Berekening kostendekkendheid Rioolheffing 
In 2027 is de kostendekkendheid van de rioolheffing 100%. De totale toe te rekenen lasten voor het inzamelen en verwerken van riool bedragen€ 8.797.000. De baten, bestaande uit de rioolheffing en eventuele overige opbrengsten, bedragen € 8.797.000.

Tabel LH.3.
Kostendekkendheid 2027
Rioolheffing (x € 1.000)
Product riolering:
Kosten -5.466
Inkomsten (excl. heffingen) 0
Netto kosten -5.636
Toe te rekenen kosten:
Overhead -1.622
Straatreiniging, kwijtschelding, btw -1.444
Totaal toe te rekenen kosten -3.161
Totaal kosten -8.797
Opbrengst heffingen 8.797
Totaal kosten - opbrengsten 0
Riolering
Het kostendekkingspercentage voor riolering bedraagt op basis van de baten en lasten 100% en is gebaseerd op de huidige GRP. Eventuele verschillen storten of doteren wij aan de egalisatievoorziening riolering en zijn verwerkt binnen het programma Fysiek’.

Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten
Binnen onze gemeente zijn acht gemeentelijke begraafplaatsen die wij onderhouden en exploiteren. De onderstaande tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen voor het jaar 2027. Hierin zijn de inkomsten verkregen uit onder andere grafrechten en begravingen vergeleken met de kosten voor het onderhoud, exploitatie van de begraafplaatsen en de personeelskosten (exclusief overhead). We streven naar een kostendekkendheid van 100%. Bij de eerstvolgende verordening werken we toe naar een oplossing.

Tabel LH.4.
Kostendekkendheid 2027 lijkbezorgingsrechten (x € 1.000)
Kosten -727
Opbrengst heffingen 679
Kostendekkendheid 93%

Kostendekkendheid Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Bij het opstellen van de Begroting 2027 gaan wij voor de tarieven uit van de belastingverordening 2026. Eind 2026 publiceert het Rijk de maximale tarieven voor onder andere reisdocumenten en rijbewijzen. Dit nemen we mee bij de definitieve vaststelling van de belastingverordening 2027.

Tabel LH.5.
Kostendekkendheid 2027 burgerlijke stand en documentverstrekkingen (x € 1.000)
Kosten -3.357
Opbrengst heffingen 1.841
Kostendekkendheid 54,8%

Kostendekkendheid Omgevingsvergunningen
Het uitgangspunt voor de opbrengsten van de leges omgevingsvergunningen is de legesverordening die jaarlijks door de gemeenteraad wordt vastgesteld.  De tariefvaststelling vindt plaats in de raadsvergadering van 15 december 2026.

Tabel LH.6.
Kostendekkendheid 2027 omgevingsvergunningen (x € 1.000)
Kosten -4.089
Opbrengst heffingen 4.085
Kostendekkendheid 99,9%

Lokale belastingdruk

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Lokale belastingdruk

Op dit moment is de gemiddelde stijging van de WOZ-waarden nog niet bekend. Het ozb-tarief is verhoogd met het algemene inflatiepercentage van 3,3%. Om de stijgende inflatie op te vangen, investeringen in de openbare ruimte mogelijk te maken en voorzieningen op peil te houden, verhogen we het ozb-tarief met 2%. De tariefvaststelling vindt plaats in de raadsvergadering van 15 december 2026.

Tabel LH.7.
Lokale belastingdruk (x € 1) 2025 2026 Indicatief 2027
Gemiddelde WOZ waarde € 440.700 € 483.400 n.t.b.
Ozb-eigenarendeel € 376,02 386,67 n.t.b.
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) € 463,65 € 476,60 n.t.b.
Rioolheffing (tot 150 m3) € 290,02 € 290,02 n.t.b.
Ontwikkeling lastendruk € 1.129,69 € 1.153,29 n.t.b.
% stijging t.o.v. voorgaande jaar 7,0% 2,1% n.t.b.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Bij de uitvoering van de taken loopt de gemeente risico’s. Risico’s zijn niet te voorkomen en kunnen effect hebben op het halen van de doelen van de gemeente. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente risico’s die optreden kan opvangen.  

De paragraaf bevat drie onderdelen: de risico's, het weerstandsvermogen en de financiële kengetallen. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente niet-begrote kosten kan opvangen die ontstaan door risico’s die zich voordoen. De relatie tussen het geld dat nodig is om risico’s op te kunnen vangen en de daarvoor beschikbare middelen heet de ratio weerstandsvermogen. Met een gezond weerstandsvermogen kan de gemeente financiële tegenvallers opvangen zonder dat dit het behalen van de doelen direct in gevaar brengt. 

Uitgangspunten risicomanagement

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Uitgangspunten risicomanagement

De uitgangspunten voor het weerstandsvermogen en risicobeheersing staan in de Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht en in de Beleidsnotitie Algemene reserve. In deze nota’s staat bijvoorbeeld wat we onder een risico verstaan. Ook hebben we opgenomen hoe we omgaan met risico’s. We beschrijven wat het weerstandsvermogen is en wat de ratio weerstandsvermogen is. Ook leggen we uit hoe we deze bepalen. In deze paragraaf beschrijven we de grootste risico’s en het weerstandsvermogen volgens de richtlijnen uit de genoemde notities. 

Het huidige risicomanagementbeleid omschrijft een risico als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’. De organisatie beoordeelt risico's op een consequente manier met een risicomanagement-informatiesysteem. Door inzicht in deze risico’s kan de gemeente maatregelen nemen om nadelige gevolgen van deze risico’s te verkleinen. 

Twee keer per jaar actualiseren wij de geïnventariseerde risico’s in zijn geheel. Voor het actualiseren van de risico’s bij de Begroting 2027 gebruiken we het laatst vastgestelde risicobeeld uit de Jaarrekening 2025. De uitkomst van de risico-inventarisatie gebruikt de gemeente vervolgens voor het vaststellen van het weerstandsvermogen. Voor het weerstandsvermogen zijn vooral de risico’s belangrijk die we niet op een andere manier kunnen opvangen en die grote financiële gevolgen hebben.

Eind 2024 heeft de Rekenkamer van de gemeente Stichtse Vecht een rapport met aanbevelingen voor het risicomanagement uitgebracht. Wij nemen deze mee in het project actualiseren risicomanagement. Resultaat van dit project is een nieuwe nota risicomanagementbeleid. Dat is één van de producten van het project. Ook wordt er gekeken hoe we gesprekken kunnen inrichten om in de organisatie en het bestuur regelmatig over de risico's van de gemeente te praten. Daarvoor zijn de aanbevelingen van de Rekenkamer en de ambitie van het college de basis. De nota wordt uiterlijk begin 2027 voorgelegd aan de raad.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is bedoeld voor risico's waarvoor we geen of onvoldoende maatregelen hebben om financiële risico’s te beperken. Het gaat dan om risico’s die van betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeente. Het weerstandsvermogen bestaat bij de gemeente Stichtse Vecht uit de Algemene reserve (AR). De AR heeft 3 schijven:

  • schijf 1: het minimale bedrag dat nodig is om de bekende risico’s op te vangen;
  • schijf 2: het deel van de AR voor het opvangen van bijvoorbeeld calamiteiten of een negatief rekeningsaldo;
  • schijf 3: de vrije ruimte in de AR als de AR hoger is dan de raad heeft vastgesteld. Schijf 3 kan worden gebruikt voor nieuwe beleidskeuzes. 

De verhouding tussen het beschikbare en het benodigde geld om risico’s op te vangen bepaalt de ratio weerstandsvermogen. Het coalitieakkoord geeft aan voor de ratio de financiële buffer en bestaande risico’s reëel in beeld te brengen. Dit maakt het mogelijk de weerstandsratio op 1,0 –1,4 te stellen. Wij betrekken dit bij de nieuwe nota Risicomanagement.

Voor het opvangen van risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Voor die risico’s geldt de Algemene reserve grondexploitaties als eerste weerstandscapaciteit. Pas daarna spreken we de AR aan. We werken de risico’s uit grondexploitaties elk jaar bij in de jaarrekening met een aparte risicoanalyse. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties hebben we opgenomen in de paragraaf Grondbeleid. 

Risico's en benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico's en benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de actualisatie bij de begroting is een risicoprofiel voor 2027 opgesteld.

De inventarisatie voor de begroting geeft 47 risico’s. Het maximaal ingeschatte financiële gevolg is € 33,9 miljoen. In het overzicht onder de tekst staan deze risico’s. Om te bepalen hoeveel geld we nodig hebben om risico’s op te vangen, hebben we een simulatie uitgevoerd met de risico’s die we in kaart hebben gebracht. Dat doen we omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 33,9 miljoen als buffer niet wenselijk is. Ook is het niet waarschijnlijk dat de risico’s zich allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voordoen. 

Bij de simulatie rekenen we met een zekerheidspercentage van 90%. Dit betekent dat we voor de risico’s die we hebben vastgesteld voor 90% zeker zijn dat we deze kunnen opvangen met het weerstandsvermogen van € 8,1 miljoen. 

Voor grondexploitaties maken we een aparte berekening van de risico’s. Het deel van de risico’s dat we niet met de Algemene reserve grondexploitaties kunnen opvangen als ze zich voordoen, tellen we mee bij de risico’s van de hele gemeente. De berekening van maart 2026 laat zien dat we voor grondexploitaties € 2,9 miljoen nodig hebben om risico’s op te vangen. In de Algemene reserve grondexploitaties zit hiervoor € 0,2 miljoen. Het resterende bedrag van € 2,7 miljoen nemen we mee in het weerstandsvermogen en moet worden opgevangen met de algemene reserve van de gemeente. In totaal heeft de gemeente daarmee € 10,8 miljoen nodig om de risico’s op te vangen.

Tabel WR.1.
Risicogebeurtenis Ingeschatte kans op optreden Ingeschat Financieel Maximum
Programma 1 Bestuur
Gemeentebrede risico's
Gijzeling van informatie of systemen 70% 2.000.000
Uitval ICT (Infrastructuur) 50% 1.000.000
Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 50% 1.000.000
Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening 50% 1.000.000
Digitale informatie wordt niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen vernietigd 70% 500.000
Het niet hebben voldaan aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers 30% 1.000.000
Contractmanagement onvoldoende op orde 50% 500.000
Informatie is niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen beschikbaar 50% 500.000
VP: algemene risico's bij verbonden partijen bij het uitvoeren van de begroting (druk op financiën) 30% 500.000
Ongewenste toegang tot panden 30% 500.000
Niet realiseren van wettelijke termijnen 30% 250.000
Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties 30% 250.000
Subtotaal 9.000.000
Risico's algemene / financiële dekkingsmiddelen
Fraude financiële transacties 10% 500.000
Totaal programma 1 9.500.000
Tabel WR.2.
Programma 2 Veiligheid
Meer beroep op openbare orde en veiligheid bij langdurig en grootschalige crisissituaties 50% 1.000.000
VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU) 30% 1.000.000
Er vindt een incident plaats door/met een persoon/personen met onbegrepen gedrag. 30% 250.000
De gemeente mist, ondanks de toepassing van de Wet Bibob, signalen van ondermijning faciliteert mogelijk met vergunningen, subsidies of aanbestedingen georganiseerde criminaliteit. 30% 250.000
Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is. 30% 250.000
Totaal programma 2 2.750.000
Tabel WR.3.
Programma 3 Fysiek
Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven 50% 2.000.000
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) 50% 1.000.000
Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken 30% 1.500.000
Terugbetaling van de verkregen subsidie Uitkoopregeling voor woningen onder een hoogspanningsleiding bij niet tijdige wijziging bestemming 10% 2.052.000
Anterieure overeenkomsten worden onvoldoende nageleefd 20% 2.000.000
Gebiedsfonds Ruimtekwartier 50% 450.000
Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval 40% 300.000
Deformatie van TenneT masten 50% 300.000
Onderwijshuisvesting - Netcongestie - Scholen kunnen niet of gedeeltelijk aangesloten worden op het net 50% 250.000
Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW). 10% 500.000
Verontreiniging van oppervlaktewater 10% 250.000
Onderwijshuisvesting - Mogelijk budget nodig voor aanpassingen in de omgeving (verkeerstoename, extra parkeergelegenheid) om de scholen (veilig) te bereiken 10% 250.000
Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering 30% 50.000
Financiële garantie flexwoningen nvt 1.150.000
Totaal programma 3 12.052.000
Tabel WR.4.
Programma 4 Sociaal
Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen (woningaanpassingen) 50% 1.000.000
Onvoorziene stijging jeugd- en WMO kosten als gevolg van open einde regeling 50% 1.500.000
Toename beroep op essentiële functies (YEPH): ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven 30% 500.000
Schuldhulpverlening door hogere kosten levensonderhoud 30% 400.000
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur), aantallen in zorgvraag en/of bijstelling van het macrobudget Buig 10% 1.000.000
Financiële en uitvoeringsgevolgen wijzigingen Participatiewet (waaronder loonkostensubsidie en Participatiewet in balans) 30% 250.000
Door overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers wordt hulp gevraagd van de gemeente 30% 250.000
Incidenten op gebied van jeugdhulp 30% 250.000
De nieuwe toegang is niet volledig operationeel per 1-1-27 30% 350.000
Totaal programma 4 5.500.000
Tabel WR.5.
Programma 5 Samenleven
Onveilige schoolgebouwen 30% 500.000
Onvoldoende beschikbaarheid landelijke subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) 30% 200.000
Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken (buitensport) 10% 250.000
Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs 10% 250.000
Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut. 10% 250.000
Totaal programma 5 1.450.000
Tabel WR.6.
Grondexploitaties
Grondexploitaties (totaal) nvt 2.700.000
Totaal grondexploitatie gerelateerde risico's 2.700.000
NB. De omvang van de risico’s grondexploitatie komen voort uit een risicosimulatie. Deze tellen in het geheel mee bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit
Totaal geïnventariseerde risico's 33.952.000
(VP = verbonden partijen)

Grootste risicogebieden

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Grootste risicogebieden

Van de drie programma’s die het grootst zijn, lichten we de risico’s met de hoogste invloed kort toe. 

1. Programma Fysiek

Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven

Voor veel situaties is de gemeente verzekerd. Voor onvoorziene situaties is een bedrag in de risico-inventarisatie opgenomen. Onvoorziene situaties zijn situaties waarvoor we niet verzekerd zijn en/of we extra kosten maken als een juridische procedure wordt gestart.

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen)

In 2025 zijn er nieuwe inspecties voor wegen uitgevoerd. De uitkomsten daarvan verwerken we op dit moment in een nieuw Wegbeheerplan. Meer informatie over de wegen die de gemeente moet onderhouden staat in Programma 3 Fysiek en de Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen.

Ook is de oeverbescherming onderzocht. Dat heeft geleid tot het project 'Investeringsprojecten oeverconstructies'. Eind 2026 stellen we een beheerplan op. Dit beheerplan geeft de huidige status van de onderhoudsachterstand en hoe deze zich ontwikkelt. In het project Investeringsprojecten oeverconstructies vervangen we de komende 6 jaar 18 km beschoeiing.

Kunstwerken (met name bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken

Door het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen wordt de doorstroming beperkt. Hierdoor zijn kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar. Er is een onderzoek gedaan naar de status van de bruggen. De uitkomsten zijn de basis voor de aanbesteding en voor het plannen van reparaties of het vervangen van bruggen waar dat nodig is. Daarnaast stellen we een beheerplan op.

2. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringsrisico’s

In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste risico’s op dit onderdeel zijn:

Gijzeling van informatie of systemen

Een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente is het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en in het bijzonder persoonsgegevens tegen bijvoorbeeld een hack of ransomware. Het gaat om gedrag van medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen en de toepassing daarvan. 

Uitval ICT-infrastructuur

Om de effecten van het uitvallen van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) infrastructuur te verkleinen, heeft onze leverancier maatregelen genomen. Wij testen deze maatregelen elk jaar. Dit maakt onderdeel uit van ons bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM). Halverwege 2026 is een BCM-coördinator gestart. Het doel is om in 2026 gemeentebreed BCM verder in te vullen. De kritische bedrijfsprocessen zoals bijvoorbeeld financiën of burgerzaken krijgen daarbij voorrang.

 Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Dagelijks ontvangt, verwerkt en bewaart de gemeente persoonsgegevens. Ook wisselt de gemeente, binnen de regels die daarvoor gelden, gegevens uit met partnerorganisaties. De kans bestaat dat door onjuiste inrichting van systemen, onvoldoende beveiliging of door menselijk handelen onbedoeld persoonsgegevens openbaar worden. Om dit te voorkomen werken wij voortdurend aan onze informatieveiligheid. Ook blijft bewustwording voor informatieveiligheid en het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens een blijvend aandachtspunt. Dit vindt bijvoorbeeld plaats met e-learnings of het trainen van nieuwe medewerkers.

3. Programma Sociaal

Toename beroep op gemeentelijke Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorzieningen

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is dat inwoners zo lang mogelijk thuis wonen en deelnemen aan de maatschappij. De toenemende vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maakt dat meer mensen een beroep op (Wmo-)voorzieningen doen. We sturen op het versterken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. Tegelijk geven we zorgaanbieders meer ruimte om te doen wat nodig is. Daarnaast kijken we naar het gebruik van de Wmo. Daarin werken we nauw samen met de partijen die hulp en ondersteuning bieden.

Onvoorziene stijging jeugd- en WMO kosten als gevolg van open einde regeling

We hebben te maken met een steeds zwaardere zorgvraag die niet in alle gevallen verwacht is in de begroting. De gemeente moet de zorg leveren bij open einde regelingen, ook als het budget op is. Als maatregel om het risico (waar dat mogelijk is) te voorkomen, letten we steeds op kosten en indicaties. Per 1 januari 2027 worden de toegangstaken overgedragen aan de gemeente. We streven ernaar om de kosten binnen de gestelde kaders te houden, waarbij de zorgcontinuïteit voor onze inwoners voorop staat. Het aanbod van lichte en laagdrempelige ondersteuning en collectieve voorzieningen wordt zo snel mogelijk volledig operationeel. Om de continuïteit van lichte ondersteuning en zorg te waarborgen, is er een kans dat in de eerste periode ter overbrugging maatwerk wordt ingezet.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beschikbare weerstandscapaciteit

De raad heeft met de Beleidsnotitie Algemene reserve (AR) de AR aangemerkt als weerstandscapaciteit. Dit gaat om de incidentele weerstandscapaciteit. In de notitie is ook bepaald dat de AR drie schijven kent. Die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 en 2 (voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s, calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi) vormen de incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente. De ratio weerstandsvermogen (1,0 - 1,4) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit.

Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 10,8 mln. geeft dit het volgende beeld:

Tabel WR.7.
Weerstandscapaciteit (Bedrag x € 1.000)
- schijf 1 Minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,0 x € 10,8 mln., minimumnorm) € 10.800
- schijf 2 Deel AR voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo € 4.320
Maximum weerstandscapaciteit (1,4 x € 10,8 mln.) € 15.120

Ratio weerstandsvermogen

De omvang van de Algemene Reserve is eind 2026 € 13,0 mln. De AR is daarmee ca. € 2,2 mln. boven de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit (deze is bijgesteld van 1,4 naar 1,0 in het coalitieakkoord 2026-2030). Bij de Jaarrekening 2026 stellen we dit bedrag bij met het eindresultaat van 2026.

De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde vermogen om risico’s op te vangen, is:
Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 13,0 mln / € 10,8 mln = 1,2

Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Begroting 2026 is de ratio weerstandsvermogen gelijk gebleven. Het aantal risico's (47) zijn gelijk ten opzichte van de Begroting 2026 (47). De samenstelling van de risico's is wel gewijzigd. Nieuwe risico's kennen een andere inschatting van kans op optreden en gevolg dan de vervallen risico's. Verder is bij een aantal van de bestaande risico's de kwantitatieve inschatting (kans op optreden en/of de gevolg) bijgesteld. 

De ratio voldoet met 1,2 aan de door de aangepaste norm die wordt voorgesteld door het college (‘ruim voldoende’). Het weerstandsvermogen is echter geen statisch gegeven. Beleidsontwikkelingen, nieuwe projecten of besluiten beïnvloeden het risicoprofiel van de gemeente, waardoor het weerstandsvermogen aan fluctuaties onderhevig is. Risico's kunnen zich, ondanks het risicomanagement, altijd voordoen. Met het beschikbare weerstandsvermogen kent de gemeente, op dit moment, een voldoende weerstandscapaciteit om de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen. Gelet op ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande onzekerheden blijven wij het weerstandsvermogen wel nadrukkelijk volgen. 

Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen gebruiken we de risicomatrix van de Universiteit Twente. Volgens de schaalindeling van deze matrix vallen de ratio's bij de Begroting 2027 in de categorie 'Ruim voldoende'. 

Tabel WR.8.
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A >= 2.0 Uitstekend
B 1.4 < 2.0 Ruim voldoende
C 1.0 < 1.4 Voldoende
D 0.8 < 1.0 Matig
E 0.6 < 0.8 Onvoldoende
F < 0.6 Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen
Kengetallen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Netto schuldquote 86% 112% 125% 171% 194% 198%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) 85% 111% 124% 170% 193% 197%
Solvabiliteitsratio 17% 14% 12% 10% 9% 9%
Structurele exploitatieruimte 2,12% -0,45% 0,35% 0,35% 0,02% -0,59%
Grondexploitatie 1,44% 0,61% 2,68% 3,68% 4,18% 4,17%
Belastingcapaciteit 107,28% 105,32% n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b.

Wat betekenen deze getallen?

Voor de kritische signaalwaarden hebben we aansluiting gezocht bij de ‘Houdbaarheidstest gemeentefinanciën' van de VNG. Deze waarden geven aan of er sprake is van potentiële financiële stress op het betreffende gebied.

Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen)
De netto schuldquote laat zien hoe hoog de schulden zijn (aflossing en rente) ten opzichte van de baten. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Wanneer de signaalwaarde hoger is dan 130%, dan is er een grote druk op de exploitatie door aflossing en rentelasten. Het is verstandig om al bij een netto schuldquote hoger dan 100% alert te zijn. 

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
Bij een netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen wordt de schuld van de gemeente gecorrigeerd met alle leningen die de gemeente heeft doorgeleend. De schuld die de gemeente zelf draagt, zonder risico's van derden, wordt dan afgezet tegenover de baten. De signaalwaarde hiervan bedraagt 120%. Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft de gemeente een erg hoge schuld. Het is verstandig om al bij een effectieve netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekkingen, hoger dan 90% alert te zijn.

Solvabiliteit
De solvabiliteit (eigen vermogen / vreemd vermogen) geeft inzicht in de mate waarin de gemeente op lange termijn haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteit is gedaald door de verwachte toename van het investeringsvolume en de daarmee benodigde aan te trekken geldleningen.

Grondexploitatie
De boekwaarde van de grondexploitaties moet worden terugverdiend bij de verkoop. Grondexploitaties lopen meestal meerdere jaren. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie.

Structurele exploitatieruimte
Dit cijfer is ter ondersteuning om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een negatief cijfer houdt in dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

Belastingcapaciteit
Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde en wat de nog niet gebruikte belastingcapaciteit is. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. De signaalwaarde is 120% en is gerelateerd aan artikel 12 van de financiële verhoudingswet.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Kapitaalgoederen bezittingen in de buitenruimten, welke een meerjarig nut hebben. Om deze kapitaalgoederen op het afgesproken kwaliteitsniveau te houden, zijn investeringen en onderhoudsplannen nodig. Dit doen we door assetmanagement. Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte: de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een systematische en gecoördineerde manier van beheer. De focus ligt daarbij op de optimalisatie van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente. We richten ons op het beheer over de hele levensduur en kijken verder dan wat goed is voor de objecten zelf. We kijken naar wat goed is voor de gemeente en, nog belangrijker, wat goed is voor de inwoner/de gebruiker.

In deze paragraaf staat een toelichting op het beleidskader, kwaliteitsniveau, onderhoudsplan en de financiën van de volgende kapitaalgoederen:

  1. Wegen
  2. Civiele constructies
  3. Openbare verlichting
  4. Water en riolering
  5. Groen
  6. Speelterreinen
  7. Gebouwen
  8. Sportterreinen
 

Beleids- en beheerplannen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Beleids- en beheerplannen

In deze paragraaf staat een toelichting op het beleidskader, kwaliteitsniveau, onderhoudsplan en de 
financiën van de volgende kapitaalgoederen:
• Wegen
• Civiele constructies
• Openbare verlichting
• Water en riolering
• Groen
• Gebouwen

Tabel OK.1.
Kapitaalgoederen Beheer-/beleidsplan Looptijd plan Achterstallig onderhoud
Wegen Beheerplan wegen 2021-2024 Nee *)
Civiele constructies Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken 2021-2025 Nee *)
Openbare verlichting Beleidsplan Openbare verlichting 2020 2020-2024 Nee *)
Water en Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 Nee *)
Groen Bomenbeleid en structuurplan 2015-2035 Nee
Gebouwen Nota Duurzaamheid; IVAB. 2020-2025 Nee
*) Achterstand in uitvoering ten opzichte van de planning

Kwaliteitsniveau openbare ruimte

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Kwaliteitsniveau openbare ruimte

Om de kwaliteit te beoordelen gebruiken we de Kwaliteitscatalogus van kennisorganisatie CROW. CROW gebruikt vijf niveaus voor de technische kwaliteit van de openbare ruimte: A+, A, B, C en D. Kwaliteitsniveau A is een hoog niveau en kwaliteitsniveau D is een laag niveau met achterstanden. Onderdelen van de openbare ruimte met kwaliteitsniveau D moeten we snel weer op kwaliteit brengen.

We gebruiken afhankelijk van de locatie verschillende kwaliteitsniveaus. Voor wegen en groen hebben we het totaal (het areaal) van de gemeente onderverdeeld in drie deelgebieden. Voor kernen hebben we kwaliteitsniveau B vastgesteld en voor het buitengebied en industriegebieden is niveau C vastgesteld. 

Kerncijfers openbare ruimte

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Kerncijfers openbare ruimte

Een groot deel van de kapitaalgoederen zijn een onderdeel van de openbare ruimte van de gemeente. Onderstaande tabel geeft een beeld van de verschillende kapitaalgoederen in de openbare ruimte.

Tabel OK.2.
Kerncijfers openbare ruimte (bron: GBI) 2026
Wegvakonderdelen 3.343.151 m2
Bomen 38.158 st
Gazon 612.198 m2
Overig gras 1.333.432 m2
Haag 58.817 m2
Cultuurlijke beplanting 316.752 m2
Natuurlijke beplanting 380.384 m2
Stalen en betonnen bruggen 182 st
Houten bruggen 77 st
Beweegbare bruggen 19 st
Rioolputten 16.636 st
Vrijvervalleiding 372.124 m2
Mechanische leidingen 226.640 m2
Kolken 22.687 st
Openbare verlichting (masten en armaturen) 12.432 st
Verkeerslichten 16 st
Speelplaatsen 258 st
Speeltoestellen 1.290 st
Ondergrondse containers 899 st
Afvalbakken 1.139 st
Banken 899 st
Picknicktafels 52 st

Wegen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen

Beleidskader
Wij hebben de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren volgens de Wegenwet. Hierbij hoort de zorgplicht voor asfalt, elementen en halfverhardingen. Op basis van de resultaten uit de weginspectie wordt het onderhoudsplan aangepast. Als uit deze aanpassing blijkt dat nieuwe of aanvullende investerings- en onderhoudsbudgetten nodig zijn, dan gaat dit via een apart voorstel naar de raad. In 2025 zijn de wegen voor het laatst onderzocht. In 2026 wordt een nieuw wegenbeheerplan vastgesteld.

Kwaliteitsniveau
Er is een inhaalslag gemaakt in het groot onderhoud van wegen, maar het gewenste kwaliteitsniveau is nog niet gehaald.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen.

In de jaarrekening 2024, volgens het Raadsbesluit 17 december 2024, is de voorziening onderhoud wegen opgeheven. Op 13 mei 2025 is door de raad besloten om het groot onderhoud als vervangingsinvesteringen te gaan beschouwen per 1-1-2025. Afhankelijk van het type investering (toplaag asfalt, toplaag elementen, fundering) wordt een juiste afschrijvingstermijn toegepast. Dit wordt de componentenbenadering genoemd. De componentenbenadering hebben we vastgelegd in de Notitie Componentenmethode. Dit betekent dat we een nieuwe weg opdelen in verschillende lagen (toplaag, tussen- en onderlaag en fundering). Wij schrijven deze lagen in verschillende periodes af (15, 30 of 60 jaar).

Tabel OK.3.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Onderhoudsbudget in exploitatie € 429 € 429 € 429 € 429
Toevoeging onderhoudsbudget i.v.m. componentenmethode € 300 € 300 € 300 € 300
Totaal onderhoudsbudget in exploitatie € 729 € 729 € 729 € 729

In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. 

Civiele constructies

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Civiele constructies

Beleidskader
Onder civiele constructies vallen tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om verkeersroutes veilig te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door de raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zijn in 2022 de volgende assets geïnspecteerd:

verkeersbruggen;

beweegbare bruggen;

fietsbruggen;

voetgangersbruggen;

tunnels;

viaducten;

geluidschermen.

In 2026 en 2027 ligt de focus op het in kaart brengen van de staat van de civiele kunstwerken en als het nodig is het aanpassen van de beheer-/onderhoudsplannen.

Kwaliteitsniveau
De beheervisie van de gemeente Stichtse Vecht is dat bruggen, viaducten en andere civiele kunstwerken goed werken, veilig zijn en goed worden onderhouden. Zo voorkomen we dat ze sneller verslechteren en hun waarde verliezen. Daarnaast moeten ze een uitstraling hebben die past bij de visie van de gemeente. Ook moeten we het beheer en onderhoud uitvoeren binnen het beschikbare budget. We doen dit niet meer ad hoc, maar planmatig, op tijd en volgens een plan met aandacht voor risico’s.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen. Het groot onderhoud wordt gedekt door een reserve. In het beheerplan staat hoeveel geld we in deze reserve storten en hoeveel we eruit halen. Deze zijn uitgewerkt in onderliggende uitvoeringsplanningen. Bij het opstellen van het nieuwe beheerplan maken we ook een voorstel voor de benodigde budgetten. We verwerken de verwachte kosten voor groot onderhoud in 2026 en 2027 op basis van dat voorstel in de begroting. Er worden ook jaarlijks investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. 

Tabel OK.4.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Onderhoudsbudget in exploitatie € 254 € 260 € 260 € 260
Dotatie reserve € 893 € 893 € 893 € 893

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskader
Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Sinds 2019 zijn wij
verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. De raad heeft in 2020 een beleidsplan opgesteld. Op basis daarvan hebben we een uitvoeringsplan gemaakt en de werkzaamheden aanbesteed.

Kwaliteitsniveau
In  2025 en 2026 hebben wij een
achterstand in het vervangen van de bestaande openbare verlichting door ledverlichting ingehaald.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen. 
Daarnaast worden er jaarlijks investeringen gedaan. Alle geplande investeringen in de openbare ruimte zijn terug te vinden in de investeringsplanning.

Tabel OK.5.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Onderhoudsbudget in exploitatie € 57 € 57 € 57 € 57

Water en riolering

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Water en riolering

Beleidskader 
Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Volgens de Waterwet heeft de gemeente ook zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat uitgewerkt in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP heeft een looptijd van 2022 tot en met 2026 en beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat. Het geeft daarnaast inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering. Ook de kosten van al deze onderdelen zijn hierin uitgewerkt. Samenwerken en risico gestuurd werken spelen een belangrijke rol in het GRP en de uitvoering daarvan. In 2026 wordt een nieuw GRP voorgelegd voor de jaren 2027 tot en met 2030.

Kwaliteitsniveau
De riolering in de gemeente werkt over het algemeen goed en voldoet aan de gestelde eisen. Ontstaan er toch problemen of schades, dan herstellen we die zo snel mogelijk. Als er problemen of schades waren, hebben we die hersteld. Waar incidenten/gebreken zijn ontstaan, hebben we die hersteld. 
Dit gebeurt vaak zonder hinder voor onze inwoners. Voorbeelden hiervan zijn: persleidingbreuk, spoelgaten bij kolken/putten, verstopte duikers, defecte pompputten.

Financiën 
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van het GRP in de exploitatie van de meerjarenbegroting. 
Er wordt een 100% kostendekkend tarief gebruikt, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening. Hierdoor hoeft het tarief niet steeds aangepast te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven.

Tabel OK.6.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030 2031
Onderhoudsbudget in exploitatie € 1.363 € 1.363 € 1.363 € 1.363 € 1.363

Groen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Groen

Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen, gazons en andere velden in de openbare ruimte en  de paden in parken. Ook de begraafplaatsen horen hierbij. Voor groenvoorzieningen en onkruid en zwerfvuil op verhardingen geldt onderhoudsniveau B in de kernen. Buiten de kernen geldt onderhoudsniveau C buiten. Voor begraafplaatsen geldt onderhoudsniveau B. We onderhouden bomen volgens het handboek bomen. We controleren de bomen volgens de gekoppelde veiligheidsinspecties.
Het beleidskader wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Boombeleidsplan, de parkbeheerplannen, de landschapsontwikkelingsplannen en de regionale visie klimaatadaptie. 

In 2027 wordt een percentage van het aantal plantvakken opnieuw ingericht. Ook wordt er gewerkt aan het op peil brengen van het bomenbestand aan de vastgestelde kwaliteitseisen. De kleine achterstanden in de beplantingsvakken worden weggewerkt, dat past binnen de beschikbare budgetten.

Kwaliteitsniveau
Naast het dagelijks en jaarlijks onderhoud renoveren we elk jaar een aantal plantvakken. Dit zijn plantvakken die niet meer voldoen aan de eisen. Daarin groeien vaak ongewenste plantsoorten en/of wortelonkruiden.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. 
Op basis van de aanbesteding in 2022 zijn in de exploitatiebudgetten in de begroting 2022 aangepast voor de periode 2022-2026. Uit de ophanden zijnde herziening van de beleids- en beheerplannen volgt de komende jaren de herziening van de financiën. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden.

Tabel OK.7.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Onderhoudsbudget in exploitatie € 4.180 € 4.180 € 4.180 € 4.180

Speelterreinen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Speelterreinen

Beleidskader
De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De uitwerking van dit plan vindt plaats in de kwaliteitskaarten spelen. In 2025 is het streefbeeld kwaliteitskaarten spelen vastgesteld. Dit past binnen het eerder door de raad vastgestelde beleidskader. In de kwaliteitskaarten wordt aandacht besteed aan het participatief
inrichten van speelplekken met speeltoestellen en speelaanleidingen gericht op vergroening, natuur en klimaat.

Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Voor de speel- en sporttoestellen en valondergronden worden de normen van het WAS gebruikt. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd.

Kwaliteitsniveau
Na inspecties van de speeltoestellen voeren we de reparaties op tijd uit. We vervangen verouderde speeltoestellen stap voor stap volgens het streefbeeld uit de ‘kwaliteitskaarten spelen’. Daarin staat waar de speelplekken op verschillende plekken in de gemeente staan. Het gaat om met speelplekken met toestellen en plekken om vrij te spelen. 
Zo zorgen we voor een uitdagend en gevarieerd aanbod. We plaatsen daarbij geen losse toestellen. 

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. In de Kaderbrief 2027 is een voorstel gedaan (kwaliteitskaarten spelen) om nieuwe investeringsbudgetten toe te kennen voor 2027-2030
. 

Tabel OK.8.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Onderhoudsbudget in exploitatie € 286 € 292 € 292 € 292

Gebouwen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beheerplannen vastgoed 
Gemeente Stichtse Vecht is eigenaar van een gevarieerde vastgoedportefeuille. Met dit vastgoed maken we onze sociaal-maatschappelijke doelstellingen mogelijk en versterken we de sociale cohesie in de kernen. We bieden ruimte voor culturele activiteiten en geven de gelegenheid elkaar te ontmoeten. Ook geeft veel inwoners de mogelijkheid om te sporten en vitaal te blijven. Onze gemeentelijke huisvesting en begraafplaatsen dienen het algemeen nut. Daarnaast zorgen we met de monumenten die voor het publiek toegankelijk zijn voor het behoud van het cultureel erfgoed van Stichtse Vecht. Zo dragen we ook bij aan de uitstraling van onze gemeente.

Het niveau waarop het gemeentelijk vastgoed in stand gehouden wordt, is vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Het is een 1dat is gebaseerd op de Conditiemetingsmethodiek volgens NEN 2767. Het niveau waarop het onderhoud gemiddeld gehouden wordt, is vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve, publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, onderhouden we op conditieniveau 2. Deze gebouwen zijn in goede en representatieve staat.

Beheerplan 2027-2036 
In het beleidsplan gemeentelijk vastgoed staan de kaders voor het gebruik van gemeentelijke gebouwen, dorpshuizen en overig vastgoed voor maatschappelijke functies en sport. Op basis van dit beleidsplan wordt het beheerplan gemeentelijke vastgoedobjecten herzien. We kijken daarbij kritisch naar haalbaarheid en betaalbaarheid. Om het onderhoud zo efficiënt en planmatig mogelijk uit te voeren, kiezen we bij aanbestedingen voor meerjarige clustercontracten. De markt wordt hiervoor uitgenodigd om mee te denken met de gemeente.

Verzelfstandiging sportaccommodaties
De gemeente Stichtse Vecht is eigenaar van MFA Safari en meerdere binnensportaccommodaties. Op 1 januari 2025 is SRO Stichtse Vecht opgericht. De exploitatie van multifunctionele accommodatie (MFA) Safari en de binnensportaccommodaties ligt bij deze organisatie. Ook het beheer en onderhoud van deze sportaccommodaties is neergelegd bij SRO Stichtse Vecht. De financiële verantwoordelijkheid ligt nog wel bij de gemeente. De gemeente stelt dan ook de meerjaren-onderhoudsplannen vast. Op basis hiervan wordt jaarlijks aan de hand van een jaarplan het budget vastgesteld voor uitvoering van het onderhoud in het komend jaar. De uitvoering van het onderhoud ligt bij SRO Stichtse Vecht. 

Tabel OK.9.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Onderhoudsbudget in exploitatie € 620 € 622 € 622 € 622
Budget onderhoud in voorziening € 1.180 € 344 € 2.867 € 461
Dotatie voorziening € 1.257 € 1.284 € 1.284 € 1.284

Sportterreinen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Sportterreinen

Beleidskader
Buitensportaccommodaties zijn kapitaalgoederen die onder het programma ‘Sport’ vallen. Zoals vastgesteld in de sport- en beweegnota, regelen wij een verantwoord basisniveau van een gevarieerd sport- en beweegaanbod met betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. We stimuleren dat we de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties verder wordt overdragen aan de gebruikers.

Kwaliteitsniveau
De verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de sportparken. De gemeente houdt hier toezicht op.

Financiën

In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor vervangingsbijdragen aan derden. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport. Ook zorgen we voor een exploitatiebijdrage voor beheer en onderhoud van de binnensportaccommodaties. 

Tabel OK.10.
Onderhoudsbijdrage (x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Onderhoudsbijdrage buitensport € 437 € 437 € 437 € 437

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

De paragraaf Financiering biedt een overzicht van de geldstromen, de omvang van langlopende leningen en de wettelijke normen voor risicobeheersing. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). We hebben dat vertaald in het 'Treasury statuut 2026 Gemeente Stichtse Vecht'. 

De Wet fido stelt twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen:

  • Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties zijn alleen toegestaan ten goede van de publieke taak;
  • Het uitzetten van tijdelijk overtollig geld is niet gericht op het krijgen van extra inkomsten.

Financieringspositie

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringspositie

Om inzicht te krijgen in de financieringspositie, maken we gebruik van een liquiditeitsplanning (een planning van wanneer geld binnenkomt en wanneer we geld uitgeven). Op basis van deze planning bepalen we wanneer we een lening moeten afsluiten. Deze planning stellen we regelmatig bij. 

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Financiering - Leningenportefeuille

Per 1 januari 2027 is de leningenportefeuille opgebouwd uit 16 langlopende geldleningen. Deze hebben een restschuld bij aanvang van het begrotingsjaar van € 201,8 miljoen.

Tabel F.1.
Leningenportefeuille Restant hoofdsom (x € 1.000)
Leningenportefeuille per 1 januari 2026 165.850
Reguliere aflossingen 2026 -14.038
Nieuw aangetrokken/aan te trekken geldleningen 2026 50.000
Leningenportefeuille per 31 december 2026 201.813
Reguliere aflossingen 2027 -19.163
Prognose nieuw aan te trekken geldlening 2027 70.000
Leningenportefeuille per 31 december 2027 252.650

Renteschema 2027

Terug naar navigatie - Financiering - Renteschema 2027
Tabel F.2.
Renteschema 2027 (x € 1.000)
Externe rentelasten over korte en lange financiering 6.314
Af: externe rentebaten -3
Totaal door te rekenen externe rente 6.311
Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -105
Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties 0
Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties 0
Rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves) 0
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) 0
Aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead) 6.206
Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag) -6.138
Renteresultaat op taakveld Treasury 68

Rente ontwikkeling
De interne renteberekening op investeringen is verhoogd van 2,25% in de Begroting 2026 naar 2,50% in de Begroting 2027.

Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Financiering - Risicobeheersing

In de Wet fido staan regels om de risico’s bij lenen en beleggen van geld te beperken. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel kortlopend geld (looptijd tot 1 jaar) we maximaal mogen lenen. Dit voorkomt dat rentestijgingen te veel invloed hebben op de begroting. De limiet is 8,5% van de totale begroting. 

Tabel F.3.
Begrotingstotaal 2027 (x € 1.000) Percentage Kasgeldlimiet (x € 1.000)
234.512 8,5% 19.934

Renterisiconorm
De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm zorgt ervoor dat leningen zo worden verdeeld dat het risico van hogere rentes bij nieuwe of verlengde leningen beperkt blijft.

Tabel F.4.
Renterisiconorm 2027 2027 2028 2029 2030
(x € 1.000)
1 Berekening renterisico
1a Renteherzieningen - - - -
1b Betaalde aflossingen 19.163 19.913 19.663 19.288
A Renterisico (1 + 2) 19.163 19.913 19.663 19.288
2 Berekening renterisiconorm
2a Begrotingstotaal 234.512 213.770 216.235 217.965
2b Percentage 20% 20% 20% 20%
B Renterisiconorm 46.902 42.754 43.247 43.593
Toets (B - A)
B Renterisiconorm 46.902 42.754 43.247 43.593
A Renterisico 19.163 19.913 19.663 19.288
Ruimte renterisiconorm 27.740 22.842 23.584 24.306

Bedrijfsvoering

Regulier

Inleiding

Terug naar navigatie - Regulier - Inleiding

In 2026 wordt verder gebouwd aan een toekomstgerichte, transparante en daadkrachtige organisatie. De nieuwe organisatiestructuur is ingevoerd en er is gewerkt aan een soepele start van een nieuwe bestuursperiode. In 2027 werken we aan verdere professionalisering van de organisatie aan de hand van vier organisatiedoelen: Dienstverlening, Verbinding en betrokkenheid, Solide organisatie en Bestuurlijke opgaven.

Het realiseren van deze organisatiedoelen vraagt om een moderne en goed functionerende bedrijfsvoering die medewerkers, management en bestuur optimaal ondersteunt bij de uitvoering van hun werkzaamheden. Daarbij wordt steeds gewerkt aan het verbeteren van processen, het versterken van de kwaliteit van de dienstverlening en het voldoen aan wet- en regelgeving. Tegelijk blijft de bedrijfsvoering inspelen op technologische ontwikkelingen en digitalisering. Daarbij gelden ook de toenemende eisen op het gebied van compliance (regelgeving), de behoefte van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Zo blijft de organisatie wendbaar, toekomstgericht en in staat om maatschappelijke opgaven effectief voor elkaar te krijgen.  

In de onderstaande paragrafen wordt toegelicht op welke wijze we hier invulling aan geven.

Human Resources

Terug naar navigatie - Regulier - Human Resources

Een toekomstbestendige organisatie vraagt om voldoende capaciteit, vakmanschap, wendbaarheid en goed werkgeverschap.

We blijven inzetten op het aantrekken, ontwikkelen en behouden van medewerkers. We ontwikkelen een sterke Employee Value Proposition (EVP), waarmee we ons werkgeversmerk verder versterken. Hiermee onderscheiden we ons op een krappe arbeidsmarkt en vergroten we onze aantrekkingskracht als werkgever. Zodat talentvolle medewerkers kiezen voor Stichtse Vecht en zich voor langere tijd aan de organisatie willen verbinden.

Daarnaast besteden we veel aandacht aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Daarbij gaan we uit van een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever en medewerker. We investeren in preventie en het vergroten van kennis en bewustwording rondom fysieke en mentale gezondheid. In dit kader wordt een periodiek medisch onderzoek aangeboden, waarmee medewerkers inzicht krijgen in hun fysieke en mentale vitaliteit. Waar nodig bieden wij ondersteuning om gezondheid, welzijn en duurzame inzetbaarheid te bevorderen.

Duurzame inzetbaarheid wordt ook ondersteund door een veilig werkklimaat. Daarom houden we dit onderwerp op de agenda en versterken we sociale en zakelijke integriteit en een open organisatiecultuur.

Opleidingsprogramma

Terug naar navigatie - Regulier - Opleidingsprogramma

In 2027 wordt verder ingezet op het vergroten van transparantie en uitlegbaarheid van bestuurlijke stukken en het ambtelijk-bestuurlijk samenspel. Het voortzetten van de training politiek-bestuurlijke sensitiviteit en de training college- en raadsvoorstellen draagt hieraan bij.

Daarnaast wordt op diverse organisatieonderdelen geïnvesteerd in het vergroten van het vakmanschap.

Ook komend jaar blijft er aandacht voor het versterken van de kernwaarden respectvol, open en lef (ROL). Dit doen we onder andere door het voortzetten van het programma Persoonlijk Leiderschap en teamcoaching.

Met al deze activiteiten zorgen we voor het vergroten van de wendbaarheid van medewerkers. Dit zal een positief effect hebben op een toekomstgerichte en daadkrachtige organisatie.

Loon organisatie

Terug naar navigatie - Regulier - Loon organisatie

De loonsom voor het nieuwe team Toegang en Jeugd is nog niet verwerkt in de begroting 2027 – 2030, omdat het besluit hierover ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet was geformaliseerd. Hiervoor volgt op een later moment nog een begrotingswijziging. 

Tabel B.1.
Toerekende personeelskosten B2026 B2027
Programma 1 24.162 24.820
Programma 2 1.432 2.276
Programma 3 11.988 11.656
Programma 4 11.168 10.719
Programma 5 2.783 4.091
Totaal toegerekende personeelskosten 51.533 53.561
Verdeling naar kostensoort
Loonsom organisatie 44.624 46.619
Loonsom overig 6.104 6.144
Indirecte personeelskosten 805 798
Totaal personeelskosten per kostensoort 51.533 53.561

In vergelijking met de primitieve begroting 2026 zijn de personeelskosten met € 2,0 mln. gestegen.  Een specificatie van deze stijging is in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel B.2.
Primitieve begroting 2026 51.533
x € 1.000
Kadernota 2026 0,5 FTE Solide organisatie incidenteel voor 2026, vervalt m.i.v. 2027 -50
Kadernota 2027 indexering salarislasten 4,2% meicirculaire i.p.v. 5,1% decembercirculaire 2.172
Kadernota 2027 CAO Kansis 100
Verplaatsen uitbetaling pensioen wethouders naar voorziening -187
Bijstelling indirecte personeelslasten -7
Primitieve begroting 2027 53.561

Loonorganisatie - effect- en prestatie indicatoren

Terug naar navigatie - Regulier - Loonorganisatie - effect- en prestatie indicatoren

  

Tabel B.3.
Verplichte indicatoren Rijk P/E Bron R2025 B2026 B2027
Formatie per 1.000 inwoners P SV 7,1 7,2 7,1
Bezetting per 1.000 inwoners P SV 6,9 6,3 6,8
Apparaatskosten per inwoner P SV 429,36 415,33 416,48
Kosten externe inhuur als % van totale loonsom P SV 19,8% <19% <19%
Totale kosten inhuur externen (€ 1.000) P SV 5.668 1.695 1.307

Overheadskosten

Terug naar navigatie - Regulier - Overheadskosten

  

Tabel B.4.
Overheadkosten 2027 (Bedragen x€1.000)
Bedrijfsvoering
Huisvesting organisatie 952
Informatie en Technologie Beheer 5.295
Facilitair & Vastgoed 691
Mens & Organisatie 1.668
Klantcontact en Communicatie 122
Financiën 309
Control 128
CIO Bureau 1.381
Bestuur, Inkoop, Contracten en Juridisch 680
Dienstverlening Publiekszaken 375
Beheer Openbare Ruimte Civiel 31
Beleid Economie en Leefomgeving -91
Projecten en Advies Leefomgeving 3
Totaal bedrijfsvoering 11.544
Personeelslasten
Loonsom overhead 16.159
Indirecte personeelslasten 111
Totaal personeelslasten (loonkosten) 16.270
Totaal 27.814

Informatiemanagement

Terug naar navigatie - Regulier - Informatiemanagement

De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van het op orde brengen van de ICT-omgeving. Daarbij is de ICT-infrastructuur, de digitale werkplek en de informatiehuishouding verbeterd. Door de maatschappelijke vraag en de geopolitieke context is digitale informatievoorziening en goede beveiliging de standaard. We werken daarom aan het versterken van de regie op de informatievoorziening (IV) en ICT. Ook vertalen we de gemeentelijke ambities zoals digitale dienstverlening, datagedreven werken en AI en transparantie naar informatiebeleid.

De risico’s van langdurige uitval brengen negatieve gevolgen voor de gemeente met zich mee. Daarom wordt ingezet op het inrichten van bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM). Hiermee wordt het risico op langdurige stilstand van de kritische processen verlaagd.

Om de informatievoorziening te verbeteren wordt er komend jaar gewerkt aan de introductie van een kwaliteitssysteem. Verouderde netwerkschijven worden vervangen door een moderne werkplek.

ICT infra en kantoorautomatisering

Terug naar navigatie - Regulier - ICT infra en kantoorautomatisering

Het digitaal beveiligingsbeleid zal volgens wet- en regelgeving verder ontwikkeld en geïmplementeerd worden. Daarnaast zal ingezet worden op actieve ondersteuning bij de aanschaf (inkoop) van software conform architectuurprincipes inclusief advies over beveiligingsondersteuning. Het optimaal inrichten van een efficiënte en veilige kantoorautomatisering vraagt continu aandacht om up-to-date te blijven.

Datagedreven werken en AI

Terug naar navigatie - Regulier - Datagedreven werken en AI

De gemeente gaat net als andere gemeenten steeds meer digitaal werken en er is geen proces meer zonder digitaal onderdeel. Innovaties zoals AI, dragen bij aan een (nog) efficiëntere dienstverlening richting de inwoners en bedrijven. AI vereist echter ook goede richtlijnen, instructies en training voor veilig gebruik. Daarom wordt in 2027 ingezet op het ontwikkelen van een cultuur van verantwoord datagebruik zodat het risico op misleidende inzichten of vertekende besluitvorming wordt voorkomen.

Compliance

Terug naar navigatie - Regulier - Compliance

Informatiebeveiliging en gegevensbescherming

Geopolitieke onrust in de wereld verhoogt de noodzaak om hogere eisen te stellen aan informatiebeveiliging en gegevensbescherming. Dit vertaalt zich op het gebied van wetgeving in een aangescherpte versie van de Europese Network and Information Security Directive (NIS2-richtlijn), de Nederlandse Baseline Informatiebeveiliging Overheid (de BIO2) en de Cyberbeveiligingswet (Cbw).

De gemeente is daarmee genoodzaakt om informatiebeveiliging een belangrijk onderdeel te laten zijn van de bedrijfsvoering. In combinatie met de grote afhankelijkheid van informatiesystemen en de ambitie om dienstverlening verder te digitaliseren, moeten we op het gebied van informatiebeveiliging en gegevensbescherming ook een hoge standaard neerzetten. Daarom zetten we in op de verdere ontwikkeling en duurzame versteviging van informatiebeveiliging en gegevensbescherming in processen, systemen en het gedrag van medewerkers.

Om deze verbetering te realiseren bouwen we verder op het meerjarenplan dat in 2026 is opgesteld. Dit plan biedt richting en visie voor de verdere invoering en het vastleggen van informatiebeveiliging en gegevensbescherming binnen de gemeente.

Inkoop- en aanbesteding

Per 1 januari 2026 is inkoop en contractmanagement gecentraliseerd. Afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in een sterke basis voor inkoop en contractmanagement. In 2027 zetten we deze lijn voort met de ambitie om binnen deze bestuursperiode volledig rechtmatig te worden.

Informatie en systemen hebben al een stevige basis maar worden verder geoptimaliseerd voor efficiënt gebruik. Binnen de organisatiecultuur moet contractbewust handelen de norm worden. Het doel daarbij is dat medewerkers eigenaarschap voelen voor hun contract en bewust handelen binnen de kaders van contracten.

Privacy

In 2027 gaan we met de bestaande nulmeting aan de slag. Deze is opgesteld met het AVG borgingsproduct van de VNG. We nemen daaruit de belangrijkste uitkomsten nader onder de loep en starten met het onderwerp “Kennis Processen” (kennis van de AVG in processen). Daarmee werken we toe naar een verdere AVG compliantie.

Onderzoeksprogramma

Terug naar navigatie - Regulier - Onderzoeksprogramma

Voor het leren en het verbeteren van werkwijzen heeft de gemeente Stichtse Vecht verschillende onderzoeken. Dit betreft onder andere:

  • bijzondere onderzoeken zoals rechtmatigheidsonderzoeken;
  • artikel 213a-onderzoeken naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van het beleid en de bedrijfsvoering;
  • overige audits, zoals de ENSIA, een periodieke IT-audit op de systemen,  de jaarlijkse DigiD-audit en de audits op grond van de Wet politiegegevens.

Voor het onderzoeken gebruiken we de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Stichtse Vecht 2024. In de verordening staat de regelmaat en hoe het college over de voortgang en planning van onderzoeken rapporteert. Voor 2027 is het voornemen om een artikel 213a- onderzoek uit te voeren.

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Inleiding

De gemeente bepaalt zelf hoe gemeentelijke taken worden uitgevoerd, door ze zelf uit te voeren of samen met andere gemeenten. Gemeente Stichtse Vecht maakt gebruik van samenwerkingsverbanden, ook wel verbonden partijen genoemd, om verschillende taken uit te voeren. Deze partijen zijn zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk. De gemeente heeft in een verbonden partij vaak een bestuurlijk en een financieel belang. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente invloed heeft op het bestuur. Bijvoorbeeld doordat een wethouder in het bestuur zit of stemrecht heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente geld beschikbaar stelt at verloren kan gaan bij faillissement of als de gemeente aansprakelijk is voor de verplichtingen van de verbonden partij. De gemeente Stichtse Vecht werkt samen met publiekrechtelijke, verbonden partijen (op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen) en privaatrechtelijke partijen, zoals vennootschappen en stichtingen. De raad behandelt de belangrijke documenten, zoals begrotingen en jaarrekeningen, van deze samenwerkingen.

De gemeente werkt sinds 2024 met raadsrapporteurs voor een verbonden partij. De raadsrapporteurs spelen een rol in het bevorderen van de communicatie en transparantie van de gemeenschappelijke regelingen binnen de gemeenteraad. Ze koppelen regelmatig terug in de commissies. Hierdoor blijft de raad geïnformeerd over de voortgang en de belangrijkste kwesties binnen de verbonden partijen. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 zijn er in de raadsvergadering van 12 mei 2026 elf raadsrapporteurs benoemd voor acht partijen.

Beleid

Op 30 september 2025 heeft de raad de ‘Nota verbonden partijen’ vastgesteld. Deze nota:

·        verbetert de mate waarin de raad zijn kaderstellende en controlerende rol kan uitoefenen;

·        biedt een systeem voor het aansturen van onze verbonden partijen;

·        is de basis voor de paragraaf Verbonden partijen in begroting en jaarrekening.

Verder bevat de nota een afwegingskader voor het vormgeven van een samenwerking. Ook geeft de nota aan hoe ongewenste dubbele rollen te voorkomen. De nota deelt verbonden partijen in naar sturingsprofielen. Hierdoor kunnen de raad en het college gerichter toezicht houden. In 2026 heeft de raad de ‘Sturingsprofielen verbonden partijen’ vastgesteld. Dit besluit geeft alle verbonden partijen een sturingsprofiel (regulier, uitgebreid of intensief). Voor nieuwe partijen stelt de raad dit bij de start van een partij vast. Het sturingsprofiel is in de tekst per partij aangegeven.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

De verbonden partijen waarmee de gemeente samenwerkt voor het bereiken van haar doelstellingen zijn te vinden in de verschillende programma's. In deze paragraaf staan het algemeen belang en de voorgeschreven (financiële) gegevens op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) per verbonden partij. In de volgorde van partijen is de onderverdeling uit het BBV gevolgd:

  1. gemeenschappelijke regelingen;
  2. vennootschappen en coöperaties;
  3. stichtingen en verenigingen, en,
  4. overige verbonden partijen.

Per samenwerkingsvorm is een beschrijving van het doel gegeven. Daarnaast zijn er, wanneer van toepassing, relevante ontwikkelingen voor 2027 beschreven. Daarna volgt een overzicht met (financiële) gegevens. De risico’s die een verbonden partij niet (of onvoldoende) zelf met maatregelen heeft aangepakt, staan in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. 

In het overzicht met gegevens zijn de financiële cijfers uit de Begroting 2027 van een verbonden partij overgenomen. Bij het ontbreken van deze gegevens tijdens het schrijven van deze paragraaf zijn de laatst bekend financiële cijfers gebruikt. Deze staan dan in de tabel.

Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2

Sturingsprofiel: Intensief

De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is een samenwerkingsverband van en voor alle 26 Utrechtse gemeenten in de provincie Utrecht. De VRU is verantwoordelijk voor brandweerzorg, risicobeheersing en crisisbeheersing. De Bestuursagenda 2024-2027 vormt de basis voor de beleidsuitvoering. In de Ontwerpbegroting 2027 en geactualiseerde begroting 2026 staat welke activiteiten de VRU uitvoert. Daarmee blijft de organisatie toekomstbestendig en kan zij inspelen op nieuwe maatschappelijke en veiligheidsontwikkelingen.

Toekomstbestendige brandweerzorg
De VRU blijft investeren in een toekomstbestendige brandweerorganisatie die paraat, vakbekwaam en veilig kan optreden. Binnen het programma ‘Doorontwikkelen paraatheid’ wordt de VRU aan de verdere ontwikkeling van de piketorganisatie, de invoering van een nieuw repressief informatiesysteem, actualisatie van het dekkingsplan en onderzoek naar de toekomstige positionering van brandweerposten. Daarnaast neemt de VRU maatregelen om de brandweer voor te bereiden op de gevolgen van de energietransitie en nieuwe risico's, zoals grootschalige energieopslag en gevaarlijke stoffen.

De VRU blijft investeren in de vakbekwaamheid van medewerkers, onder andere door regionale samenwerking, digitale leeromgevingen en structurele uitbreiding van opleidingscapaciteit. Om de arbeidsveiligheid te vergroten investeert de VRU in nieuwe hulpmiddelen, zoals drones, onderwaterrobots en blus- en verkenningsrobots.

Door de gevolgen van klimaatverandering krijgt natuurbrandbeheersing extra aandacht. De samenwerking met gemeenten, de provincie en natuurbeheerders wordt verder versterkt en de repressieve samenwerking met omliggende veiligheidsregio's wordt uitgebreid. Daarnaast blijft de VRU investeren in het aantrekken, behouden en duurzaam inzetbaar houden van zowel beroeps- als vrijwillige brandweermedewerkers. Ook zorgt de VRU dat de brandweer haar werk onder alle omstandigheden kan doen.

Veilige en gezonde Leefomgeving
Binnen Risicobeheersing werkt de VRU verder aan een veilige en gezonde leefomgeving door risico’s op tijd te signaleren en gezamenlijk te beheersen. Daarbij wordt vooral rekening gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering, energietransitie, digitalisering en verstedelijking.

De VRU blijft gemeenten adviseren over omgevingsveiligheid, bouwveiligheid en brandveilig gebruik. Daarnaast wordt ingezet op risicogericht werken, het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners en ondernemers en het verder ontwikkelen van risicocommunicatie en voorlichting.

Nieuwe risico's, zoals natuurbranden, waterveiligheid en de gevolgen van netcongestie en langdurige stroomuitval, krijgen nadrukkelijk een plaats binnen de beleidsontwikkeling. De samenwerking met gemeenten, omgevingsdiensten, provincie en andere veiligheidspartners wordt verder versterkt.

Versterking crisisbeheersing
De VRU versterkt de crisisorganisatie om beter voorbereid te zijn op langdurige, complexe en multidisciplinaire crises. Daarbij ligt de nadruk op verdere professionalisering van crisisfunctionarissen, vakbekwaamheid en samenwerking met gemeenten, veiligheidsregio's en crisispartners.

Vanuit de landelijke opgave voor regionale weerbaarheid wordt extra ingezet op de voorbereiding op grootschalige crises, zoals langdurige stroomuitval, cyberincidenten en geopolitieke dreigingen. De veiligheidsregio ontwikkelt hiervoor aanvullende voorzieningen en versterkt de regionale crisisstructuur.

Ook binnen de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) blijft de aandacht gericht op de voortgang van de zorgketen, samenwerking met zorgpartners en het versterken van de weerbaarheid van de zorgsector tijdens crises.

Ondersteuning
De ondersteunende organisatie ontwikkelt zich verder om de primaire processen goed te ondersteunen. Daarbij wordt geïnvesteerd in goed werkgeverschap, duurzame inzetbaarheid, informatiegestuurd werken, digitale veiligheid en bedrijfscontinuïteit.

Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere professionalisering van informatievoorziening, datagedreven werken en digitalisering. Ook worden maatregelen getroffen om de continuïteit van de bedrijfsvoering te verzekeren, onder meer door noodstroomvoorzieningen, andere communicatiemiddelen en versterking van de digitale weerbaarheid.

De begroting 2027 heeft daarnaast de eerste uitwerking van de bestuurlijk vastgestelde toekomstscenario's. Hiermee investeert de VRU gefaseerd in noodzakelijke versterkingen van de organisatie om vanaf 2030 structureel ‘op orde’ te zijn. Maar ook om voorbereid te blijven op toekomstige maatschappelijke en veiligheidsontwikkelingen.

Niet ondervangen risico's: Geen. 

Tabel VP.2.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '27 - eind '27

Vreemd vermogen

(begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

 (eind 2027)

Bijdrage SV 2027
Veiligheidsregio (VRU) Burgemeester AB: stemrecht steminvloed: 6% € 25.026  € 73.919  € 0  € 5.247
    Aandeel in totale begroting: 4,0% € 25.507 € 79.558    

 

GGD regio Utrecht (GGDrU) – Programma 5

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - GGD regio Utrecht (GGDrU) – Programma 5

Sturingsprofiel: Intensief

Het doel van de GGDrU is het bevorderen van de volksgezondheid en het voorkomen van ziekten door preventieve interventies. Dit doen ze aan de hand van de thema’s: kansrijk opgroeien, een gezonde en veilige leefomgeving, langer gezond en zelfstandig leven en een vitale en wendbare organisatie. De begroting 2027 is opgesteld op basis van de kaderbrief 2027. De begroting houdt rekening met de financiële situatie van gemeenten. Er is in lijn met de zienswijzen aandacht voor de druk op gemeentefinanciën. Daarnaast zijn de eerder besloten structurele bezuinigingen en de bezuinigingen op maatwerk vanaf 2027 verwerkt. GGDrU voert haar wettelijke taken uit en richt zich op continuïteit met aandacht voor de transformatieopgave en het versterken van de kennis- en adviesfunctie. Met speciale aandacht voor vaccinatiegraad, seksuele gezondheid en voorbereid zijn op pandemieën.  

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.6.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

(begin '27 - eind '27

Financieel resultaat

(eind 2027)

Bijdrage SV 2027
GGD regio Utrecht (GGDrU) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed: 6% € 4.521  € 30.035 € 0 € 3.678
    Aandeel in totale begroting: 6% € 4.619 € 28.765

Omgevingsdienst Utrecht (ODU) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Omgevingsdienst Utrecht (ODU) - Programma 3

Sturingsprofiel: Uitgebreid

Per 1 januari 2026 is er één omgevingsdienst in de provincie Utrecht: de ODU. Dit is een samenvoeging van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). De ODU heeft 27 deelnemers en werkt voor de regio Utrecht.

De programmabegroting 2027 ODU staat, net als vorig jaar, in het teken van aanvullende bezuinigingen. Dit zorgt ervoor dat stijging van de deelnemersbijdrage (2,9%) onder de autonome prijsontwikkeling (4,6%) ligt. Deze koers vraagt alleen wel om blijvende scherpe keuzes zodat de ODU een financieel robuuste organisatie blijft die voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria. De beschikbare financiële ruimte is voldoende om noodzakelijke innovatie en de kwaliteit van de dienstverlening vast te leggen. De regionale Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) is hierbij de basis.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.5.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen vermogen (begin '27 - eind '27) Vreemd vermogen (begin '27 - eind '27) Financieel resultaat (eind 2027) Bijdrage SV 2027
Omgevingsdienst Utrecht (ODU) Collegelid

AB: stemrecht Steminvloed: 3,7%

Aandeel in totale begroting: 5%

€ 867 - € 3.200  € 6.442 - € 1.674 € 0 € 2.295

 

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) - Programma 1

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) - Programma 1

Sturingsprofiel: Regulier

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. De BghU heft en int belastingen namens de deelnemers. Daarnaast stelt de BhgU de hoogte van de WOZ-waarden vast voor alle onroerende zaken in deze gemeenten.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.9.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat (eind 2027) Bijdrage SV 2027
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Collegelid DB: stemrecht Steminvloed 6% € 786  € 7.373  € 0 € 1.139
    Aandeel in totale begroting: 6% € 694 € 7.372

 

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Afval Verwijdering Utrecht (AVU) - Programma 3

Sturingsprofiel: Uitgebreid

Sinds 1984 zorgt de regie- en kennisorganisatie AVU ervoor dat het huishoudelijke afval van gemeenten duurzaam en tegen zo laag mogelijke kosten wordt verwerkt. Als de AVU de inzameling en transport aan derden uitbesteedt, zorgt zij ervoor dat de nieuwe contracten op tijd worden aanbesteed. Wanneer deze activiteiten door  dienstverleningsovereenkomsten worden verzorgd, zal de AVU ook deze overeenkomsten op tijd  en in overleg met de partners verlengen. De AVU draagt zorg voor het op tijd  aanbesteden  van de verwerkingscontracten van de aan de AVU in beheer overgedragen afvalstromen.

Er worden voor 2026 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent de afvaldeelstromen die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de begroting.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.8.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

(begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

 (eind 2027)

Bijdrage SV 2027
Afval Verwijdering Utrecht (AVU) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% € 100 - € 14.000 - € 0 € 2.765
    Aandeel in totale begroting: 5,5% € 100 € 14.000

Plassenschap Loosdrecht e.o. – Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Plassenschap Loosdrecht e.o. – Programma 3

Sturingsprofiel regulier

De deelnemers van het Plassenschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners- en bezoekers van de regio. Een deel van deze recreatiegebieden ligt op het grondgebied van Stichtse Vecht zoals Bosdijk, Zwaan en een groot deel van de Kievitsbuurten.

Het beheer en onderhoud van de eigendommen van het Plassenschap is tot en met 31 december 2022 uitgevoerd door Recreatie Midden Nederland (RMN). Per 1 januari 2023 heeft de gemeente Wijdemeren het beheer van het gebied van het Plassenschap Loosdrecht en omgeving overgenomen van RMN. De gemeente Wijdemeren verzorgt het beheer voor het Plassenschap. Als er keuzes gemaakt moeten worden, dan stemt de gemeente Wijdemeren dit af met de andere deelnemers. Dat zijn provincie Utrecht, provincie Noord-Holland en gemeente Stichtse Vecht. Het jaar 2023 was een overgangsperiode. Die tijd is gebruikt om de gemeente Wijdemeren als nieuwe beheerder vertrouwd te maken met het werkgebied en de kapitaalgoederen, de risico’s van beheer en onderhoud in kaart brengen, werkprocessen opzetten en het vierjarig Uitvoeringsplan opstellen. In september 2023 zijn het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en een Meerjaren Investeringsplan (MJIP) vastgesteld. Met deze beheerplannen is een 4-jarig uitvoeringsplan opgesteld. Verder zijn deze plannen belangrijke bouwstenen voor het 4-jarig financieel perspectief, dat volgens de gemeenschappelijke regeling (GR) is opgesteld. Ook geven de uitkomsten een inbreng voor het jaarlijks beheerplan onderhoud.

In 2025 is onder andere geïnvesteerd in de volgende projecten:

Omschrijving Bedrag
Beschoeiingen vervangen / repareren € 2.544.200
Sluizen €     308.900
Landterreinen €    350.000
Materieel en vastgoed €       60.000

Voor 2027 staan de volgende investeringen gepland:

Omschrijving Bedrag
Beschoeiingen vervangen / repareren € 1.281.600
Sluizen €    649.200
Materieel en vastgoed €      30.000

Niet ondervangen risico's: geen. 

Toelichting weerstandsvermogen: 

Weerstandsvermogen: de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s zoals gekwantificeerd in de risicoparagraaf van de begroting en jaarstukken dient minimaal 1:1 te zijn. Afgesproken is dat het weerstandsvermogen per 2026 weer een ratio van 1 moet hebben. Volgens de begroting van 2027 zal het weerstandsvermogen uitkomen op 9,9 wat ruim boven de 1 is.

De begroting 2027 van het Plassenschap is een beleidsarme begroting voor wat betreft nieuwe ontwikkelingen.

Tabel VP.3.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '27 - eind '27) 

Vreemd vermogen

(begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

 (eind 2027)

Bijdrage SV 2027
Plassenschap Loosdrecht e.o.  Collegelid Steminvloed: 25% € 1.469 

€ 11.350

€ 0 € 479 (ex transparantie BTW)
    Aandeel in totale begroting 17,76%   € 1.841 € 13.331

 

Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) e.o. - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) e.o. - Programma 3

Sturingsprofiel: Regulier

De deelnemers van de GR Recreatieschap Stichtse Groenlanden (GR-SGL) werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Recreatieschap SGL werkt bij het uitvoeren van de taken sinds 2023 samen met uitvoeringsorganisatie Staatsbosbeheer (SBB). In de afgelopen jaren is gewerkt aan het financieel in controle zijn van SGL. De focus was om de kosten voor beheer en onderhoud van de recreatieterreinen op de lange termijn in kaart te brengen. Het Terreinbeheer Model van SBB heeft gezorgd voor een Meerjaren Onderhoudsprogramma. De conclusie was dat, als het beleid niet zou veranderen, er door stijgende kosten een tekort ontstaat op de meerjarenbegroting. De deelnemers in de GR-SGL hebben daarom met SBB in 2025 gekeken hoe ze de inkomsten uit exploitatie konden verhogen en de uitgaven waar mogelijk te verminderen.

De jaarrekening 2025 sluit af met een positief resultaat van € 41.667. Dit resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve. 

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.4.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

(begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

 (eind 2027)

Bijdrage SV 2027
Recreatieschap Stichtse Groenlanden Collegelid en indirect de raad AB: stemrecht Steminvloed: 10%  € 3.629 € 7.475 € 0 € 208
    Aandeel in totale begroting:  5,4%  € 3.859 € 9.100

Regionaal Archief Noordwest Utrecht (RANU) - Programma 5

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Regionaal Archief Noordwest Utrecht (RANU) - Programma 5

Sturingsprofiel: Uitgebreid

Per 1 januari 2026 is de naam van Het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen veranderd in Regionaal Archief Noordwest Utrecht. Het RANU heeft een tweeledig doel, te weten

(1) archiefwettelijke taken die ze uitvoert voor de aangesloten gemeenten en

(2) het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties.

Het RANU blijft doorgaan in 2027 met de inhoudelijke beleidskeuzes uit de businesscase 2018 en de beleidsvisie 2020-2024. Het RANU heeft daarbij de volgende focus:

  • archiefwettelijke taken die ze uitvoert voor de aangesloten gemeenten;
  • het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties;
  • met deelnemende gemeenten voorbereiden/overbrengen (digitale) archieven naar het e-depot;
  • uitbreiden en doorontwikkelen digitale dienstverlening voor burgers en ambtenaren;
  • nieuwe (archief)wetgeving implementeren.

Het RANU past haar Beleidsvisie voor 2025-2030 aan. Deze is conform de uitgangspunten en kaders uit de toekomstverkenning 'Robuust RHCVV', waarover de gemeenteraden geïnformeerd zijn in 2024.  Speerpunten zijn het verder ontwikkelen van toezicht, digitaal informatiebeheer en digitale dienstverlening. Dit is nodig om aan te sluiten op onder andere de sterk toegenomen complexiteit van de gemeentelijke informatiehuishouding en nieuwe informatiewetgeving. 

Het RANU wil ook de zichtbaarheid en taakuitvoering vergroten in de ambtelijke organisaties van de deelnemende gemeenten (ter bevordering en ondersteuning van goed bestuur en goede bedrijfsvoering binnen ambtelijke organisaties). Net als de regionale zichtbaarheid.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.18.

Naam

(bedragen x € 1 mln)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen Vermogen (begin '27 -- eind '27) Vreemd vermogen (begin '27 - eind '27) Financieel resultaat (eind 2027)  Bijdrage SV 2027
RANU Burgemeester AB: stemrecht Steminvloed 33,3%

Aandeel in totale begroting: 42,5%
602 – 479 223 – 223 -123 1.186

 

GR Sociaal domein Utrecht West (GR SDUW) - Programma 4

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - GR Sociaal domein Utrecht West (GR SDUW) - Programma 4

Sturingsprofiel: Intensieve 

Dit houdt in dat de gemeenteraad de mogelijkheid krijgt om een zienswijze te geven op zowel de kadernota, ontwerpbegroting als de jaarrekening van de verbonden partij. Dit geeft de raad zeker in de eerste periode van de uitvoering de mogelijkheid om te sturen en controleren. Tegelijkertijd biedt het toevoegen van een termijn van 5 jaar aan dit profiel, de mogelijkheid om in een latere periode het sturingsprofiel aan te passen naar de behoefte van de gemeenteraden

Tabel VP.19.

Naam

(bedragen x € 1.000)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen Vermogen (begin '27 -- eind '27) Vreemd vermogen (begin '27 - eind '27) Financieel resultaat (eind 2027)  Bijdrage SV 2027
Gemeenschappelijke Regeling Sociaal  domein  Utrecht West (GR SDUW) Collegelid  

0

NB

0

NB

0 € 1.237.

 

Bank Nederlandse Gemeenten N.V. (BNG) - Programma 1

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Bank Nederlandse Gemeenten N.V. (BNG) - Programma 1

Sturingsprofiel: Regulier

De BNG Bank N.V. is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank geeft leningen tegen relatief lage tarieven. Hierdoor draagt de bank bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de inwoner en draagt zij duurzaam bij aan de publieke taken die de gemeente te vervullen heeft. De gemeente Stichtse Vecht bezit 29.523 aandelen BNG.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.10.

Naam

(bedragen x € 1 miljoen)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

(eind 2027)

Bijdrage SV 2027
BNG Bank *) Collegelid

Stemrecht als aandeelhouder.

Stichtse Vecht heeft 29.523 aandelen, dit is 0,053% van het totaal.

€ 4.863 -

€ 4.863

€ 110.701 -

€ 110.701

€ 172

 

€ 0

*) De BNG heeft geen begroting, de cijfers komen uit het Jaarverslag 2025.

Vitens - Programma 5

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Vitens - Programma 5

Sturingsprofiel: Regulier

Vitens zorgt voor het winnen, produceren, distribueren en leveren van drinkwater. Klanten kunnen vertrouwen op de leveringszekerheid van drinkwater, een optimale kwaliteit en de laagste drinkwaterprijs van Nederland. De komende jaren staat Vitens voor een grote investeringsopgave. Het geld gaat vooral naar de zekerheid dat er nu, en in de toekomst, genoeg schoon drinkwater is. Gemeente Stichtse Vecht is aandeelhouder en bezit 58.097 aandelen Vitens (1% van het totaal).

Vitens heeft te maken met grote uitdagingen om in de toekomst aan haar kerntaak te blijven voldoen. Dit heeft te maken met weinig beschikbare vergunningsruimte, grondstoffen en materialen, arbeid en geld. Vitens werkt de komende jaren aan het vergroten van de eigen weerbaarheid en het verbeteren van de organisatiekracht. Waarschijnlijk keert het bedrijf de komende jaren geen winst uit.

Vitens krijgt te maken met onzekerheden en complexiteit zoals vervuiling van het water, geopolitieke spanningen en klimaatverandering. Om de maakbaarheid en weerbaarheid te vergroten is het verbeteren van de organisatiekracht noodzakelijk. Vitens heeft een personeelstekort in belangrijke werkgebieden en moet het personeel dus zo efficiënt mogelijk inzetten.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.11.

Naam

(bedragen x € 1 mln)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

 (eind 2027)

Bijdrage SV 2027

Vitens *)

Collegelid

Stemrecht als aandeelhouder

(Stichtse Vecht heeft 58.097 aandelen dit 1% van het totaal)

€ 805

€ 862

 

€ 2.066

€ 2.084

€ 55,6 0

*) Geen begroting. Cijfers komen uit Financieel Jaarplan 2024-2028 (datum: 20 oktober 2023)

Cyclus N.V. - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Cyclus N.V. - Programma 3

Sturingsprofiel: Uitgebreid

Cyclus ondersteunt de aangesloten gemeenten bij het creëren van een schone en veilige leefomgeving. Dat doet Cyclus door de inzameling en verwerking van afval te organiseren en uit te voeren. Ook onderhoudt Cyclus de afvalcontainers en andere inzamelvoorzieningen Dit gebeurt op een efficiënte, duurzame en kwalitatief goede wijze, tegen marktconforme en maatschappelijk verantwoorde kosten. Samen met de gemeenten zet Cyclus zich in bij het realiseren van de VANG-doelstellingen. Dit is op het gebied van huishoudelijk afval, het afval in de openbare ruimte en het afval van maatschappelijk gelieerde instellingen en organisaties.

Doordat Cyclus de afvalzorgplicht van meerdere gemeenten uitvoert, worden deze taken (kosten)efficiënter uitgevoerd en kwetsbaarheid in de uitvoering verlaagd. Per 31 december 2025 zijn er 14 gemeenten aandeelhouder van Cyclus N.V. Gemeenten hebben als aandeelhouder stemrecht en zijn op die manier bestuurlijk betrokken. Zo kunnen gemeenten invloed uitoefenen op de efficiëntie van de bedrijfsvoering van deze verbonden partij.

Tabel VP.20.

Naam

(bedragen x € 1.000)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen Vermogen (begin '27 -- eind '27) Vreemd vermogen (begin '27 - eind '27) Financieel resultaat (eind 2027)  Bijdrage SV 2027
Cyclus NV Collegelid          

 

SRO (Sport, Recreatie en onderwijshuisvesting) - Programma 5

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - SRO (Sport, Recreatie en onderwijshuisvesting) - Programma 5

Sturingsprofiel: Regulier

Per 1 januari 2025 is SRO Stichtse Vecht BV opgericht als publiek-publieke samenwerking tussen de gemeente Stichtse Vecht en NV SRO.  NV SRO en de gemeente zijn beide aandeelhouder van de BV. Naast de rol van aandeelhouder is de gemeente opdrachtgever en eigenaar/verhuurder van de accommodaties. De BV ontvangt een jaarlijkse exploitatiebijdrage. Verliezen dienen primair opgevangen te worden uit het weerstandsvermogen van de BV.

Het doel van deze samenwerking is het beheren en exploiteren van multifunctionele accommodatie (MFA) Safari en een aantal gemeentelijke binnensportaccommodaties. Met deze samenwerking zijn de exploitatie en dienstverlening van deze accommodaties op elkaar afgestemd en is één loket voor verenigingen, gebruikers en inwoners ontstaan. De gemeente blijft eigenaar van de accommodaties en stuurt op hoofdlijnen via beleidskaders. De uitvoering van het beheer en de exploitatie is belegd bij SRO Stichtse Vecht.

Niet ondervangen risico's:
Er loopt een juridisch traject over de samenwerking met SRO. De gemeente volgt de voortgang hiervan. Op dit moment is er geen aanleiding om hiervoor een aanvullend financieel risico op te nemen. Dit wordt opnieuw beoordeeld als de procedure daartoe aanleiding geeft.

Tabel VP.17.

Naam

(bedragen x € 1 mln)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen Vermogen (begin '27- eind '27) Vreemd vermogen (begin '27 - eind '27) Financieel resultaat (eind 2027)  Bijdrage SV 2027
SRO  Collegelid

Stemrecht als aandeelhouder

(Stichtse Vecht 50% aandelen, SRO 50%)

€ 92 - € 82

NB € -10 € 2.066

 

Stichting Urgentieverlening West Utrecht (SUWU) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Stichting Urgentieverlening West Utrecht (SUWU) - Programma 3

Sturingsprofiel: Regulier

De SUWU is een gemeenschappelijke regeling van zes gemeenten in de regio Utrecht West. Het doel van de stichting is het beslissen op ingediende aanvragen voor een woonurgentie, volgens de regels van de Huisvestingsverordening.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.13.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '27 - eind '27

Vreemd vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

(eind 2027)

Bijdrage SV 2027
Stichting Urgentieverlening West Utrecht  Collegelid Stemrecht in AB € 28 - € 28 n.v.t. € 0 € 22

Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) - Programma 3

Sturingsprofiel: Regulier

Het Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) maakt per 1 januari 2026 deel uit van de nieuwe omgevingsdienst ODU. Het MEC blijf dezelfde taken uitvoeren als bij onze voormalige omgevingsdienst ODRU. Het MEC zet zich in voor inwoners van Stichtse Vecht en maatschappelijke partners op het gebied van een duurzame en gezonde groene leefomgeving. Met educatie, natuurgerichte recreatie en communicatieve participatie inspireert het MEC inwoners van jong tot oud tot het maken van duurzame keuzes en hiernaar te handelen.

In 2027 gaat de aandacht ook naar de nieuwe klimaat adaptieve inspiratietuin, het nieuwe natuur inclusieve dak met zonnepanelen voor opwekken van duurzame energie en nestplekken voor vleermuizen en vogels.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.12.

Naam 

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

(eind 2027)

Bijdrage SV 2027

Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) Collegelid

Voorzitter Steminvloed 

20%

€ 148 € 3  € 10

Maakt deel uit van de bijdrage aan ODU

      € 160 € 1

Kansis Beschut - Programma 4

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Kansis Beschut - Programma 4

Sturingsprofiel: Regulier

Kansis is het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente Stichtse Vecht en biedt werk- en ontwikkelmogelijkheden aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. De organisatie organiseert beschutte werkplekken voor mensen met een Wsw-indicatie, een advies Beschut Werk of een indicatie Banenafspraak. Kansis begeleidt andere doelgroepen, zoals statushouders, inburgeraars, langdurig werklozen en schooluitvallers, richting werk. Kansis dient als werk-, leer- en opleidingsbedrijf waar medewerkers binnen eigen bedrijfsactiviteiten en bij werkgevers op locatie arbeidsvaardigheden ontwikkelen.

De organisatie werkt aan een passende organisatiestructuur en onderzoekt hoe Kansis zich verder kan ontwikkelen tot dienstverlener voor werkzoekenden en werkgevers. Daarnaast kijken ze naar hoe Kansis een rol kan vervullen binnen het Regionaal Werkcentrum. Dit vraagt ook aandacht voor modernisering van het pand.

Voor de voortgang van beschutte werkplekken is het belangrijk dat Kansis voldoende passend en rendabel werk houdt en aantrekt. Daarom wordt ingezet op accountmanagement, samenwerking met partners en professionalisering van activiteiten, waaronder de modernisering van de afdeling Verpakken. Per 1 januari 2026 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst in werking getreden, met een bijbehorende verrekenmethodiek en afspraken over het weerstandsvermogen.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.14.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

(eind 2027)

Bijdrage SV 2027
Kansis (2) Collegelid Raad van Commissarissen €1.028 - € 1,028 n.v.t. € 0

NB

 

Kansis Groen - Programma 4

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Kansis Groen - Programma 4

Sturingsprofiel: Regulier

KansisGroen is het sociaal ontwikkelbedrijf voor buitendienstwerkzaamheden in de gemeenten Stichtse Vecht en De Ronde Venen. De organisatie biedt leer-werkplekken aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en voert groen- en grijswerkzaamheden uit in de openbare ruimte. KansisGroen biedt beschutte werkplekken aan mensen met een Wsw-indicatie, een advies Beschut Werk of een indicatie Banenafspraak. Daarnaast begeleidt KansisGroen andere doelgroepen, zoals statushouders, inburgeraars, langdurig werklozen en VSO/PrO-leerlingen, richting werk. In een bedrijfsmatige werkomgeving ontwikkelen medewerkers hun arbeidsvaardigheden; KansisGroen vervult daarbij de rol van werk-, leer- en opleidingsbedrijf.

Samen met de Raad van Commissarissen wordt gewerkt aan een langetermijnvisie en een toekomstbestendig model voor Kansis en KansisGroen vanaf 2027. Per 1 januari 2026 geldt een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met bijbehorende verrekenmethodiek en afspraken over het weerstandsvermogen.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.15.

Naam

(bedragen x € 1.000)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Vreemd vermogen

 (begin '27 - eind '27)

Financieel resultaat

(eind 2027)
Bijdrage SV 2027
Kansis Groen (2) Collegelid Raad van Commissarissen €  1.532 - € 1.532 n.v.t. € 0 NB

 

Metropool Regio Utrecht West (MRU West) - Programma 3 en 5

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Metropool Regio Utrecht West (MRU West) - Programma 3 en 5

Sturingsprofiel: Regulier

Voorheen Utrecht10 (U10)

Binnen de netwerkorganisatie MRU West werken 16 Utrechtse gemeenten samen aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige regio. Ze werken met elkaar samen op grote thema’s als mobiliteit, economie, wonen, gezondheid en inclusiviteit, groen en landschap en duurzaamheid. Dit doen we om samen slimmere keuzes te maken die goed zijn voor de individuele gemeenten en voor de U10-regio. Binnen de U10 wordt gewerkt aan de uitvoering van de Woondeal, Integraalruimtelijk perspectief (IRP) en de Regionale energiestrategie  (RES).

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.16.

Naam

(bedragen x € 1.000)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen Vermogen (begin '27 - eind '27) Vreemd vermogen (begin '27 - eind '27) Financieel resultaat (eind 2027) Bijdrage SV 2027
MRU West Collegelid n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. € 120.000

 

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Inleiding

In de verplichte paragraaf Grondbeleid komt elk jaar aan bod hoe onze gemeente het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. Daarnaast wordt in deze paragraaf de grondprijzenbrief voor komend jaar vastgesteld.

Nota grondbeleid

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Nota grondbeleid

In de Nota grondbeleid staan de beleidsuitgangspunten van het grondbeleid. Het uitgangspunt hierbij is om niet te kiezen voor één bepaalde vorm van grondbeleid, maar dit per locatie of project te bekijken. Per project maken we de afweging of wij de grond zelf in ontwikkeling nemen of dat we de afwikkeling gedeeltelijk of geheel overlaten aan een marktpartij. Hiervoor is een afwegingskader opgesteld. Daarin beoordelen we of het initiatief wenselijk is, of het financieel haalbaar is, of de financiële risico’s ten opzichte van de financiële middelen acceptabel zijn en of voldoende kennis en capaciteit binnen onze gemeente beschikbaar zijn.

Wij kiezen ten aanzien van het te voeren grondbeleid voor maatwerk en marktwerking. In de praktijk betekent dit dat wij overwegend faciliterend grondbeleid voeren.

Algemene reserve grondexploitatie

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Algemene reserve grondexploitatie

De Algemene Reserve Grondexploitaties (ARG) bedraagt minimaal € 200.000 en maximaal € 600.000. Dit is opgedeeld in een risicodeel van € 200.000 (het minimum) en een ontwikkeldeel van maximaal € 400.000. Het ontwikkeldeel is ten behoeve van gebiedsontwikkelingsprojecten waarvan nog geen financiering is geregeld. Zodra financiering geregeld is, vloeien gemaakt kosten terug naar de Algemene Reserve Grondexploitaties. Als het project niet doorgaat, draagt de Algemene Reserve Grondexploitaties de gemaakte kosten.
Als het saldo van de Algemene Reserve Grondexploitaties hoger is dan € 600.000, wordt het afgeroomd naar de Algemene Reserve. Als het saldo lager is dan € 200.000, wordt het aangevuld vanuit de Algemene Reserve.

Het college is bevoegd om een werkbudget uit de Algemene Reserve Grondexploitaties te gebruiken voor de eerste plan- en onderzoekskosten bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Risicobeheersing

We brengen jaarlijks de risico’s van de grondexploitaties in beeld om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. De risicoanalyse is uitgevoerd middels een Monte Carlo simulatie. Dit is een simulatietechniek waarbij een berekening niet één keer, maar vele malen (bijvoorbeeld 25.000 keer) wordt gesimuleerd, elke keer met andere startcondities.

De risicoanalyse is uitgevoerd voor de grondexploitaties Haarrijnweg, Harmonieplein, Kuyperstraat en Zuilense Vecht in Maarssen en Fetha 3/14/16 te Vreeland.

Uit de risicoanalyse komt naar voren dat een risicoreservering van € 2.900.000 nodig is. 

Het risicodeel van de Algemene Reserve Grondexploitaties voorziet voor € 200.000 in de benodigde risicoafdekking. Het resterende bedrag van € 2.700.000 wordt als risico meegenomen in de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen.

Grondexploitaties

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Grondexploitaties

Haarrijnweg 5 te Maarssen
In 2027 gaan we aan de slag met het nieuwe voorkeursscenario dat in 2026 gekozen wordt.

Harmonieplein te Maarssen 
Begin 2027 worden de woningen van het Zuidblok opgeleverd met commerciële ruimten. Van het Noordblok worden in de eerste helft van 2027 de wijzigingen van het omgevingsplan vastgesteld. Tevens wordt het Noordblok aanbesteed en wordt het riool aangelegd. Ook de sloop van de bibliotheek staat in 2027 gepland.

Kuyperstraat te Maarssen 
De 26 appartementen worden in januari 2027 opgeleverd. Daarna wordt het bijbehorende gebied woonrijp gemaakt. Omdat het om relatief lage kosten gaat, wordt de grondexploitatie per 31-12-2026 afgesloten.

Fetha 3/14/16 te Vreeland
In 2027 vindt de gronduitgifte plaats ten behoeve van 3 seniorenwoningen en wordt gestart met de bouw hiervan.

Zuilense Vecht te Maarssen 
In 2027 wordt begonnen met de bouw van 120 tot 150 woningen. Daarnaast wordt het skatepark aangelegd en wordt de realisatie van het lint afgerond.

Meerjarenplanning
Onderstaande tabel geeft inzicht in het boekwaardeverloop van genoemde grondexploitaties. Uit het verloop kan worden opgemaakt dat jaarlijks meer kosten dan opbrengsten worden gemaakt, behalve in 2027. Daar valt de positieve piek op. In dat jaar wordt de gronduitgifte t.b.v. de 120-150 woningen in Zuilense Vecht verwacht.

Grafiek grondbeleid

 

Grondprijzenbrief

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Grondprijzenbrief

Met de vaststelling van de grondprijzenbrief leggen wij de manier van grondprijsbepaling, vaste prijzen voor sociale woningbouw, niet-commerciële voorzieningen en restgroen vast. Daarnaast nemen we de tarieven voor kostenverhaal mee. De volgende tarieven zijn in overeenstemming met de Nota Grondprijzen. De grondprijzenbrief wordt jaarlijks geactualiseerd in de paragraaf Grondbeleid van de begroting.

Tabel GB.1.
Grondprijzenbrief 2027
Segment Methode Prijs
Sociale woningbouw Normatieve methode
Met een maandhuur tot liberalisatiegrens Grondgebonden woning € 23.914,- Appartement € 19.131,-
Met een maandhuur tot hoge aftopgrens Grondgebonden woning € 21.476,- Appartement € 17.181,-
Met een maandhuur tot lage aftopgrens Grondgebonden woning € 20.315,- Appartement € 16.251,-
Betaalbare woningbouw Residuele methode/tenderprocedure
Vrije sector woningbouw Residuele methode/tenderprocedure
Detailhandel/kantoren Residuele methode/tenderprocedure
Bedrijventerreinen Residuele methode/tenderprocedure
Voorzieningen met een commercieel oogmerk Comparatieve methode
Voorzieningen zonder commercieel oogmerk Normatieve methode/kostprijsmethode € 207,- per m²
Restgroen Normatieve methode € 219,- per m² Zie nota gronduitgifte
Voorzieningen voor energie Normatieve methode/comparatieve methode Recht van opstal € 155,- per m² met een minimale transactieprijs van € 1.550,-
Voorzieningen voor telecom Normatieve methode/comparatieve methode Retributie € 6.529,- tot 65m². Voor elke extra m² € 108,- per m². Elke extra provider € 1.095,- Op gemeentelijk gebouw € 1.642,- extra
Reststroken bij ontwikkellocaties tot 100 m² € 640,- per m² met een minimale transactieprijs van € 6.198,-
Tuin bij woonboten van 0 tot 250 m² € 219,- per m²
Tuin bij woonboten van 250 tot 500 m² € 119,- per m²
Tuin bij woonboten voor het gedeelte vanaf 500 m² Middels taxatie bepalen
Voorschotbedrag kostenverhaal bij ruimtelijke initiatieven
Bouwplan 3 tot 6 woningen € 4.132
Bouwplan 6 tot 16 woningen € 20.660
Bouwplan 16 tot 50 woningen € 51.650
Bouwplan 50 of meer woningen € 72.310
Bouwplan gebouw anders dan een woonfunctie € 25.825
Kleine initiatieven
Omgevingsplan wijziging voor het bouwen van een gebouw met 1 woonfunctie € 8.987
Omgevingsplan wijziging voor het bouwen van een gebouw of 2 gebouwen met 2 woonfuncties € 12.912,50

Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Op grond van artikel 3.5 van de Woo besteedt de gemeente jaarlijks in de begroting aandacht aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van deze wet. De Woo heeft als doel de transparantie van de overheid te vergroten en het vertrouwen van inwoners en ondernemers in het openbaar bestuur te versterken. De wet kent daarbij twee hoofdonderdelen: de behandeling van verzoeken om openbaarmaking (passieve openbaarmaking) en het uit eigen beweging publiceren van overheidsinformatie (actieve openbaarmaking).

Passieve openbaarmaking
De gemeente blijft inzetten op een tijdige en zorgvuldige afhandeling van Woo-verzoeken. Hoewel de doorlooptijden verbeteren, blijft het verminderen van achterstanden en het op tijd afhandelen van verzoeken een belangrijk aandachtspunt. In 2027 ligt de nadruk op verder verbeteren van het proces, monitoring, bewustwording binnen de organisatie en het verder verbeteren van de informatiehuishouding. Zo kunnen verzoeken efficiënter en binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld.

Actieve openbaarmaking
De gemeente werkt, naast de behandeling van Woo-verzoeken, aan het stap voor stap invoeren van de wettelijke verplichtingen voor actieve openbaarmaking. De gemeente heeft sinds 1 januari 2026 een toekomstbestendige voorziening voor het publiceren van Woo-informatie op het gemeentelijke publicatieplatform open.stichtsevecht.nl. In 2027 gaat de gemeente verder met het voorbereiden op de invoering van de volgende onderdelen van de verplichte informatiecategorieën. Deze worden landelijk van kracht in de tweede helft van 2027. Daarbij wordt ook gewerkt aan de verdere aansluiting op de Generieke Woo-voorziening (GWO). Zo wordt openbaar gemaakte informatie in de toekomst ook landelijk vindbaar en toegankelijk. Op deze manier wordt verder invulling gegeven aan een transparante en toegankelijke overheid.